Naar artikel

Verkeersregels in Oostenrijk

We hebben de belangrijkste verkeersregels op een rijtje gezet. Onder andere die voor filerijden, mobiel bellen, winterbanden en de maximumsnelheid.

Algemene verkeersregels

  • Hier worden enkele belangrijke algemene verkeersregels vermeld, waaronder een aantal verkeersregels die afwijken van de Nederlandse.
Veilig rijden 

Rijden onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille (om precies te zijn 0,49 promille). 
  • Voor bestuurders die korter dan twee jaar een rijbewijs hebben, geldt een absoluut alcoholverbod (limiet van 0,1 promille).
  • Het is verboden te rijden onder invloed van drugs.

Mobiele telefoon

  • Het is bestuurders van voertuigen (ook fietsers) verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon of een vergelijkbaar apparaat vast te houden. 
  • Let op: Ook als je bij een stopbord wacht of je in een file bevindt met langzaam rijdend of stilstaand verkeer is het gebruik van een mobiele telefoon verboden.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan. 
  • Je mag je telefoon alleen als navigatieapparaat gebruiken als deze zich in een houder bevindt die binnen in de auto is bevestigd. Het is echter verboden tijdens het rijden een adres in te voeren.

Veilig inhalen

  • Als automobilist of motorrijder moet je bij het inhalen van een fietser binnen de bebouwde kom een zijdelingse afstand van minstens 1,50 m en buiten de bebouwde kom een zijdelingse afstand van minstens 2 m aanhouden. 
  • Deze afstanden gelden ook als een fietser zich op een fietspad bevindt.

Rijden in de bergen 

  • Op smalle bergwegen waar twee voertuigen elkaar niet goed kunnen passeren, moet degene die het makkelijkst kan uitwijken of terugrijden, voorrang verlenen (er gelden voor deze situaties geen speciale voorrangsregels).
  • Ga voor meer informatie over veilig rijden in de bergen naar anwb.nl/auto/themas/vakantie-met-de-auto/autorijden-in-de-bergen

Rijden in een tunnel

  • Je bent in een tunnel verplicht met dimlicht te rijden (dagrijlicht is onvoldoende).
  • Bij een file in een tunnel ben je verplicht een reddingsstrook (Rettungsgasse) vrij te houden voor hulpdiensten (zie ook verderop). Bovendien moet je je alarmlichten inschakelen en voldoende afstand houden ten opzichte van je voorganger.
  • Ga voor meer informatie over veilig rijden in een tunnel naar anwb.nl/verkeer/buitenland/tunnels/rijden-in-de-tunnel.

Veilig wandelen

  • Voetgangers zijn verplicht om buiten de bebouwde kom zoveel mogelijk aan de linkerkant van de weg te lopen als een voetpad ontbreekt, tenzij dat gevaar voor ze oplevert.
Basisverkeersregels
  • Je moet rechts rijden en links inhalen.

Voorrang

  • Op een kruising moet je voorrang verlenen aan bestuurders die van rechts komen, tenzij met verkeerstekens anders wordt aangegeven.
  • Trams en andere voertuigen op rails hebben ook voorrang als ze van links komen.
  • In Oostenrijk wordt behalve met borden meestal met een witte, onderbroken streep op het wegdek, maar soms ook met haaientanden, aangegeven dat bestuurders voorrang moeten verlenen aan bestuurders op een kruisende weg. 
  • Als je op een voorrangsweg rijdt en stopt, verlies je het recht op voorrang.
  • Let op: Overstekende kinderen hebben altijd voorrang.

Inhalen

  • Bestuurders mogen stilstaande trams stapvoets voorbijrijden, mits ze de in- en uitstappende passagiers niet hinderen en minstens 1,5 m ruimte in de breedte vrijlaten.
  • Bestuurders mogen een tram die bij een halte staat, alleen rechts inhalen als alle passagiers zijn uit- en ingestapt, er niemand meer naar de tram loopt en de deuren van de tram gesloten zijn.
  • Rijdende trams moeten rechts worden ingehaald, tenzij er rechts onvoldoende ruimte is; op eenrichtingswegen mag de tram ook links worden ingehaald. Bestuurders moeten minimaal 20 m achter een tram blijven als zij deze niet kunnen of willen inhalen.
  • Bestuurders mogen een stilstaande schoolbus met knipperende alarmlichten niet in dezelfde richting voorbijrijden.
  • Inhalen is verboden vanaf 80 m voor een spoorwegovergang en direct erna.

Reddingsstrook bij file

  • In Oostenrijk ben je verplicht in een file een reddingsstrook (Rettungsgasse) in het midden vrij te houden voor de hulpdiensten.
  • Deze plicht geldt op alle wegen met minstens twee rijstroken per rijrichting, zoals op de Autobahn en andere snelwegen.
  • Begin met het vormen van een reddingsstrook zodra zich een file vormt en het verkeer stapvoets gaat rijden.
  • Verkeer op de meest linkse rijstrook moet zo veel mogelijk links gaan rijden en verkeer op de andere rijstroken moet zo ver mogelijk naar rechts.
  • Je mag de vluchtstrook gebruiken als dat nodig is om een voldoende brede reddingsstrook te vormen, maar in principe moet je de vluchtstrook vrijhouden.
  • Als je niet meewerkt aan het vormen van een reddingsstrook bij een file, kun je een hoge boete krijgen.
  • Let op: Voor motorrijders is het in Oostenrijk verboden om over de reddingsstrook te rijden.

Parkeren en stilstaan

  • Bij druk verkeer, op onoverzichtelijke punten, op voorrangswegen en in staten met rails is parkeren aan de linkerkant (tegen de rijrichting in) verboden. In een straat met eenrichtingsverkeer mag je wel aan de linkerkant parkeren.
  • Het is verboden te parkeren in zones die zijn gemarkeerd met een gele zigzagstreep of op plaatsen waar een onderbroken gele streep aanwezig is langs de kant van de weg.
  • Stilstaan is onder andere verboden langs een doorgetrokken gele streep aan de kant van de weg en binnen 15 m van een tram- of bushalte. 
  • In een aantal grote steden in Oostenrijk zijn kortparkeerzones (Kurzparkzones) aanwezig die met borden en blauwe strepen op de weg zijn gemarkeerd. Ga voor meer informatie over parkeren in Oostenrijk naar oeamtc.at/thema/parken.
  • Als een verkeersbord met een parkeerverbod een onderbord heeft waarop werktags met daarachter een tijdsperiode wordt vermeld, geldt dit parkeerverbod ook op zaterdagen (met werktags wordt maandag tot en met zaterdag bedoeld). Als een parkeerverbod niet in het weekend geldt, vermeldt het onderbord Mo-Fr.
  • Let op: Bij het parkeren mag geen enkel deel van de auto uitsteken boven een stoep, voetpad of fietspad. Bij het parkeren naast een stoep mag een bumper of spiegel wel iets uitsteken boven de stoep en je mag ook maximaal 10 minuten wat dichter bij de stoep staan om iets in of uit te laden, maar ook dan moet er minimaal 1,5 meter van de stoep vrij blijven. Geen enkel deel van een auto, dus ook geen bumper of spiegel, mag uitsteken boven een fietspad.    

Verkeerslichten

  • Wanneer rood en oranje tegelijkertijd branden zal het licht kort daarna op groen springen. Bestuurders moeten zich gereed houden om weg te rijden.
  • Nadat het groene licht vier maal heeft geknipperd, springt het op oranje. Bestuurders moeten zich gereed te houden om te stoppen.
  • Bij oranje licht geldt doorrijden als een overtreding, tenzij de bestuurder de kruising zo dicht is genaderd dat veilig stoppen niet meer kan.

Geluidssignalen

  • In Wenen is het geven van geluidssignalen verboden, tenzij dat niet anders kan om een gevaar af te wenden.
  • In de buurt van ziekenhuizen is het geven van geluidssignalen alleen toegestaan in geval van nood.

Rijstroken

  • Als binnen de bebouwde kom een weg uit minstens twee rijstroken voor iedere richting bestaat, is de bestuurder vrij om te kiezen welke rijstrook deze wil gebruiken, ongeacht de snelheid van het verkeer op de andere rijstroken. Buiten de bebouwde kom mag dit alleen in druk (file)verkeer.
  • Een linkerrijstrook waarin tramrails liggen mag niet worden gebruikt.

Schulstraße

  • Oostenrijkse gemeenten kunnen in straten of gebieden in de buurt van een school een Schulstraße instellen. Een Schulstraße wordt aangegeven met een rechthoekig blauw bord met een wit vlak met daarin twee silhouetten van schoolkinderen en daaronder de tekst Schulstraße
  • Hier mogen (soms alleen op bepaalde tijden) geen auto's rijden en mogen voetgangers op de rijbaan lopen, mits ze het overige verkeer niet opzettelijk hinderen. 
  • Andere toegelaten voertuigen, bijvoorbeeld fietsen of schoolbussen, moeten hier stapvoets rijden en mogen de voetgangers niet in gevaar brengen of hinderen.

Spoorwegovergang

  • Bij nadering van een onbewaakte spoorwegovergang met een wit bord met daarop een afbeelding van een trein en de tekst auf pfeifsignal achten (let op het fluitsignaal), moeten bestuurders stoppen om te luisteren of er een trein aankomt (geadviseerd wordt om eventuele muziek uit te zetten en een raampje te openen).

Motor laten draaien

  • Het bij stilstand warm laten draaien van de motor is verboden.
  • Ook in andere omstandigheden, bijvoorbeeld bij het wachten voor een overweg, is het onnodig laten draaien van de motor verboden.

Waarschuwingssignaal

  • Een praatpaal langs de autosnelweg is voorzien van licht. Dit wordt als knipperlicht in werking gesteld bij spookrijders, verkeersongevallen, files, mist en dergelijke. Als dit licht knippert, moeten bestuurders snelheid minderen en opletten voor het naderen van een gevaarlijke situatie.

Maximumsnelheid Oostenrijk

 Binnen bebouwde kom (A)Buiten bebouwde komAutowegenAutosnelwegen
Bromfietsen4545verbodenverboden
Motoren50100100130 (B)
Personenauto's en campers < 3500 kg50100100130 (B)
Met aanhangwagen/caravan < 750 kg50100100 (C)100 (C)
Met aanhangwagen/caravan >750 kg, combinatie < 3500 kg5080100 (C)100 (C)
Met aanhangwagen/caravan, combinatie > 3500 kg50708080
Campers > 3500 kg met/zonder aanhanger50708080
  • A: In diverse Oostenrijkse steden, zoals Graz, geldt een algemene maximumsnelheid van 30 km/h. Ook zijn in veel steden, zoals Wenen, talloze 30km-zones aanwezig. Let goed op de borden.
  • B: Van 22-5 uur 's nachts geldt voor auto's < 3500 kg en motoren op de volgende autobahnen een maximumsnelheid van 110 km/h:
    • A10 (Tauern)
    • A12 (Inntal) 
    • A13 (Brenner) 
    • A14 (Rheintal)
  • C: De ANWB adviseert je om met een caravan of aanhangwagen de Nederlandse maximumsnelheid van 90 km/h aan te houden. Rij hooguit 100 km/h als je combinatie daar geschikt voor is. Je kunt dit bijvoorbeeld controleren met de rekentool 'caravantrekker' (anwb.nl/auto/trekauto): als de ANWB het rijden met jouw combinatie een veilig keuze vindt én als de prestaties van de combinatie bij 80 of 90 km/h voldoende zijn (minstens 4 sterren), kun je overwegen 100 km/h te rijden waar dat is toegestaan.
  • Op autosnelwegen zijn alleen voertuigen toegestaan die ten minste 60 km/h kunnen en mogen rijden.
  • In een Wohnstrasse (woonerf) is de maximumsnelheid 5 km/h.
IG-L
  • In het kader van de IG-L (Immissionsschutzgesetz-Luft), de Oostenrijkse wet die luchtvervuiling tegengaat, kunnen in Oostenrijk snelheidsbeperkingen worden ingesteld op bepaalde autosnelwegen (Autobahnen) als er te veel vervuilende stoffen in de lucht aanwezig zijn. 
  • Bij te veel luchtvervuiling mag je in plaats van 130 km/h maar 100 km/h rijden op autosnelwegen. Deze lagere maximumsnelheid wordt aangegeven op matrixborden boven de weg.
  • Deze snelheidsbeperkingen kunnen voorkomen op delen van autosnelwegen in Tirol, Salzburg, Steiermark, Oberösterreich en Kärnten, en met name op deze wegen: 
    • A 12 (Inntalautobahn)
    • A1 (Westautobahn)
  • Op delen van de A12 en A13 in Tirol geldt in verband met de luchtkwaliteit permanent een verlaagde maximumsnelheid van 100 km/h. Dit wordt aangegeven met borden.
Werktags
  • Let op: Als een verkeersbord met een maximumsnelheid een onderbord heeft waarop werktags met een tijdsperiode wordt vermeld, geldt deze maximumsnelheid ook op zaterdagen (met werktags wordt maandag tot en met zaterdag bedoeld). Als een maximumsnelheid niet in het weekend geldt, vermeldt het onderbord Mo-Fr (Montag-Freitag).
Flitspaalsignalering
  • Het meenemen en gebruiken van radardetectieapparatuur is verboden.
  • Het gebruik van apparatuur met signalering voor vaste flitspalen of trajectcontroles (zoals navigatieapparatuur en telefoons) is toegestaan.
  • Zie voor meer informatie: anwb.nl/juridisch-advies/op-vakantie.

Auto en camper

Verlichting
  • Net als in Nederland zijn automobilisten overdag alleen verplicht licht te voeren wanneer het zicht ernstig wordt belemmerd.

Achteraf ingebouwde xenonlampen

  • Als de inbouw van de xenonlampen (gasontladingslampen) in een auto volgens de daarvoor geldende regels is geschied en het gebruik daarvan in Nederland is goedgekeurd, mag je er in principe mee in Oostenrijk de weg op.
Kinderen
  • Kinderen jonger dan 14 jaar en kleiner dan 1,35 m moeten voor- en achterin in een goedgekeurd en passend kinderzitje of op een goedgekeurde en passende zittingverhoger met veiligheidsgordels worden vervoerd.
  • Kinderen jonger dan 14 jaar, maar groter dan 1,35 m mogen ook een in hoogte verstelbare veiligheidsgordel dragen, mits de gordel goed past en niet over de hals loopt.
  • In een auto waarin een kinderzitje of veiligheidsgordels ontbreken, mogen kinderen jonger dan 3 jaar niet worden vervoerd en mogen kinderen tot 14 jaar alleen achterin worden vervoerd (kinderen tot 14 jaar mogen niet worden vervoerd in een twoseater of vrachtwagencabine waarin geen zitjes of gordels aanwezig zijn).
  • Als een kind met de rug naar voren, voor in de auto in een kinderzitje wordt vervoerd, moet de airbag uitgeschakeld zijn.

Roken in de auto

  • Het is in Oostenrijk voor iedere inzittende van een auto of camper verboden te roken in het bijzijn van een kind onder de 18 jaar.
Lading
  • Uitstekende lading tot 1 m moet met een rode doek worden gemarkeerd. Wanneer de lading meer dan 1 m naar voren of achteren uitsteekt, moet deze worden gemarkeerd met een speciaal wit markeringsbord van 25 x 40 cm met een 5 cm brede rode reflecterende rand. In het donker en bij slecht zicht moet dergelijke lading ook worden gemarkeerd met verlichting.
  • De lading mag in de breedte maximaal 20 cm aan beide zijden uitsteken tot een breedte van 2,55 m. Voor het bepalen van de breedte van het voertuig worden de buitenspiegels meegeteld.

Fietsendrager

  • De fietsendrager met fietsen mag aan beide zijkanten niet meer dan 20 cm uitsteken (fietsen die uitsteken, hoeven niet te worden gemarkeerd).
  • Als de fietsendrager de achterlichten en reflectoren van je voertuig geheel of gedeeltelijk bedekt, moet de drager zijn voorzien van een verlichtingsbalk.

Kentekenplaat en NL-sticker

  • Als de fietsendrager of bagagebox op je trekhaak de kentekenplaat van je voertuig geheel of gedeeltelijk bedekt, moet je er een witte kentekenplaat op aanbrengen met het kenteken van je voertuig. (In Oostenrijk zijn dergelijke kentekenplaten vaak rood.)
  • Je moet in dat geval ook een ovale witte NL-sticker aanbrengen op de fietsendrager of bagagebox. Je mag de sticker niet op de witte kentekenplaat plakken. Je kunt de NL-sticker eventueel op een fiets aanbrengen. Een NL-sticker is verkrijgbaar via anwb.nl/webwinkel.
Dashcam
  • Het gebruik van een dashboardcamera in je auto kan handig zijn, bijvoorbeeld voor het registreren van een aanrijding. Let op: in sommige landen is het gebruik van een dashcam vanwege data- en privacywetgeving problematisch of zelfs verboden. Kijk voor details op anwb.nl/juridisch-advies.
Slepen
  • Slepen is op de autosnelweg toegestaan tot de eerste afrit.
  • Het trekkende voertuig moet dimlicht voeren.
  • De sleepkabel of -stang mag maximaal 8 m lang zijn en moet beter zichtbaar worden gemaakt met een rode doek.
  • Bij het slepen geldt een maximumsnelheid van 40 km/h.
Bandenprofiel
  • De minimale profieldiepte voor banden in Oostenrijk is 1,6 mm, net als in Nederland en andere EU-landen. Hierop wordt in Oostenrijk streng gecontroleerd en als wordt vastgesteld dat de banden (van auto, camper of caravan) zodanig versleten of beschadigd zijn dat het voertuig hierdoor een gevaar vormt voor de verkeersveiligheid, wordt een automobilist de toegang tot het land mogelijk ontzegd.

Caravan en aanhangwagen

Afmetingen, maxima
 NederlandOostenrijkopm.
Breedte combinatie (excl. spiegels)2,55 m2,55 m 
Hoogte combinatie4 m4 m 
Lengte aanhanger (incl. dissel)12 m12 m(A)
Lengte combinatie18 m18,75 m(A)
  • A: Een eventuele fietsendrager achterop wordt meegerekend in de lengte.
Spiegels
  • Als de caravan breder is dan je trekvoertuig, ben je verplicht zowel rechts als links een buitenspiegel te monteren.
Veiligheidskabel
  • Het is verplicht elke caravan of aanhangwagen te zekeren met een veiligheidskabel: een losbreekkabel bij een geremde aanhanger of een hulpkoppeling (vaste staalkabel) bij een ongeremde aanhanger. Doe dit volgens de Nederlandse regels: hang de kabel niet los over de trekhaak, maar bevestig hem altijd ook aan een oog of beugel aan de trekhaak of het chassis van het trekkende voertuig.
  • Ga naar anwb.nl/kamperen/caravan/rijden-met-de-caravan/koppeling/losbreekkabel voor meer informatie over het bevestigen van een losbreekkabel.
Afstand houden
  • Extra lange voertuigen, zoals bussen, vrachtwagens, maar ook auto's die een caravan of (langere) aanhangwagen trekken, moeten op wegen buiten de bebouwde kom ten minste een afstand van 50 m aanhouden ten opzichte van andere extra lange voertuigen. Deze regel is bedoeld om het inhalen van langere voertuigen gemakkelijker te maken en om colonnevorming te voorkomen.
Parkeren
  • Een caravan mag niet zonder auto worden achtergelaten op een openbare parkeergelegenheid (bijvoorbeeld een parkeerplaats langs de autosnelweg). Met name in natuurgebieden en langs meren bestaan restricties betreffende het parkeren van een caravan (die per provincie kunnen verschillen). Bij twijfel is het verstandig om ter plaatse navraag te doen.
Extra brede aanhanger
  • Voor het vervoer van een aanhanger die breder is dan 2,55 m, moet een speciale vergunning worden aangevraagd. Neem voor meer informatie contact op met het Bundesministerium für Verkehr van Oostenrijk of bezoek bmvit.gv.at.

Motor

Helm
  • Het dragen van een helm is verplicht voor bestuurder en passagier.
  • Op een trike of quad is het dragen van een helm verplicht tenzij het voertuig een gesloten cabine heeft en de zitplaatsen zijn uitgerust met veiligheidsgordels.
Verlichting
  • Het voeren van dimlicht overdag is verplicht.
Passagiers
  • Het is verboden om meer dan een passagier te vervoeren.
  • De passagier moet zich kunnen vasthouden en moet de voeten op voetsteunen kunnen laten rusten.

Kinderen

  • Het is verboden om kinderen die jonger zijn dan 13 jaar, achter op de motor te vervoeren. Kinderen mogen bovendien alleen op de motor worden vervoerd als ze met hun voeten bij de voetsteunen kunnen komen.
  • In een zijspan moeten kinderen tot 12 jaar worden vervoerd in een voor hen geschikt kinderzitje. De zijkanten van het zijspan moeten hoog genoeg zijn om tot op borsthoogte van het kind te reiken.
Aanhanger
  • Het is toegestaan om een aanhanger te trekken die niet breder is dan de motor zelf. 
Inhalen
  • Let op: Bij een verkeersbord dat een inhaalverbod aangeeft, mogen ook motoren geen voertuigen met meer dan twee wielen inhalen. Motoren mogen echter wel worden ingehaald. 
Filerijden
  • Het is verboden om langzaam rijdend verkeer in een file links of recht voorbij te rijden op de motor.
  • Ook is het verboden om in de reddingsstrook (Rettungsgasse) te rijden.
  • Rijden over een vluchtstrook, busbaan of fietspad is te allen tijde verboden.

Inhalen bij stilstaand verkeer

  • Het inhalen van een rij wachtende auto's is uitsluitend toegestaan bij stilstaand verkeer en verboden bij langzaam rijdend verkeer. 
  • Motorrijders mogen alleen een rij auto's van maximaal een paar honderd meter voorzichtig voorbijrijden (of slalommen tussen de auto's) als de auto's stilstaan bij: 
    • Kruisingen.
    • Spoorwegovergangen.
    • Voetgangers- of fietsersoversteekplaatsen.
    • Wegversmallingen.
    • Wegwerkzaamheden. 
  • Ook moet er voldoende ruimte zijn om in te halen en mag je het andere verkeer niet hinderen bij het afslaan.
  • Het is streng verboden om een doorgetrokken witte lijn te overschrijden of andere wegmarkeringen te negeren bij het inhalen van stilstaande auto's.
Rijverbod luidruchtige motoren
  • Let op: In de deelstaat Tirol zijn elk jaar van 15 april tot en met 31 oktober diverse Alpenroutes gesloten voor motoren die een geluidsniveau van 95 decibel of meer produceren. Welke wegen gesloten zijn voor luidruchtige motoren, wordt vermeld op tirol.gv.at/verkehr/verkehrsrecht/motorrad-fahrverbot.
Rugzak op de borst
  • Het is verboden op een motor te rijden met een rugzak op de borst, als die de bewegingsvrijheid of het zicht van de bestuurder belemmert.

Brom en snorfiets

  • In Oostenrijk wordt een bromfiets een Motorfahrrad of Moped genoemd. Een Motorfahrrad mag niet sneller kunnen dan 45 km/h.
  • Voor een snorfiets met een benzinemotor (constructiesnelheid 25 km/h) gelden dezelfde regels als voor een bromfiets.
  • Voor een elektrische snorfiets/snorscooter met een constructiesnelheid van 25 km/h (maximaal vermogen: 600 watt), gelden dezelfde regels als voor een fiets, wat onder andere het volgende betekent: 
    • Rijbewijs: niet nodig.
    • Minimumleeftijd: 12 jaar.
    • Helm: niet verplicht.
    • Fietspad: verplicht.
  • Voor een elektrische (deel- of huur)scooter (Elektro-Moped/Elektroroller) met een constructiesnelheid van 45 km/h, gelden dezelfde regels als voor een bromfiets met een benzinemotor.
Helm
  • Het dragen van een helm is verplicht op snor- en bromfietsen.
Verlichting
  • Snor- en bromfietsen moeten ook overdag dimlicht voeren.
Passagiers
  • Om een passagier te mogen vervoeren moet de snor- of bromfiets uitgerust zijn met voetsteunen en een eigen zadel of een buddyseat.
  • Kinderen die jonger zijn dan 8 jaar, moeten in een daarvoor geschikt kinderzitje worden vervoerd.
Aanhanger
  • Het is toegestaan om een aanhanger die niet breder is dan 80 cm aan de snor- of bromfiets te koppelen.
Plaats op de weg
  • Het is voor snor- of bromfietsen verboden op fietspaden te rijden.
Naast elkaar rijden
  • Snor- of bromfietsers mogen niet naast elkaar rijden.

Fiets

  • De hierna vermelde verkeersregels voor een fiets gelden ook voor een elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 km/h en een vermogen tot 600 watt (Elektro-Fahrrad, Pedelec).
  • Voor een speedpedelec met trapondersteuning tot 45 km/h gelden speciale regels (zie verderop). 
Helm
  • Het dragen van een fietshelm is verplicht voor kinderen jonger dan 12 jaar. 
  • Ook kinderen jonger dan 12 jaar die achter op de fiets of in een fietsaanhanger worden vervoerd, moeten een helm op.
  • Let op: In Niederösterreich moeten kinderen tot 15 jaar een helm dragen, ook wanneer ze niet op de openbare weg, maar bijvoorbeeld op een speelplaats of in een park fietsen.
  • Overige fietsers wordt aangeraden een fietshelm te dragen tijdens het fietsen.
Mobiele telefoon
  • Het is fietsers verboden tijdens het rijden een telefoon vast te houden. Je mag dus niet bellen, sms'en en appen tijdens het fietsen.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan.
Verlichting en overige vereisten
  • Fietsen moeten zijn voorzien van vaste lampen. Voor op de fiets moet het licht de kleur wit of geel hebben en achter op de fiets de kleur rood.
  • De fiets moet achter een rode reflector hebben, gele reflectoren op de pedalen en witte of gele reflectoren op de wielen.
  • Ook moet de fiets zijn voorzien van 2 goed werkende remmen en een bel.
Passagiers
  • Personen van 16 jaar en ouder mogen op de fiets een passagier vervoeren, mits de fiets (of elektrische fiets) daarvoor geschikt is.
  • Kinderen jonger dan 8 jaar mogen alleen achter op de fiets in een geschikt kinderzitje worden vervoerd. Dit zitje moet zijn voorzien van een hoofdsteun, een veiligheidsgordel en in hoogte verstelbare voetsteunen met riempjes om de voeten vast te zetten.
  • Let op: Kinderen mogen niet in een zitje voor op de fiets worden vervoerd. Een kinderzitje moet achter het zadel aan het frame van de fiets worden bevestigd en mag niet uitsluitend op de bagagedrager zijn gemonteerd.
  • Als je kinderen achter op de fiets vervoert, moet je ervoor zorgen dat de spaken van het achterwiel met een jasbeschermer, door de beenbeschermers van het kinderzitje of anderszins zijn afgeschermd.
Fietsende kinderen
  • Kinderen van 12 jaar en ouder mogen zonder begeleiding fietsen. Kinderen jonger dan 12 jaar mogen alleen fietsen onder begeleiding van iemand die minstens 16 jaar is. De begeleider van het kind mag altijd naast het kind fietsen.
  • Kinderen mogen wel al vanaf 9 jaar zonder begeleiding fietsen als zij in het bezit zijn van een fietsrijbewijs.
  • Het is in Oostenrijk verboden om aan het verkeer deel te nemen met een fiets waaraan een kinderfiets is gekoppeld via een tandemstang.
Aanhanger
  • Het is toegestaan om te rijden met een fiets waaraan een eenassige aanhanger is gekoppeld.
  • Als de aanhanger breder is dan 100 cm en niet voor personenvervoer wordt gebruikt, moet je op de rijbaan rijden en niet op het fietspad.
Naast elkaar rijden
  • Fietsers mogen alleen naast elkaar rijden op fietspaden en woonerven en in fietsstraten.
  • Een fietser die een fietsend kind jonger dan 12 jaar begeleidt, mag altijd naast het kind fietsen (behalve op spoorwegovergangen).
Fietsen onder invloed
  • Fietsers mogen niet onder invloed van drugs of alcohol zijn.
  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,8 promille
Plaats op de weg
  • Waar fietspaden zijn, moeten ze ook gebruikt worden.
  • Waar fietspaden ontbreken, moet zoveel mogelijk aan de rechterkant van de weg worden gereden.
  • Op een fietspad is de maximumsnelheid 30 km/h.
  • In druk verkeer mogen fietsers tussen wachtende auto's door rijden als dat veilig kan.
Rechts inhalen
  • In druk verkeer mogen fietsers tussen stilstaande auto's door fietsen als daar genoeg ruimte voor is.
Rechtsaf bij rood
  • Bij kruispunten met verkeerslichten kan een speciaal rechthoekig wit verkeersbord met een fiets en een groene pijl erop staan dat betekent dat fietsers bij rood licht rechtsaf (of rechtdoor) mogen rijden, mits ze eerst zijn gestopt (Nach Halt) en voorrang hebben verleend aan alle andere weggebruikers (vergelijkbaar met het Nederlandse verkeersbord Rechtsaf voor fietsers vrij).
Oversteekplaats voor fietsers
  • In Oostenrijk zijn speciale oversteekplaatsen voor fietsers (Radfahrerüberfahrten) die worden aangeduid met een vierkant blauw bord met een witte driehoek met een zwarte fietser.
  • Er zijn ook oversteekplaatsen die fietsers moeten delen met voetgangers.
  • Fietsers hebben voorrang op een speciale oversteekplaats voor fietsers. 
  • Bij het naderen van een oversteekplaats voor fietsers mag je niet harder fietsen dan 10 km/h.
Fietsstraat
  • In Oostenrijk zijn speciale fietsstraten (Fahrradstrassen) waar alleen fietsers mogen rijden. Daarnaast is hier alleen bestemmingsverkeer toegestaan, maar andere voertuigen mogen fietsers niet inhalen of hinderen en mogen bovendien niet sneller rijden dan 30 km/h.
  • Dergelijke straten worden aangeduid met een wit vierkant bord met daarin een blauwe cirkel met een witte fiets met daaronder de tekst Fahrradstraße.
Parkeren
  • Fietsen mogen alleen op het trottoir worden geplaatst als het trottoir minimaal 2,50 m breed is.
  • Het is verboden om fietsen te stallen bij een bus- of tramhalte.
Speedpedelec
  • Voor een elektrische fiets met trapondersteuning tot 45 km/h (S-pedelec) gelden dezelfde regels als voor een bromfiets.
  • De minimumleeftijd om op een speedpedelec te rijden is 15 jaar en de bestuurder moet in het bezit zijn van het bromfietsrijbewijs.
  • De bestuurder is verplicht een goedgekeurde bromfietshelm (norm ECE 22.05 of 22.06) te dragen. Voor zover bekend, is het dragen van een speciale speedpedelec-helm (norm NTA 8776) niet toegestaan.
  • De bestuurder moet een stevige en vuilbestendige verbanddoos bij zich hebben.
  • Speedpedelecs mogen niet op het fietspad rijden.
Fietsendrager
  • Regels voor het vervoer van fietsen op een fietsendrager vind je bij Auto en camper.

Elektrische step

  • In Oostenrijk wordt een elektrische step een E-Kleintretroller, eTretroller, Elektro-Scooter of E-Scooter genoemd.
  • Je mag met een elektrische step op de openbare weg mits aan de eisen wordt voldaan.
Eisen
  • De elektrische step mag een vermogen hebben van maximaal 600 watt, niet sneller kunnen dan 25 km/h en moet uitgerust zijn met een bel, remmen, verlichting en reflectoren.
  • Minimumleeftijd: 12 jaar (jongere kinderen mogen alleen op een elektrische step rijden onder begeleiding van iemand van 16 jaar of ouder en op een woonerf ook zonder begeleiding).
  • Rijbewijs: niet nodig.
  • Helm: verplicht voor kinderen jonger dan 12 jaar.
Verkeersregels
  • Je moet je houden aan de verkeersregels en verkeerstekens voor fietsers
  • Je moet rijden op een verplicht fietspad als dat aanwezig is en anders op de rijbaan.
  • De maximumsnelheid is 25 km/h.
  • Het is verboden op de stoep te rijden. Soms is dat uitdrukkelijk wel toegestaan en in dat geval moet je stapvoets rijden. 
  • Je mag alleen in een voetgangersgebied rijden als fietsen hier is toegestaan.
  • Met twee personen op een elektrische step rijden is verboden.
  • Naast elkaar rijden is verboden.
  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,8 promille.
  • Bellen op de step is verboden tijdens het rijden (handsfree bellen is toegestaan).
Parkeren
  • Je mag je elektrische step alleen parkeren op een stoep die breder is dan 2,5 m of op een parkeerplek voor fietsers.
  • Je moet de step zo neerzetten dat deze niet kan omvallen en geen obstakel vormt voor voetgangers.
Verzekering
  • In Oostenrijk is een aparte aansprakelijkheidsverzekering niet verplicht voor een elektrische step. 
  • Controleer bij het huren van een elektrische step de verzekeringsvoorwaarden in het huurcontract.
Step met hoger vermogen
  • Voor een elektrische step met een hoger vermogen dan 600 watt die maximaal 45 km kan rijden, gelden de regels voor bromfietsen. Dit betekent onder andere dat een helm en een bromfietsrijbewijs verplicht zijn, dat de step een kenteken en een verzekeringsplaatje moet hebben en dat de alcohollimiet 0,5 promille is.

Winterbanden en winterregels

Winterbanden
  • Verplicht in winterperiode bij winterse omstandigheden - Het gebruik van winterbanden is van 1 november t/m 15 april verplicht bij winterse omstandigheden. Dit voorschrift geldt ook voor Nederlandse auto's.
  • Er is sprake van winterse omstandigheden als de weg geheel of gedeeltelijk is bedekt met sneeuw, sneeuwmodder of ijs.
  • Banden met de aanduiding M+S, M&S, MS of het sneeuwvloksymbool (3PMSF) worden als winterband beschouwd. De ANWB adviseert je banden te gebruiken waarop in elk geval het sneeuwvloksymbool wordt aangegeven. Meer informatie: anwb.nl/winterbanden.
  • De minimale profieldiepte voor radiaalbanden is 4 mm (voor diagonaalbanden is dat 5 mm). Banden met een minder diep profiel, worden als zomerbanden beschouwd, ook als op deze banden de aanduiding M+S aanwezig is.
  • Winterbanden moeten op alle wielen worden gemonteerd. Deze verplichting geldt niet voor een eventuele aanhanger.
  • Als de weg geheel, of vrijwel geheel, is bedekt met een ijzel- of sneeuwlaag, is het ook toegestaan om in plaats van winterbanden sneeuwkettingen te monteren op zomerbanden op ten minste de aangedreven wielen. 
  • Let op: Bij lichte sneeuwval of sneeuwmodder of op wegen die slechts gedeeltelijke zijn bedekt met sneeuw of ijs, is het verboden om op sneeuwkettingen of op zomerbanden te rijden en zijn winterbanden dus verplicht.
  • Als je op zomerbanden (zonder sneeuwkettingen) rijdt tijdens winterse omstandigheden en betrokken raakt bij een ongeval, bestaat de kans dat je (mede)aansprakelijk wordt gesteld voor het ongeval omdat je het verkeer onnodig in gevaar hebt gebracht.
  • Let op: In Duitsland en Luxemburg zijn winterbanden verplicht bij winterse omstandigheden en kun je niet volstaan met het meenemen van sneeuwkettingen.
Sneeuwkettingen
  • Verplicht bij bord - Het gebruik van sneeuwkettingen is verplicht als dat wordt aangegeven met een rond, blauw bord waarop een witte autoband met een sneeuwketting staat en de weg bedekt is met sneeuw of ijs.
  • De plicht om sneeuwkettingen te monteren geldt ook voor auto's met winterbanden of spijkerbanden (tenzij een onderbord bij het sneeuwkettingenbord aangeeft dat auto's met dergelijke banden van deze plicht zijn ontheven).
  • Het wordt dringend aangeraden om in Oostenrijk in de winterperiode sneeuwkettingen mee te nemen in de auto.
  • Sneeuwkettingen mogen alleen worden gebruikt op wegen die geheel, of bijna geheel, met sneeuw of ijs zijn bedekt.
  • Als sneeuwkettingen verplicht zijn, moeten ze in elk geval op de aangedreven wielen worden gemonteerd.
  • Voor auto's die op sneeuwkettingen rijden, geldt een maximumsnelheid van 50 km/h, of lager als in een gebruiksaanwijzing van de kettingen een lagere maximumsnelheid wordt aangegeven.
  • Sneeuwkettingen moeten voldoen aan de Oostenrijkse ÖNORM V5117. Gelijkwaardige metalen sneeuwkettingen uit andere EU-landen mogen ook worden gebruikt. 
  • Geschikte sneeuwkettingen kunnen eventueel worden gehuurd bij belangrijke grensovergangen.

Alternatieven

  • Als sneeuwkettingen verplicht zijn, moet je volgens de Oostenrijkse motorrijtuigenwet (Kraftfahrgesezt § 4 Reifen und Schneeketten) gebruikmaken van sneeuwkettingen die voldoen aan ÖNORM V5117 (september 2007) of gebruikmaken van gelijkwaardige metalen sneeuwkettingen uit andere EU-landen. 
  • Sneeuwsokken worden in Oostenrijk niet gezien als sneeuwkettingen, maar als wegrijhulpen (Anfahrhilfen).

Meer informatie

Spijkerbanden
  • Toegestaan in winterperiode - Spijkerbanden zijn toegestaan van 1 oktober t/m 31 mei (alleen radiaalbanden/staalgordelbanden met spijkers). Als de weersomstandigheden het vereisen, kan deze periode lokaal worden verlengd.
  • De spijkerbanden moeten op alle wielen worden gemonteerd, ook op die van een eventuele aanhanger.
  • De maximumsnelheid bij gebruik van spijkerbanden is 100 km/h op autosnelwegen en 80 km/h op de overige wegen. Daarom moet achter op de auto of aanhanger een bord met het officiële symbool voor spijkerbanden worden bevestigd. Dit bord is onder andere te verkrijgen bij de ÖAMTC en bij tankstations.
Bijzonderheden

Auto ijs- en sneeuwvrij

  • Je bent verplicht om voor het wegrijden alle ruiten, spiegels en lampen van je auto sneeuw- en ijsvrij te maken. Neem daarom een ijskrabber mee in de auto.
  • Ook ben je verplicht om eventuele sneeuw van het dak te verwijderen en te zorgen dat de kentekenplaat leesbaar is.
  • Als je verzuimt je auto sneeuw- en ijsvrij te maken, riskeer je een fikse boete.
  • Let op: Het is verboden om tijdens het krabben van de ruiten de motor te laten draaien.

Huurauto

  • Het is de verantwoordelijkheid van de bestuurder van een auto om ervoor te zorgen dat de vereiste winteruitrusting aanwezig is. Bij het huren van een auto in Oostenrijk is het dus van groot belang dat de bestuurder controleert of de auto over de juiste winteruitrusting beschikt.

Zware voertuigen

  • Voor bedrijfsvoertuigen met een toegestane maximummassa van 3500 kg of meer is het gebruik van winterbanden verplicht van 1 november t/m 15 maart ongeacht de weersomstandigheden of de toestand van de weg. 
  • De winterbanden moeten ten minste op de aangedreven wielen worden gemonteerd.
  • De minimale profieldiepte is 5 mm voor radiaalbanden en 6 mm voor diagonaalbanden.
  • Ook ben je in deze periode verplicht sneeuwkettingen voor de aangedreven wielen in je voertuig te hebben.
  • Eigenaren van campers met een toegestane maximummassa van 3500 kg of meer wordt aangeraden in die periode in elk geval op de aangedreven wielen winterbanden te monteren en sneeuwkettingen mee te nemen, om eventuele problemen te voorkomen.

Brommobiel

  • Voor brommobielen met een gesloten carrosserie zijn, net als voor personenauto's, winterbanden (of eventueel sneeuwkettingen) bij winterse omstandigheden verplicht.

Verkeersborden

  • De verkeersborden in Oostenrijk wijken nauwelijks af van die in Nederland.
  • De tekst op de verkeersborden en wegwijzers is overwegend Duits, maar kan ook tweetalig zijn afhankelijk van de regio, bijvoorbeeld Duits en Sloveens.
Auto en motor
  • Let op: Een vierkant blauw bord met omgekeerde witte T (in de onderste helft loopt over de hele breedte een horizontale witte balk en in het midden loodrecht daarop een korte witte balk) betekent: doodlopende weg
  • Een rood, geel en groen bord dat aan de bovenleiding voor een tram hangt, geeft aan dat bij een rood of geel verkeerslicht op een kruising trams in de aangegeven richting de straat binnenrijden.
  • Op het ronde witte bord met een rode rand dat aangeeft dat de weg is gesloten voor alle motorvoertuigen behalve voor motoren, is een ouderwetse auto afgebeeld die aanzienlijk afwijkt van de auto die in andere Europese landen op ditzelfde bord is afgebeeld. 
  • Een rond wit bord met een rode rand en een toeter met een rode diagonale streep erdoor betekent dat het verboden is te claxonneren.
  • Een wit driehoekig verkeersbord met een rode rand met daarop een zwarte rotswand met vallende stenen waarschuwt voor het risico van vallende stenen of stenen op de rijbaan.
  • Als op een elektronisch bord langs de autosnelweg een driehoekige waarschuwingsbord met twee zwarte en één rode auto wordt weergegeven, is dat een waarschuwing voor een spookrijder.
  • Een rond blauw bord met een wit getal erop (bijvoorbeeld 30) geeft de minimumsnelheid aan.
  • Een rond blauw bord met daarop een witte band met een sneeuwketting betekent dat sneeuwkettingen verplicht zijn.
  • Een wit rond bord met een rode rand, een naar links (of rechts) afbuigende zwarte pijl en daaroverheen een rode diagonale balk betekent: Verboden links (of rechts) af te slaan.
  • Als het bord Stoppen en parkeren verboden (blauw, rond met een rode rand en een rood kruis) een onderbord heeft met het symbool van een stekker, mogen op die plaats alleen elektrische auto's staan om te worden opgeladen.
  • Een blauw bord met in een wit vlak een zwarte batterij met een stekker eraan en een afstand eronder (bijvoorbeeld 300 m) verwijst naar een oplaadpaal voor elektrische auto's.
  • Een blauw rechthoekig bord met daarin een wit veld met de silhouetten van twee schoolkinderen en daaronder de tekst Schulstraße, geeft aan dat er in de buurt een school is en dat in deze straat (of in dit gebied) voetgangers op de rijbaan kunnen lopen. Hier mogen (soms alleen op bepaalde tijden) geen auto's rijden. Het bord geeft aan dat toegelaten voertuigen, zoals fietsen of schoolbussen, hier stapvoets moeten rijden en de voetgangers niet mogen hinderen of in gevaar mogen brengen.
Fietsers en voetgangers
  • Een vierkant blauw bord met omgekeerde witte T (doodlopende weg) waarop de korte witte balk uitloopt in een smalle witte balk met daarbij een afbeelding van voetgangers en/of een fiets, geeft aan dat de weg voor voetgangers en/of fietsers niet doodloopt.
  • Een rechthoekig blauw bord met daarin een wit veld met silhouetten van een man en een vrouw duidt een voetgangersgebied aan.
  • Een wit rechthoekig bord met daarop een groene pijl een fiets en daaronder de tekst Nach Halt (Na een stop) dat bij een stoplicht is geplaatst, geeft aan dat fietsers bij rood licht rechts af mogen slaan (of op een T-kruising rechtdoor mogen rijden), maar wel pas nadat ze zijn gestopt en voorrang hebben verleend aan het overige verkeer.
Overige
  • Als er op een lantaarnpaal een brede oranje band is aangebracht, geeft dat aan dat deze lantaarnpaal niet de hele nacht brandt.
Aanduidingen
DuitsNederlands
Auf pfeifsignaal achtenLet op het fluitsignaal van een trein
AusfahrtAfrit
AusgenommenUitgezonderd
DachlawineLet op sneeuw die van daken kan vallen
EinbahnEenrichtingsverkeer
Einordnen lassenRitsen (om en om invoegen)
KurzparkzoneZone voor kortparkeren
Mo-FrVan maandag tot en met vrijdag
SackgasseDoodlopende weg
SchulstraßeStraat of gebied in de buurt van scholen
SpitalZiekenhuis
WerktagsVan maandag tot en met zaterdag

Speciaal voor jou geselecteerd

Al gepakt voor je vakantie?
Shop nu

Al gepakt voor je vakantie?

Shop hier alles voor je vakantie naar Oostenrijk en vertrek goed voorbereid van huis! Zo vergeet je niets.
Pechhulp in het buitenland
Vanaf8,35per maand

Pechhulp in het buitenland

Met Wegenwacht Europa is de beste hulp altijd dichtbij. Zo kun je, ook bij pech, van je vakantie blijven genieten.
ANWB Reisverzekering
Nu10%korting

ANWB Reisverzekering

Met de doorlopende reisverzekering van de ANWB kun je erop vertrouwen dat alles écht goed geregeld is.
ANWB Creditcard
vanaf16.-per jaar

ANWB Creditcard

Geen gedoe met Zwitserse Franken? Betaal met je ANWB Creditcard! Vraag hem nu alvast aan voor al je vakantie uitspattingen!