Naar artikel

De mooiste natuur van Italië

In de nationale parken van de Abruzzen schuilen beren en springen Europa’s mooiste gemzen. In de Cilento leven bijzonder vitale honderdjarigen. En zwemt er in het Comomeer echt een neef van het monster van Loch Ness? Dit is de mooiste natuur van Italië.

De Italiaanse mode en levensstijl zijn kleurrijk, maar ook de natuur is een schilderspalet. Wandel door een natuurlijk schilderij in Val d’Orcia. Zie het vuur van de Stromboli en de bloemenzee van de Piano Grande. In Cinque Terre steken pastelkleurige dorpen af tegen groene heuvels en blauwe zee. En sommige albino-ezels op het eiland Asinara zijn net zo wit als het sneeuw op de toppen van Nationaal Park Gran Paradiso. Deze natuurgebieden in Italië mag je niet missen.

1. De rode gloed van de Dolomieten

De Dolomieten zijn een zo karakteristiek deel van de Alpen dat ze die eigen naam verdienen. De grillige bergketens met hun scherpe pieken en loodrechte rotswanden lichten rozerood op bij zonsopkomst en -ondergang. De toppen die in de zomer de meeste toeristen trekken zijn de drie torens van Tre Cime di Lavaredo. Parkeer bij Lago Misurina en neem de shuttlebus naar berghut Auronzo. Vandaar wandel je in 3,5 uur rond de toppen, zo’n 10 kilometer met 250 meter hoogteverschil. Iets westelijker is het blauwgroene meer Lago di Braies een andere favoriet van fotografen.

Ten noordoosten van de stad Bolzano nodigt Europa’s grootste Alpenweide Alpe di Siusi uit tot wandelen, vooral als in juni en juli de bloemen uitbundig bloeien. Daar vlakbij begint ook de Grote Dolomietenroute, een 110 kilometer lange autoroute. Die voert je over de beroemdste bergpassen door een streek waar Duits-Oostenrijkse en Italiaanse invloeden samenkomen.

2. De Cilento: het stille zusje van de Amalfikust

Op weinig plekken in Europa zie je zoveel vitale honderdjarigen als in de Cilento, 2 uur rijden onder Napels. Hun geheim? Wandelen, sociaal contact én een dieet met verse groente en fruit, olijfolie, noten en vis. De senioren van het dorp Pioppi haalden de internationale media, maar ook Acciaroli en andere dorpen tellen veel levenskunstenaars op leeftijd. In het groen van Nationaal Park Cilento, Valle di Diurni en Alburni lijkt de hectiek ver weg: ook dat vergroot misschien de gezondheid. In augustus vieren Italianen er zelf graag vakantie, maar meestal is het rustig. Zeker in vergelijking met de 100 kilometer noordelijker gelegen Amalfikust. 

Dwars door dit nationale park voert de 600 kilometer fietsroute de Stilteweg (Via Silente), die ook kortere varianten kent. Je fietst grotendeels over geasfalteerde en rustige wegen. Dicht langs de kliffen en het heldere water van de kustlijn, maar ook door het berg- en rotsachtige binnenland met zijn kastanjebossen, olijfgaarden en rivierkloven waar otters graag vertoeven. Houd wel rekening met flink wat klim- en daalwerk, zeker als je de bergen Monte Gelbison en Monte Sacro meepakt (1898 en 1705 meter).

Bekijk alle reizen naar Italië


3. Gran Paradiso: het paradijs van de steenbok

Italië heeft meer dan twintig nationale parken. Het oudste nationale park heeft de meest verleidelijke naam: Gran Paradiso. Het ligt in de Alpen, dicht bij de Franse grens en de Mont Blanc. Ooit was dit koninklijk jachtgebied, waar ook stropers hun geluk beproefden. In 1922 werd het een nationaal park om de laatste alpensteenbokken te beschermen. Dat is gelukt: nergens anders maak je zoveel kans om ze te zien. Je moet er wel voor klimmen, want ze leven in het zomerseizoen boven de boomgrens. Dat geldt ook voor die kleinere evenwichtskunstenaars van het hooggebergte: de gemzen. 

Met de auto kun je diep de vallei Val di Cogne in, of de rustiger valleien Valsavarenche en Val di Rhêmes in. Er starten veel wandelroutes. Fluitende bergmarmotten, kabbelende beekjes en watervallen zorgen voor achtergrondmuziek. Een van de besneeuwde bergtoppen die je ziet, is die van de Gran Paradiso. Met 4061 meter de hoogste berg die volledig in Italië staat.

4. Bernina Express: met de trein door de Alpen

Italië heeft veel spoorlijnen door fraaie natuurgebieden, maar alleen het traject tussen Tirano en het Zwitserse Chur staat op de Unesco-werelderfgoedlijst. Op het menu: besneeuwde bergtoppen, bergweides, beekjes en palmbomen. Via bijna tweehonderd viaducten en bruggen bereikt de trein een maximale hoogte van 2253 meter. De comfortabele Bernina Express legt de 144 kilometer in 4 uur af. Langzaam genoeg om veel te zien op deze hoogste grensoverschrijdende treinreis van Europa. De grote panorama-ramen bieden optimaal zicht op de bergwereld, behalve in de tunnels natuurlijk. Dicht langs het spoor lopen wandelroutes. Onderweg uitstappen en te voet naar het volgende station kan dus ook. 

Voor de Bernina Express is een reservering nodig en betaal je een toeslag. Een voordeliger keuze zijn de reguliere treinen op dit traject. Het comfort is wat minder, de ramen minder groot (al kunnen ze soms wel open en is er af en toe zelfs een helemaal open wagon), maar het decor blijft grandioos. Houd er rekening mee dat je met de reguliere treinen onderweg wel een of enkele keren moet overstappen. Mede daardoor duurt de reis wat langer. Maar dat is op dit traject geen straf. 

5. Vulkaaneiland Stromboli: een levende vuurtoren

Aan vulkanen geen gebrek in Italië. De meest actieve is niet de Vesuvius of de Etna, maar de Stromboli. Deze vulkaan steekt 924 meter boven de zee uit, maar het grootste deel bevindt zich onder water. De Stromboli is al bijna twee millennia voortdurend actief. De regelmaat en intensiteit verschillen, maar vaak zijn er elk uur één of meerdere kleine uitbarstingen te zien. Overdag zie je vulkanische pluimen boven het eiland, ‘s avonds licht de vuurgloed op. Dan begrijp je meteen de bijnaam van het eiland: vuurtoren van de Middellandse Zee. 

Er varen boten naar Stromboli vanuit Milazzo en andere havens op Sicilië en het vasteland.
De snelste maken de oversteek in ongeveer 70 minuten. Sinds een grote explosie in 2019, is het meestal niet meer mogelijk om met een gids tot de krater te klimmen. Maar ook vanaf uitzichtpunt Sciara del Fuoco op 400 meter hoogte zie je het natuurfenomeen goed. 

6. Het artistieke landschap van Val d’Orcia

Toscane is de bakermat van de renaissance. Je vindt er steden vol kunst, maar ook het landschap is een levend schilderij. Zeker het glooiende heuvelland van Unesco-werelderfgoed Val d’Orcia. Veldbloemen, wijngaarden, olijfbomen en kastanjebomen zorgen in elk seizoen en bij elke lichtval voor andere accenten. Op de kegelvormige heuvels prijken steden, kloosters en boerderijen vol historie: natuur en cultuur lijken in harmonie. Dit landschap werd al vereeuwigd door schilders uit de renaissance en is nog altijd geliefd bij fotografen.

Door de vallei slingeren wegen tussen eeuwenoude cipressen. Met de auto is een van de mooiste cipressen-routes die tussen Montepulciano, Montalcino en Pienza. Je waant je in een film. Mede de beroemde films die hier werden opgenomen, zoals The English Patient en Gladiator. Tip voor wandelliefhebbers: wandel hier een stuk van de pelgrimsroute Via Francigena. Bijvoorbeeld langs Buonconvento, San Quirico d’Orcia en Radicofani.

7. De beren van de Abruzzen

De Abruzzen zijn niet het bekendste toeristische uithangbord van Italië. Toch bestaat dit wilde hart van Italië voor eenderde uit beschermde natuur, met veel bos en de hoogste bergtoppen van de Apennijnen. De Gran Sasso is met 2912 meter de grootste reus. Je ziet 
in de Abruzzen diersoorten die alleen hier voorkomen. De abruzzengems is met zijn lange hoorns en de zwarte strepen op zijn kop, misschien wel de mooiste van alle gemzen. Andere iconische dieren zijn de Apennijnse wolf en de Marsicaanse beer. Beide zijn schuw, al stapte enkele jaren terug een beer een lokale bakkerij binnen. Mocht je zoiets meemaken: deze beren staan niet bekend als agressief naar mensen.

Er is in de Abruzzen een andere natuurkracht om alert op te zijn: meer nog dan andere regio’s in Italië ligt de streek op een aardbevingsgevoelige geologische breuklijn. De meeste trillingen zijn zo klein dat je ze nauwelijks zult opmerken maar rond L’Aquila bleek in 2009 dat zware aardbevingen hier niet volledig uit te sluiten zijn. 

8.  De bloemenzee van de Piano Grande 

Als de 1400 meter hoge hoogvlakte van de Piano Grande in bloei staat, is deze net een impressionistisch schilderij. Rode, blauwe en gele tinten van papaver, korenbloem en mosterdzaad springen in het oog. En dat zijn nog maar een paar schakeringen van dit mozaïek van kleuren. De wilde bloemen groeien tussen de linzen(planten) die Castelluccio culinaire wereldfaam geven. Mede dankzij de hoogte zijn pesticiden niet nodig en krijgt de biodiversiteit hier alle ruimte.

Deze hoogvlakte ligt in de Sibillini-bergen, daar waar de regio Umbrië raakt aan Le Marche. Truffelstadje Norcia ligt hier dichtbij, maar de beste uitvalsbasis om de hoogvlakte te zien is Castelluccio d’Orcia. Op sommige plekken zie je nog de gevolgen van de aardbeving in 2016, maar de schoonheid van de natuur is onveranderd. De kleurenpracht is meestal het grootst in juni.

9. De wilde witte ezels van Asinara 

Je ziet op Sardinië vele dieren, maar de ezels van het Asinara-eiland zijn een geval apart. Deze wilde ‘albino-ezels’ hebben vaak een witte vacht en blauwe ogen. Ze stammen waarschijnlijk af van een Egyptische ezelsoort. Behalve ezels zie je in Nationaal Park Asinara ook wilde paarden en moeflons. Om nog te zwijgen van de blauwe zee en de witte stranden. Vanaf Porto Torres of Stintino steken veerboten in vijf kwartier of een uur over naar Asinara. Je kunt een deel van het eiland te voet verkennen, wil je meer zien dan is een (huur)fiets handig. Er zijn ook georganiseerde excursies. 

Bewoners vind je op Asinara al anderhalve eeuw niet meer. Het eiland is lang gebruikt als strafkolonie. Eerst voor vijandelijke soldaten na de Eerste Wereldoorlog, vanaf de jaren zeventig voor maffiosi en terroristen. Er staan meerdere oude gevangenissen die aan dit verleden herinneren, maar sinds 1997 zijn ze niet meer in gebruik. Een aantal is - restauratiewerkzaamheden voorbehouden - wel te bezoeken. 

10. De poëzie van de golven op Procida 

Bijna onnodig om uit te leggen dat de eilanden Sicilië, Sardinië en Elba vol natuurschoon zijn. Ook voor de kust van Napels liggen bijzondere eilanden. Capri heeft de meeste luxe, maar wil je meer rust, probeer dan het kleine Procida. Dit is het eiland waar de Oscar-winnende film Il Postino werd opgenomen, over de postbode die de dichter Pablo Neruda vraagt hoe hij met poëzie het hart van zijn geliefde kan winnen. 

De postbode neemt de geluiden van de natuur op waar hij de poëzie van ontdekt. Golven die breken op het strand, soms zachtjes soms hard. Wind die waait tussen de kliffen en meeuwen die krijsend overvliegen. Die poëzie is daar nog steeds te zien en te horen. De kleurrijke huizen van het dorp geven het eiland extra charme. Voor de echte fans van die film: behalve op Procida werden ook op het eiland Salina enkele scenes opgenomen. Dat ligt zuidelijker, boven Sicilië. 

11. Wandelen langs de kustlijn in Cinque Terre

In Nationaal Park Cinque Terre vormen natuur en dorpen een kleurrijk geheel. Vijf dorpen met pastelkleurige huizen steken af tegen de kliffen, de zee en de heuvels. Je kunt hier kiezen uit 48 wandelpaden. Verreweg het populairst is het 11 kilometer lange Sentiero Azzurro. Dit verbindt de dorpen Monterosso, Vernazza, Manarola, Corniglia en Riomaggiore, met een hoogteverschil van 500 meter. De wandeling is met goed schoeisel te doen voor wandelaars van elk niveau. In drie uur, maar als je de tijd neemt voor uitzicht en restaurants ook in drie dagen. 

Vanwege herstelwerkzaamheden zijn delen van dit pad soms gesloten. Er rijdt ook een trein van dorp naar dorp. Dat treintraject is, net als de rest van de spoorlijn Genua-La Spezia, sowieso een van de mooiste van Italië. Je hebt steeds ander zicht op de zee, olijfgaarden en wijngaarden. Tip: bezoek Cinque Terre bij voorkeur buiten de zomer. In het hoogseizoen loop je soms in lange rijen tussen en door de dorpen. Voor het Sentiero Azzurro is een Cinque Terre Card nodig. Je kunt bij treinstations en informatiepunten een kaart kopen die ook toegang geeft tot de treinen.

Meer tips voor Italië


12. Het Comomeer: Loch Ness op zijn Italiaans 

De Noord-Italiaanse meren zijn al eeuwen geliefd bij reizigers en toeristen. Het zijn er honderden, maar de ‘grote drie’ trekken de meeste bezoekers. Het Gardameer is het grootst (370 vierkante kilometer), het Lago Maggiore het langst (64 kilometer) en het Comomeer het diepst (410 meter). Volgens de legende zwemt in dit laatste meer de Italiaanse neef van het monster van Loch Ness. Deze Lariosaurus zou ruim 10 meter lang zijn. De kans dat je het monster tegen het lijf zwemt, is klein. Hoewel mensen ook deze eeuw nog claimen het dier gezien te hebben, is het bewijs net zo waterig als bij ‘Nessie’. 

Zichtbaarder dan meermonsters die leven op grote diepte, zijn de hoge toppen rondom het meer. Dat biedt fraaie wandelmogelijkheden met uitzicht over het meer zelf én soms zelfs de Alpen en de Apennijnen. Een van de mooiste uitzichtpunten is de Monte San Primo bij Bellagio. 

13. De heilige dierenvriend van Umbrië

Van alle heiligen was Sint Franciscus de meest diervriendelijke. Volgens de legende sprak hij tot de dieren. Vogels vlogen niet weg, maar luisterden aandachtig. Je kunt Franciscus’ voetstappen volgen in de regio Umbrië, waar de heilige het grootste deel van zijn leven woonde. Tussen Gubbio en Assisi bijvoorbeeld. 

Wie langer wil wandelen, kan kiezen voor de 550 kilometer lange Via di Francesco, tussen Florence en Rome. Je stapt door Toscaanse heuvels en wijngaarden, langs de Tiber-rivier en door de bergen van de Apennijnen. Ook de 165 meter hoge Marmore-waterval klatert langs het parcours. Als je geluk hebt tenminste. Deze waterval ontstond toen de Romeinen in 271 v. Chr. kanalen aanlegden voor waterafvoer. Tegenwoordig wordt de waterval twee of drie keer aangezet en klatert dan in drie etappes van de bosrijke hellingen. De rest van de dag wordt het water grotendeels omgeleid naar de waterkrachtcentrale. Je ziet de waterval het mooist vanaf het Balkon der Verliefden (Balcone degli Inamorati).

Speciaal voor jou geselecteerd

Al gepakt voor je vakantie?
Shop nu

Al gepakt voor je vakantie?

Shop hier alles voor je vakantie naar Italië en vertrek goed voorbereid van huis! Zo vergeet je niets.
Pechhulp in het buitenland
Vanaf7,95per maand

Pechhulp in het buitenland

Met Wegenwacht Europa is de beste hulp altijd dichtbij. Zo kun je, ook bij pech, van je vakantie blijven genieten.
ANWB Reisverzekering

ANWB Reisverzekering

Met de doorlopende reisverzekering van de ANWB kun je erop vertrouwen dat alles écht goed geregeld is.
ANWB Creditcard
vanaf16.-per jaar

ANWB Creditcard

Amore Italia! Plan jouw perfecte vakantie nu al met de ANWB Creditcard. Voor al je vakantie uitspattingen!