Verkeersregels in Zwitserland

Voorkom onverwachtse boetes in Zwitserland en lees van tevoren de afwijkende verkeersregels. 

Algemene verkeersregels

  • Hier worden enkele belangrijke algemene verkeersregels vermeld, waaronder een aantal verkeersregels die afwijken van de Nederlandse.

Veilig rijden

  • In Zwitserland geldt de algemene regel dat de bestuurder van een voertuig altijd alle aandacht op de weg en op het verkeer moet richten en geen handelingen mag uitvoeren die het besturen van het voertuig bemoeilijken. Op basis van deze regel kun je als bestuurder een boete krijgen als je tijdens het rijden bijvoorbeeld make-up aanbrengt, je haar kamt, het navigatiesysteem bedient, een afleidend gesprek voert, de krant leest of een sms of WhatsAppbericht typt.
  • Bestuurders van motorvoertuigen zijn verplicht om in het verkeer extra te letten op zwakke verkeersdeelnemers, zoals voetgangers en fietsers, en in het bijzonder op kinderen, ouderen en gehandicapten.  

Rijden onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille.
  • Voor bestuurders die hun rijbewijs drie jaar of korter geleden hebben behaald, is het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed 0,01 promille.
  • Sporen van drugs in het bloed zijn niet toegestaan.

Mobiele telefoon

  • Het is bestuurders van voertuigen (ook fietsers) verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.
  • Handsfree bellen tijdens het rijden is wel toegestaan, maar dit wordt afgeraden omdat je hierdoor kunt worden afgeleid.

Rijden in de bergen

  • Op bergwegen heeft stijgend verkeer voorrang op dalend verkeer, tenzij het stijgende voertuig zich dicht bij een uitwijkplaats bevindt.
  • Op een Bergpoststrasse (Bergpostweg), herkenbaar aan een blauw vierkant bord met een gele signaalhoorn, moeten de aanwijzingen van de postautochauffeur (bijvoorbeeld om te stoppen of terug te rijden) worden opgevolgd. Soms is op smalle bergpostwegen tijdelijk eenrichtingsverkeer ingesteld. Dit wordt aangegeven met borden.
  • Ga voor meer informatie over veilig rijden in de bergen naar anwb.nl/auto/themas/vakantie-met-de-auto/autorijden-in-de-bergen

Veilig wandelen

  • Voetgangers moeten zoveel mogelijk aan de linkerkant van de weg lopen als een voetpad ontbreekt, tenzij dat gevaar voor ze oplevert. Deze regel geldt met name als voetgangers 's avonds buiten de bebouwde kom langs de weg lopen.
  • Als speciale omstandigheden (zoals druk verkeer of slecht zicht) dat vereisen, moeten voetgangers die langs de weg lopen, uit veiligheidsoverwegingen achter elkaar lopen.
  • Iedereen die in het donker, bij weinig licht of bij slecht zicht langs de weg loopt, wordt geadviseerd een reflector, kleding met reflecterende strepen of een veiligheidshesje te dragen.

Basisverkeersregels

  • Je moet rechts rijden en links inhalen.

Voorrang

  • Bestuurders van rechts (inclusief fietsers), hebben op een kruising voorrang, tenzij met verkeerstekens anders wordt aangegeven.
  • Trams hebben altijd voorrang, behalve als ze een voorrangsweg oprijden. Let op: Trams hebben ook voorrang op voetgangers die op een zebrapad willen oversteken.
  • Net als in Nederland hebben voetgangers voorrang wanneer ze bij een zebrapad willen oversteken. Houd er rekening mee dat voetgangers in Zwitserland vrijwel altijd voorrang krijgen en daarom ook verwachten dat ze voorrang krijgen.

Passeren

  • Op smalle wegen heeft bij het uitwijken het zwaardere voertuig (zoals een vrachtwagen) voorrang op het lichtere voertuig (zoals een personenauto). Bij gelijkwaardige voertuigen moet het voertuig uitwijken dat zich het dichtst bij een uitwijkplaats bevindt.

Rotonde

  • Een bestuurder die op een rotonde rijdt, heeft voorrang op een bestuurder die een rotonde op wil rijden, tenzij met verkeerstekens anders wordt aangegeven.

Inhalen

  • Rijdende trams moet je rechts inhalen, tenzij er rechts onvoldoende ruimte is. Op eenrichtingswegen mag je een tram zowel rechts als links inhalen.
  • Je mag een tram die midden op de weg bij een halte stilstaat, alleen rechts inhalen als er een vluchtheuvel aanwezig is waarop de uitgestapte passagiers kunnen wachten. Als die vluchtheuvel er niet is, mag je de tram ook links inhalen. Als dat niet mogelijk is, moet je achter de tram wachten.
  • Schoolbussen die bij een halte zijn gestopt en de alarmlichten aan hebben, mag je slechts stapvoets voorbijrijden. Je moet indien nodig stoppen.
  • Als op een gelijkwaardige kruising twee elkaar tegemoetkomende bestuurders linksaf willen slaan, moeten ze niet om elkaar heen, maar voor elkaar langs gaan.
  • Langs een aantal autowegen zijn als waarschuwing gele knipperlichten aangebracht. Op gedeelten waar deze lampen knipperen, mag niet worden ingehaald.
  • Als je een of meer voertuigen hebt ingehaald en weer op je eigen rijstrook wilt invoegen, moet je dit aangeven met je knipperlicht.

Stilstaan

  • Het is verboden stil te staan op plaatsen waar je voertuig niet goed zichtbaar is (zoals na een scherpe bocht of boven aan een heuvel) of een obstakel vormt voor het overige verkeer.
  • Het is bovendien verboden stil te staan op onder andere de volgende plaatsen:
    • In smalle straten en op smalle wegen.
    • Bij een gele doorgetrokken streep.
    • Bij een witte doorgetrokken enkele of dubbele witte streep, tenzij er minstens 3 m ruimte is tussen het voertuig en de streep.
    • Binnen 5 m van een kruising.
    • Binnen 5 m van een voetgangersoversteekplaats.
    • Bij een bus- of tramhalte als je daarmee openbaar vervoer hindert.
    • Op tram- of treinrails.
    • In onderdoorgangen en tunnels (als je bij pech of een noodgeval met je voertuig stil komt te staan in een tunnel, moet je onmiddellijk de motor uitschakelen).
    • Voor een verkeersbord, als je daarmee andere bestuurders het zicht op dat verkeersbord ontneemt.

Parkeren

  • Het is verboden te parkeren aan de linkerkant van de weg (tegen de rijrichting in), ook in parkeervakken aan de linkerkant. In een straat met eenrichtingsverkeer mag je wel aan de linkerkant parkeren.
  • Als uit borden blijkt dat op het trottoir mag worden geparkeerd, moet er minstens 1,50 m ruimte overblijven voor de voetgangers.
  • In een blauwe zone kun je met een parkeerschijf gratis parkeren.
  • Bij het parkeren op een helling moet je de auto behalve met de handrem nog extra zekeren, bijvoorbeeld door de auto in de laagste versnelling te laten staan en een wiel tegen het trottoir te draaien. Bij het parkeren op steilere hellingen moet je bovendien wielblokken, stenen of vergelijkbare items achter een of meer wielen plaatsen.  
  • Parkeren is bovendien verboden op onder andere de volgende plaatsen:
    • Op hoofdwegen buiten de bebouwde kom.
    • Binnen de bebouwde kom op plaatsen waar er niet voldoende ruimte zou overblijven voor twee voertuigen om elkaar te passeren.
    • Op een brug.
    • Binnen de bebouwde kom binnen 20 m van een overweg, buiten de bebouwde kom binnen 50 m van een overweg.
    • Ter hoogte van gele, door strepen verbonden kruisen op de rijbaan.

Middendoorgang bij file

  • Als zich op auto(snel)wegen een file vormt, zijn bestuurders verplicht een Rettungsgasse (middendoorgang voor hulpdiensten) vrij te maken. Dit betekent dat de bestuurders zoveel mogelijk rechts of links moeten gaan rijden, zodat er in het midden voldoende ruimte ontstaat voor hulpverlenende voertuigen, zoals ambulances en politieauto's.
  • Als zich een file vormt op wegen met meer dan twee rijstroken per richting, moeten de bestuurders op de meest linkse rijstrook zoveel mogelijk links en de bestuurders op de overige rijstroken zoveel mogelijk rechts gaan rijden.

Geluidssignalen

  • Buiten de bebouwde kom is het geven van geluidssignalen bij onoverzichtelijke wegsituaties en slecht zicht op smalle wegen verplicht om andere weggebruikers te waarschuwen. Overmatig of onnodig gebruik van geluidssignalen is echter verboden.
  • 's Nachts moeten bestuurders lichtsignalen geven voor het waarschuwen van andere weggebruikers. Claxonneren is in dat geval alleen toegestaan als dat noodzakelijk is om gevaar af te wenden.

Rijstroken

  • Als binnen de bebouwde kom een weg uit minstens twee rijstroken voor iedere richting bestaat, zijn bestuurders vrij om te kiezen welke rijstrook ze willen gebruiken, ongeacht de snelheid van het verkeer op de andere rijstroken. Buiten de bebouwde kom mag dit alleen in druk (file)verkeer.

Verkeersregels auto

Verlichting

  • In Zwitserland zijn automobilisten verplicht om overdag dimlicht of dagrijlicht te voeren.
  • Let op: In tunnels, bij weinig licht en bij slecht zicht is dagrijlicht niet voldoende en moet dimlicht worden gevoerd.

Kinderen

  • Kinderen jonger dan 12 jaar of kleiner dan 1,50 m moeten in een goedgekeurd en passend kinderzitje worden vervoerd.
  • Kinderen van 12 jaar en ouder of 1,50 m of langer moeten een veiligheidsgordel gebruiken.
  • Voor auto's met een Nederlands kenteken gelden in principe de regels voor het vervoer van kinderen in Nederland. Automobilisten wordt echter geadviseerd de regels van Zwitserland te volgen.

Lading

  • De lading mag maximaal 5 m uitsteken naar achteren, gerekend vanaf de achteras. Lading die naar achteren meer dan 1 uitsteekt, moet worden gemarkeerd.
  • De lading mag maximaal 3 m uitsteken naar voren, gerekend vanaf het hart van het stuurwiel.
  • De lading mag niet breder zijn dan de auto, exclusief spiegels.
  • In een voertuig mag lading (bijvoorbeeld ski's) alleen op de bodem van dat voertuig worden vervoerd.

Fietsen

  • Fietsen op het dak mogen inclusief voertuig niet hoger zijn dan 4 m.
  • In tegenstelling tot andere lading, mogen fietsen achter op een auto maximaal 20 cm uitsteken, mits de fietsen in totaal niet breder zijn dan 2 m.

Dashcam

Milieuzones

  • Voor zover bekend zijn er op dit moment in Zwitserse steden geen milieubeperkende maatregelen getroffen die voor buitenlandse bezoekers van belang zijn om te weten.
  • Een negental Zwitserse bergdorpen is autovrij: Braunwald, Bettmeralp, Mürren, Riederalp, Rigi, Saas-Fee, Stoos, Wengen en Zermatt.

Maximumsnelheid

  Binnen bebouwde kom (A) Buiten bebouwde kom Autowegen Autosnelwegen (B)
Snorfietsen 30 30 verboden verboden
Bromfietsen 45 45 verboden verboden
Personenauto's, campers, toegestane maximummassa < 3500 kg en motoren 50 80 100 120
Personenauto's, campers, toegestane maximummassa < 3500 kg, met aanhangwagen/caravan 50 80 80 80
Campers, toegestane maximummassa > 3500 kg 50 80 100 100
  • A: Binnen de bebouwde kom worden steeds meer 30 km-zones ingesteld.
  • B: Op autosnelwegen die per rijrichting minstens 3 rijstroken hebben, mag de meest linkse rijstrook alleen worden gebruikt door voertuigen (of combinaties van voertuigen) die meer dan 100 km/h kunnen en mogen rijden.
  • Op autosnelwegen zijn alleen voertuigen toegestaan die ten minste 60 km/h kunnen en mogen rijden.

Flitspaalsignalering

  • Het meenemen en gebruiken van radardetectieapparatuur is verboden.
  • Ook het meenemen en gebruiken van apparatuur met signalering voor vaste flitspalen of trajectcontroles (zoals navigatieapparatuur, telefoons, tablets en laptops) is verboden. Alle flitspaalinformatie moet van deze apparatuur worden verwijderd.
  • Zie voor meer informatie: anwb.nl/juridisch-advies/op-vakantie.

 

Verkeersregels caravan en aanhangwagen

Afmetingen, maxima

  Nederland Zwitserland opm.
Breedte combinatie (excl. spiegels) 2,55 m 2,55 m  
Hoogte combinatie 4 m 4 m  
Lengte aanhanger (incl. dissel) 12 m 12 m (A)
Lengte combinatie 18 m 18,75 m (A)
  • A: Een eventuele fietsendrager achterop wordt meegerekend in de lengte.

Wielkeggen

  • De wielen van een geparkeerde auto met een aanhanger of een losgekoppelde aanhanger moeten ook op een geringe helling met een of meer wielkeggen worden vastgezet.

Rijstroken

  • Een auto met een caravan of aanhangwagen mag op autosnelwegen met drie of meer rijstroken in één richting niet op de meest linkse rijstrook rijden, tenzij dat noodzakelijk is om linksaf te slaan.

Bijzonderheden

Smalle bergwegen

  • Het is gevaarlijk om met een auto die een aanhangwagen of caravan trekt, over smalle bergwegen te rijden. Geadviseerd wordt om alleen over bergwegen te rijden die geschikt zijn voor voertuigen van 2,50 m breed.

Verkeersregels fiets

Helm

  • Mits een maximumsnelheid van 20 km/h wordt aangehouden, is het dragen van een fietshelm voor het rijden op een gewone fiets of een elektrische fiets niet verplicht. Het wordt echter wel geadviseerd. (Voor een speedpedelec is een helm verplicht.)

Verlichting en overige vereisten

  • Fietsen moeten in het donker en bij slecht zicht zijn voorzien van vaste of los te bevestigen lampen. Voor op de fiets moet het licht de kleur wit of geel hebben en achter op de fiets de kleur rood.
  • De fiets moet voor een witte reflector hebben, achter een rode (beide minimaal 10 cm² groot) en oranje reflectoren op de pedalen.
  • Ook moet de fiets zijn voorzien van goed werkende remmen. Een bel is niet verplicht.

Passagiers

  • Personen ouder dan 16 jaar mogen een kind meevoeren als het in een kinderzitje zit en de beentjes voldoende worden beschermd.

Fietsende kinderen

  • Kinderen jonger dan 6 jaar mogen alleen onder begeleiding van iemand van 16 jaar of ouder op de openbare weg fietsen.

Aanhanger

  • Het is toegestaan om te rijden met een fiets waaraan een aanhanger is gekoppeld.
  • Een fiets met aanhanger is alleen toegestaan op een fietspad als het pad zo breed is dat andere fietsers nog kunnen inhalen.
  • In een hiervoor ontworpen aanhanger die voldoende bescherming biedt, mogen twee kinderen worden vervoerd. Het totale gewicht ervan met lading mag niet meer bedragen dan 80 kg.

Mobiele telefoon

  • Het is fietsers verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden.

Naast elkaar rijden

  • Fietsers mogen alleen op een fietspad of een fietsstrook en op erven naast elkaar rijden.
  • Ook is het toegestaan om naast elkaar te fietsen wanneer de weg minimaal 8 m breed is en er veel (brom)fietsverkeer is.

Plaats op de weg

  • Met een fiets of standaard elektrische fiets moet je op het fietspad rijden, als dat aanwezig is.
  • Als er een fietspad ontbreekt, moet je zoveel mogelijk aan de rechterkant van de weg rijden.
  • Als door middel van een bord wordt aangegeven dat een weg verboden is voor gemotoriseerd verkeer, mag een standaard elektrische fiets hier wel rijden, maar een speedpedelec niet (tenzij de motor wordt uitgeschakeld).

Parkeren

  • Fietsen mogen alleen op het trottoir worden geplaatst als er minimaal 1,50 m trottoirbreedte overblijft voor voetgangers.

Elektrische fiets

  • Voor een standaard elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 km/h die een vermogen heeft van maximaal 500 watt (Leicht-Motorfahrrad), gelden dezelfde regels als voor een gewone fiets.
  • Let op: De minimumleeftijd voor het rijden op een standaard elektrische fiets is 14 jaar. Kinderen van 14 tot en met 16 jaar hebben wel een speciaal rijbewijs van categorie M nodig om op een elektrische fiets te mogen fietsen.
  • Het dragen van een fietshelm is niet verplicht, maar wordt wel geadviseerd.
  • Elektrische fietsen moeten waar mogelijk op het fietspad rijden.
  • Als door middel van een bord wordt aangegeven dat een weg verboden is voor gemotoriseerd verkeer, mag een gewone elektrische fiets hier wel rijden.

Speedpedelec

  • Zwitserland heeft specifieke verkeersregels voor elektrische fietsen met trapondersteuning tot 45 km/h en een vermogen van maximaal 1000 watt (S-Pedelecs).
  • De minimumleeftijd voor het rijden op een speedpedelec is 14 jaar. Bestuurders hebben een speciaal rijbewijs van categorie M nodig om op een speedpedelec te mogen fietsen.
  • Een bestuurder van een speedpedelec die zonder meetrappen niet harder kan dan 20 km/h, moet een goedgekeurde fietshelm (norm EN1078) dragen. Voor zover bekend is een speedpedelec-helm (norm NTA 8776:2016) in dat geval ook toegestaan. 
  • Let op: Als een speedpedelec zonder meetrappen harder kan dan 20 km/h, is een goedgekeurde bromfietshelm (norm ECE 22.05) verplicht.
  • Speedpedelecs moeten waar mogelijk op het fietspad fietsen. 
  • Als door middel van een bord wordt aangegeven dat een weg verboden is voor gemotoriseerd verkeer, mag een speedpedelec alleen op die weg rijden met een uitgeschakelde motor.

Bijzonderheden

Inhalen

  • Fietsers mogen een rij stilstaande voertuigen niet inhalen. Ze mogen ook niet tussen stilstaande voertuigen door slalommen. 

Verkeersregels motor

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht voor bestuurder en passagier.
  • Op een trike of quad is het dragen van een helm verplicht tenzij het voertuig een gesloten cabine heeft of de zitplaatsen zijn uitgerust met veiligheidsgordels.

Verlichting

  • Ook overdag moet dimlicht worden gevoerd.
  • Het is motorrijders ook toegestaan om overdag dagrijlicht te voeren. Let op: in tunnels, bij weinig licht en bij slecht zicht is dagrijlicht niet voldoende en moet dimlicht worden gevoerd.

Passagiers

  • Op een motor mag één passagier worden vervoerd mits deze de voeten op voetsteunen kan laten rusten.
  • Een kind jonger dan 7 jaar mag alleen in een geschikt kinderzitje worden vervoerd.

Aanhanger

  • Er mag een aanhanger aan een motor worden gekoppeld.
  • Er mogen geen passagiers worden vervoerd in de aanhanger.

Filerijden

  • Het is verboden in een file tussen de rijen stilstaande of langzaam rijdende auto's door te rijden.

Naast elkaar rijden

  • Het is verboden om naast elkaar te rijden.

Verkeersregels bromfiets

  • In Zwitserland wordt een bromfiets een Kleinmotorrad en een snorfiets een Motorfahrrad genoemd.
  • Een Kleinmotorrad mag niet sneller kunnen dan 45 km/h; hiervoor gelden de verkeersregels voor motoren.
  • Een Motorfahrrad mag niet sneller kunnen dan 30 km/h; hiervoor gelden de verkeersregels voor fietsen.

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht op snor- en bromfietsen.

Verlichting

  • Het voeren van dimlicht overdag is niet verplicht, maar wordt wel sterk aangeraden.

Passagiers

  • Op een bromfiets mag maximaal 1 passagier worden vervoerd op een daartoe bestemde zitplaats (duo- of buddyseat), mits er ook voetsteunen aanwezig zijn.
  • Kinderen jonger dan 7 jaar moeten in een kinderzitje worden vervoerd.

Aanhanger

  • Het is toegestaan een aanhanger met één as aan een snor- of bromfiets te koppelen.

Plaats op de weg

  • Fietsers en snorfietsers moeten gebruikmaken van een fietspad of fietsstrook.
  • Bromfietsers moeten gebruikmaken van de rijbaan.

Bijzonderheden

Inhalen

  • Brom- en snorfietsers mogen een rij stilstaande voertuigen niet inhalen door tussen de voertuigen door te slalommen.

Verkeersborden

  • De verkeersborden in Zwitserland wijken nauwelijks af van die in Nederland.
  • De taal op de verkeersborden kan Duits, Frans of Italiaans (soms Reto-Romaans) zijn, afhankelijk van de taal die in het kanton wordt gesproken.

Auto en motor

  • Het bord dat een auto(snel)weg aanduidt, heeft een groene in plaats van blauwe achtergrond.
  • Een wit rond bord met een zwart getal en een brede rode rand waarin de witte tekst GenerellLimite généraleLimite generale of Limita generala is geplaatst, geeft de algemeen geldende maximumsnelheid aan binnen de bebouwde kom.
  • Een rond wit bord met een rode rand en een naar links (of rechts) afbuigende zwarte pijl met een diagonale rode streep erdoor betekent: Verboden links (of rechts) af te slaan.
  • Een blauw vierkant bord met een gele posthoorn erop geeft een bergpostweg aanHier moet je voorrang verlenen aan het openbaar vervoer, zoals de postauto (een gele bus) en de aanwijzingen van de bestuurder daarvan opvolgen. Als de drietonige hoorn van de postauto klinkt, moet je bijvoorbeeld wachten bij een haarspeldbocht.
  • Een rond blauw bord met daarop een autoband met een sneeuwketting betekent dat sneeuwkettingen verplicht zijn.
  • Een rond blauw bord met een wit getal erop (bijvoorbeeld 30) geeft de minimumsnelheid aan.

Fiets en voetganger

  • Een wit rond bord met een rode rand en een skiër of iemand op een slee geeft aan dat het is verboden om te skiën of te sleeën.
  • Behalve het bekende ronde blauwe bord Fietspad, zijn er ook vergelijkbare borden die een fiets-/voetpad aangeven, met al dan niet gescheiden gedeelten voor fietsers en voetgangers.

Overige

  • Er zijn ook ronde witte borden met een rode rand waarbinnen in het zwart iemand op ski's of iemand op een slee staat afgebeeld en waarmee skiën of sleetjerijden wordt verboden.
  • Een rond wit bord met een rode rand en een zwarte schoen met vier wieltjes eronder geeft aan dat skeeleren, rolschaatsen, skateboarden, waveboarden enzovoort verboden is. 

Aanduidingen

Duits (Frans / Italiaans) Nederlands
Ausfahrt (sortie / uscita) Uit, afrit
Begegnungszone Woonerf (maximumsnelheid 20 km/h)
Bis (jusqu'a / fino a) Tot (aan)
Stau (bouchon / coda) File
Gefahr (danger / pericoli) Gevaar
Generell (limite générale / limite generale) Algemeen geldende maximumsnelheid (binnen bebouwde kom)
Geschlossen (fermé / chiuso) Gesloten
Offen (ouvert / aperto) Open
Polizei (police / polizia) Politie
Zoll (douane / dogana) Douane

Winterbanden

Winterbanden

  • Aangeraden bij winterse omstandigheden - Het gebruik van winterbanden is niet verplicht, maar wordt dringend aangeraden. Je kunt namelijk een boete krijgen als je bij winterse omstandigheden in een auto zonder winterbanden rijdt en het overige verkeer hindert (omdat je banden onvoldoende grip hebben op het wegdek).
  • De ANWB adviseert je winterbanden te gebruiken met het sneeuwvloksymbool (3PMSF). Meer informatie: anwb.nl/winterbanden.
  • Als je op zomerbanden rijdt tijdens winterse omstandigheden en betrokken raakt bij een ongeval, bestaat de kans dat je (mede)aansprakelijk wordt gesteld voor het ongeval omdat je het verkeer onnodig in gevaar hebt gebracht.
  • Let op: In Luxemburg en Duitsland is het rijden op winterbanden verplicht bij winterse omstandigheden.

Sneeuwkettingen

  • Verplicht bij bord - Het gebruik van sneeuwkettingen is verplicht als dat wordt aangegeven met een rond, blauw verkeersbord waarop een autoband met een sneeuwketting staat. Je wordt daarom aangeraden in de winterperiode sneeuwkettingen mee te nemen in de auto.
  • Soms is het blauwe bord sneeuwkettingen verplicht voorzien van een onderbord met de tekst 4 x 4 ausgenommen dat aangeeft dat sneeuwkettingen niet verplicht zijn voor auto's met vierwielaandrijving. 
  • Hoewel sneeuwkettingen alleen verplicht zijn als dat met een bord wordt aangegeven, kun je toch een boete krijgen als je op zomerbanden zonder sneeuwkettingen door de sneeuw rijdt en het andere verkeer hindert (omdat je banden onvoldoende grip hebben op het wegdek).
  • Sneeuwkettingen moeten op ten minste twee aangedreven wielen worden gemonteerd.
  • De maximumsnelheid bij het gebruik van sneeuwkettingen is 50 km/h.
  • Kunststof sneeuwkettingen worden toegestaan mits ze aan de wettelijke eisen voldoen.

Spijkerbanden

  • Toegestaan in winterperiode - Het gebruik van spijkerbanden is toegestaan van 1 november t/m 30 april.
  • Als de toestand van de weg of de weersomstandigheden dat vereisen kan het gebruik van spijkerbanden ook buiten deze periode worden toegestaan voor bepaalde wegen, vooral in berggebieden.
  • Het gebruik van spijkerbanden is verboden op autosnelwegen en bepaalde autowegen, maar is wel toegestaan op de A13 tussen Thusis en Mesocco (San Bernardinotunnel) en op de A2 tussen Göschenen en Airolo (Sint Gotthardtunnel).
  • De maximumsnelheid bij het gebruik van spijkerbanden is 80 km/h.
  • Achter op een auto met spijkerbanden moet een ronde sticker worden bevestigd die de toegestane maximumsnelheid van 80 km/h aangeeft.
  • Als spijkerbanden worden gebruikt, moeten die op alle wielen gemonteerd worden.
  • De spijkers mogen niet langer zijn dan 1,5 mm.

Bijzonderheden

Auto ijs- en sneeuwvrij

  • Bestuurders zijn verplicht om voor ze wegrijden alle ruiten van een auto sneeuw- en ijsvrij te maken. Het wordt daarom aangeraden een ijskrabber mee te nemen in de auto.
  • Ook eventuele sneeuw op het dak moet worden verwijderd.
  • Let op: Het is verboden om tijdens het krabben van de ruiten de motor te laten draaien. 

Meer praktische info onderweg in Zwitserland

Tanken
Tol in Zwitserland
Verkeer
Actuele verkeersinformatie Zwitserland
Verkeersboetes
Verplicht mee in de auto