Deze site ondersteunt de browser Internet Explorer niet meer. Wij raden aan om Microsoft Edge of Chrome te gebruiken.

Naar artikel

Verkeersregels in Nederland

Welke verkeersregels gelden er in Nederland? We zetten de belangrijkste algemene regels voor je op een rij.

Algemene verkeersregels

  • Hier worden enkele belangrijke algemene verkeersregels vermeld plus een aantal regels die specifiek zijn voor Nederland.

Veilig rijden

  • In Nederland is het verboden om je zo te gedragen dat je andere verkeersdeelnemers in gevaar brengt of hindert (of dat zou kunnen doen).
Rijden onder invloed
  • Het is verboden een voertuig te besturen als je onder invloed verkeert van een stof waarvan je weet (of moet weten) dat deze je rijvaardigheid zodanig kan verminderen dat je het voertuig niet meer goed kunt besturen. Dit betekent dat alle bestuurders, dus ook fietsers, strafbaar zijn als ze een voertuig besturen onder invloed van (te veel) alcohol, drugs of bepaalde medicijnen.
  • Meer informatie: anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/verkeersovertreding-nl/rijden-onder-invloed.
  • Alcohol

    • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille (of 220 microgram per liter uitgeademde lucht bij een blaastest). Dit geldt ook voor fietsers. 
    • Voor beginnend bestuurders gelden strengere regels; voor hen is het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed 0,2 promille. Zie voor meer informatie anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/rijbewijs/beginnend-bestuurder.
    • De lagere limiet van 0,2 promille geldt ook als er sprake is van alcoholgebruik in combinatie met drugsgebruik.
  • Drugs

    • Het is verboden een voertuig te besturen onder invloed van harddrugs of softdrugs, zoals cocaïne, XTC en cannabis.
    • Met behulp van een speekseltest kan de aanwezigheid van drugs in het lichaam worden vastgesteld. 
    • Een politieagent kan drugsgebruik ook herkennen aan uiterlijke kenmerken. Een arts of verpleegkundige kan dan bloed afnemen van de bestuurder en dit bloedmonster laten testen.
    • Er gelden strenge wettelijke limieten voor drugsgebruik in het verkeer.
  • Medicijnen

    • Het is verboden een voertuig te besturen onder invloed van medicijnen die het reactievermogen verminderen, zoals slaap- en kalmeringsmiddelen, spierverslappers en medicijnen tegen overgevoeligheid.
    • Deze geneesmiddelen kun je herkennen aan een gele waarschuwingssticker op de verpakking.
Mobiele telefoon
  • Het is verboden een mobiel elektronisch apparaat (bijvoorbeeld een mobiele telefoon, tablet of mediaspeler) vast te houden terwijl je een voertuig bestuurt. Je mag dus tijdens het rijden bijvoorbeeld niet handheld bellen, appen, je mail lezen of sms'jes versturen. Dit geldt sinds 1 juli 2019 ook voor fietsers.
  • Het is ook verboden tijdens het rijden de telefoon tussen je oor en schouder te klemmen.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan. Bediening via het dashboard of het stuur en ook spraakbediening zijn daarbij toegestaan.
  • Je mag je telefoon wel vasthouden op het moment dat het voertuig stilstaat.
  • Ga voor meer informatie over veilig rijden naar daarkunjemeethuiskomen.nl/rijmono.

Basisverkeersregels

  • Je moet rechts rijden en links inhalen.
Voorrang
  • Op een gelijkwaardige kruising (waar geen voorrangsborden, haaientanden of verkeerslichten aanwezig zijn) moet je voorrang verlenen aan bestuurders die voor jou van rechts komen. Voor deze algemene voorrangsregel gelden twee uitzonderingen:
    • Als je op een onverharde weg rijdt, moet je voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg.
    • Je moet trams altijd voorrang verlenen, ook als ze van links komen. 
  • Bestuurders die afslaan, moeten alle rechtdoor gaande weggebruikers, dus ook voetgangers, voor laten gaan (kort gezegd: rechtdoor op dezelfde weg gaat voor). Dit geldt niet voor bestuurders van een tram.
  • Voorrangsvoertuigen die optische en geluidssignalen voeren, zoals een politieauto, brandweerwagen of ambulance met sirene en zwaailicht, moet je voor laten gaan.
  • Binnen de bebouwde kom moet je voorrang verlenen aan de bestuurder van een autobus die met zijn richtingaanwijzer aangeeft dat hij de bushalte wil verlaten.
  • Je moet voetgangers die oversteken, of op het punt staan over te steken, op een voetgangersoversteekplaats (zebrapad), voor laten gaan
  • Bij het uitvoeren van een bijzondere manoeuvre, zoals wegrijden, achteruitrijden of keren, moet je al het andere verkeer voorrang verlenen. Ook als je bijvoorbeeld een inrit oprijdt, een uitrit verlaat, in- of uitvoegt of van rijstrook wisselt, moet je voorrang verlenen aan het overige verkeer.
  • Ga voor meer informatie over de voorrangsregels in het verkeer naar anwb.nl/verkeer/veiligheid/voorrang.
Rotonde
  • De meeste rotondes in Nederland zijn voorzien van voorrangsborden en haaientanden voor bestuurders die de rotonde naderen. Dit houdt in dat bestuurders die de rotonde willen oprijden, voorrang moeten verlenen aan bestuurders die zich al op de rotonde bevinden. 
  • Let op: Staan er bij een rotonde geen voorrangsborden of andere verkeerstekens, dan hebben bestuurders van rechts voorrang. Bestuurders die al op de rotonde rijden, moeten dan voorrang verlenen aan bestuurders die de rotonde oprijden.
  • Alleen als je de rotonde verlaat, ben je verplicht richting aan te geven naar rechts.
  • Voetgangers op een zebrapad en fietsers op een rode fietsstrook op de rotonde hebben voorrang. Ook fietsers, bromfietsers en voetgangers die op een rotonde binnen de bebouwde kom de rijbaan volgen, hebben voorrang op auto's die afslaan (rechtdoor op dezelfde weg gaat voor). 
  • Let op: Niet alle verkeersdeelnemers zijn op de hoogte van de (vaak ingewikkelde) voorrangssituatie op een rotonde. Neem daarom bij twijfel geen voorrang en let goed op het overige verkeer.
  • Op anwb.nl/verkeer/veiligheid/rotondes lees je meer over verschillende typen rotondes, de voorrangsregels op rotondes en hoe je een rotonde op de juiste manier neemt. 
Inhalen
  • Je moet links inhalen.
  • Je mag rechts inhalen in de volgende situaties: 
    • Als een bestuurder links voorsorteert en aangeeft naar links te willen.
    • Als je rechts van een blokmarkering rijdt (bijvoorbeeld bij een in- of uitvoegstrook).
    • Als je een tram wilt passeren.
    • In een file.
    • Vlak voor of op een rotonde.
  • Fietsers moeten andere fietsers links inhalen, maar mogen bestuurders van andere voertuigen rechts inhalen.
  • Inhalen is verboden op, of vlak voor, een voetgangersoversteekplaats.
  • Een doorgetrokken streep tussen twee rijstroken betekent dat inhalen verboden is. Zie ook anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/verkeersregels/tekens-op-het-wegdek.
Ritsen
  •  Met ritsen wordt gewenst rijgedrag bij het samenvoegen van rijstroken bedoeld:
    • Bestuurders blijven op de wegvallende rijstrook tot vlak voor de versmalling op de eigen rijstrook rijden en voegen dan pas in.
    • Bestuurders op de doorgaande rijstrook laten om beurten één voertuig invoegen.
  • Dit gewenste gedrag wordt als volgt met verkeersborden aangegeven:
    • Ritsen na 300 m: begin bij dit bord op de wegvallende rijstrook met het aanpassen van je snelheid aan die van het verkeer op de doorgaande rijstrook en maak op de doorgaande rijstrook alvast ruimte voor invoegende bestuurders. 
    • Ritsen vanaf hier: begin pas bij dit bord op de wegvallende rijstrook met het invoegen op de doorgaande rijstrook.
Stilstaan
  • Je mag je voertuig niet laten stilstaan op de volgende plaatsen:
    • Op een kruispunt of overweg.
    • Langs een gele doorgetrokken streep.
    • Op, of binnen een afstand van 5 meter van, een oversteekplaats. 
    • In een tunnel.
    • Bij een bushalte ter hoogte van de geblokte markering of als deze markering ontbreekt, binnen een afstand van 12 meter van het bord dat een bushalte aanduidt.
    • Op de rijbaan langs een busstrook.
    • Op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook.
Parkeren
  • Je mag je voertuig niet parkeren op de volgende plaatsen:
    • Op minder dan 5 meter van een kruispunt.
    • Voor een in- of uitrit.
    • Buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg.
    • Langs een gele onderbroken streep.
    • Op een laad- en losplek.
    • Op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder vergunning.
    • Op een parkeerplaats die bestemd is voor een categorie weggebruikers waartoe je niet behoort.
  • Je mag je voertuig ook niet dubbel parkeren.
  • Indien een parkeergelegenheid is voorzien van parkeervakken dan mag je alleen in die vakken parkeren.
  • In een parkeerschijfzone (te herkennen aan een bord en parkeerplaatsen met een blauwe streep) mag je alleen parkeren met een parkeerschijf achter de voorruit waarop de aankomsttijd is aangegeven. Je mag geen parkeerschijf gebruiken met een mechanisme dat tijdens het parkeren het aankomsttijdstip automatisch verschuift. 
  • Ga voor meer informatie over parkeerregels, -overtredingen en -boetes en betaald parkeren naar anwb.nl/verkeer/nederland/parkeren.
Licht- en geluidssignalen
  • Je mag licht- en geluidssignalen alleen gebruiken om een dreigend gevaar af te wenden.
  • Het is dus verboden om licht- en geluidsignalen te gebruiken om bijvoorbeeld andere weggebruikers te begroeten of attent te maken op een snelheidscontrole.
Verkeerslichten
  • Bij een driekleurig verkeerslicht betekent groen licht dat je mag doorrijden en rood licht dat je moet stoppen. Geel licht betekent ook dat je moet stoppen, tenzij je het verkeerslicht zo dicht genaderd bent, dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is.
  • Als bij een driekleurig verkeerslicht een bord is geplaatst met de tekst Rechtsaf voor (brom)fietsers vrij, gelden het gele en rode licht niet voor (brom)fietsers of bestuurders van een gehandicaptenvoertuig die rechtsaf willen slaan. Deze moeten dan wel op de juiste manier voorrang verlenen aan het overige verkeer.
  • Als bij een voetgangersoversteekplaats het rode voetgangerslicht is vervangen door een geel knipperlicht (driehoek met uitroepteken erin), mag je als voetganger oversteken, maar moet je het overige verkeer voor laten gaan. 
  • Kijk op anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/verkeersregels/verkeerslichten voor meer informatie.
Rijstroken
  • Een vluchtstrook mag uitsluitend worden gebruikt bij pech en andere noodgevallen. Het is dus bijvoorbeeld verboden om op de vluchtstrook te stoppen om te telefoneren.
  • Een spitsstrook (vluchtstrook of rijstrook aan de linkerkant) wordt alleen op drukke momenten opengesteld als extra rijstrook. Als de spitsstrook is opengesteld, mag je over de doorgetrokken streep heen rijden. Omdat je zoveel mogelijk rechts moet rijden, geldt bij een spitsstrook aan de rechterkant dus dat je zoveel mogelijk op de spitsstrook (vluchtstrook) moet rijden.
  • Bij het invoegen via een invoegstrook moet je voorrang verlenen aan het verkeer op de doorgaande rijbaan en ben je verplicht richting aan te geven. Je mag op de invoegstrook eventueel langzamer verkeer rechts inhalen. Zie anwb.nl/verkeer/veiligheid/invoegen voor meer informatie over invoegen.
  • Als je eenmaal op een uitvoegstrook rijdt, moet je deze blijven volgen en mag je niet opnieuw invoegen. 
  • Een matrixbord boven een rijstrook kan onder andere het volgende aangeven:
    • Groene pijl: het is toegestaan de rijstrook te gebruiken.
    • Maximumsnelheid: er geldt op de rijstrook tijdelijk een aangepaste maximumsnelheid (als op verkeersborden langs de weg een lagere maximumsnelheid wordt aangegeven, geldt die lagere snelheid).
    • Witte pijl: je moet de rijstrook verlaten want even verderop is de rijstrook gesloten (aangegeven met een rood kruis).
    • Rood kruis: het is verboden de rijstrook te gebruiken.
    • BUS of LIJNBUS: op de rijstrook mogen alleen bussen rijden.
    • Witte cirkel met een streep erdoor: einde van verbod voor de rijstrook.

Bijzonderheden

Politieagent en verkeersregelaar
  • Je bent verplicht de aanwijzingen op te volgen van een politieagent of verkeersregelaar.
  • Deze aanwijzingen hebben voorrang boven verkeersregels en verkeerstekens. 
Uitvaartstoet en militaire colonne
  • Weggebruikers mogen een uitvaartstoet of militaire colonne niet doorsnijden. 
  • Je kunt een uitvaartstoet of militaire colonne herkennen aan vlaggen die op de voertuigen zijn aangebracht:
    • Een uitvaartstoet bestaat uit een aantal motorvoertuigen achter elkaar met elk twee zwarte vlaggen.
    • In een militaire colonne heeft het voorste voertuig twee blauwe vlaggen, elk volgende voertuig een blauwe vlag en het achterste voertuig een groene vlag.

Test je kennis!

  • Altijd leuk en interessant, kijken of je nog voldoende kennis hebt van de huidige verkeersregels. We hebben drie websites geselecteerd:

Maximumsnelheid Nederland

 Binnen bebouwde komBuiten bebouwde komAutowegenAutosnelwegen
Bromfiets30/45 (A)40/45 (B)n.v.t.n.v.t.
Speedpedelec (snelle elektrische fiets)30/45 (A)40/45 (B)n.v.t.n.v.t.
Gehandicaptenvoertuig met motor30/45 (A)40/45 (B)n.v.t.n.v.t.
Gehandicaptenvoertuig met motor op trottoir of voetpad66n.v.t.n.v.t.
Brommobiel4545n.v.t.n.v.t.
Snorfiets2525n.v.t.n.v.t.
Motor (met of zonder zijspan)5080100130 (100) (C)
Personenauto5080100130 (100) (C)
Camper < 3500 kg (D)5080100130 (100) (C)
Camper > 3500 kg (als personenauto geregistreerd) (D)5080100130 (100) (C)
Camper > 3500 kg (als bedrijfsauto geregistreerd) (D)50808080
Personenauto/motor met aanhanger (aanhangwagen/caravan < 3500 kg) (D)50809090
Personenauto/motor met aanhanger (aanhangwagen/caravan > 3500 kg) (D)50808080
  • A: 30 km/h op het fiets/bromfietspad en 45 km/h op de rijbaan.
  • B: 40 km/h op het fiets/bromfietspad en 45 km/h op de rijbaan.
  • C: Let op: Met ingang van 16 maart 2020 is de maximumsnelheid op alle autosnelwegen overdag tussen 6 en 19 uur verlaagd naar 100 km/h. Dit wordt aangegeven met borden. Zie verderop.
  • D: Met 3500 kg wordt de toegestane maximummassa bedoeld: leeg gewicht plus maximaal laadvermogen. De toegestane maximummassa van een aanhanger staat op het kentekenbewijs. (Een aanhanger lichter dan 750 kg heeft geen eigen kenteken.)
  • Een fietsendrager is geen aanhanger, dus gelden voor een personenauto met een fietsendrager de maximumsnelheden voor een personenauto.
  • Voor vrachtwagens geldt op autowegen en autosnelwegen een maximumsnelheid van 80 km/h.
  • Er geldt een maximumsnelheid van 30 km/h voor alle voertuigen binnen 30 km-zones. Ook op de (elektrische) fiets moet je je aan de maximumsnelheden houden. 

Overdag 100 km/h op autosnelwegen

  • Om de stikstofuitstoot te verminderen is besloten om de maximumsnelheid op autosnelwegen overdag tussen 6 en 19 uur te verlagen van 130 km/h (of 120 km/h) naar 100 km/h. Deze wijziging is ingegaan op 16 maart 2020.
  • Deze verlaagde maximumsnelheid wordt overal op autosnelwegen aangegeven met het maximumsnelheidsbord 100 km/h met het onderbord 6-19 h.
  • 's Avonds en 's nachts tussen 19 en 6 uur mag je 130 km/h rijden op autosnelwegen waar dat voorheen ook mocht. 
  • Op diverse autosnelwegen mag je 's avonds en 's nachts maar 120 km/h rijden. Dit wordt aangegeven met het maximumsnelheidsbord 120 km/h met het onderbord 19-6 h.
  • Op autosnelwegen waar je ook 's avonds en 's nachts niet harder dan 100 of 80 km/h mag rijden, wordt dat met borden aangegeven.

Borden

  • In principe gelden op alle wegen de in de tabel genoemde algemeen geldende maximumsnelheden, maar als er een andere maximumsnelheid geldt, wordt dat aangegeven met een verkeersbord. Dit kan een wit rond bord met een rode rand (A1) langs de kant van de weg of een matrixbord (A3) boven de weg zijn.
  • Let op: Als er verkeersborden of matrixborden zijn die een maximumsnelheid aangeven, gaan deze borden altijd vóór de algemeen geldende maximumsnelheden.
  • Als een bepaalde maximumsnelheid alleen een bepaald deel van de dag geldt, wordt dit aangegeven met een onderbord. Dus als je op bepaalde autosnelwegen alleen tussen zeven uur 's avonds en zes uur 's ochtends 120 km/h mag rijden, wordt dat aangegeven met het A1-verkeersbord 120 met het onderbord 6-19h.

Strepen op de weg

  • Aan strepen op wegen buiten de bebouwde kom kun je aflezen wat de maximumsnelheid op die wegen is.
  • Let op: Als er verkeersborden of matrixborden zijn die een maximumsnelheid aangeven, gaan deze borden altijd vóór de strepen.
  • Strepen aan beide zijkanten en in het midden van een weg geven als volgt aan wat de maximumsnelheid op die weg is:
    • Doorgetrokken kantstrepen en twee (doorgetrokken of onderbroken) middenstrepen met een groene vulling100 km/h.
    • Onderbroken kantstrepen en twee (doorgetrokken of onderbroken) middenstrepen zonder vulling80 km/h.
    • Onderbroken kantstrepen en geen middenstrepen: normaal mag je hier 80 km/h, maar vaak staat hier het bord 60 km/h.
  • Op anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/verkeersregels/tekens-op-het-wegdek vind je meer informatie over strepen op de weg.
  • De maximumsnelheid op een bepaalde weg wordt ook aangegeven op de hectometerbordjes langs de weg.

Adviessnelheid

  • Op sommige plaatsen wordt een adviessnelheid aangegeven met blauwe vierkante verkeersborden met witte tekst (A4). Vaak wordt op een ander verkeersbord aangegeven waarom je wordt geadviseerd op die plaats langzamer te rijden dan de maximumsnelheid. Meestal gaat het om een scherpe bocht, maar er kan ook een adviessnelheid gelden bij andere gevaarlijke verkeerssituaties.
  • Bij een bord dat een adviessnelheid aangeeft, mag je in principe sneller rijden. Dit wordt echter sterk afgeraden. Met hogere snelheden kun je bijvoorbeeld uit de bocht vliegen of niet op tijd remmen voor een verkeerssituatie die je nog niet kunt zien.

Minimumsnelheid

  • In Nederland geldt geen minimumsnelheid op de wegen.
  • Let op: Als je erg langzaam rijdt en zo het overige verkeer hindert of in gevaar brengt, kun je wel een boete krijgen.
  • Op autowegen en autosnelwegen geldt wel een minimumconstructiesnelheid (hoe snel een voertuig minstens moet kunnen rijden om op een bepaalde weg te mogen rijden):
    • Je mag alleen op autowegen rijden als je voertuig ten minste 50 km/h kan en mag rijden.
    • Je mag alleen op autosnelwegen rijden als je voertuig ten minste 60 km/h kan en mag rijden.

Auto en camper

Verlichting

  • Het is niet verplicht om overdag bij helder weer licht te voeren.
  • Je moet dimlicht voeren wanneer het zicht overdag ernstig wordt belemmerd en 's nachts (na zonsondergang).
  • Je mag 's nachts met groot licht rijden als alleen dimlicht niet voldoende zicht geeft, maar het voeren van groot licht is in de volgende gevallen verboden: 
    • Als je een andere weggebruiker tegenkomt.
    • Als je op korte afstand achter een ander voertuig rijdt.
  • Bij mist, sneeuwval of regen, als het zicht ernstig belemmerd wordt, mag je mistlicht aan de voorzijde voeren. In dat geval hoef je geen dimlicht te voeren. 
  • Een mistachterlicht mag alleen worden gebruikt wanneer het zicht door mist of sneeuwval minder dan 50 m is. Let op: Het mistachterlicht mag niet worden gebruikt bij regen.
  • Het is verboden om onnodig mistlampen te gebruiken omdat deze lampen zeer fel zijn en bij normaal zicht andere weggebruikers kunnen hinderen. 

Ruiten

  • De voorruit en de zijruiten naast de bestuurder mogen niet beschadigd zijn of verkleuringen vertonen en niet voorzien zijn van onnodige voorwerpen die het zicht van de bestuurder belemmeren.
  • Bij het beplakken of coaten van ruiten mag de lichtdoorlatendheid van de voorruit en de voorste zijruiten nooit minder dan 55% worden. De achterruit mag wel zijn voorzien van een niet of weinig lichtdoorlatende folie of coating. Het voertuig moet dan wel een rechterbuitenspiegel hebben.

Spiegels

  • Personenauto’s die in gebruik zijn genomen na 25 januari 2010, moeten zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel, een rechterbuitenspiegel en een binnenspiegel. Als de binnenspiegel echter geen zicht naar achteren mogelijk maakt, hoeft deze niet aanwezig te zijn. 
  • Personenauto’s die voor deze datum in gebruik zijn genomen, moeten minimaal beschikken over een linkerbuitenspiegel en een binnenspiegel. Als de bestuurder echter via de binnenspiegel het weggedeelte achter de auto niet voldoende kan overzien, moet de auto ook worden voorzien van een rechterbuitenspiegel. Indien de binnenspiegel geen zicht naar achter mogelijk maakt, dan hoeft deze niet aanwezig te zijn.
  • Het spiegelglas van de verplichte spiegels mag geen verschijnselen van breuk vertonen en mag niet in ernstige mate zijn verweerd.

Banden

  • De wettelijke minimumprofieldiepte van een band is 1,6 mm. Onder de 2 millimeter profieldiepte wordt vervanging van de band aangeraden.
  • De op de band aangegeven draairichting moet overeenkomen met de draairichting van het wiel.

Inzittenden

Kinderen

  • De basisregel is dat kinderen kleiner dan 1,35 m in een goedgekeurd en passend kinderbeveiligingssysteem moeten zitten. Goedgekeurd zijn kinderzitjes met ECE-labels. Passend betekent dat het kinderbeveiligingssysteem aangepast moet zijn aan de lengte en het gewicht van het kind. Kinderen vanaf 1,35 m en volwassenen moeten gebruik maken van de veiligheidsgordel. Meer informatie over het vervoer van kinderen en de uitzonderingen vind je op anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/verkeersregels/vervoer-kinderen-nederland.
  • Op anwb.nl/auto/tests/autostoeltjes vind je een test van kinderzitjes.

Lading

  • De lading die je meeneemt in of op de auto of camper, mag het zicht van de bestuurder niet belemmeren.
  • Zet de lading goed vast en zorg dat de lading niemand in of buiten de auto of camper in gevaar brengt, geen schade toebrengt aan openbare of persoonlijke eigendommen en niet op de weg kan vallen. 
  • De lading mag de kentekenplaat, verlichting, reflectoren en richtingaanwijzers niet bedekken.
  • Lading mag niet rechtstreeks op het dak worden vervoerd, maar alleen in of op een daarvoor bestemde lastdrager zoals een dakkoffer of een imperiaal.
  • Meer informatie over lading en hoever deze mag uitsteken vind je op anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/verkeersregels/afmetingen-van-autos-en-aanhangers.
Afmetingen
  • Het gewicht van de lading mag het laadvermogen van de auto of camper niet overschrijden.
  • Een auto of camper mag inclusief lading niet breder zijn dan 2,55 m (2,20 m op onverharde wegen). Het verkeersbord C18 kan een andere maximumbreedte opleggen.
  • Een auto of camper mag inclusief lading niet hoger zijn dan 4 m. Het verkeersbord C19 kan een andere maximumhoogte opleggen.
  • Ga voor meer informatie over het vervoer van in de breedte of lengte uitstekende lading naar anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/verkeersregels/afmetingen-van-autos-en-aanhangers.
Fietsendrager
  • Op de trekhaak geplaatste fietsendragers mogen uitsluitend voor fietsen worden gebruikt. 
  • Je mag niet meer fietsen op de fietsendrager vervoeren dan waarvoor de fietsendrager is gemaakt. 
  • Het gewicht van de fietsendrager met fietsen mag het maximale draagvermogen van de trekhaak (maximale kogeldruk) niet overschrijden. Let hier extra op bij het vervoer van relatief zware elektrische fietsen.
  • Er mogen geen scherpe delen uitsteken.
  • Fietsen mogen maximaal 20 cm aan beide zijkanten uitsteken (de spiegels van het voertuig worden daarbij niet meegerekend) tot een maximumbreedte van 2,55 m. Markering aan de zijkant is niet nodig.
  • De fietsendrager mag niet meer dan 1 m naar achteren uitsteken.
  • Als de fietsendrager geheel of gedeeltelijk de achterlichten en reflectoren bedekt, moet deze zijn voorzien van een verlichtingsbalk met:
    • Twee rode achterlichten
    • Twee rode remlichten
    • Twee rode retroreflectoren
    • Twee ambergele richtingaanwijzers
  • Omdat een fietsendrager in Nederland niet wordt gerekend tot de aanhangwagens maar tot de lastdragers, hoeft er geen mistlamp of achteruitrijverlichting op de fietsendrager aanwezig te zijn.
Kentekenplaat en NL-sticker
  • Als de fietsendrager of bagagebox op je trekhaak de kentekenplaat van je voertuig geheel of gedeeltelijk bedekt, moet je er een witte kentekenplaat op aanbrengen met het kenteken van je voertuig.
  • Als je naar het buitenland gaat, moet je in dat geval een ovale witte NL-sticker aanbrengen op de fietsendrager of bagagebox. Je mag de sticker niet op de witte kentekenplaat plakken. Ook een blauwe EU-sticker is niet toegestaan. Je kunt de NL-sticker eventueel op een fiets aanbrengen. Een NL-sticker is verkrijgbaar in de webwinkel van de ANWB.

Dashcam

Slepen

  • Het is toegestaan een andere auto te slepen. Het slepen van een motor of van een auto met een aanhanger erachter is verboden.
  • Passagiers moeten zo veel mogelijk in het trekkende voertuig plaatsnemen.
  • De afstand tussen het trekkende voertuig en het gesleepte voertuig moet kleiner zijn dan 5 meter. Het gebruik van een rode vlag in het midden is niet verplicht.
  • Zet de alarmlichten aan van beide auto's.
  • Verkeersborden die gelden voor aanhangers, gelden ook voor gesleepte voertuigen. Zo geldt het bord C10 (gesloten voor motorvoertuigen met aanhangwagen) ook voor een auto die een andere auto sleept. 

Caravan en aanhangwagen

Afmetingen, maxima

 Nederlandopm.
Breedte combinatie (excl. spiegels)2,55 m(A)
Hoogte combinatie4 m 
Lengte aanhanger (incl. dissel)12 m 
Lengte combinatie18 m 
  • (A) De maximale breedte van een auto met caravan of aanhangwagen is 2,55 m op verharde wegen, maar slechts 2,20 m op onverharde wegen.
  • De maximale hoogte van een caravan en een aanhangwagen is 4 m.

Veiligheidskabel

  • Het is verplicht elke caravan of aanhangwagen te zekeren met een veiligheidskabel: een losbreekkabel bij een geremde aanhanger of een hulpkoppeling (vaste staalkabel) bij een ongeremde aanhanger. In Nederland is het volgende verplicht bij een veiligheidskabel: hang de kabel niet los over de trekhaak, maar bevestig hem altijd ook aan een oog of beugel aan de trekhaak of het chassis van het trekkende voertuig.
  • Ga naar anwb.nl/kamperen/caravan/rijden-met-de-caravan/koppeling/losbreekkabel voor meer informatie over het bevestigen van een losbreekkabel.

Lading op een aanhangwagen

Bijzonderheden

Plaats op de weg
  • Als je met een combinatie (auto met caravan of aanhanger) die langer is dan 7 meter, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken rijdt, mag je uitsluitend de twee meest rechtse rijstroken gebruiken. Het is in dat geval verboden op een andere rijstrook te rijden. Dit verbod geldt niet als je moet voorsorteren.

Winterbanden en winterregels

Winterbanden

  • Aangeraden bij winterse omstandigheden - Winterbanden zijn in Nederland niet verplicht, maar het gebruik ervan wordt aangeraden in de winter.
  • De ANWB adviseert je winterbanden met het sneeuwvloksymbool (3PMSF) te gebruiken. Meer informatie: anwb.nl/winterbanden.

Sneeuwkettingen

  • Verboden - Het gebruik van sneeuwkettingen op de openbare weg is verboden in Nederland omdat ze schade kunnen veroorzaken aan het wegdek of wegmarkeringen en op die manier de verkeersveiligheid in gevaar kunnen brengen. (In uitzonderlijke individuele gevallen mag je ze wel gebruiken, mits je contact opneemt met de beheerder van de weg waarop je met sneeuwkettingen wilt rijden.)

Spijkerbanden

  • Verboden - Het gebruik van spijkerbanden is verboden in Nederland omdat de spikes van deze banden te veel schade aan het wegdek veroorzaken.

Motor

  • Hier worden de belangrijkste verkeersregels gegeven voor het rijden op een motor.
  • Voor een motorscooter gelden precies dezelfde regels als voor een motor.

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht voor zowel bestuurder als passagier.

Verlichting

  • Je moet dimlicht voeren wanneer het zicht overdag ernstig wordt belemmerd en 's nacht (na zonsondergang).
  • Je wordt geadviseerd om overdag op de motor altijd je dimlicht (of dagrijlicht) te gebruiken omdat je dan beter opvalt in het verkeer. Op motorplatform.nl vind je tips om beter op te vallen in het verkeer.

Spiegels

  • Op een motor (die in gebruik is genomen na 16-6-2003) is zowel een linkerspiegel als een rechterspiegel verplicht.

Passagiers

  • Je mag alleen een passagier vervoeren op de motor als daarop een voor een passagier bestemde zitplaats aanwezig is.
Kinderen
  • Kinderen die op de motor worden vervoerd, moeten een goedgekeurde helm dragen en mogen alleen op een voor een passagier bestemde zitplaats zitten.
  • De wet geeft voor het vervoer van kinderen op de motor geen specifieke informatie. Er zijn geen regels wat betreft leeftijd, lengte of het gebruik van kinderzitjes voor het vervoer van kinderen op de motor. Je moet dus zelf beoordelen of het veilig is om het kind te vervoeren. Let extra op bescherming van de voeten en laat het kind passende beschermende kleding dragen.

Aanhanger

  • Het is toegestaan om een aanhanger aan een motor te koppelen.
  • De maximale breedte voor aanhangers van motoren is 2 m en de maximale hoogte 1 m.
  • De aanhanger moet zijn voorzien van een kentekenplaat en verlichting.
  • Je mag met een motor met zijspan alleen een aanhanger trekken als het wiel van de zijspanwagen een rem heeft.

Filerijden

  • Je mag op de motor in een file langzaam tussen de auto’s door rijden.
  • Het snelheidsverschil tussen de motor en de auto’s in de file mag niet meer zijn dan 10 km/h.
Gedragscode
  • Er zijn in de wet geen specifieke regels voor het filerijden opgenomen, maar er is wel een filegedragscode opgesteld die door de belangrijkste organisaties op het gebied van verkeersveiligheid wordt ondersteund.
  • Deze gedragscode bevat onder andere de volgende waarschuwingen en spelregels voor motorrijders in de file:
    • Houd er rekening mee dat je relatief slecht zichtbaar bent voor automobilisten en dat automobilisten je snelheid vaak slecht kunnen inschatten.
    • Rijd rustig tussen de voertuigen door. Het verschil in snelheid mag niet meer dan 10 km/h zijn.
    • Wees extra alert op automobilisten die plotseling van rijstrook wisselen of hun portier openen.
    • Gebruik je alarmlichten als je een file nadert om het overige verkeer op de file te attenderen. Gebruik echter geen alarmlichten of richtingaanwijzers tijdens het rijden door de file om verwarring bij automobilisten te voorkomen.
    • Ben je het laatste voertuig in een file, gebruik ook dan je alarmlichten of je remlicht om het achteropkomende verkeer te waarschuwen. Ga bij voorkeur tussen de wachtende auto's staan als dat mogelijk is, want dat is veiliger.
    • Gebruik voor het filerijden op snelwegen met meer dan twee rijstroken, de ruimte tussen de auto's op de twee meest linkse rijstroken.
    • Voeg weer in als de file weer op gang komt en gebruik daarbij je richtingaanwijzers.
  • De gedragscode omvat ook waarschuwingen en spelregels voor automobilisten om te zorgen dat zij aandacht en ruimte geven aan motorrijders in een file. Je vindt de gedragscode op motorplatform.nl/over-ons/samenspel-in-de-file
  • Zie ook anwb.nl/verkeer/nieuws/nederland/2011/maart/vijf-vragen-over-motoren-in-de-file voor meer informatie over de filegedragscode en filerijden op de motor.

Slepen

  • Je mag met een motor geen motorvoertuig slepen en je motor mag ook niet door een ander voertuig worden gesleept.

Parkeren

  • Een motor moet je waar mogelijk parkeren in een parkeervak, net als een auto.
  • In veel gemeenten is het toegestaan je motor op de stoep te parkeren. Je mag daarmee anderen niet in gevaar brengen en je geparkeerde motor mag voetgangers en rolstoelgebruikers niet hinderen. Een motor met zijspan mag daarom vaak niet op de stoep staan.
  • In gemeenten waar speciale motorparkeerplaatsen aanwezig zijn, is parkeren op de stoep soms niet toegestaan.
  • Informeer eventueel bij de gemeente of je op de stoep mag parkeren.

Trike en quad

Bromfiets en snorfiets

  • Hier worden enkele belangrijke verkeersregels vermeld voor de bromfiets en de snorfiets. Het verschil tussen een bromfiets en een snorfiets zit hem in de constructiesnelheid, dat wil zeggen de snelheid waarvoor het voertuig is gemaakt. De regels voor een bromfiets (45 km/h) gelden ook voor een bromscooter en de regels voor een snorfiets (25 km/h) gelden ook voor een snorscooter
  • Ook voor een quad of trike die is goedgekeurd als bromfiets, gelden dezelfde regels als voor een bromfiets.
  • Een brommobiel is voor de wet ook een bromfiets, maar hiervoor gelden enkele afwijkende regels, die verderop apart worden besproken.
  • Voor een gehandicaptenvoertuig met een motor en een maximumsnelheid van 45 km/h, zoals een scootmobiel, gelden bijzondere regels, die ook verderop apart worden vermeld. 

Veilig rijden

Rijden onder invloed
  • Voor bestuurders van een bromfiets, snorfiets, quad, trike, brommobiel of gehandicaptenvoertuig is het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed 0,5 promille (of 220 microgram per liter uitgeademde lucht bij een blaastest).
  • Als je een beginnend bestuurder bent van een voertuig waarvoor een rijbewijs is vereist, geldt een strengere limiet en is het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed 0,2 promille
  • Let op: Als je vóór je 18e verjaardag je rijbewijs AM behaalt, ben je 7 jaar lang beginnend bestuurder. Als je 18 jaar of ouder bent wanneer je je rijbewijs haalt, ben je 5 jaar lang beginnend bestuurder. Ga voor meer informatie naar anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/rijbewijs/beginnend-bestuurder.
Mobiele telefoon
  • Bestuurders van een bromfiets, snorfiets, quad, trike, brommobiel of gehandicaptenvoertuig mogen tijdens het rijden geen telefoon of ander elektronisch apparaat vasthouden.

Bromfiets

  • Om een bromfiets te kunnen besturen, moet je minimaal 16 zijn en heb je een bromfietsrijbewijs (rijbewijs AM) nodig. Als je in het bezit bent van een autorijbewijs (rijbewijs B) of motorrijbewijs (rijbewijs A), heb je geen apart bromfietsrijbewijs nodig.
  • De bromfiets heeft een kleine gele kentekenplaat.
Helm
  • Op de bromfiets moet je een goedgekeurde bromfietshelm (norm ECE 22.05) dragen. Ook een eventuele passagier moet een goedgekeurde bromfietshelm dragen.
Verlichting
  • Voor een bromfiets is 's nachts en bij slecht zicht overdag dimlicht verplicht.
Spiegel
  • Bromfietsen die na 31 december 2006 in gebruik zijn genomen, moeten ten minste zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel.
Passagiers
  • Je mag op een bromfiets alleen een passagier meenemen als er een voor een passagier bestemde zitplaats aanwezig is.
  • Kinderen beneden de 8 jaar mogen alleen achter op een of bromfiets worden vervoerd als er een veilige zitplaats aanwezig is met voldoende steun voor rug, handen en voeten. Dit betekent in de praktijk dat kinderen in een passend kinderzitje moeten worden vervoerd.
  • Kinderen die achter op een bromfiets worden vervoerd, moeten een goedgekeurde helm dragen (controleer of het Europese keurmerk, een omcirkelde E met een nummer, op het label voorkomt).
  • Om te voorkomen dat een voet van het kind tussen de spaken komt, is het verstandig te zorgen voor een goede spaakafscherming. Dit is een scherm van hard plastic dat tussen de voetensteun en het wiel is geplaatst. 
  • Kinderen mogen niet in de laadbak van een (bak)bromfiets worden vervoerd.
Aanhanger
  • Je mag een aanhanger trekken, mits deze niet hoger en breder is dan 1 m.
  • Met een bromfiets met aanhanger, die met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 meter, mag je ook de rijbaan gebruiken.
  • Je mag geen personen vervoeren in een aanhanger die wordt getrokken door een bromfiets.
Plaats op de weg
  • Met een bromfiets is het verboden om op het fietspad te rijden.
  • Je moet op het verplichte fiets/bromfietspad rijden als dat aanwezig is of anders op de rijbaan rijden.
  • Als je met een bromfiets op het brom/fietspad rijdt, moet je je aan de regels voor fietsers houden, maar als je op de rijbaan rijdt, moet je je houden aan de regels voor auto's en motoren en dit betekent onder andere het volgende:
    • Je mag niet rechts inhalen (tenzij je links afslaand verkeer wilt passeren).
    • Je mag geen gebruikmaken van fietsstroken op de rijbaan (en dus ook niet voorsorteren op een fietsstrook).
Naast elkaar rijden
  • Op een bromfiets mag je niet met z'n tweeën naast elkaar, of naast een fietser rijden.
Parkeren
  • Je kunt een bromfiets parkeren op het trottoir, het voetpad, de berm of andere aangewezen plekken.

Snorfiets

  • Om een snorfiets te kunnen besturen, moet je minimaal 16 zijn en heb je een bromfietsrijbewijs (rijbewijs AM) nodig. Als je in het bezit bent van een autorijbewijs (rijbewijs B) of motorrijbewijs (rijbewijs A), heb je geen apart bromfietsrijbewijs nodig.
  • De snorfiets heeft een kleine blauwe kentekenplaat.
Helm
  • Op een snorfiets hoef je geen helm te dragen. 
  • Amsterdam: zie 'Snorfiets in Amsterdam'.
Verlichting
  • Voor een snorfiets is 's nachts en bij slecht zicht overdag dimlicht verplicht.
Spiegel
  • Snorfietsen die na 31 december 2006 in gebruik zijn genomen, moeten ten minste zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel.
Passagiers
  • Je mag op een snorfiets alleen een passagier meenemen als er een voor een passagier bestemde zitplaats aanwezig is.
  • Het is verboden een passagier te vervoeren op de bagagedrager van een snorfiets.
  • Kinderen beneden de 8 jaar mogen alleen achter op een snorfiets worden vervoerd als er een veilige zitplaats aanwezig is met voldoende steun voor rug, handen en voeten. Dit betekent in de praktijk dat kinderen in een passend kinderzitje moeten worden vervoerd.
  • Kinderen die achter op een snorfiets worden vervoerd, hoeven geen helm te dragen.
  • Om te voorkomen dat een voet van het kind tussen de spaken komt, is het verstandig te zorgen voor een goede spaakafscherming. Dit is een scherm van hard plastic dat tussen de voetensteun en het wiel is geplaatst. 
Aanhanger
  • Je mag een aanhanger trekken met een snorfiets, mits deze niet hoger en breder is dan 1 m.
  • Je mag geen personen vervoeren in een aanhanger die wordt getrokken door een snorfiets.
Plaats op de weg
  • Met een snorfiets moet je op het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad rijden als dat aanwezig is of anders op de rijbaan.
  • Let op: Als je een snorfiets met een verbrandingsmotor bestuurt, mag je op een onverplicht fietspad alleen met uitgeschakelde motor rijden.
  • Amsterdam: zie 'Snorfiets in Amsterdam'.
Naast elkaar rijden
  • Op een snorfiets mag je niet met z'n tweeën naast elkaar, of naast een fietser rijden.
Parkeren
  • Je kunt een snorfiets parkeren op het trottoir, het voetpad, de berm of andere aangewezen plekken.
Snorfiets in Amsterdam

Trike en quad

Brommobiel

  • Een brommobiel is een bromfiets met meer dan twee wielen die op een kleine personenauto lijkt en een constructiesnelheid van 45 km/h heeft. Een brommobiel heeft een kleine gele kentekenplaat. 
  • Een brommobiel is te herkennen aan een ronde witte sticker (of rond wit bordje) met een rode rand met de aanduiding 45 (km).
  • Let op: Een brommobiel is niet hetzelfde als een gehandicaptenvoertuig.
  • Om een brommobiel te kunnen besturen, moet je minimaal 16 zijn en heb je een bromfietsrijbewijs (AM) nodig. Als je in het bezit bent van een autorijbewijs (rijbewijs B) of motorrijbewijs (rijbewijs A), heb je geen bromfietsrijbewijs nodig.
Veiligheidsgordels of helm
  • In een brommobiel moet je gordels dragen, maar hoef je geen helm op. Als je rijdt in een open brommobiel waarin geen gordels aanwezig zijn, is een goedgekeurde bromfietshelm wel verplicht.
Verlichting
  • Voor brommobielen is 's nachts en bij slecht zicht overdag dimlicht verplicht.
Spiegel
  • Brommobielen met een gesloten carrosserie die die na 31 december 2006 in gebruik zijn genomen, moeten een binnenspiegel en een linkerbuitenspiegel hebben of een linker- en een rechterbuitenspiegel.
Plaats op de weg
  • Met een brommobiel is het verboden om op het fietspad te rijden. Je mag alleen op de rijbaan rijden.
  • Als bestuurder van een brommobiel moet je de verkeersregels voor personenauto's en motoren volgen.
  • Het is echter verboden om met een brommobiel te rijden op autowegen, autosnelwegen en wegen die gesloten zijn voor langzaam verkeer.
  • Het is wel toegestaan om met een brommobiel op een 80-kilometerweg te rijden, maar op veel drukke 80-kilometerwegen wordt een brommobiel geweerd via het bord C9 (weg gesloten voor onder andere tractoren, bromfietsen, fietsen en brommobielen).

Gehandicaptenvoertuig

  • Een gehandicaptenvoertuig met motor is een voertuig dat is ingericht voor vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 m en een maximumsnelheid heeft van 45 km/h. 
  • Voorbeelden van gehandicaptenvoertuigen met motor zijn: een elektrische rolstoel, scootmobiel of gesloten gehandicaptenvoertuig, zoals de Canta.
  • Let op: Een brommobiel behoort niet tot de gehandicaptenvoertuigen, ook niet als deze is ingericht voor vervoer van een gehandicapte.
  • Als het gehandicaptenvoertuig harder kan dan 10 km/h, moet je minimaal 16 zijn om erop te mogen rijden (ontheffing voor jongere bestuurders is mogelijk). 
  • Voor een gehandicaptenvoertuig zonder motor gelden de verkeersregels voor voetgangers (op het voetpad) of fietsers (op fietspad en rijbaan).
Veiligheidsgordel
  • In een gehandicaptenvoertuig is het dragen van een veiligheidsgordel niet verplicht.
Verlichting
  • Voor gehandicaptenvoertuigen is 's nachts en bij slecht zicht overdag dimlicht verplicht. Dit geldt niet als je op de stoep rijdt.
Plaats op de weg
  • Als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig met motor mag je op de stoep, het voetpad, het fiets/bromfietspad of de rijbaan rijden. Als er meerdere wegonderdelen naast elkaar aanwezig zijn, mag je zelf kiezen waar je wilt rijden. 
  • Als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig moet je je houden aan de verkeersregels die gelden voor de weg waarop je rijdt: op de stoep ben je bijvoorbeeld een voetganger, op het fietspad een fietser en op de rijbaan een auto. 
  • Het is verboden om met een gehandicaptenvoertuig te rijden op autowegen, autosnelwegen en wegen die gesloten zijn voor langzaam verkeer.

Fiets

  • Hier worden enkele belangrijke verkeersregels vermeld voor de fiets en de standaard elektrische fiets (die trapondersteuning biedt tot 25 km/h).
  • Voor een speedpedelec (snelle elektrische fiets die trapondersteuning biedt tot 45 km/h) gelden speciale regels die verderop apart worden beschreven.

Fiets en elektrische fiets

  • De verkeersregels voor de fiets gelden ook zonder uitzondering voor een standaard elektrische fiets die trapondersteuning biedt tot 25 km/h.
  • Een elektrische fiets (of e-bike) heeft de volgende kenmerken: 
    • Je moet meetrappen om vooruit te komen.
    • De fiets biedt trapondersteuning tot 25 km/h.
    • De elektromotor van de fiets heeft een vermogen van maximaal 250 watt.
  • Je hebt voor een standaard elektrische fiets geen rijbewijs of kenteken nodig en ook geen WA-verzekering.
  • Voor het rijden op deze fiets geldt geen minimumleeftijd.
  • Zie ook anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer/verkeersregels/regels-voor-elektrische-fietsen voor meer informatie.
Helm
  • Het dragen van een helm op de fiets is niet verplicht, ook niet voor een standaard elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 km/h. (Op een speedpedelec is een helm wél verplicht.)
Mobiele telefoon
  • Het is verboden om tijdens het fietsen een telefoon of ander elektronisch apparaat vast te houden. Voor bellen, appen, het scherm lezen en navigeren tijdens het fietsen kun je een boete krijgen.
  • Je mag je telefoon wel handsfree gebruiken, bijvoorbeeld met oortjes of een koptelefoon, maar dan moet je zorgen dat je het omgevingsgeluid kunt blijven horen, bijvoorbeeld door het volume zacht genoeg te zetten of maar één oortje in te doen. 
  • Je mag tijdens het fietsen ook geen apparaat vasthouden om te navigeren. Je mag je telefoon of navigatieapparaat wel in een houder op het stuur plaatsen.
Verlichting
  • Als fietser moet je 's nachts en ook overdag bij slecht zicht, je voor- en achterlicht laten branden.
  • Voor moet het licht de kleur wit of geel hebben; achter moet het licht de kleur rood hebben.
  • Het licht moet recht vooruit schijnen en mag niet knipperen of te veel bewegen.
  • In plaats van vaste lampen op de fiets zijn ook losse lampjes toegestaan. Je mag deze lampjes op je borst en rug dragen. Je kunt dan de lampjes vastmaken aan kleding en/of tassen. Je moet er dan wel voor zorgen dat er niets over de lampjes heen hangt en ze goed zichtbaar zijn.
  • De fiets moet daarnaast voorzien zijn van een rode reflector achter, gele of witte reflectoren op de wielen en oranje of gele reflectoren aan de trappers.
Passagiers
  • Het is toegestaan om één passagier van 8 jaar of ouder achter op de bagagedrager van de fiets mee te nemen. Houd er rekening mee dat de meeste bagagedragers niet geschikt zijn voor het vervoer van passagiers.
Kinderen
  • Kinderen jonger dan 8 jaar mogen alleen op de fiets of elektrische fiets vervoerd worden als ze zitten op een doelmatige en veilige zitplaats met voldoende steun voor rug, handen en voeten. Dit komt er in de praktijk op neer dat ze in een speciaal kinderfietsstoeltje moeten zitten.
  • Het is verstandig te zorgen voor een goede spaakafscherming om te voorkomen dat een voet van het kind tussen de spaken komt.
Aanhanger
  • Je mag achter je fiets een aanhanger trekken die niet breder is dan 1 m.
  • Je moet met je aanhanger op het verplichte fietspad rijden, maar als de aanhanger inclusief lading breder is dan 0,75 m, mag je, als je dat wilt, ook op de rijbaan rijden. 
Naast elkaar rijden
  • Fietsers mogen met zijn tweeën naast elkaar rijden. Ze mogen echter geen hinder veroorzaken voor het overige verkeer.
Rechts inhalen
  • Fietsers moeten elkaar altijd links inhalen, maar ze mogen andere bestuurders ook rechts inhalen.
Fietsen onder invloed
  • Fietsers mogen niet onder invloed van drugs of alcohol zijn.
  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille (of 220 microgram per liter uitgeademde lucht bij een blaastest).
Plaats op de weg
  • Als fietser moet je op een verplicht fietspad of fiets-/bromfietspad rijden als dat aanwezig is. Een verplicht fietspad of fiets-/bromfietspad herken je aan een rond blauw verkeersbord met een witte fiets (bord G11) of een witte fiets en bromfiets (bord G12a). 
  • Als fietser mag je gebruikmaken van een onverplicht fietspad. Een onverplicht fietspad is te herkennen aan een rechthoekig blauw verkeersbord met het woord fietspad (bord G13).
  • Als er geen fietspad is, moet je van de rijbaan gebruikmaken.
  • Het is verboden om met de fiets op het trottoir of op een busbaan te rijden.
  • Fietsen met meer dan twee wielen mogen op de rijbaan rijden als ze breder zijn dan 0,75 meter.

Speedpedelec

  • Een speedpedelec is een tweewieler met elektrische trapondersteuning tot maximaal 45 km/h.
  • De speedpedelec moet een kleine gele kentekenplaat hebben. Je moet het kentekenbewijs bij je hebben.
  • Om een speedpedelec te kunnen besturen, moet je minimaal 16 zijn en heb je een bromfietsrijbewijs (rijbewijs AM) nodig. Als je in het bezit bent van een autorijbewijs (rijbewijs B) of motorrijbewijs (rijbewijs A), heb je geen bromfietsrijbewijs nodig.
  • Voor een speedpedelec is een WA-verzekering verplicht.
  • Een speedpedelec kan veel harder dan een standaard elektrische fiets en daarom gelden hiervoor dan ook grotendeels dezelfde verkeersregels als voor een bromfiets. Zie ook anwb.nl/juridisch-advies/in-het-verkeer (kijk bij Verkeersregels) en rijksoverheid.nl/onderwerpen/fiets/vraag-en-antwoord/welke-regels-gelden-voor-speed-pedelec voor meer informatie.
Helm
  • Als bestuurder van een speedpedelec moet je een goedgekeurde bromfietshelm (norm ECE 22.05) of een goedgekeurde speedpedelec-helm (norm NTA 8776:2016) dragen.
Rijden onder invloed
  • Voor bestuurders van een speedpedelec is het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed 0,5 promille. Voor beginnend bestuurders, is dat 0,2 promille. 
Mobiele telefoon
  • Ook op een speedpedelec is het verboden om een mobiele telefoon of een ander elektronisch apparaat vast te houden.
Spiegel
  • Op een speedpedelec moet een achteruitkijkspiegel aanwezig zijn.
Plaats op de weg
  • Met een speedpedelec is het verboden om op het fietspad te rijden.
  • Je moet op het verplichte fiets/bromfietspad rijden als dat aanwezig is of anders op de rijbaan.
  • Let op: Als je met een speedpedelec op het brom/fietspad rijdt, moet je je aan de regels voor fietsers houden, maar als je op de rijbaan rijdt, moet je je houden aan de regels voor auto's en motoren en dit betekent onder andere het volgende:
    • Je mag niet rechts inhalen (tenzij je links afslaand verkeer wilt passeren).
    • Je mag geen gebruikmaken van fietsstroken op de rijbaan (en dus ook niet voorsorteren op een fietsstrook).

Gemotoriseerd rijwiel

  • Een gemotoriseerd rijwiel (voertuigsubcategorie L1e-A) is een elektrische fiets die trapondersteuning biedt tot 25 km/h, maar voldoende vermogen heeft, namelijk maximaal 1000 watt, om ook zonder trapondersteuning te rijden. 
  • Voor een gemotoriseerd rijwiel gelden de verkeersregels van een snorfiets.
  • Om op een gemotoriseerd rijwiel te mogen rijden, moet je 16 zijn en ten minste een bromfietsrijbewijs hebben.
  • Een helm is voor een gemotoriseerd rijwiel niet verplicht.

Fietsendrager

Elektrische step

  • In Nederland wordt een elektrische step ook e-step genoemd of elektrische scooterstep
  • Let op: Alleen met een zeer beperkt aantal elektrische steps die door de overheid zijn aangewezen als bijzondere bromfiets, mag je op de openbare weg rijden (kijk op rdw.nl/over-rdw/actueel/dossiers/bijzondere-bromfietsen om na te gaan welke dat zijn). Met alle andere elektrische steps is het verboden om op de openbare weg te rijden. 

Eisen

  • Een elektrische step die is goedgekeurd als bijzondere bromfiets, mag niet harder kunnen dan 25 km/h, heeft een maximumvermogen van 4 kW, moet zijn voorzien van een verzekeringsplaatje en een voertuigidentificatienummer en moet zijn uitgerust met reflectoren.  
  • Minimumleeftijd: 16 jaar.
  • Rijbewijs: niet nodig.
  • Helm: niet verplicht, maar wordt wel aangeraden.

Verkeersregels

  • Je moet de verkeersregels en verkeerstekens voor fietsers volgen.
  • Je moet op het fietspad rijden als dat aanwezig is en anders op de rijbaan.
  • Het is in Nederland verboden op de stoep te rijden.
  • De maximumsnelheid is 25 km/h.
  • In het donker en bij slecht zicht is het verplicht je voor- en achterlicht te laten branden (je mag ook lampjes gebruiken die aan je kleding of helm zijn bevestigd).
  • Een telefoon vasthouden is verboden.
  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille.

Verzekering 

  • Een WA-verzekering voor elektrische steps die zijn goedgekeurd als bijzondere bromfiets, is verplicht in Nederland.
  • De elektrische step moet zijn voorzien van een verzekeringsplaatje.
  • Controleer bij het huren van een elektrische step de verzekeringsvoorwaarden in het huurcontract.

Bijzonderheden

  • Gehandicapten mogen met een elektrische step die is aangewezen als bijzondere bromfiets, ook op de stoep of het voetpad rijden met een maximumsnelheid van 6 km/h.

Informatie

Bijzondere voertuigen

Mag ik ermee op de weg

  • Je mag lang niet met elk nieuw, innovatief gemotoriseerd voertuig of elektrisch speelgoedvervoermiddel dat verkrijgbaar is in de winkel of op internet, zomaar de weg op. Het vervoermiddel moet zijn goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg. Als dat niet het geval is, mag je alleen op eigen terrein rijden (zie verderop).
  • Elk nieuw gemotoriseerd vervoermiddel, of het nu gaat om elektrisch kinderspeelgoed of een hip gemotoriseerd voertuig voor volwassenen, moet altijd eerst door de RDW (Dienst Wegverkeer) worden gekeurd om na te gaan of het voldoet aan de Europese regels en dus veilig is, voordat het de openbare weg op mag. 
  • Als je toch op de openbare weg rijdt met een gemotoriseerd vervoermiddel dat niet is goedgekeurd, kun je een boete krijgen en kan bovendien het speelgoed of voertuig in beslag genomen worden. 
  • Daarnaast ben je met een niet-goedgekeurd vervoermiddel niet verzekerd tegen schade die je aan anderen of eigendommen van anderen aanbrengt.
  • Controleer dus altijd vóór aanschaf of een bijzonder gemotoriseerd vervoermiddel of een nieuw elektrisch speelgoedje met wieltjes is goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg of vraag dit na bij de winkelier of fabrikant. 
  • Let op: Niet iedere fabrikant vermeldt duidelijk of zijn product wel of niet op de weg mag. Lees daarom ook de kleine lettertjes in een handleiding of op een webpagina of vraag na bij de fabrikant of winkelier of een nieuw gemotoriseerd voertuig of elektrisch speelgoed is goedgekeurd voor de openbare weg.

Eigen terrein

  • Als een gemotoriseerd voertuig of elektrisch speelgoed niet, of nog niet, is goedgekeurd door de RDW, mag je er alleen mee rondrijden op eigen terrein. 
  • Dit betekent dat je met je vervoermiddel bijvoorbeeld binnenshuis, op je erf of op je oprit mag rijden, maar ook op een camping of bedrijfsterrein of op het schoolplein (als de school dat toestaat). 
  • Het eigen terrein mag op geen enkele manier toegankelijk zijn voor openbaar verkeer. Dit betekent dat het moet zijn afgesloten, bijvoorbeeld met een hek of een bordje 'verboden toegang'. (Telkens wanneer hierna over eigen terrein wordt gesproken, wordt een eigen terrein bedoeld dat is afgesloten voor openbaar verkeer.)

Ongemotoriseerd vervoermiddel

  • Met vervoermiddelen op wieltjes zonder motor, zoals een step, skeelers, rolstoel of skateboard, mag je de openbare weg op. 
  • Voor de wet ben je een voetganger en moet je je houden aan de verkeersregels voor voetgangers. Op de stoep mag je alleen stapvoets (maximaal 6 km/h) rijden.
  • Anders dan een voetganger hoef je niet per se op de stoep, maar mag je ook op het fietspad ernaast rijden. Zo wordt volwassenen op een step met grotere wielen vaak aangeraden het fietspad te gebruiken. 
  • Je mag alleen op de rijbaan als er geen stoep, voetpad of fietspad aanwezig is.
  • Houd er rekening mee dat het in voetgangersgebieden verboden kan zijn om te skaten of steppen. 

Gehandicaptenvoertuig met motor

  • Een gehandicaptenvoertuig met motor is een speciaal gemotoriseerd voertuig dat is ingericht voor vervoer van een gehandicapte, dat niet breder is dan 1,10 m, niet langer dan 3,50 m en niet hoger dan 2 m en een maximumsnelheid heeft van 45 km/h.
  • Als het gehandicaptenvoertuig harder kan dan 10 km/h, moet je minimaal 16 zijn om ermee te mogen rijden (een ontheffing voor jongere bestuurders is mogelijk).
  • In een gehandicaptenvoertuig is het dragen van een veiligheidsgordel niet verplicht.
  • Voor gehandicaptenvoertuigen is 's nachts en bij slecht zicht overdag dimlicht verplicht. Dit geldt niet als je op de stoep rijdt.
  • Met een gehandicaptenvoertuig mag je zelf weten waar je wilt rijden: op de stoep, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of de rijbaan. Je moet je houden aan de verkeersregels die gelden voor de weg waarop je rijdt.
  • Het is verboden om met een gehandicaptenvoertuig te rijden op autowegen, autosnelwegen en wegen die gesloten zijn voor langzaam verkeer.
  • Let op: Met invalidenvoertuigen met een verbrandingsmotor mag je alleen buiten rijden en niet naar binnen in bijvoorbeeld gebouwen, winkels, winkelpassages en het openbaar vervoer.
  • Voor een gehandicaptenvoertuig met motor gelden de volgende maximumsnelheden:
    • Op het voetpad of de stoep 6 km/h.
    • Op het fietspad en fiets/bromfietspad binnen de bebouwde kom 30 km/h en buiten de bebouwde kom 40 km/h.
    • Op de rijbaan 45 km/h.
  • Kinderen tot 16 jaar mogen nooit harder dan 10 km/h rijden.
  • Voorbeelden van gehandicaptenvoertuigen met een motor zijn de elektrische rolstoel, de scootmobiel en de gehandicaptenauto.
  • Voor meer informatie zie hulpmiddelenwijzer.nl en rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijzondere-voertuigen/vraag-en-antwoord/wat-zijn-de-verkeersregels-voor-een-gehandicaptenvoertuig-met-een-motor.

Bijzondere bromfiets

  • Alternatieve gemotoriseerde vervoermiddelen die worden ontwikkeld, zoals elektrische steps, zelfbalancerende voertuigen of sta-driewielers, passen vaak niet in de bestaande wetgeving. Sinds 2011 is er daarom in Nederland de nieuwe categorie Bijzondere bromfietsen gecreëerd voor bepaalde innovatieve gemotoriseerde voertuigen. 
  • Innovatieve gemotoriseerde voertuigen die voldoen aan een aantal voorwaarden, kunnen na keuring door de RDW worden aangewezen als 'bijzondere bromfiets', wat betekent dat ze op de openbare weg mogen.
  • Een bijzondere bromfiets:
    • is niet hetzelfde als een gewone snor- of bromfiets;
    • valt niet onder een Europese verordening;
    • rijdt niet harder dan 25 km/h;
    • heeft 2, 3 of 4 wielen;
    • heeft een verbrandingsmotor (cilinderinhoud max. 50 cm3) of elektromotor (vermogen max. 4 kW);
    • is geen gehandicaptenvoertuig.
  • Tot de bijzondere voertuigen behoren bijvoorbeeld de Segway, Swing, Trikke en Paukool. Hiermee mag je op de openbare weg rijden.
  • Let op: Aan welke eisen een bijzondere bromfiets moet voldoen, is niet Europees vastgelegd, maar wordt per land bepaald. Daarom is het mogelijk dat je in het buitenland bijvoorbeeld wel op een bepaalde elektrische step mag rijden en in Nederland niet.
  • Gehandicapten mogen met een bijzondere bromfiets ook op de stoep of het voetpad rijden met een maximumsnelheid van 6 km/h.
  • Kinderen met een handicap die jonger zijn dan 16 jaar, mogen met een bijzondere bromfiets rijden als ze beschikken over een OV-Begeleiderskaart, Valyspas of WMO-pas.
  • Zie voor actuele informatie: rdw.nl/over-rdw/actueel/dossiers/bijzondere-bromfietsen.

WA-verzekering

  • Alleen als een gemotoriseerd vervoermiddel door de RDW is goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg, kun je er een WA-verzekering (Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen, WAM) voor afsluiten. 
  • Een WA-verzekering die je voor je voertuig hebt afgesloten, vergoedt de schade (zowel letselschade als zaakschade) die je met je voertuig bij een ander veroorzaakt. 
  • Een WA-verzekering is verplicht voor een auto, motor, scooter, bromfiets, bijzondere bromfiets, speedpedelec, snorfiets en gehandicaptenvoertuig. 
  • Als je voor je voertuig geen WA-verzekering hebt afgesloten, mag je met dat voertuig niet de weg op. Als je dat toch doet, kun je een hoge boete krijgen. 
  • Zie ook rijksoverheid.nl/onderwerpen/auto/vraag-en-antwoord/wa-verzekering-voertuig voor meer informatie.

Boete

  • Je kunt voor het rijden met een niet-goedgekeurd gemotoriseerd voertuig een boete krijgen voor het rijden zonder rijbewijs van maximaal € 370. 
  • Voor het rijden zonder kentekenbewijs kun je een boete krijgen van maximaal € 400. 
  • Voor het rondrijden met een gemotoriseerd vervoermiddel zonder verplichte WA-verzekering is de boete maximaal € 600.
  • Bovendien kan het vervoermiddel in beslag worden genomen.

Overzichtstabel bijzondere vervoermiddelen

  • In de onderstaande overzichtstabel vind je een lijst met bijzondere vervoermiddelen en kun je per vervoermiddel zien je hoe oud je moet zijn om ermee te mogen rijden, of je een rijbewijs nodig hebt, of een gordel of helm verplicht is en waar en hoe snel je mag rijden.
  • Als je in deze overzichtstabel 'als bromfiets', 'als step' en dergelijke ziet staan, kun je in de naslagtabel (onder de overzichtstabel) zien wat precies de plaats op de weg is en wat de maximumsnelheden zijn voor het vervoermiddel.
  • Staat je vervoermiddel er niet bij, kijk dan verderop bij de uitgebreide beschrijvingen van de bijzondere vervoermiddelen, waar ook varianten, alternatieve namen en merknamen worden genoemd.
 min.leeftijdrijbewijsgordel/helm

plaats op de weg

   max.snelheid
airwheeln.v.t.n.v.t.n.v.t.eigen terreinn.v.t.
bakfietsgeengeengeenals fiets (B)geen

brombakfiets

16 jaarAMgeen

als bromfiets (B)

als bromfiets

brommobiel

16 jaarAMgordel/helm (D)

rijbaan (C)

45 km/h
driewielig motorrijtuig (div.)18 jaarA (H)gordel/helm (D)als autoals auto
driewielige motorscooter18 jaarA (H)helmals autoals auto
elektrische fiets, e-bikegeengeengeenals fiets25 km/h
elektrische step, e-step (A)16 jaargeengeenals fiets (G)25 km/h
elektrisch skateboardn.v.t.n.v.t.n.v.t.eigen terreinn.v.t.
elektrische driewieler (A)16 jaargeengeenals fiets (G)25 km/h
gehandicaptenauto16 jaar (E)geengeenoveral (C)als bromfiets (F)
go-pedn.v.t.n.v.t.n.v.t.eigen terreinn.v.t.
hoverboardn.v.t.n.v.t.n.v.t.eigen terreinn.v.t.
minibiken.v.t.n.v.t.n.v.t.eigen terreinn.v.t.
motorstep (bromfiets)16 jaarAMhelmals bromfietsals bromfiets
motorstep (snorfiets)16 jaarAMgeenals snorfiets25 km/h
quad (zonder goedkeuring)n.v.t.n.v.t.n.v.t.eigen terreinn.v.t.
quad (bromfiets)16 jaarAMhelmals bromfiets (B)als bromfiets
quad (driewielig motorrijtuig)18 jaarBgordel/helm (D)als autoals auto
quad (personenauto)18 jaarBgordelals autoals auto
scootmobiel16 jaar (E)geengeenoveral (C)als bromfiets (F)
segway-achtig voertuig16 jaargeengeenals snorfiets (G)25 km/h
skateboardgeengeengeenals stepgeen
skatesgeengeengeenals stepgeen
speedpedelec16 jaarAMhelmals bromfietsals bromfiets
stepgeengeengeenals stepgeen
step met stepondersteuninggeengeengeenals fiets25 km/h
trike (driewielige bromfiets)16 jaarAMgordel/helm (D)als bromfiets (B)bromfiets
trike (driewielig motorrijtuig)18 jaarA (H)gordel/helm (D)als autoals auto
  • A: Geldt alleen als het voertuig is goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg.
  • B: Met een fiets die breder is dan 0,75 m, mag je op de rijbaan rijden; met een bromfiets die breder is dan 0,75 m moet je op de rijbaan rijden.
  • C: Met dit voertuig mag je niet rijden op auto(snel)wegen en wegen die zijn gesloten voor langzaam verkeer.
  • D: Een helm is verplicht bij een open carrosserie als er geen veiligheidsgordel aanwezig is. 
  • E: Als het voertuig niet harder kan dan 10 km/h, geldt geen minimumleeftijd.
  • F: Op de rijbaan 45 km/h, op het fietspad en fiets/bromfietspad binnen de bebouwde kom 30 km/h en daarbuiten 40 km/h en op de stoep 6 km/h.
  • G: Gehandicapten mogen met dit voertuig ook op de stoep met een maximumsnelheid van 6 km/h.
  • H: Tenzij je vóór 19 januari 2013 rijbewijs B hebt gehaald; in dat geval mag je met rijbewijs B het voertuig besturen.

Naslagtabel

 plaats op de wegmaximumsnelheid (in km/h)
step
  • stoep, voetpad of fietspad
  • rijbaan als stoep, voetpad of fietspad ontbreekt
  • step: geen
  • voertuigen op stoep: 6
fiets
  • verplicht fietspad of fiets/bromfietspad
  • rijbaan als verplicht fietspad of fiets/bromfietspad ontbreekt
  • onverplicht fietspad
  • geen
snorfiets
  • verplicht fietspad of fiets/bromfietspad
  • rijbaan als verplicht fietspad of fiets/bromfietspad ontbreekt
  • onverplicht fietspad alleen met uitgeschakelde verbrandingsmotor 
  • binnen en buiten bebouwde kom: 25 
bromfiets
  • fiets/bromfietspad
  • rijbaan als fiets/bromfietspad ontbreekt
binnen bebouwde kom:
  • op fiets/bromfietspad 30
  • op rijbaan 45
buiten bebouwde kom:
  • op fiets/bromfietspad 40
  • op rijbaan 45
auto
  • rijbaan
  • autoweg
  • autosnelweg
  • binnen bebouwde kom: 50
  • buiten bebouwde kom: 80
  • op autoweg: 100
  • op autosnelweg: 130

Airwheel

  • Een airwheel is één wiel met aan weerszijden een voetsteun waarop de bestuurder staat en heeft geen stuur of zitplaats.
  • Een airwheel wordt aangedreven door een elektromotor.
  • Je kunt een airwheel besturen door je gewicht te verplaatsen.
  • Je mag met een airwheel niet op de openbare weg, dus ook niet op de stoep en niet op het fietspad. Je mag alleen op eigen terrein rijden. 
  • Let op: Je kunt voor een airwheel geen WA-verzekering afsluiten, dus als je hiermee schade aanricht, wordt die niet door de verzekering vergoed. 
  • Andere namen: monowiel, elektrische eenwieler.
  • Merknamen: o.a. Airwheel, FutureWheel, King Song, Monowheel.

Bakfiets

  • Een bakfiets is een fiets met een grote bak voorop die is bedoeld voor het vervoer van goederen of kinderen.
  • De meeste bakfietsen hebben twee of drie wielen en sommige zelfs vier.
  • Als een bakfiets breder is dan 0,75 m of een lading heeft die breder is dan 0,75 m, mag je ermee op de rijbaan rijden.
  • Voor bestuurders van een bakfiets met twee wielen, gelden dezelfde regels als voor 'gewone' fietsers. Je moet op het fietspad of fiets/bromfietspad rijden en als dat er niet is op de rijbaan.
  • Voor het rijden met een bakfiets met drie of vier wielen gelden enkele uitzonderingen:
    • Je mag niet met z'n tweeën naast elkaar rijden.
    • Je mag in een eenrichtingsstraat niet tegen de richting van het gemotoriseerde verkeer inrijden als dat voor fietsers wel is toegestaan.
    • Je mag niet meer passagiers vervoeren dan er beveiligde zitplaatsen zijn.

Brombakfiets

  • Een brombakfiets is een bromfiets met een grote bak voorop die is bedoeld voor het vervoer van goederen.
  • Op een brombakfiets mag een passagier worden vervoerd die achter de bestuurder zit.
  • Let op: Het is verboden personen in de bak van een brombakfiets te vervoeren.
  • De brombakfiets kan zijn voorzien van een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van maximaal 50 cc. 
  • Er zijn ook elektrische brombakfietsen die een elektromotor met een vermogen van maximaal 4 kW hebben.
  • De constructiesnelheid van een brombakfiets is maximaal 45 km/h.
  • De bestuurder en eventuele passagier van een brombakfiets hoeven geen helm te dragen.
  • Met een brombakfiets moet je op het fiets/bromfietspad of, als dat niet aanwezig is, op de rijbaan rijden.
  • Let op: Als je brombakfiets breder is dan 0,75 m, mag je niet op het fiets/bromfietspad rijden, maar moet je altijd op de rijbaan rijden. 
  • De maximumsnelheden die gelden voor een brombakfiets, zijn gelijk aan die voor een bromfiets.
  • Andere naam: bakbrommer.
  • Merknamen: o.a. Apollo, Batavus, CargoBee (elektrisch), Cyrus, Gazelle, Huisman, Lely, Monark.

Brommobiel

  • Een brommobiel is een bromfiets met meer dan twee wielen die lijkt op een kleine personenauto en een constructiesnelheid heeft van 45 km/h. Een brommobiel heeft een kleine gele kentekenplaat.
  • Een brommobiel is te herkennen aan een ronde witte sticker (of rond wit bordje) met een rode rand met de aanduiding 45 (km).
  • Een brommobiel heeft een verbrandingsmotor of een elektromotor.
  • Let op: Een brommobiel is geen gehandicaptenvoertuig, ook niet als deze is ingericht voor vervoer van een gehandicapte.
  • Om een brommobiel te kunnen besturen, moet je minimaal 16 zijn en heb je een bromfietsrijbewijs (AM) nodig. 
  • In een brommobiel moet je gordels dragen, maar hoef je geen helm op. Als je rijdt in een open brommobiel waarin geen gordels aanwezig zijn, is een goedgekeurde bromfietshelm wel verplicht.
  • Voor brommobielen is 's nachts en bij slecht zicht overdag dimlicht verplicht.
  • Met een brommobiel mag je alleen op de rijbaan rijden en dus niet op het fietspad en moet je de verkeersregels voor auto's volgen. Voor een brommobiel zijn autowegen en autosnelwegen verboden evenals wegen die gesloten zijn voor langzaam verkeer.
  • Je mag wel met een brommobiel op een 80-kilometerweg rijden, maar op veel drukke 80-kilometerwegen wordt een brommobiel geweerd via het verkeersbord C9 (weg gesloten voor onder andere tractoren, bromfietsen, fietsen en brommobielen).
  • Merknamen: o.a. Amica car, Aixam, Bellier, Biro, Casalini, CityEL, Erad, General Motors (Electric customer cars GM), Grecav, Italcar (Tasso), Ligier, Microcar, Omnia, Piaggio, Vespacar.

Driewielig motorrijtuig (div.)

  • Een driewielig motorrijtuig is een voertuig op drie wielen (2 wielen vóór en 1 wiel achter of 1 wiel vóór en 2 wielen achter) met een constructiesnelheid van meer dan 45 km/h of een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van meer dan 50 cm³. 
  • Je moet minstens 18 jaar zijn om een driewielig motorrijtuig te mogen besturen.
  • In een driewielig motorrijtuig dat veel lijkt op een auto, zoals de Morgan 3 Wheeler, moet je een veiligheidsgordel dragen, maar in een driewielig motorrijtuig zonder carrosserie en veiligheidsgordels, zoals de CanAm Spyder, moet je een helm op.
  • Voor het besturen van een driewielig motorrijtuig heb je gewoonlijk rijbewijs A nodig, tenzij je vóór 19 januari 2013 rijbewijs B hebt gehaald, want dan mag je dit voertuig met rijbewijs B besturen.
  • Je mag met dit driewielig motorrijtuig overal komen waar een auto ook mag komen en ook de maximumsnelheden voor dit driewielig motorrijtuig zijn gelijk aan die voor een auto.
  • Je mag echter alleen op de autoweg als je voertuig 50 km/h kan rijden en alleen op de autosnelweg als je voertuig 60 km/h kan rijden.
  • Merknamen: o.a. Carver One (oude variant met verbrandingsmotor), Morgan 3 Wheeler, CanAm Spyder.

Driewielige motorscooter

  • Een driewielige motorscooter ziet eruit als een motor, maar heeft twee parallel geplaatste voorwielen waartussen de afstand minimaal 46 cm is en wordt beschouwd als een driewielig motorrijtuig. De driewielige motorscooter heeft naast handremmen een ook voetrempedaal (voorheen vereist om er met een autorijbewijs op te mogen rijden).
  • De driewielige motorscooter heeft een benzinemotor. 
  • Je moet minstens 18 jaar zijn om een driewielige motorscooter te mogen besturen. 
  • Je moet een helm op. Je wordt ook aangeraden beschermende kleding en hoge schoenen of laarzen te dragen.
  • Je hebt een motorrijbewijs (A) nodig. Alleen als je vóór 19 januari 2013 je rijbewijs B hebt gehaald, mag je een driewielige motorscooter besturen met rijbewijs B. 
  • Let op: Driewielige motorscooters met twee voorwielen die dichter naast elkaar staan dan 46 cm, worden beschouwd als motor en hiervoor heb je altijd rijbewijs A nodig.
  • Je mag met een driewielige motorscooter overal komen waar een auto ook mag komen en ook de maximumsnelheden voor een driewielige motorscooter zijn gelijk aan die voor een auto.
  • Andere naam: autoscooter.
  • Merknamen: Piaggio MP3, Peugeot Metropolis,Yamaha Tricity, Gilera Fuoco.

Elektrische fiets

  • Een standaard elektrische fiets is een fiets die trapondersteuning biedt tot 25 km/h. Je moet op een dergelijke elektrische fiets altijd meetrappen.
  • Voor de trapondersteuning van een elektrische fiets wordt gebruikgemaakt van een elektromotor met een vermogen van maximaal 250 watt.
  • Je hebt voor een standaard elektrische fiets geen rijbewijs of kenteken nodig. 
  • Voor het rijden op deze fiets geldt geen minimumleeftijd en is een helm niet verplicht.
  • Voor een elektrische fiets gelden dezelfde regels als voor een gewone fiets en je mag met een elektrische fiets ook overal komen waar een gewone fiets mag komen.
  • Let op: Een elektrische fiets die trapondersteuning biedt tot 45 km/h, wordt speedpedelec genoemd. Hiervoor gelden andere regels, zie verderop.
  • Andere namen: ebike, pedelec, fiets met trapondersteuning.

Elektrische step

  • Een elektrische step (e-step) is een eenpersoons gemotoriseerde step met twee wielen, een treeplank en een stuur.
  • De elektrische step wordt aangedreven door een elektromotor. Je hoeft dus niet zelf te steppen.
  • De bestuurder staat op de step.
  • Je mag alleen met een elektrische step de openbare weg op als deze door de RDW is goedgekeurd als bijzondere bromfiets (zie Bijzondere bromfiets hiervoor).
  • Let op: Veruit de meeste elektrische steps zijn in Nederland (nog) niet goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg en niet alle fabrikanten geven duidelijk aan of je met hun elektrische step op de openbare weg mag rijden. Wil je met je elektrische step de straat op, controleer dan altijd of de elektrische step die je wilt kopen, is goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg.
  • Een goedgekeurde elektrische step wordt in de wet gezien als een bijzondere bromfiets. Dit betekent onder andere dat je pas vanaf je 16e op een elektrische step mag rijden, maar dat je geen rijbewijs nodig hebt en geen helm op hoeft. 
  • De maximumsnelheid voor een elektrische step is zowel binnen als buiten de bebouwde kom 25 km/h.
  • Je mag met een elektrische step op het fietspad of fiets/bromfietspad rijden of op de rijbaan als een fietspad of fiets/bromfietspad ontbreekt. 
  • Gehandicapten mogen met een elektrische grote step die is aangewezen als 'bijzondere bromfiets', ook op de stoep. De maximumsnelheid is dan 6 km/h. 
  • Merknamen/varianten (zelfde regels): Kickbike Luxury, Kickbike Cruise, Kickbike Fat Max en Yedoo Mezeq type E-step.

Elektrisch skateboard

  • Een elektrisch skateboard bestaat uit een plank met aan beide kanten twee wielen zonder stuur of zitplaats. 
  • Dit skateboard wordt aangedreven door een of meer elektromotoren in of bij de wielen.
  • Je kunt een elektrisch skateboard besturen door je gewicht te verplaatsen en de plank te manipuleren met je voeten.
  • Je mag met een elektrisch skateboard niet op de openbare weg, dus ook niet op de stoep en niet op het fietspad. Je mag alleen op eigen terrein rijden.  
  • Let op: Je kunt voor een elektrisch skateboard geen WA-verzekering afsluiten, dus als je hiermee schade aanricht, wordt die niet door de verzekering vergoed.
  • Andere namen: elektrisch longboard.
  • Merknamen: o.a. LongRunner, Zboard.

Elektrische driewieler

  • Een elektrische driewieler is een eenpersoons vervoermiddel dat drie wielen en een stuur en soms ook een zitplaats heeft.
  • Deze driewieler wordt aangedreven door elektromotoren.
  • Je staat of zit op deze elektrische driewieler en je kunt hem besturen met het stuur en ook door je gewicht te verplaatsen.
  • Een door de RDW goedgekeurde elektrische driewieler wordt in de wet gezien als een bijzondere bromfiets (zie Bijzondere bromfiets hiervoor). Dit betekent onder andere dat je pas vanaf je 16e op een elektrische driewieler mag rijden, maar dat een rijbewijs en een helm niet verplicht zijn. 
  • Je mag met een elektrische driewieler op het fietspad of fiets/bromfietspad rijden of op de rijbaan als een fietspad of fiets/bromfietspad ontbreekt. 
  • De maximumsnelheid is 25 km/h.
  • Let op: Je mag niet op de stoep rijden. Alleen gehandicapten mogen met de elektrische driewieler op de stoep. De maximumsnelheid is dan 6 km/h. 
  • In het donker en bij slecht zicht moet je verlichting voeren. Als er geen licht op de elektrische sta-driewieler zit, mag je ook losse lampjes gebruiken.
  • Andere namen: elektrische sta-driewieler, sta-scooter.
  • Merknamen/varianten (zelfde regels): Qugo Runner, Virto, Virto S, Swing, Trikke, Zappy3 en E-One (Lef).

Gehandicaptenauto

  • Een gehandicaptenauto ziet er met zijn een gesloten carrosserie uit als een kleine auto en heeft drie of vier wielen en één of twee zitplaatsen. Soms kan een rolstoel naar binnen worden gereden.
  • Gehandicaptenauto's kunnen een verbrandingsmotor of een elektromotor hebben.
  • Als je in een gehandicaptenauto wilt rijden, moet je minimaal 16 jaar zijn en heb je geen rijbewijs nodig. 
  • Het is in een gehandicaptenauto niet verplicht autogordels te dragen.
  • Je mag met een gehandicaptenauto overal rijden, dus ook bijvoorbeeld op de stoep (6 km/h) of het fietspad. Auto(snel)wegen zijn verboden terrein evenals wegen die gesloten zijn voor langzaam verkeer.
  • Let op: Met een gehandicaptenauto met een verbrandingsmotor mag je alleen buiten rijden en niet naar binnen in bijvoorbeeld gebouwen, winkels, winkelpassages en het openbaar vervoer (wel op een veerpont).
  • 's Nachts en bij slecht zicht overdag is dimlicht verplicht. Dit geldt niet als je op de stoep rijdt.
  • Andere namen: gesloten gehandicaptenvoertuig, invalidenvoertuig, gehandicaptenvoertuig met gesloten carrosserie.
  • Merknamen: o.a. Canta, Arola, Smally, Shuttle, Mini Cruiser City.

Go-ped

  • Een go-ped is een step met elektrische hulpmotor.
  • Deze step is niet goedgekeurd door de RDW. Je mag met een go-ped niet op de openbare weg, dus ook niet op de stoep en niet op het fietspad. Je mag alleen op eigen terrein rijden.

Hoverboard 

  • Een hoverboard bestaat uit een plank in twee delen met wielen aan weerszijden zonder stuur of zitplaats. 
  • Een hoverboard wordt aangedreven door elektromotoren en heeft een accu in het midden van de plank.
  • Je kunt een hoverboard besturen door je gewicht te verplaatsen en de plank te manipuleren met je voeten.
  • Je mag met een hoverboard niet op de openbare weg, dus ook niet op de stoep en niet op het fietspad. Je mag met een hoverboard alleen op eigen terrein rijden. 
  • Let op: Je kunt voor een hoverboard geen WA-verzekering afsluiten, dus als je hiermee schade aanricht, wordt die niet door de verzekering vergoed.
  • Merknaam: Airboard.

Minibike

  • Een minibike is een kleine motorfiets van circa 50 cm hoog en 1 m lang en is bestemd voor speciale motorraces.
  • De minibike heeft een verbrandingsmotor.
  • Je mag met een minibike niet op de openbare weg, dus ook niet op de stoep en niet op het fietspad. Je mag alleen op eigen terrein rijden.  
  • Let op: Je kunt voor een minibike geen WA-verzekering afsluiten, dus als je hiermee schade aanricht, wordt die niet door de verzekering vergoed.

Motorstep

  • Een motorstep is een step met een motor, twee wielen met luchtbanden, een treeplank, een (inklapbaar/afneembaar) zadel en stuur, een spiegel en verlichting.
  • Een motorstep wordt aangedreven door een verbrandingsmotor of een elektromotor. Je hoeft dus niet zelf te steppen.
  • Afhankelijk van de constructiesnelheid van de motorstep wordt deze voor de wet gezien als een snorfiets (25 km/h) of een bromfiets (45 km/h).
  • Een motorstep moet een Nederlands of Europees typegoedkeuringsmerk en -nummer hebben.
  • Let op: Veruit de meeste steps met een motor zijn in Nederland (nog) niet goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg en niet alle fabrikanten geven duidelijk aan of je met hun gemotoriseerde step op de openbare weg mag rijden of op eigen terrein moet blijven. Controleer daarom altijd of de step die je wilt kopen, is goedgekeurd voor het gebruik op de openbare weg als je ermee op straat wilt rijden.
  • Andere naam: e-step.
  • Merknamen: o.a. Veeley, Skotera Comfort, Tante Paula.
  • Zie ook rijksoverheid.nl/onderwerpen/bijzondere-voertuigen/vraag-en-antwoord/wat-zijn-de-verkeersregels-voor-een-motorstep.
Als snorfiets
  • Als je een motorstep wilt besturen die is goedgekeurd als snorfiets, moet je minimaal 16 zijn en heb je een bromfietsrijbewijs (AM) nodig. Je hoeft geen helm op.
  • Je moet je houden aan de verkeersregels voor snorfietsen. 
  • Je moet op het fietspad of fiets/bromfietspad rijden of op de rijbaan als een fietspad of fiets/bromfietspad ontbreekt.
  • Met een motorstep met verbrandingsmotor mag je alleen op het onverplichte fietspad met uitgeschakelde motor.
Als bromfiets
  • Als je een motorstep wilt besturen die is goedgekeurd als bromfiets, moet je minimaal 16 zijn en heb je een bromfietsrijbewijs (AM) nodig. Je bent ook verplicht een helm te dragen.
  • Je moet je houden aan de verkeersregels voor bromfietsen.
  • Je moet op het fiets/bromfietspad rijden of op de rijbaan als een fiets/bromfietspad ontbreekt.

Quad

Zonder goedkeuring
  • Als een quad niet door de RDW is goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg, mag je er alleen mee rijden op eigen terrein (bedrijfsterrein, erf, camping enzovoorts).
Als bromfiets
  • Een quad die is goedgekeurd als driewielige bromfiets, heeft een constructiesnelheid van 45 km/h.
  • De quad moet een kenteken hebben.
  • Je moet minimaal 16 jaar zijn en een bromfietsrijbewijs AM hebben om erop te mogen rijden.
  • Op deze quad moet je een helm dragen.
  • Met deze quad moet je op het fiets/bromfietspad rijden en als dat er niet is op de rijbaan. Als je quad breder is dan 0,75 meter, moet je op de rijbaan rijden.
  • De maximumsnelheden die gelden voor deze quad zijn gelijk aan die voor een bromfiets.
Als driewielig motorrijtuig
  • Als je een quad wilt besturen die is goedgekeurd als driewielig motorrijtuig, moet je minstens 18 jaar zijn.
  • De quad moet een kenteken hebben.
  • Je hebt een rijbewijs B nodig om op deze quad te mogen rijden. 
  • Op deze quad moet je een helm dragen, tenzij de quad veiligheidsgordels heeft. 
  • Je mag met deze quad overal rijden waar een auto ook mag rijden en ook de maximumsnelheden voor deze quad zijn gelijk aan die voor een auto.
  • Let op: Je mag met deze quad alleen op de autoweg als de quad ten minste 50 km/h uur kan rijden en je mag alleen op de autosnelweg rijden als de quad ten minste 60 km/h kan rijden.
Als auto
  • Als je een quad wilt besturen die is goedgekeurd als auto, moet je minstens 18 jaar zijn.
  • De quad moet een kenteken hebben.
  • Je hebt een rijbewijs B nodig om op deze quad te mogen rijden. 
  • Op deze quad moet je veiligheidsgordels dragen. Je hoeft geen helm op. 
  • Je mag met deze quad overal komen waar een auto ook mag komen en ook de maximumsnelheden voor deze quad zijn gelijk aan die voor een auto.
  • Let op: Je mag met deze quad alleen op de auto(snel)weg als de quad ten minste 60 km/h kan rijden.

Scootmobiel 

  • Een scootmobiel is een drie-, vier- of vijfwielige scooter voor één persoon die vooral wordt gebruikt door mindervaliden of mensen met een mobiliteitsbeperking.
  • De scootmobiel wordt aangedreven door een elektromotor.
  • De scootmobiel wordt in de wet gezien als een gehandicaptenvoertuig. Dit betekent onder andere dat je pas vanaf je 16e op een scootmobiel mag rijden, maar dat een rijbewijs en een helm niet verplicht zijn. 
  • Je mag met een scootmobiel altijd zelf kiezen waar je wilt rijden: op de stoep, het voetpad, het fietspad, het fiets/bromfietspad of de rijbaan. 
  • Je mag met een scootmobiel ook naar binnen in bijvoorbeeld supermarkten, warenhuizen en ziekenhuizen. Mogelijk mag je sommige winkels, musea en openbare gebouwen niet binnenrijden.
  • Voor een scootmobiel zijn autowegen en autosnelwegen verboden evenals wegen die gesloten zijn voor langzaam verkeer. 
  • Op de stoep mag je maximaal 6 km/h rijden en moet je de regels voor voetgangers volgen. Op het fietspad of fiets/bromfietspad mag je binnen de bebouwde kom maximaal 30 km/h en buiten de bebouwde kom maximaal 40 km/h. Op de rijbaan mag je altijd maximaal 45 km/h en hier gelden de regels voor bestuurders.
  • In het donker en bij slecht zicht moet je verlichting voeren. Dit geldt niet op de stoep.
  • Varianten (zelfde regels): scootmobiel met overkapping, opvouwbare scootmobiel.

Segway-achtig voertuig

  • Een segway-achtig voertuig (hierna segway genoemd) is een zelfbalancerend eenpersoons vervoermiddel waar de bestuurder op staat en dat twee wielen en een stuur heeft. 
  • De segway wordt aangedreven door elektromotoren.
  • Je staat op de segway en je kunt hem besturen met het stuur en door je gewicht te verplaatsen.
  • Je mag alleen met een segway de openbare weg op als deze door de RDW is goedgekeurd als bijzondere bromfiets (zie Bijzondere bromfiets hiervoor).
  • Let op: Wil je met een segway de straat op, controleer dan altijd of deze is goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg.
  • De segway wordt in de wet gezien als een bijzondere bromfiets. Dit betekent onder andere dat je pas vanaf je 16e op een segway mag rijden, maar dat een rijbewijs en een helm niet verplicht zijn. 
  • Je mag met een segway op het fietspad of fiets/bromfietspad rijden of op de rijbaan als een fietspad of fiets/bromfietspad ontbreekt. 
  • De maximumsnelheid is 25 km/h.
  • Let op: Je mag met een segway niet op de stoep rijden. Alleen gehandicapten mogen met de segway op de stoep. De maximumsnelheid is dan 6 km/h. 
  • In het donker en bij slecht zicht moet je verlichting voeren. Als er geen licht op de segway zit, mag je ook losse lampjes gebruiken.
  • Merknamen/varianten (zelfde regels): SegwayRobstep-M1 RobinPaukool, Ninebot type E, Ninebot type Urban.

Skateboard

  • Een skateboard bestaat uit een speciale plank met aan beide kanten twee wielen. 
  • Je kunt een skateboard besturen door je gewicht te verplaatsen en de plank te manipuleren met je voeten. Je kunt een skateboard aandrijven door zelf te steppen, pushen en slalommen.
  • Je mag met een skateboard op de stoep, op het voetpad en op het fietspad rijden en als deze ontbreken, mag je op de rijbaan.
  • Voor een skateboarder gelden de verkeersregels voor voetgangers.
  • Je wordt aangeraden pols- en kniebeschermers en een helm te dragen.
  • Varianten (zelfde regels): waveboard, snakeboard, streetboard.

Skates

  • Skates zijn schoenen met 4 achter elkaar geplaatste wielen. 
  • Je kunt je op skates voortbewegen door een schaatsbeweging te maken.
  • Je mag met skates op de stoep, op het voetpad en op het fietspad rijden en als deze ontbreken op de rijbaan.
  • Voor een skater gelden de verkeersregels voor voetgangers.
  • Je wordt aangeraden pols- en kniebeschermers en een helm te dragen.
  • Andere naam: inlineskates.
  • Varianten (zelfde regels): skeelers (5 wielen), rolschaatsen (wielen naast elkaar), Heelys (wielen in zool schoen).

Speedpedelec

  • Een speedpedelec is een fiets die trapondersteuning biedt tot maximaal 45 km/h. Je moet op een speedpedelec altijd meetrappen.
  • Voor de trapondersteuning van een speedpedelec wordt gebruikgemaakt van een elektromotor. 
  • De speedpedelec moet een kenteken hebben om op de openbare weg te mogen rijden.
  • Om een speedpedelec te kunnen besturen, moet je minimaal 16 zijn en heb je een bromfietsrijbewijs (rijbewijs AM) nodig. 
  • Op een speedpedelec moet je een goedgekeurde bromfietshelm (norm ECE 22.05) of een goedgekeurde speedpedelec-helm (norm NTA 8776:2016) dragen.
  • Een speedpedelec kan veel harder dan een standaard elektrische fiets en daarom gelden hiervoor dan ook grotendeels dezelfde verkeersregels als voor een bromfiets.
  • Met een speedpedelec moet je op het fiets/bromfietspad rijden als dat aanwezig is of anders op de rijbaan.
  • Andere namen: snelle e-bike, speed pedelec.

Step

  • Een step is een tweewielig vervoermiddel met een stuur waar de bestuurder op staat. 
  • Je kunt een step voortbewegen door te steppen (en op sommige steps door een of twee treeplanken te bewegen).
  • Je mag met een step op de stoep, op het voetpad en op het fietspad rijden en als deze ontbreken op de rijbaan.
  • Voor iemand die op een step rijdt, gelden dezelfde verkeersregels als voor een voetganger.
  • Andere namen: trottinette (België), autoped.
  • Merknamen/varianten (zelfde regels): o.a. Space Scooter (beweegbare treepank), Kickback, Yedoo (groot voorwiel), sportstep, sliderstep, racestep en ElliptiGO (twee zwenkende treeplanken).

Step met stepondersteuning

  • Een step met stepondersteuning heeft een elektromotor met een vermogen van maximaal 250 watt die stepondersteuning biedt tot 25 km/h (vergelijkbaar met de trapondersteuning van een standaard elektrische fiets). Je moet dus zelf steppen om vooruit te komen.
  • Voor een step met stepondersteuning gelden dezelfde regels als voor een fiets.
  • Je hebt voor een step met stepondersteuning geen rijbewijs of kenteken nodig. 
  • Voor het rijden op een step met stepondersteuning geldt geen minimumleeftijd en is een helm niet verplicht.
  • Voor een step met stepondersteuning gelden dezelfde regels als voor een fiets en je mag met deze step ook overal komen waar een gewone fiets mag komen.
  • Let op: Ga altijd na of de step met stepondersteuning is toegestaan op de openbare weg.

Trike 

Als driewielige bromfiets
  • Een trike die is goedgekeurd als driewielige bromfiets, heeft een maximumsnelheid van 45 km/h.
  • Je moet minimaal 16 jaar zijn en een bromfietsrijbewijs AM hebben om erop te mogen rijden.
  • Op deze trike moet je een helm dragen, tenzij de trike veiligheidsgordels heeft.
  • Met deze trike moet je op het fiets/bromfietspad en als dat er niet is, op de rijbaan.
  • De maximumsnelheden die gelden voor deze trike zijn gelijk aan die voor een bromfiets.
Als driewielig motorrijtuig
  • Je moet minstens 18 jaar zijn om een trike die is goedgekeurd als driewielig motorrijtuig, te mogen besturen.
  • Je hebt een motorrijbewijs (A) nodig om op deze trike te mogen rijden. Alleen als je vóór 19 januari 2013 je rijbewijs B hebt gehaald, mag je deze trike besturen met rijbewijs B.
  • Op deze trike moet je een helm dragen, tenzij de trike veiligheidsgordels heeft. Je wordt voor deze trike ook aangeraden beschermende kleding en hoge schoenen of laarzen te dragen. 
  • Je mag met deze trike overal komen waar een auto ook mag komen en ook de maximumsnelheden voor een trike die is goedgekeurd als driewielig motorrijtuig, zijn gelijk aan die voor een auto.
  • Let op: Je mag met deze trike alleen op de autoweg als de trike ten minste 50 km/h uur kan rijden en je mag alleen op de autosnelweg rijden als de trike ten minste 60 km/h kan rijden.

Verkeersborden

De Nederlandse verkeerborden vind je hier.

Speciaal voor jou geselecteerd

Al gepakt voor je vakantie?
Shop nu

Al gepakt voor je vakantie?

Shop hier alles voor je vakantie in eigen land en vertrek goed voorbereid van huis! Zo vergeet je niets.
Pechhulp in Nederland

Pechhulp in Nederland

Met Wegenwacht is de beste hulp altijd dichtbij. Zo kun, ook bij pech, van je vakantie blijven genieten.
ANWB Reisverzekering
Nu10%korting

ANWB Reisverzekering

Met de doorlopende reisverzekering van de ANWB kun je erop vertrouwen dat alles écht goed geregeld is.
ANWB Creditcard
vanaf16.-per jaar

ANWB Creditcard

Vraag op tijd je ANWB Creditcard aan voor al je vakantie uitspattingen in eigen land. Zo ben je verzekerd van een heerlijke tijd!