Je elektrische auto opladen aan het stopcontact

Waarom je geen (of toch wel een) laadpaal nodig hebt

Je elektrische auto laden aan het stopcontact wordt vaak afgedaan als een noodoplossing, maar is dat wel terecht? In sommige situaties voldoet het ouderwetse stopcontact namelijk prima.

Als je huis voorzien is van een eigen oprit of parkeerplaats, dan kun je zelf een laadvoorziening aanleggen voor je elektrische auto. Zo ben je altijd verzekerd van een laadpunt en laad je meestal tegen een lager stroomtarief dan bij een openbare paal. Vergelijk om hier zeker van te zijn het tarief dat je thuis betaalt met het tarief van je laadpasprovider. 

Je hebt twee opties: een eigen laadpaal of opladen via het stopcontact. Een laadpaal wordt doorgaans aangeraden als de beste optie, maar het is ook de duurste. Je bent al snel tussen de 1000 en 2500 euro kwijt, afhankelijk van het type laadpunt en de hoeveelheid installatiewerkzaamheden.

Een forse investering, maar eenmaal geïnstalleerd kun je laadsnelheden tot 11 kWh (en in sommige gevallen zelfs hoger) halen. Je huis moet dan wel voorzien zijn van een 3-fasenaansluiting en ook de laadpaal en auto moeten 3-fasenladen ondersteunen. Met een 1-faseaansluiting (of een auto die enkel 1-faseladen ondersteunt) haalt een laadpaal thuis doorgaans een maximaal laadvermogen van 3,7 kW. Dat maximale laadvermogen kun je ook bereiken door via het stopcontact te laden.

Dat wil niet zeggen dat je je elektrische auto zomaar met een simpel kabeltje aan het eerste de beste stopcontact moet hangen, zeker niet als er ook andere stroomverbruikers op dezelfde groep zijn aangesloten. Gebruik een aparte en goed afgezekerde groep in de meterkast (aangelegd volgens de NEN1010-norm) om je elektrische auto te laden en gebruik geen verlengsnoeren.

Geschikte 230v-laadkabels

Het is ook van belang dat je een geschikte laadkabel met laadbeveiliger gebruikt. Zo’n kabel wordt ook wel een mode 2-lader genoemd, je herkent ze aan het kastje dat doorgaans vlak bij de standaard stopcontactstekker aan de kabel zit (zie ook onderstaande afbeelding). Deze laadbeveiliger communiceert met de auto, zodat de lader weet wanneer de auto vol is. Daarnaast zijn ze doorgaans voorzien van beveiliging tegen overspanning, onderspanning, lekstroom en oververhitting.

Bij veel elektrische auto’s wordt vanaf de fabriek een 230v-laadkabel meegeleverd. Meestal hebben deze een maximale laadstroom van 10A, waarmee je een maximaal laadvermogen van 2,3 kW kunt halen. Dat is niet geheel toevallig de maximale stroomsterkte die je op een willekeurig stopcontact mag aansluiten. Een hogere laadstroom mag je alleen op een aparte groep aansluiten, wat dus sowieso aan te raden is.

Er zijn ook 230v-laadkabels te koop waarbij je op de laadbeveiliger de maximale laadstroom kunt instellen, bijvoorbeeld tussen 10 en 16A. Zo kun je het maximale laadvermogen van 3,7 kW halen wanneer nodig of overbelasting tijdens het gebruik van andere (zware) elektrische apparatuur voorkomen door langzamer te laden. De luxere modellen zijn daarnaast voorzien van een display waarop je de laadsnelheid, status en soms ook de geladen stroom kunt aflezen.

Rekenvoorbeeld: stopcontact versus laadpaal

Als we uitgaan van 12 uur per dag opladen met 2,3 kW, dan kun je dagelijks 27,6 kWh laden via het stopcontact. Dat is genoeg om met een gemiddelde elektrische auto zo’n 125 tot 150 kilometer te rijden. Als dit voor jouw autogebruik voldoende is, kun je overwegen om in plaats van een laadpaal een buitenstopcontact op een aparte groep te (laten) installeren en goede 230v-lader aan te schaffen. Dat is aanzienlijk goedkoper dan het laten plaatsen van een laadpaal.

Met een eigen laadpaal met een laadvermogen van 11 kW kun je in 12 uur 132 kWh laden. Meer dan genoeg om elke moderne elektrische auto volledig te laden en goed voor honderden kilometers bereik. Deze optie is daarmee ideaal voor wie dagelijks grote afstanden rijdt of simpelweg elke ochtend wil vertrekken met het geruststellende idee dat de accu vol is.

ANWB-laadpaal voor thuis of op kantoor