Verkeersregels Oostenrijk

Ga je op vakantie naar Oostenrijk? Houd er dan rekening mee dat er andere verkeersregels gelden dan bij ons in Nederland. We hebben de belangrijkste verkeersregels op een rijtje gezet. Onder andere die voor filerijden, mobiel bellen en de maximumsnelheid.

Snel naar

Algemene verkeersregels | Maximumsnelheid | Verkeersborden

Algemene verkeersregels

  • Hier worden enkele belangrijke algemene verkeersregels vermeld, waaronder een aantal verkeersregels die afwijken van de Nederlandse.

Veilig rijden

Rijden onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,49 promille
  • Voor bestuurders die korter dan twee jaar een rijbewijs hebben, is de limiet 0,1 promille.
  • Het is verboden te rijden onder invloed van drugs.

Mobiele telefoon

  • Het is bestuurders van voertuigen (ook fietsers) verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. 
  • Let op: Ook in een file met langzaam rijdend of stilstaand verkeer is het gebruik van een mobiele telefoon verboden.
  • Handsfree bellen is wel toegestaan.

Veilig wandelen

  • Voetgangers zijn verplicht om buiten de bebouwde kom zoveel mogelijk aan de linkerkant van de weg te lopen als een voetpad ontbreekt, tenzij dat gevaar voor ze oplevert.

Basisverkeersregels

  • Je moet rechts rijden en links inhalen.

Voorrang

  • Als basisregel geldt dat op een kruising bestuurders van rechts voorrang hebben, tenzij anders is aangegeven.
  • Trams en andere voertuigen op rails hebben ook voorrang als ze van links komen.
  • In Oostenrijk wordt behalve met borden meestal met een witte, onderbroken streep op het wegdek, maar soms ook met haaientanden, aangegeven dat bestuurders voorrang moeten verlenen aan bestuurders op een kruisende weg. 
  • Let op: Als je op een voorrangsweg rijdt en stopt, verlies je het recht op voorrang.
  • Overstekende kinderen hebben altijd voorrang.
  • Trams hebben altijd voorrang.

Passeren

  • Op smalle bergwegen moet degene die het makkelijkst kan uitwijken of terugrijden, voorrang verlenen.

Inhalen

  • Bestuurders mogen stilstaande trams stapvoets voorbijrijden, mits ze de in- en uitstappende passagiers niet hinderen en minstens 1,5 m ruimte in de breedte vrijlaten.
  • Rijdende trams moeten rechts worden ingehaald, tenzij er rechts onvoldoende ruimte is; op eenrichtingswegen mag de tram ook links worden ingehaald. Bestuurders moeten minimaal 20 m achter een tram blijven als zij deze niet kunnen of willen inhalen.
  • Bestuurders mogen een stilstaande schoolbus met knipperende alarmlichten niet in dezelfde richting voorbijrijden.
  • Inhalen is verboden vanaf 80 m voor een spoorwegovergang en direct erna.

Stilstaan

  • Het is verboden stil te staan langs een doorgetrokken gele streep aan de kant van de weg en binnen 15 m van een tram- of bushalte.

Parkeren

  • Bij druk verkeer, op onoverzichtelijke punten, op voorrangswegen en in staten met rails is parkeren aan de linkerkant (tegen de rijrichting in) verboden. In een straat met eenrichtingsverkeer mag je wel aan de linkerkant parkeren.
  • In een aantal grote steden in Oostenrijk zijn kortparkeerzones (Kurzparkzones) aanwezig die met borden en blauwe strepen op de weg zijn gemarkeerd. Zie oamtc.at/parken voor meer informatie.
  • Het is verboden te parkeren in zones die zijn gemarkeerd met een gele zigzagstreep of op plaatsen waar een onderbroken gele streep aanwezig is langs de kant van de weg.
  • Let op: Als een verkeersbord met een parkeerverbod een onderbord heeft waarop werktags met daarachter een tijdsperiode wordt vermeld, geldt dit parkeerverbod ook op zaterdagen (met werktags wordt maandag tot en met zaterdag bedoeld). Als een parkeerverbod niet in het weekend geldt, vermeldt het onderbord Mo-Fr.

Verkeerslichten

  • Wanneer rood en oranje tegelijkertijd branden zal het licht kort daarna op groen springen. Bestuurders moeten zich gereed houden om weg te rijden.
  • Nadat het groene licht vier maal heeft geknipperd, springt het op oranje. Bestuurders moeten zich gereed te houden om te stoppen.
  • Bij oranje licht geldt doorrijden als een overtreding, tenzij de bestuurder de kruising zo dicht is genaderd dat veilig stoppen niet meer kan.

Geluidssignalen

  • In Wenen is het geven van geluidssignalen verboden, tenzij dat niet anders kan om een gevaar af te wenden.
  • In de buurt van ziekenhuizen is het geven van geluidssignalen alleen toegestaan in geval van nood.

Rijstroken

  • Als binnen de bebouwde kom een weg uit minstens twee rijstroken voor iedere richting bestaat, is de bestuurder vrij om te kiezen welke rijstrook deze wil gebruiken, ongeacht de snelheid van het verkeer op de andere rijstroken. Buiten de bebouwde kom mag dit alleen in druk (file)verkeer.
  • Een linkerrijstrook waarin tramrails liggen mag niet worden gebruikt.

Spoorwegovergang

  • Bij nadering van een onbewaakte spoorwegovergang met een wit bord met daarop een afbeelding van een trein en de tekst auf pfeifsignal achten (let op het fluitsignaal), moeten bestuurders stoppen om te luisteren of er een trein aankomt (geadviseerd wordt om eventuele muziek uit te zetten en een raampje te openen).

Middendoorgang bij file

  • Als zich op auto(snel)wegen een file vormt, zijn bestuurders wettelijk verplicht een Rettungsgasse (middendoorgang voor de hulpdiensten) vrij te maken. Dit betekent dat ze zoveel mogelijk rechts of links moeten gaan rijden, zodat er in het midden voldoende ruimte ontstaat voor hulpverlenende voertuigen, zoals ambulances en politieauto's.
  • Als zich een file vormt op wegen met meer dan twee rijstroken per richting, moeten de bestuurders op de meest linkse rijstrook zoveel mogelijk links en de bestuurders op de overige rijstroken zoveel mogelijk rechts gaan rijden.
  • Zie asfinag.at/rettungsgasse voor meer informatie.

Bijzonderheden

Motor laten draaien

  • Als een voertuig in een tunnel tot stilstand komt, moet de motor worden uitgeschakeld.
  • Het bij stilstand warm laten draaien van de motor is verboden.
  • Ook in andere omstandigheden, bijvoorbeeld bij het wachten voor een overweg, is het onnodig laten draaien van de motor verboden.

Waarschuwingssignaal

  • Een praatpaal langs de autosnelweg is voorzien van licht. Dit wordt als knipperlicht in werking gesteld bij spookrijders, verkeersongevallen, files, mist en dergelijke. Als dit licht knippert, moeten bestuurders snelheid minderen en opletten voor het naderen van een gevaarlijke situatie.

Maximumsnelheid

  Binnen bebouwde kom (A) Buiten bebouwde kom Autosnelwegen
Bromfietsen 45 45 verboden
Motoren 50 100 130 (B/C/D)
Personenauto's en campers, toegestane maximummassa < 3500 kg 50 100 130 (B/C/D)
Motoren met aanhanger/personenauto's met aanhangwagen/caravan < 750 kg 50 100 100
Personenauto's met aanhangwagen/caravan > 750 kg (aanhanger niet zwaarder dan de auto), totaalgewicht < 3500 kg 50 80 100
Personenauto's met aanhangwagen/caravan > 750 kg, totaalgewicht > 3500 kg of aanhangwagen/caravan zwaarder dan auto 50 70 (E) 80
  • A: In sommige steden, bijvoorbeeld Graz, bedraagt de maximumsnelheid 30 km/h, tenzij borden een andere snelheid aangeven.
  • B: Met een elektronisch signaleringsbord kan de maximumsnelheid tot 100 km/h worden verlaagd.
  • C: Van 22-5 uur is de maximumsnelheid op de A10 (Tauern), A12 (Inntal), A13 (Brenner) en A14 (Rheintal) 110 km/h.
  • D: Op delen van de A12 en A13 geldt dag en nacht een maximumsnelheid van 100 km/h.
  • E: In Tirol geldt voor deze categorie op veel wegen buiten de bebouwde kom een maximumsnelheid van 60 km/h.
  • Op autosnelwegen zijn alleen voertuigen toegestaan die ten minste 60 km/h kunnen en mogen rijden.

Flitspaalsignalering

  • Het meenemen en gebruiken van radardetectieapparatuur is verboden.
  • Het gebruik van apparatuur met signalering voor vaste flitspalen of trajectcontroles (zoals navigatieapparatuur en telefoons) is toegestaan.
  • Zie voor meer informatie: anwb.nl/juridisch-advies/op-vakantie.

Bijzonderheden

Werktags

  • Let op: Als een verkeersbord met een maximumsnelheid een onderbord heeft waarop werktags met een tijdsperiode wordt vermeld, geldt deze maximumsnelheid ook op zaterdagen (met werktags wordt maandag tot en met zaterdag bedoeld). Als een maximumsnelheid niet in het weekend geldt, vermeldt het onderbord Mo-Fr (Montag-Freitag).

140 km/h

  • Op enkele delen van de Westautobahn geldt sinds juli 2018 een maximumsnelheid van 140 km/h (in plaats van 130 km/h). Het gaat om twee proeftrajecten. Mogelijk gaat in de loop van 2019 ook op enkele andere delen van snelwegen in Oostenrijk een maximumsnelheid van 140 km/h gelden.

Verkeersborden

  • De verkeersborden in Oostenrijk wijken nauwelijks af van die in Nederland.
  • De tekst op de verkeersborden en wegwijzers is overwegend Duits, maar kan ook tweetalig zijn afhankelijk van de regio, bijvoorbeeld Duits en Sloveens.
  • Let op: Een vierkant blauw bord met in de onderste helft over de hele breedte een horizontale witte balk en in het midden loodrecht daarop een korte witte balk betekent: Doodlopende weg

Auto en motor

  • Een rond blauw bord met daarop een witte band met een sneeuwketting betekent dat sneeuwkettingen verplicht zijn.
  • Een rood, geel en groen bord dat aan de bovenleiding voor een tram hangt, geeft aan dat bij een rood of geel verkeerslicht op een kruising trams in de aangegeven richting de straat binnenrijden.
  • Op het ronde witte bord met een rode rand dat aangeeft dat de weg is gesloten voor alle motorvoertuigen behalve voor motoren, is een ouderwetse auto afgebeeld die aanzienlijk afwijkt van de auto die in andere Europese landen op ditzelfde bord is afgebeeld. 
  • Een rond wit bord met een rode rand en een toeter met een rode diagonale streep erdoor betekent dat het verboden is te claxonneren.
  • Als op een elektronisch bord langs de autosnelweg een driehoekige waarschuwingsbord met twee zwarte en één rode auto wordt weergegeven, is dat een waarschuwing voor een spookrijder.
  • Een rond blauw bord met een wit getal erop (bijvoorbeeld 30) geeft de minimumsnelheid aan.
  • Een wit rond bord met een rode rand, een naar links (of rechts) afbuigende zwarte pijl en daaroverheen een rode diagonale balk betekent: Verboden links (of rechts) af te slaan.
  • Als het bord Stoppen en parkeren verboden (blauw, rond met een rode rand en een rood kruis) een onderbord heeft met het symbool van een stekker, mogen op die plaats alleen elektrische auto's staan om te worden opgeladen.

Fiets en voetganger

  • Behalve het bekende ronde blauwe bord Fietspad, zijn er ook vergelijkbare borden die een fiets-/voetpad aangeven, met al dan niet gescheiden gedeelten voor fietsers en voetgangers.
  • Een rechthoekig blauw bord met daarin een wit veld met silhouetten van een man en een vrouw duidt een voetgangersgebied aan.

Overige

  • Als er op een lantaarnpaal een brede oranje band is aangebracht, geeft dat aan dat deze lantaarnpaal niet de hele nacht brandt.

Aanduidingen

Duits Nederlands
Auf pfeifsignaal achten Let op het fluitsignaal van een trein
Ausfahrt Afrit
Ausgenommen Uitgezonderd
Dachlawine Let op sneeuw die van daken kan vallen
Einbahn Eenrichtingsverkeer
Einordnen lassen Ritsen (om en om invoegen)
Kurzparkzone Zone voor kortparkeren
Mo-Fr Van maandag tot en met vrijdag 
Sackgasse Doodlopende weg
Spital Ziekenhuis
Werktags Van maandag tot en met zaterdag