Rijden in een tunnel

Weliswaar gebeuren er in tunnels relatief weinig ongelukken, maar een tunnelongeluk heeft vaak ernstige gevolgen. Neem daarom, voordat je met de auto op vakantie gaat, de tips om veilig in een tunnel te rijden door.

Tips (video) om veilig door een tunnel te rijden


 Het belangrijkste

  • Houd je aan de maximumsnelheid.
  • Houd altijd ruim voldoende afstand.
  • Keer nooit en rij nooit achteruit.
  • Bij brand, alleen in het beginstadium zelf blussen.

Wanneer de brand niet meer te blussen is, het aan de hulpdiensten overlaten en altijd van het vuur weg de tunnel zo snel mogelijk verlaten via een dichtsbijzijnde (nood)uitgang.

En vergeet nooit. 
Vuur en rook in de tunnel zijn levensgevaarlijk. Breng jezelf in veiligheid en niet je auto of je spullen!

Normale situatie

Vóór het binnenrijden van de tunnel

  • Controleer vóór het naderen van een tunnel of je voldoende brandstof hebt.
  • Stem de radio af op de (FM-)verkeerszender. De FM-frequentie wordt met een bord aangegeven bij het begin van de tunnel. 
  • Doe je dimlichten aan.
  • Zet je zonnebril af.
  • Let bij de tunnelingang op de verkeerslichten en verkeersborden.

In de tunnel

  • Houd in de tunnel altijd ruim voldoende afstand tot de auto vóór je.
  • Houd je aan de maximumsnelheid.
  • Houd de verwijzingen naar vluchtwegen en noodtelefoons goed in de gaten.
  • Houd in een tunnel met tegenliggers altijd goed rechts en overschrijd nooit de middenstreep.
  • Keer nooit om en rij nooit achteruit.
  • Parkeer in de tunnel alleen in noodsituaties.

Bij file

  • Zet de alarmlichten aan.
  • Voldoende afstand met je voorligger houden (5 m).
  • Zet de motor af als het verkeer stil staat.
  • Blijf in de auto.
  • Luister naar de verkeersberichten.

Bij pech

  • Zet de alarmlichten aan.
  • Parkeer op de vluchtstrook, de pechhaven of anders zover mogelijk rechts.
  • Zet de motor af.
  • Verlaat voorzichtig de auto. In verschillende landen is bij pech het dragen van een veiligheidsvest verplicht.
  • Informeer de verkeersleiding van de tunnel door, indien mogelijk, gebruik te maken van in de tunnel geïnstalleerde noodtelefoons. Het gebruik van een noodtelefoon heeft de voorkeur boven het gebruik van je mobiele telefoon. Dit aangezien de noodtelefoons de hulpdiensten direct zicht geven op je locatiegegevens en ze daardoor adequaat instructies kunnen geven.
  • Ga (met veiligheidshesjes aan) op meer dan 50 meter voorbij de auto zo dicht mogelijk tegen de tunnelwand of andere veilige plek in de tunnel wachten op hulp.

Bij een ongeluk

  • Zet onmiddellijk de alarmlichten aan.
  • Parkeer op de vluchtstrook, de pechhaven of anders zo ver mogelijk rechts. Zorg er in ieder geval voor, dat er ruimte is voor de hulpdiensten (tretungsgasse / strook voor hulpdiensten).
  • Zet de motor af.
  • Verlaat voorzichtig de auto. In verschillende landen is bij pech het dragen van een veiligheidsvest verplicht.
  • Informeer de verkeersleiding van de tunnel door, indien mogelijk, gebruik te maken van in de tunnel geïnstalleerde noodtelefoons. Het gebruik van een noodtelefoon heeft de voorkeur boven het gebruik van je mobiele telefoon. Dit aangezien de noodtelefoons de hulpdiensten direct zicht geven op je locatiegegevens en ze daardoor adequaat instructies kunnen geven.
  • Verleen eerste hulp aan gewonden.

Brand in je voertuig

  • Zet onmiddellijk de alarmlichten aan.
  • Rijd zo mogelijk zelf de tunnel uit. Keer nooit en rij nooit achteruit.
  • Wanneer je het eind van de tunnel niet meer kunt bereiken, parkeer dan op de vluchtstrook, de pechhaven of anders zo ver mogelijk rechts. Zorg er in ieder geval voor, dat er ruimte is voor de hulpdiensten (tretungsgasse / strook voor hulpdiensten).
  • Zet de motor af en laat de sleutel in het contact.
  • Informeer de verkeersleiding van de tunnel door, indien mogelijk, gebruik te maken van in de tunnel geïnstalleerde noodtelefoons. Het gebruik van een noodtelefoon heeft de voorkeur boven het gebruik van je mobiele telefoon. Dit aangezien de noodtelefoons de hulpdiensten direct zicht geven op je locatiegegevens en ze daardoor adequaat instructies kunnen geven.
  • Probeer alleen een kleine beginnende brand te blussen. Wanneer dat niet lukt, loop dan van het vuur weg en verlaat de tunnel zo snel mogelijk via een dichtsbijzijnde  (nood)uitgang. Laat grotere branden dus over aan de brandweer.
  • Verleen eerste hulp aan gewonden.

Brand in een andere auto

  • Zet onmiddellijk je alarmlichten aan.
  • Hou voldoende / extra afstand.
  • Parkeer op de vluchtstrook, de pechhaven of anders zo ver mogelijk rechts. Zorg er in ieder geval voor, dat er ruimte is voor de hulpdiensten (rettungsgasse / strook voor hulpdiensten).
  • Keer nooit om en rij nooit achteruit.
  • Zet de motor af en laat de sleutel in het contact.
  • Informeer de verkeersleiding van de tunnel door, indien mogelijk, gebruik te maken van in de tunnel geïnstalleerde noodtelefoons. Het gebruik van een noodtelefoon heeft de voorkeur boven het gebruik van je mobiele telefoon. Dit aangezien de noodtelefoons de hulpdiensten direct zicht geven op je locatiegegevens en ze daardoor adequaat instructies kunnen geven.
  • Probeer alleen een kleine beginnende brand te blussen. Wanneer dat niet lukt, loop dan van het vuur weg en verlaat de tunnel zo snel mogelijk via een dichtsbijzijnde  (nood)uitgang. Laat grotere branden dus over aan de brandweer.
  • Verleen eerste hulp aan gewonden.

Routekaarten

Deze tunneltips staan ook op de ANWB Alpenlanden routekaarten. 

Bovenstaande tips zijn opgesteld door de ANWB in samenwerking met 12 Europese zusterclubs en met steun van de Europese Commissie.