Auto Review MINI Mini IV (F57)
Lekkerste voor het laatst
Mini - Cabrio Cooper
De Mini Cabrio is als laatste vernieuwd, maar het is de leukste versie die je kunt aanschaffen. Niet eens vanwege dat beroemde logo, maar omdat het nog een échte cabriolet is.
Conclusie
Een Mini wordt alleen maar leuker met het dak er af. De vanafprijs mag dan relatief voordelig zijn; wanneer je de cabriolet gaat aankleden, kom je al snel boven de 40 mille uit. Toch is de prijs die je werkelijk betaalt, die van het droeve zicht rondom.
Type auto en prijs
Lange tijd was de Mini Cabrio de enige carrosserievariant die je naast de reguliere driedeurs kon kopen. Maar inmiddels bestaan er ook een uitvoering met vijf portieren, een semi-terreinwagen en een stationcar. Tegenwoordig is de cabriolet zelfs als laatste aan de beurt wanneer het gamma wordt opgefrist! Terwijl de vierde generatie van de gesloten Mini alweer sinds 2014 rondrijdt, arriveerde de open variant pas afgelopen januari in ons land. Net als bij de dichte versie worden de wijzigingen tot een minimum beperkt, omdat het karakteristieke uiterlijk een van de belangrijkste aankoopargumenten vormt. Onderhuids heeft er echter een kleine revolutie plaats gevonden. Voortaan liggen er driecilinder benzine- en dieselmotoren onder de kap. Met een vanafprijs van € 24.990 is de Mini Cabrio onverminderd een van de goedkoopste open auto’s die je nieuw kunt kopen. Het is een volwaardige cabriolet die plaats biedt aan vier inzittenden. Daarvan zijn er niet veel. Exemplaren die nog enigszins betaalbaar zijn, vind je bij Volkswagen en Opel in de showroom. Het gaat dan om de Volkswagen Beetle Cabrio (vanaf € 30.090) en de Cascada (minimaal € 35.495). Uniek aan de Mini is het ingebouwde zonnedak; je kunt de stoffen kap ook voor de helft open doen. Met de komst van de vierde generatie is die kap te bedrukken met een print. Onze testauto had er bijvoorbeeld de Engelse vlag op staan.
Hoe rijdt de Mini Cabrio Cooper
Van de oer-Mini is nooit een open versie verschenen. BMW bedacht de carrosserievariant toen het de klassieker in 2001 nieuw leven inblies. De moderne Mini deed zijn intrede toen menig cabriolet nog van een stalen klapdak was voorzien. Ideaal voor in de winter, maar in de zomer zat je alsnog onder een afdak: om de kap te laten sluiten, liep de voorruit erg ver door. Met zijn rechtopstaande ruit biedt de Mini Cabrio een pure cabriobeleving. De door ons gereden Cooper-uitvoering is 136 pk sterk. Op papier is dat voor een driecilinder benzinemotor al niet misselijk, maar achter het stuur ervaar je pas werkelijk hoe imposant die prestaties zijn. Sturen en schakelen is een genot, hooguit de koppeling werkt wat zwaar. Vering en demping zijn stevig; een verkeersdrempel gaat nog wel, maar korte oneffenheden komen hard door in het interieur. Zit het weer een keertje tegen en moet je met het dak dicht rijden, dan ondervind je juist hinder van de rechtopstaande voorruit. Vanuit je stoel kun je dan namelijk het verkeerslicht niet zien. Wie wil, kan in de Mini trouwens ook rustig aan doen. De driecilinder is mooi stil en soepel genoeg om er schakellui mee te rijden. In de speciale ‘Green’-modus – er bestaat ook nog een Sport-stand – rolt de Mini lekker lang uit. De cabriolet is standaard voorzien van voetgangersbescherming bij een aanrijding en waarschuwt optioneel wanneer een botsing met een andere auto dreigt. Ook adaptieve cruise control, een head up display en verkeersbordherkenning staan in de accessoiresfolder. Het zicht rondom is dramatisch. Met het dak dicht heeft de Mini gigantische dode hoeken. Open je de kap, dan blijft deze op de achterklep liggen en ontneemt zo het zicht in je achteruitkijkspiegel. Een achteruitrijcamera - die eveneens van de optielijst moet komen - is dan ook geen overbodige luxe.
De Mini Cabrio Cooper van binnen
De hoofdruimte op de achterbank van de Mini Cabrio is gigantisch. We maken hier geen grappen, want dat geldt onverminderd wanneer de kap gesloten is. Nu alleen je benen nog kwijt zien te raken, want dat is voor volwassen passagiers achterin de Mini een behoorlijke uitdaging. Hetzelfde geldt voor de weinig sierlijke instap naar achteren. De kofferruimte is eenvoudiger te beladen, ook al is de laadopening klein en gaat het kofferdeksel naar beneden (!) open. Met het dak neer kan de opgerolde kap een stukje omhoog worden geklapt, zodat je relatief gemakkelijk spullen mee kunt nemen. Met een inhoud van 211 liter moeten twee weekendtassen lukken en anders kun je altijd nog de achterbank neerklappen. Ook handig: de Mini heeft één bedieningsknop voor alle vier de zijruiten. En door de ‘open’ of ‘dicht’-knop op de contactsleutel langer ingedrukt te houden, kun je vanaf het terras het dak openen en sluiten. Het Mini-interieur is een lust voor het oog. De grootste blikvanger blijft de immense ronde klok in het midden van het dashboard. Daarin gaat een uitgebreid infotainmentsysteem schuil, dat met een lichtgevende rand is omgeven. In het donker lijkt het wel een jukebox! Hoewel de bediening van het systeem intuïtief werkt, vormen de tuimelschakelaars in de rest van het interieur een ergonomische uitdaging.
De Mini Cabrio Cooper en het milieu
De open Mini is leverbaar met vrijwel dezelfde motoren als de dichte variant. Alleen de eenvoudigste dieselmotorisering is niet als cabriolet verkrijgbaar. Het vermogen loopt uiteen van 102- tot 231 pk, verdeeld over vier benzine- en twee dieselmotoren. Met de door ons gereden Cooper-variant realiseerden wij een praktijkverbruik van 1 op 14,2. Op papier moet de cabriolet in staat zijn tot 1 op 20,4, maar dat lijkt ons sterk. Zeker wanneer je, zoals wij, vrijwel continu met het dak open onderweg bent. Een brandstofbesparend start/stop-systeem behoort tot de standaarduitrusting.
Bekijk andere tests van vergelijkbare auto's
We hebben nog veel meer getest…
Naast nieuwe auto’s en occasions testen we ook allerlei producten. Van autobanden tot autostoeltjes en van dakkoffers tot dashcams.
