Checklist voor de winter

In de winter heeft je auto het door de kou extra zwaar. Dat blijkt ook uit de vele pechgevallen waar de ANWB Wegenwacht deze periode mee te maken heeft. Veel problemen zijn eenvoudig te voorkomen. Hieronder vind je een checklist om jouw auto winterklaar te maken, hoe je problemen zelf kunt verhelpen en hoe je het veiligst rijdt onder gladde omstandigheden.

De auto winterklaar maken

  1. Maak de rubbers van de deuren goed schoon en smeer ze in. Dit kan met een speciale stick of smeersel, maar talkpoeder kan ook al helpen.
  2. Vul de ruitensproeiervloeistof bij met een antivriesvariant. De zomervloeistof kan bevriezen in het reservoir.
  3. Koop een speciale deken voor de voorruit, zodat je minder hoeft te krabben. Gebruik geen kranten, die kunnen vastvriezen. Ramen krijg je ook ijsvrij met ruitontdooier.
  4. Stel een setje winterspullen samen. Denk naast ruitontdooier, slotontdooier (buiten de auto bewaren) en ijskrabbers ook aan een paar matten, een schep en een veger om wegrijden uit diepe sneeuw makkelijker te maken. Heb je nog niet alles in huis? Een setje winterspullen koop je snel en eenvoudig in onze webwinkel.
  5. Wissel je zomerbanden door winterbanden. Zo heb je veel meer grip bij winterse omstandigheden.

Meer tips om in de winter problemen te voorkomen

De auto ontdooien

  1. Sloten bevroren: gebruik slotontdooier, een zakje warm water of föhn om de sloten te verwarmen.
  2. Deuren dichtgevroren: druk de deuren bij de raamsponningen goed aan zodat het ijs breekt. Werkt dit niet, gebruik dan een zakje warm water of een föhn (niet op de ramen gebruiken).
  3. Handrem bevroren: trek hem extra aan zodat het ijs in de kabel breekt. Werkt dit niet, laat de motor dan 15 minuten draaien. Zo ontdooit de handremkabel vanzelf.
  4. Ruiten bevroren: gebruik een plastic ijskrabber of een flacon ruitontdooier. gebruik geen emmer warm water, daardoor kunnen ruiten barsten. Ruitontdooier komt ook van pas bij het loshalen van vastgevroren ruitenwissers.
  5. Ruitensproeiers bevroren: leg een zakje warm water op de sproeierkopjes. Is het reservoir (met zomervloeistof) bevroren? vul het dan aan met warm water zodat het ijs smelt en vergeet het niet te vullen met een antivriesvariant.
  6. Veeg eventuele sneeuw van de auto voordat je gaat rijden. Het kan een gevaar vormen voor jezelf of andere weggebruikers als het tijdens het rijden los komt.
  7. Wil de motor niet starten door een lege accu? Schakel bij voorkeur de Wegenwacht in. Zelf aan de slag gaan kan schade aan de elektronica opleveren.

Meer tips om zelf problemen te verhelpen

Rijden met de auto

  1. Zet bij slecht weer je dimlichten aan, zodat je goed zichtbaar bent. Zorg dat alle condens op de ramen verdwenen is voordat je wegrijdt. Zet de blower vol aan op de warmste stand en richt deze op de voorruit. Sluit de centrale dashboardroosters zodat er meer lucht naar de voorruit gaat. Je kan ook de airco gebruiken.
  2.  Wil je wegrijden uit de sneeuw, probeer gas en koppeling goed te doseren. Voorkom doorslippen van de aangedreven wielen. Je kan ook wegrijden in de tweede versnelling, zo is de kans op doorslippen een stuk kleiner.
  3. Pas je snelheid aan en houd ruim afstand tot de voorligger. Zorg dat je alle handelingen met extra beleid uitvoert.
  4. Maak in bochten geen abrupte stuurbewegingen, hierdoor kan de auto over zijn voorwielen wegglijden.

Lees meer tips voor het rijden bij gladheid