Deze site ondersteunt de browser Internet Explorer niet meer. Wij raden aan om Microsoft Edge of Chrome te gebruiken.

Naar artikel

Verkeersregels in Noorwegen

We hebben de belangrijkste verkeersregels op een rijtje gezet. Onder andere die voor filerijden, mobiel bellen en de maximumsnelheid.

Algemene verkeersregels

  • Hier worden enkele belangrijke algemene verkeersregels vermeld, waaronder een aantal verkeersregels die afwijken van de Nederlandse.

Veilig rijden

Rijden onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,2 promille.
  • Het is verboden te rijden onder invloed van drugs.

Mobiele telefoon

  • Het is bestuurders van gemotoriseerde voertuigen verboden tijdens het rijden een telefoon vast te houden. 
  • Let op: Ook als het voertuig stilstaat in de file of voor een rood verkeerslicht, mag de bestuurder geen mobiele telefoon vasthouden.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan.

Rijden in de bergen 

Rijden in een tunnel

Veilig wandelen

  • Voetgangers dienen zoveel mogelijk aan de linkerkant van de weg te lopen als een voetpad ontbreekt, behalve in bijzondere situaties of als dat gevaar voor ze oplevert. Mensen die met een fiets of bromfiets aan de hand lopen, moeten echter aan de rechterkant van de weg lopen.

Basisverkeersregels

  • Je moet rechts rijden en links inhalen.

Voorrang

  • Op een kruising moet je voorrang verlenen aan bestuurders die van rechts komen, tenzij met verkeerstekens anders wordt aangegeven.
  • Je moet altijd voorrang verlenen aan trams.
  • Op wegen waar de maximumsnelheid 60 km/h of minder bedraagt, moet je voorrang verlenen aan bussen die bij een halte wegrijden.

Rotonde

  • Als je een rotonde wilt oprijden, moet je voorrang verlenen aan bestuurders die al op de rotonde rijden als dat met verkeerstekens wordt aangegeven. Op een rotonde zonder verkeerstekens, moet je voorrang verlenen aan verkeer van rechts, net als op een gewone gelijkwaardige kruising.
  • Als je op een rotonde rechtsaf wilt slaan, moet je dat al voordat je de rotonde oprijdt aangeven met je richtingaanwijzer. Als je op de rotonde rechtdoor of linksaf wilt, geef je richting aan ter hoogte van de laatste afrit vóór de afrit die je wilt nemen. Je moet ook richting aangeven als je op de rotonde van rijstrook wisselt.

Passeren

  • Smalle wegen zijn voorzien van uitwijkplaatsen waar tegenliggers elkaar kunnen passeren. De bestuurder die aan de kant van de weg rijdt waar zich de dichtstbijzijnde uitwijkplaats bevindt, moet uitwijken voor zijn tegenligger.

Inhalen

  • Gewoonlijk moet je een rijdende tram rechts inhalen. Je mag een rijdende tram echter ook links inhalen in een eenrichtingsstraat of als er rechts geen plaats is.
  • Je mag een stilstaande tram niet voorbijrijden tijdens het in- en uitstappen van passagiers als er geen vluchtheuvel is.
  • Let op: Rijd altijd met een ruime boog om fietsers heen; als je met je auto een fietser inhaalt, moet je ten minste 1,50 m afstand houden ten opzichte van de fietser. Bij een weg met twee rijstroken moet je in dat geval de rijstrook voor het tegemoetkomende verkeer gebruiken om de fietser in te halen.
  • Fietsers mogen andere voertuigen dan fietsen, rechts inhalen.

Stilstaan

  • Het is verboden stil te staan (of te parkeren) op plaatsen waar je voertuig niet goed zichtbaar is of een obstakel vormt voor het overige verkeer, zoals in een bocht, in een tunnel of op een heuvel.
  • Het is bovendien verboden stil te staan op onder andere de volgende plaatsen:
    • Binnen 5 m van een oversteekplaats voor fietsers of voetgangers.
    • Binnen 5 m van een spoorwegovergang.
    • Binnen 20 m van een bord dat een bus- of tramhalte aangeeft.
  • In de hoofdstraten van sommige grote steden, waaronder Oslo, is het verboden stil te staan. Dit wordt aangegeven door een bord met daaronder de tekst All stans forbudt (stilstaan verboden), soms met een onderbord waarop wordt vermeld wanneer het verbod om stil te staan geldt. 

Parkeren

  • Parkeren is verboden op onder andere de volgende plaatsen:
    • Binnen 20 m van een tram- of bushalte of een taxistandplaats.
    • Op voorrangswegen waar sneller dan 50 km/h mag worden gereden.
    • Op uitwijkplaatsen langs smalle wegen.
    • Langs een doorgetrokken witte lijn.

Geluidssignalen

  • Om te waarschuwen voor gevaar mogen bestuurders gebruikmaken van geluids- of lichtsignalen. Onnodig of overdadig gebruik is echter verboden.

Bijzonderheden

Busbaan

  • In Oslo mogen elektrische voertuigen gebruikmaken van de busbaan.

 

Maximumsnelheid Noorwegen

 Binnen bebouwde kom (A)Buiten bebouwde komAutowegenAutosnelwegen
Personenauto's, campers met toegestane maximummassa < 3500 kg en motoren508090/100 (B)90/100 (B/C)
Personenauto's met ongeremde aanhangwagen/caravan < 300 kg50808080
Personenauto's met ongeremde aanhangwagen/caravan > 300 kg50606060
Personenauto's met geremde aanhangwagen/caravan50808080
Motoren met aanhanger50808080
Campers met toegestane maximummassa > 3500 kg50808080
  • A: In woonwijken kan een maximumsnelheid van 30 km/h gelden. Dit wordt door borden aangegeven.
  • B: De maximumsnelheid wordt met borden aangegeven. 
  • C: Op enkele autosnelwegen kan ook een maximumsnelheid van 110 km/h gelden.

Flitspaalsignalering

  • Het meenemen en gebruiken van radardetectieapparatuur is verboden.
  • Voor zover bekend is het gebruik van apparatuur met signalering voor vaste flitspalen of trajectcontroles (zoals navigatieapparatuur en telefoons) toegestaan.

Auto en camper

Verlichting

  • Het voeren van dimlicht of dagrijlicht (ook led) overdag is verplicht.
  • Let op: In tunnels, bij weinig licht en bij slecht zicht is dagrijlicht niet voldoende en moet dimlicht worden gevoerd.

Kinderen

  • Kinderen kleiner dan 1,35 m moeten in een goedgekeurd en passend kinderzitje worden vervoerd. 
  • Kinderen tussen de 1,35 en 1,50 m mogen op een goedgekeurde en passende zittingverhoger met veiligheidsgordels worden vervoerd.
  • Als een kind met de rug naar voren, voor in de auto in een kinderzitje wordt vervoerd, moet de airbag uitgeschakeld zijn.
  • Het wordt in Noorwegen aangeraden om kinderen onder de 4 jaar in een kinderzitje met de rug naar voren of in een kinderzitje op de achterbank te vervoeren.
  • In Noorwegen is het de verantwoordelijkheid van de bestuurder om ervoor te zorgen dat kinderen onder de 15 jaar een autogordel dragen.

Lading

  • De lading mag maximaal 1 m naar voren uitsteken.
  • In de breedte mag de lading maximaal 15 cm aan beide zijden uitsteken. Wanneer de lading meer uitsteekt, moet aan het uiteinde een rood-witte reflecterende markering worden aangebracht en in het donker ook licht. 
  • Wanneer de lading meer dan 1 m naar achteren uitsteekt, moet de lading zijn voorzien van een reflecterend bord van 50 x 50 cm, voorzien van diagonale rode en witte strepen (onder meer verkrijgbaar bij de webwinkel van de ANWB).’s Nachts en bij slecht zicht moet uitstekende lading voorzien zijn van verlichting.
Fietsendrager
  • Fietsen mogen, anders dan andere lading, meer dan 15 cm aan beide zijkanten uitsteken. Op een auto met een breedte van <1,80 m moeten fietsen zo worden geplaatst dat de breedte van 1,80 m niet wordt overschreden. Als fietsen zijdelings uitsteken, moeten ze zo worden geplaatst dat ze aan beide kanten ongeveer even ver uitsteken.
  • Als de fietsendrager de achterlichten en reflectoren van je voertuig geheel of gedeeltelijk bedekt, moet de drager zijn voorzien van een verlichtingsbalk.
Kentekenplaat en NL-sticker
  • Als de fietsendrager of bagagebox op je trekhaak de kentekenplaat van je voertuig geheel of gedeeltelijk bedekt, moet je er een witte kentekenplaat op aanbrengen met het kenteken van je voertuig.
  • Je moet in dat geval ook een ovale witte NL-sticker aanbrengen op de fietsendrager of bagagebox. Je mag de sticker niet op de witte kentekenplaat plakken. Je kunt de NL-sticker eventueel op een fiets aanbrengen. Een NL-sticker is verkrijgbaar in de webwinkel van de ANWB.

Dashcam

  • Het gebruik van een dashboardcamera in je auto kan handig zijn, bijvoorbeeld voor het registreren van een aanrijding. Let op: in sommige landen is het gebruik van een dashcam vanwege data- en privacywetgeving problematisch of zelfs verboden. Kijk voor details op anwb.nl/juridisch-advies.

Slepen

  • Het slepen van één auto met pech over een korte afstand is toegestaan mits de gesleepte auto goed kan remmen en de sleepkabel of -stang niet te lang is en duidelijk wordt gemarkeerd. 
  • Je wordt geadviseerd het slepen over te laten aan een sleepdienst. Het is toegestaan maar niet verplicht om bij het slepen de alarmlichten te laten knipperen. 

Caravan en aanhangwagen

Afmetingen, maxima

 NederlandNoorwegenopm.
Breedte combinatie (excl. spiegels)2,55 m2,55 m(A)
Hoogte combinatie4 m4 m 
Lengte aanhanger (incl. dissel)12 m12 m(B)
Lengte combinatie18 m19,50 m(B/C)
  • A: Wanneer een aanhangwagen of caravan meer dan 2,30 m breed is, en bovendien meer dan 50 cm breder is dan het trekkende voertuig (excl. autospiegels), moeten voor op de caravan(opzet)spiegels van de auto witte reflectoren worden aangebracht.
  • B: Een eventuele fietsendrager achterop wordt meegerekend in de lengte.
  • C: Op enkele kleinere wegen kan de maximumlengte slechts 15 m of 12,40 m zijn. Dit wordt met borden aangegeven.

Spiegels

  • Auto's die een caravan trekken, moeten altijd zijn uitgerust met speciale caravanspiegels aan beide zijden.

Extra brede aanhanger

  • Voor het vervoer van een aanhanger die breder is dan 2,55 m, moet een speciale vergunning worden aangevraagd. Neem voor meer informatie contact op met de Noorse dienst Openbare Wegen via firmapost@vegvesen.no of bezoek vegvesen.no.

Motor

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht voor bestuurder en passagier.
  • De bestuurder en passagier(s) van een trike of quad zijn verplicht een helm te dragen tenzij het voertuig een gesloten carrosserie heeft en de zitplaatsen zijn voorzien van veiligheidsgordels.

Verlichting

  • Het voeren van dimlicht overdag is verplicht.

Passagiers

  • Het is toegestaan om een passagier te vervoeren.
  • Kinderen mogen alleen worden vervoerd op een daartoe bestemde, zelfstandige zitplaats, met gebruikmaking van voetsteunen.

Aanhanger

  • Motoren mogen een aanhanger trekken.

Plaats op de rijbaan

  • Motoren mogen gebruikmaken van de busbaan waar dit door borden wordt aangegeven.

Bromfiets en snorfiets

  • In Noorwegen bestaat geen aparte definitie van een snorfiets; deze valt onder de bromfietsen.
  • Een bromfiets mag niet sneller kunnen rijden dan 45 km/h.

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht voor zowel brom- als snorfietsers.

Verlichting

  • Brom- en snorfietsen moeten ook overdag dimlicht voeren.

Passagiers

  • Het is verboden een passagier te vervoeren.

Aanhanger

  • Bromfietsen mogen geen aanhanger trekken.

Veiligheidsvest

  • Bestuurders van in Noorwegen geregistreerde bromfietsen moeten een reflecterend veiligheidsvest bij zich hebben en zijn zowel 's nachts als overdag verplicht dit veiligheidsvest bij pech of een ongeval aan te trekken.

Fiets

Helm

  • Het dragen van een helm is niet verplicht, maar wordt wel geadviseerd in Noorwegen.

Mobiele telefoon

  • Hoewel het niet wettelijk verboden is, wordt mobiel bellen op de fiets sterk afgeraden.
  • Voor bestuurders van elektrische fietsen die worden aangemerkt als motorvoertuig, zoals de speedpedelec, is het verboden om een telefoon vast te houden tijdens het fietsen.

Verlichting en overige vereisten

  • Fietsen moeten in het donker en bij slecht zicht zijn voorzien van vaste lampen. Voor op de fiets moet het licht de kleur wit of geel hebben en achter op de fiets de kleur rood.
  • De fiets moet voor een witte en achter een rode reflector hebben.
  • Op de pedalen moeten gele of oranje reflectoren zijn aangebracht.
  • De fiets moet zijn voorzien van een bel en goed werkende remmen. In het geval van handremmen moeten deze zowel voor als achter goed functioneren.

Passagiers

  • Alleen kinderen onder de 10 jaar mogen als passagier op de fiets worden vervoerd.
  • Je mag twee kinderen onder de 6 jaar op de fiets vervoeren.
  • Als je een aanhanger (fietskar) gebruikt, mag je daarnaast maar één kind onder de 10 op de fiets zelf vervoeren.
  • In een fietskar mag je maximaal twee kinderen onder de 6 jaar vervoeren, maar slechts één kind boven de 6 jaar.
  • Voor kinderen in een aanhanger geldt geen leeftijdslimiet, maar het maximale laadvermogen van de aanhanger mag niet worden overschreden.

Aanhanger

  • Het is toegestaan om te rijden met een fiets waaraan een aanhanger is gekoppeld.

Fietsen onder invloed

  • Als een fietser zichtbaar onder invloed is en de fiets niet meer goed kan besturen, kan een boete worden gegeven.

Plaats op de weg

  • Waar fietspaden zijn, moeten ze ook gebruikt worden.
  • Fietsers mogen van voetpaden en stoepen gebruikmaken, mits voetgangers daar geen hinder van ondervinden en fietsers niet harder dan op loopsnelheid rijden. Fietsers zijn verplicht af te stappen bij het gebruik van voetgangersoversteekplaatsen.
  • Het is fietsers toegestaan om de busbaan te gebruiken (behalve op wegen die verboden zijn voor fietsers, zoals snelwegen). Fietsers op de busbaan moeten rekening houden met de dode hoeken voor de buschauffeur (ruimten rond de bus waar de chauffeur je niet kan zien).

Elektrische fiets

  • Voor een standaard elektrische fiets (elektrisk sykkel, elsykkel) met trapondersteuning tot 25 km/h die een vermogen heeft van maximaal 250 watt, gelden dezelfde regels als voor een gewone fiets.
  • Ook een elektrische fiets met trapondersteuning tot 25 km/h en een vermogen van maximaal 250 watt, die als extra rijondersteuning zonder meetrappen een snelheid kan bereiken van maximaal 6 km/h, wordt als een gewone fiets beschouwd.
  • Het dragen van een fietshelm is niet verplicht, maar wordt wel geadviseerd.
  • Elektrische fietsen moeten waar mogelijk gebruikmaken van het fietspad.

Speedpedelec

  • Voor een elektrische fiets met trapondersteuning tot 45 km/h gelden dezelfde regels als voor een bromfiets.
  • De bestuurder moet in het bezit zijn van een bromfietsrijbewijs.
  • De bestuurder is verplicht een goedgekeurde bromfietshelm (norm ECE 22.05) te dragen. Voor zover bekend, is het dragen van een speciale speedpedelec-helm (norm NTA 8776:2016) niet toegestaan.
  • Speedpedelecs mogen niet op het fietspad rijden.

Fietsendrager

  • Regels voor het vervoer van fietsen op een fietsendrager vind je bij Auto en camper.

Elektrische step

  • In Noorwegen wordt een elektrische step een el-sparkesykler genoemd.
  • Je mag met een elektrische step op de openbare weg mits aan de eisen wordt voldaan.

Eisen

  • De step mag niet meer wegen dan 70 kg (inclusief accu), niet langer zijn dan 1,20 m, niet sneller kunnen dan 20 km/h en moet uitgerust zijn met remmen, verlichting, reflectoren en een bel.
  • Minimumleeftijd: nee (verhuurbedrijven kunnen echter een minimumleeftijd hanteren van 16 of 18 jaar).
  • Rijbewijs: niet nodig.
  • Helm: niet verplicht maar wordt wel aangeraden.

Verkeersregels

  • Je moet je houden aan de verkeersregels en verkeerstekens voor fietsers.
  • Je moet op het fietspad rijden als dat aanwezig is en anders op de rijbaan.
  • De maximumsnelheid is 20 km/h.
  • Je mag ook op de stoep of in een voetgangersgebied rijden, mits je voetgangers niet hindert en je snelheid aanpast. Je mag voetgangers alleen stapvoets (6 km/h) passeren.
  • Let op: Als het te druk is met voetgangers op de stoep, mag je daar niet rijden. 
  • Het is verboden op een elektrische step te rijden onder invloed van alcohol of drugs.

Verzekering

  • In Noorwegen is een speciale aansprakelijkheidsverzekering niet verplicht.
  • Controleer bij het huren van een elektrische step de verzekeringsvoorwaarden in het huurcontract.

Winterbanden en winterregels

Winterbanden

  • Aangeraden bij winterse omstandigheden - Het gebruik van winterbanden is voor personenvoertuigen met een toegestane maximummassa tot 3500 kg niet verplicht, maar bestuurders hebben wel de plicht ervoor te zorgen dat hun auto bij winterse omstandigheden is voorzien van banden die voldoende grip hebben op het wegdek. Het wordt daarom sterk aangeraden om winterbanden (of spijkerbanden) te gebruiken op de Noorse wegen in het winterseizoen.
  • Als winterbanden worden gebruikt, moeten deze op alle wielen zijn gemonteerd.
  • De minimale profieldiepte voor winterbanden is 3 mm. Ook voor campers met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg (tot 7500 kg) geldt een minimale profieldiepte van 3 mm.
  • De ANWB adviseert je banden te gebruiken waarop het sneeuwvloksymbool (3PMSF) wordt aangegeven. Meer informatie: anwb.nl/winterbanden.

Sneeuwkettingen

  • Verplicht bij winterse omstandigheden - Bestuurders zijn verplicht om sneeuwkettingen te monteren als ze met een auto over wegen willen rijden die met sneeuw of ijs zijn bedekt, tenzij ze op winterbanden rijden.
  • Het wordt daarom aangeraden buiten het zomerseizoen altijd sneeuwkettingen in de auto mee te nemen.
  • Let op: Van 1 november t/m de eerste zondag na Pasen geldt ook voor zomerbanden een minimale profieldiepte van 3 mm.

Spijkerbanden

  • Toegestaan in winterperiode - Spijkerbanden zijn toegestaan van 1 november t/m de eerste zondag na Pasen. Ook buiten deze periode zijn spijkerbanden toegestaan bij winterse weersomstandigheden of als de weg is bedekt met sneeuw of ijs.
  • In de noordelijke provincies (Nordland, Troms en Finnmark) zijn spijkerbanden al toegestaan vanaf 15 oktober.
  • Als spijkerbanden worden gebruikt, moeten alle wielen van de auto en die van een eventuele aanhanger voorzien zijn van spijkerbanden.
  • Binnen de stadsgrenzen van Bergen, Oslo, Trondheim en Stavanger moet je luchtvervuilingsbelasting betalen als je op spijkerbanden rijdt (spijkerbanden schrapen over het asfalt waardoor er fijne stofdeeltjes ontstaan). Die belasting kun je betalen door een dag-, maand- of jaarsticker te kopen. De sticker is in alle vier de steden geldig. Zie oslo.kommune.no/english/traffic_and_parking/studded_tyre_fee voor meer informatie over deze belasting in Oslo.

Bijzonderheden

Voertuigen vanaf 3500 kg
  • Voor voertuigen met een toegestane maximummassa van 3500 kg of meer is het van 15 november t/m 31 maart verplicht om op winterbanden te rijden.
  • Sinds 15 november 2020 moeten dit winterbanden met een sneeuwvloksymbool (SPMSF) zijn op ten minste de aangedreven as en de stuuras (op overige wielen mogen dit ook winterbanden met het M+S-symbool zijn).
  • De minimale profieldiepte voor winterbanden is 5 mm.
  • Ook is het voor dergelijke voertuigen verplicht in het winterseizoen sneeuwkettingen mee te nemen ongeacht de weersomstandigheden of de toestand van de weg. Let op: Bij de grens en in de grensgebieden kan worden gecontroleerd of er sneeuwkettingen in dergelijke voertuigen aanwezig zijn.
  • De winterbandenplicht voor zware voertuigen geldt niet voor campers met een toegestane maximummassa tot 7500 kg. Wel geldt ook voor hen de plicht om bij winterse omstandigheden te rijden op banden die voldoende grip hebben op het wegdek.
Sneeuwschep
  • Het wordt aangeraden om buiten het zomerseizoen een sneeuwschep mee te nemen in de auto.
Konvooi
  • Bij hevige sneeuwval is het op sommige wegen (bergpassen) in Noorwegen alleen toegestaan om in een begeleid konvooi te rijden. Een dergelijk konvooi bestaat uit een reeks auto's die wordt voorafgegaan door een sneeuwruimer met achteraan een tweede hulpvoertuig. 
  • Om aan een konvooi te mogen deelnemen, moet je op winterbanden (met M+S-symbool) rijden, voldoende brandstof in je tank hebben en warme kleding, winterschoenen en een zaklamp, sleepkabel en sneeuwschep bij je hebben. Ook wordt aangeraden eten en een thermosfles met een warme drank mee te nemen.
  • Tijdens het rijden in en konvooi moet je je alarmlichten en een eventuele mistlampen laten branden. 
  • Ook bij een wegversmalling door wegwerkzaamheden, in bijvoorbeeld een tunnel, wordt soms in konvooi gereden.
  • Sommige wegen worden in de winter 's nachts geheel afgesloten tijdens extreme weersomstandigheden.

Verkeersborden

  • De verkeersborden in Noorwegen wijken nauwelijks af van die in Nederland.
  • Wegwijzers zijn over het algemeen geel met zwarte tekst en op autosnelwegen blauw met witte tekst.
  • Witte, ronde verkeersborden met een rode rand die een verbod aangeven, hebben anders dan Nederlandse verbodsborden, een rode diagonale balk.

Auto en motor

  • Een vierkant blauw bord met een wit silhouet van een auto en in zwart de tekst 2+ duidt een carpoolstrook aan waarvan auto's met twee of meer inzittenden gebruiken mogen maken. Auto's die op elektriciteit of op waterstof rijden, mogen altijd van deze rijstrook gebruikmaken.
  • Een vierkant blauw bord met een witte letter M (Møteplass) betekent: Uitwijkplaats/passeerplaats en komt voor op smalle wegen waar geen ruimte is om een tegenligger te passeren.
  • Een vierkant blauw bord met in wit een afbeelding van een fotocamera betekent: Flitswaarschuwing. Een rechthoekig blauw bord met twee witte fotocamera's en de tekst Strekningsmaling betekent: Trajectcontrole (een snelheidscontrole met meerdere camera's).
  • Een rond wit bord met een rode rand en een naar links (of rechts) afbuigende zwarte pijl met een diagonale rode streep erdoor betekent: Verboden links (of rechts) af te slaan.
  • Een rechthoekig oranje bord met een zwarte hand en de tekst Stopp Snu (Stop, keer om) is bedoeld om spookrijders te stoppen.
  • Een driehoekig wit bord met een rode rand met een zwarte afbeelding van een skiër waarschuwt bestuurders dat ze een plaats naderen waar vaak langlaufers oversteken.

Bromfiets

  • Verkeersborden en onderborden met de afbeelding van een motor gelden ook voor bromfietsen.

Fiets en voetganger

  • Het blauwe verkeersbord met een witte fiets dat een verplicht fietspad aangeeft, is in Noorwegen vierkant in plaats van rond, zoals in de andere Europese landen. In diverse andere landen geeft een rechthoekig blauw bord met een witte fiets of het witte woord Fiets een niet-verplicht fietspad aan.
  • Behalve dit vierkant blauwe bord voor een verplicht fietspad, zijn er ook vergelijkbare borden die een fiets-/voetpad aangeven, met al dan niet gescheiden gedeelten voor fietsers en voetgangers.
  • Blauwe rechthoekige borden met een witte verticale streep eindigend in een rood blok die aangeven dat een weg doodloopt, kunnen kleine witte afbeeldingen van een fiets bevatten om een doorgaand fietspad aan te geven.

Aanduidingen

NoorsNederlands
Annen fareOverige gevaren
Enveiskjørt/enveiskjøringEenrichtingsverkeer
FartsdempereVerkeersdrempels
FartsgrenseSnelheidslimiet
ForkjørsvegVoorrangsweg
GågateVoetgangers
HøyreRechts
Husk bilbelteVergeet je veiligheidsgordel niet
KryssKruising
MøteplassUitwijkplaats
Parkering forbudtParkeerverbod
RundkjøringRotonde
SnuKeren, draaien
SkoleSchool
SoneZone
StoppStoppen
Stopp SnuStop, keer om (ga terug)
StrekningsmålingTrajectcontrole
UlykkespunktGevaarlijk punt
UlykkesstrekningWeggedeelte met gevaar voor ongevallen
VegarbeidWegwerkzaamheden
VenstreLinks
VikepliktVoorrang verlenen
ViltkryssingOverstekend wild

Speciaal voor jou geselecteerd

Shop alles voor je vakantie
Shop nu

Shop alles voor je vakantie

Van wandelschoenen tot koffers en van reisgidsen tot milieustickers. Je vindt het in één van onze winkels of webwinkel.
Pechhulp in het buitenland
vanaf7,95per maand

Pechhulp in het buitenland

Met Wegenwacht Europa is de beste hulp altijd dichtbij. Zo kun je, ook bij pech, van je vakantie blijven genieten.
ANWB Reisverzekering
Nu15%korting

ANWB Reisverzekering

Met de doorlopende reisverzekering van de ANWB kun je erop vertrouwen dat alles écht goed geregeld is.
ANWB Creditcard
vanaf16.-per jaar

ANWB Creditcard

Nu goed voorbereiden, om straks weer heerlijk op vakantie te gaan. Vergeet niet op tijd de ANWB Creditcard aan te vragen.