De ANWB als toeristenbond

Je zou kunnen zeggen dat 1900 het belangrijkste jaartal uit de geschiedenis van de ANWB is. In dat jaar besloot de ANWB zich om te vormen van wielrijdersvereniging tot toeristenbond.

Voortaan wilde de bond alle toeristen van dienst zijn, met welk vervoermiddel ze ook onderweg waren. De aanleiding om toeristenbond te worden was de introductie van de auto in Nederland. De ANWB was zeer gecharmeerd van dit nieuwe vervoermiddel, maar wilde de fiets en het fietsen niet loslaten. Daarnaast zou de toeristenbond zich in de loop van de tijd ook op motorrijders, watersporters, ruiters, wandelaars en zelfs ‘luchtvaarttoeristen’ richten. In 1900 besloot de ANWB zichzelf om te vormen van een landelijke organisatie van plaatselijke fietsclubs tot de Nederlandsche Toeristenbond ANWB.

 

Niet vanzelfsprekend

De ANWB was een van de weinige rijwielverenigingen in Europa die zichzelf omdoopte tot een brede toeristenbond. De keus lag niet erg voor de hand. De overgrote meerderheid van de ANWB-leden was namelijk lid vanwege de fiets. De fiets was een massaal gebruikt vervoermiddel. Daarom deed de ANWB ook als toeristenbond steeds meer voor fietsers: er kwamen meer wegwijzers en hulpkisten en elk jaar stonden er bondstochten en een groot bondsfeest op het programma.

Spectaculaire bondsfeesten

De bondfeesten waren het jaarlijkse hoogtepunt van het verenigingsleven. De algemene vergadering stond centraal, omlijst door vele andere activiteiten. Tijdens de feesten van 1902 en 1907 in Utrecht liepen de deelnemers in een feestelijke parade over de Maliebaan In 1902 reden er voor het eerst ook enkele auto’s mee, symbolisch voor de toeristenbond die de ANWB wilde zijn. Groepsmaaltijden, een klassiek concert en uitstapjes in de omgeving maakten het feestelijke programma compleet. Tochtjes naar Zeist en Soest leidden de fietsers over de ‘lommerrijke’ Utrechtse Heuvelrug. De afsluitende avond in stadspark Tivoli, met een concert en vuurwerk, trok in 1902 maar liefst duizend bezoekers.

Handboeken voor piloten

Vanaf 1909 besteedde De Kampioen veel aandacht aan de eerste vliegtuigen. De bond verwachtte veel van het vliegtuig als toeristisch vervoermiddel. Er waren op dat moment ongeveer tweehonderd vliegtuigen in Nederland. De ANWB voorspelde dat het vliegtuig zich, net als de auto en de fiets, zou ontwikkelen tot een massaal gebruikt individueel vervoermiddel. Vandaar dat de ANWB ook handboeken voor aankomende piloten publiceerde. De bond raadde piloten vooral aan een tocht van Rotterdam naar Zeeland te maken: de vlucht over de brede zeearmen was bijzonder spectaculair. De ANWB bracht reisgidsen voor vliegeniers uit, publiceerde luchtkaarten en introduceerde zelfs een stelsel voor luchtwijzers, door de bovenzijde van gashouders bij gasfabrieken te laten beschilderen.

Zie ook