Naar de inhoudLogo van de ANWBANWB Homepage

Versleten banden test 2023

Hoe goed zijn bijna versleten banden nog?

De ANWB test jaarlijks nieuwe zomer- en winterbanden. Maar hoe goed presteren banden eigenlijk nog, als ze bijna versleten zijn? In hoeverre veranderen de eigenschappen van een band als er meer kilometers mee gereden zijn? Wat gebeurt er als het profiel langzaam maar zeker afneemt en er een andere laag van het rubber (de compound) aan de oppervlakte komt? In een aantal uitvoerige, additionele tests hebben we dat onderzocht.

Tests met versleten banden

Om antwoorden te vinden op deze vragen, selecteerden we in totaal zes winterbanden. De sets nog vrijwel nieuwe winterbanden hebben we op de openbare weg, in konvooi, afgereden tot een profieldiepte van 2,5 mm. Met deze bijna versleten banden voerden we de normale testonderdelen uit en vergeleken dit met de resultaten die de banden scoorden toen ze nieuw waren.

Testbanden

Als het profiel van banden door slijtage steeds minder wordt, kan de band minder water afvoeren. Voor deze test kozen we voor winterbanden. Op die manier konden we ook beoordelen wat de invloed is van minder profiel en van de versleten lamellen (inkepingen in het profiel) bij het rijden op sneeuw. De conclusies en aanbevelingen zijn echter ook van toepassing voor zomerbanden, vooral natuurlijk als het gaat om grip op nat wegdek. Voor de test hebben we de volgende testbanden gekozen:

  • Continental WinterContact TS860
  • Goodyear Ultragrip 9
  • Nokian WR D4
  • Dunlop Winter Sport 5
  • Michelin Alpin 5
  • Yokohama BluEarth

Testonderdelen

Voor deze speciale bandentest hebben we de volgende testonderdelen - uit de reguliere tests - herhaald met de bijna versleten banden:

  • Tractie (wegrijden) op sneeuw
  • Remmen op sneeuw
  • Remmen op nat wegdek
  • Aquaplaning bij rechtuit rijden    
  • Aquaplaning in bochten
  • Wegligging op nat wegdek
  • Brandstofverbruik

Versleten banden

Per merk en type band hebben we drie sets getest, dus van elke geteste band hadden we twaalf exemplaren. De eerste set reden we tot 2,5 mm af op de openbare weg. Dat gebeurt in konvooi. De auto’s rijden duizenden kilometers onder alle omstandigheden: op snelwegen, op landelijke wegen en ook gewoon in stadsverkeer. Op deze manier ontstaat een bepaald slijtagepatroon: op sommige plekken is er wat meer slijtage, op andere wat minder. Je spreekt dan over (in meerdere of mindere mate) onregelmatige slijtage. Zodra in een hoofdgroef op een bepaalde plek de profieldiepte 2,5 mm is, stoppen we met afrijden en is de band klaar voor de test.

Profiel op de weg afrijden of op een machine afdraaien

De twee andere sets hebben we machinaal afgedraaid tot versleten banden:

  • Bij de tweede set namen we het slijtagepatroon van op de weg als uitgangspunt voor het afdraaien. Hier zie je een patroon met meer profiel in het centrale deel of juist meer profiel aan de zijkanten.
  • Bij de derde set draaiden we gelijkmatig af volgens de ETRTO specificaties tot 2,0 mm. Die sets hebben dus overal nog 2,0 mm restprofiel.

We hebben met drie verschillende sets per testband gewerkt, omdat we in deze test ook wilden beoordelen of er verschil zit in prestaties tussen banden die door het rijden zijn verouderd en gesleten en banden die kunstmatig versleten worden, door (bij nieuwe banden) het profiel machinaal af te draaien. Technisch gesproken heb je het dan over de drukverdeling in het contactvlak tussen band en wegdek. Bij een gelijkmatig afgedraaide band is die anders dan bij een band met onregelmatige slijtage.

Testbevindingen

Uit onze tests blijkt dat de profieldiepte en het slijtagebeeld van een band maatgevend zijn voor de prestaties op nat wegdek en op sneeuw. In onderstaande afbeelding is per testonderdeel en per geteste band grafisch uitgezet wat het verschil is tussen nieuwe banden en versleten banden.

Het verschil in prestaties (in %) tussen versleten en nieuwe banden, per geteste band en per testonderdeel

Testresultaten in detail, versleten banden op sneeuw

Afhankelijk van merk en type band zien we dat de tractie op sneeuw (wegrijden vanuit stilstand) met versleten banden 15 tot 35% lager is dan met nieuwe banden. In onze testbeoordeling zak je met dit soort verschillen twee tot vier treden (zie tabel). Dus een band die goed scoorde (+) zakt naar voldoende (Ø) of net onvoldoende (-/Ø) of onvoldoende (-). 

++zeer goedØ/+ruim voldoende-onvoldoende
+/++goed tot zeer goedØvoldoende--/-slecht
+goed-/Ønet onvoldoende--zeer slecht

Bij remmen op sneeuw zagen we hetzelfde beeld: met versleten banden liggen de prestaties 14 tot 32% lager dan met nieuwe banden. In onze beoordeling zijn dit vier of vijf treden. Een verschil van 32% is in dit geval het verschil tussen een goede (+) en een slechte (--/-) beoordeling. Bij een noodstop op sneeuw vanaf 30 km/h neemt de remweg met deze verschillen tussen nieuwe en versleten banden toe met 3,5m. Anders gezegd, als de auto met nieuwe banden stilstaat, heeft de auto met dezelfde, versleten banden nog een snelheid van 15 km/h. En dit is dus de situatie dat je begon met remmen bij een snelheid van 30 km/h op sneeuw.

Test van de remweg op sneeuw

Als we de banden onderling vergelijken, zien we dat sommige banden - bij dezelfde profieldiepte van nog maar 2,5 mm - nauwelijks nog lamellen hebben, terwijl die bij andere nog wel aanwezig zijn en nog steeds functioneren. Dit speelt met name bij de Yokohama en de Michelin. Nieuw hebben deze banden een vergelijkbare remweg op sneeuw. Maar versleten verliest de Yokohama duidelijk meer dan de Michelin. We kunnen hieruit afleiden dat meer profiel niet zo veel doet als er niet ook nog functionele lamellen aanwezig zijn. En dat het bij winterbanden tijd is de banden te vervangen als de lamellen weggesleten zijn.

Nat wegdek

Bij de prestaties op sneeuw scoorden de op de weg afgereden banden iets beter. Dat komt door een soort randjes die op de profielblokken ontstaan, een soort hak/teen afdruk wat je ook wel op een schoenzool ziet. Die randjes zorgen voor wat extra grip in sneeuw.

Maar op nat wegdek zijn vooral de mechanische grip en de drukverdeling van belang. En beide factoren hangen juist af van het slijtage patroon. We zien dat banden waar de slijtage op de schouders (het afgeronde deel tussen het midden en de zijwand van de band) hoger is, op nat minder goed presteren dan de banden die een gelijkmatig afgesleten (of in deze test afgedraaid) profiel hebben. Daar tegenover staan banden waar de slijtage in het midden hoger is (en die nog relatief veel profiel op de schouders hebben) die op nat beter blijken te presteren.

Remweg op nat wegdek

Bij banden die vooral op de schouders meer versleten zijn, zien we de remweg op nat oplopen met percentages tot 23% (t.o.v. nieuwe banden). Dit zijn grote verschillen. Als de auto met nieuwe banden bij een noodstop vanaf 80 km/h al stil staat, komt de auto met dezelfde maar versleten banden nog met bijna 35 km/h voorbij.

Aquaplaning

Bij aquaplaning in bochten zien we dat de versleten banden enorm aan prestaties inboeten. Hierbij maakt het niet veel uit of de slijtage op de schouders of juist in het midden hoger was. De verschillen zijn gewoon heel groot. Ten opzichte van nieuwe banden liggen de prestaties zomaar ineens tussen de 50 en 75% lager.

Dit is een serieus veiligheidsrisico. Versleten banden blijken in bochten waar veel water ligt, heel snel weg te glijden. Uitgedrukt in onze gangbare testbeoordeling komen de versleten banden al heel snel uit op onvoldoende of zelfs op ronduit (zeer) slecht.

Wegligging op nat wegdek

Ook op wegligging en handling nat zien we een duidelijk verlies aan prestaties van de versleten banden. We zien geen bovenmatige invloed van het slijtagebeeld, het is gewoon de combinatie van minder profieldiepte, veroudering en slijtagepatroon die ook hier wordt zorgt voor een drie tot vier treden lagere testbeoordeling.

Op het natte handling circuit zijn de testauto’s met versleten banden veel lastiger te beheersen.

Conclusie: rijden met bijna versleten banden kan verraderlijk zijn

De combinatie van veroudering, weinig restprofiel en een bepaald slijtagepatroon leidt bij bijna versleten banden tot een duidelijke afname aan grip en prestaties. Dit manifesteert zich vooral bij lastige omstandigheden zoals besneeuwd of nat wegdek. Aanpassen van snelheid en volgafstand is belangrijk om veilig te kunnen rijden.

Uit onze test blijkt dat het grootste verlies aan prestaties van de band zich op nat wegdek voordoet, en dan met name als er dwarskrachten moeten worden overgedragen. De wegligging op nat wegdek is met (bijna) versleten banden duidelijk minder dan met (bijna) nieuwe banden. De band kan veel minder dwarskrachten overdragen. Ook bij het combineren van krachten in lengte- en in dwarsrichting (bijvoorbeeld remmen en sturen tegelijk) zijn de prestaties veel en veel minder.

Verraderlijk wordt het als er plotseling veel water ligt in een bocht. Waar dit met nieuwe banden geen probleem vormt, glijdt de auto met versleten banden al snel weg. Dit soort situaties kunnen zich niet alleen tijdens een normale rit voordoen, maar zeker ook in noodsituaties; bijvoorbeeld een plotselinge uitwijkmanoeuvre om iets of iemand te ontwijken.

Aanbevelingen en tips

  • Het is belangrijk dat banden gelijkmatig slijten. Bij onregelmatige slijtage een vakman raadplegen en de wielstanden van het voertuig laten controleren.
  • Controleer regelmatig de bandenspanning en hanteer de door de voertuigfabrikant voorgeschreven spanning (raadpleeg het instructieboekje).
  • Zijn de lamellen van een winterband vanwege slijtage niet meer als zodanig herkenbaar, dan zijn de prestaties in de sneeuw zo sterk gereduceerd dat het tijd is de band te vervangen.
  • Bij aquaplaning (veel water op de weg) en bij natte sneeuw pap (die na strooi of dooi ontstaat) is de profieldiepte van wezenlijk belang om veilig te kunnen rijden. Wees bij dit soort rijomstandigheden extra alert én houd er rekening mee (aanpassen van snelheid en volgafstand) dat de prestaties, door de slijtage van de banden, sterk gereduceerd zijn ten opzichte van ervaringen met nieuwe banden.
  • De ANWB adviseert winterbanden te vervangen bij een restprofiel van 4 mm. Winterbanden met minder profiel kunnen lastig overweg met de natte sneeuwpap. Bovendien is 4 mm de minimale wettelijke grens in Oostenrijk (de bestemming van veel Nederlanders in de winter) voor winterbanden.
  • In Nederland hebben we vlakke wegen met over het algemeen goed asfalt (zoab), waardoor er zelden een waterlaag van meer dan 1 mm diep op de weg komt te liggen. Vanuit die gedachte adviseert de ANWB om zomerbanden te vervangen bij 2 mm restprofiel. Echter in veel andere landen is de wegkwaliteit minder en/of stroomt bij regen het water van een berg af naar beneden, waardoor er veel water of een diepe plas na een afdaling op de weg kan liggen. Om die reden adviseren we zomerbanden bij 3 mm te vervangen als er een buitenlandse reis op de rol staat.