Verkeersregels in Zweden

Snel naar

Algemene verkeersregels | Verkeersregels auto | Maximumsnelheden | Fietsen | Motor | Bromfiets | Verkeersregels caravan en aanhangwagen | Winterbanden

Algemene verkeersregels

  • Hier worden enkele belangrijke algemene verkeersregels vermeld, waaronder een aantal verkeersregels die afwijken van de Nederlandse.

Veilig rijden

Rijden onder invloed

  • Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,2 promille.
  • Sporen van drugs in het bloed zijn niet toegestaan.

Mobiele telefoon

  • Het is in Zweden verboden een mobiele telefoon of andere apparatuur in de hand te houden tijdens het rijden.
  • Het is ook verboden om communicatie- of navigatieapparatuur te bedienen tijdens het rijden.

Veilig wandelen

  • Op wegen waar een fiets- of voetpad ontbreekt, dienen voetgangers zoveel mogelijk aan de linkerkant van de weg te lopen. Skiërs, rolschaatsers en vergelijkbare weggebruikers die net iets sneller gaan dan voetgangers, mogen eventueel ook de uiterste rechterkant van de weg gebruiken.
  • In Zweden geldt sinds oktober 2018 de regel dat voetgangers (dus ook hardlopers) op fietspaden en paden voor zowel fietsers als voetgangers aan de linkerkant moeten lopen. Op voetpaden moeten voetgangers rechts aanhouden.
  • Iedereen die in het donker, bij weinig licht of bij slecht zicht langs de weg loopt, wordt geadviseerd een reflector, kleding met reflecterende strepen of een veiligheidshesje te dragen. 

Basisverkeersregels

  • Je moet rechts rijden en links inhalen.

Voorrang

  • Bestuurders op wegen die met verkeersborden worden aangeduid als voorrangswegen, hebben voorrang. 
  • Op een kruising hebben bestuurders van rechts voorrang, tenzij anders wordt aangegeven met verkeerstekens. 
  • Let op: Houd er rekening mee dat de regel dat bestuurders van rechts voorrang hebben op een kruising soms wordt genegeerd door bestuurders op grotere wegen die niet met verkeersborden zijn aangeduid als voorrangswegen. Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden.
  • Er zijn in Zweden kruisingen waar een voorrangs- of stopbord staat met het onderbord Flervägsväjning. Dit bord geeft aan dat alle bestuurders op alle wegen voorrang moeten verlenen. Meestal wordt voorrang verleend in volgorde van aankomst, maar omdat niet precies bij wet is geregeld wie voorrang heeft, moeten bestuurders op dit soort kruisingen extra rekening met elkaar houden en oogcontact maken om misverstanden te voorkomen. 

Rotonde

  • Als je een rotonde op wilt rijden, moet je voorrang verlenen aan bestuurders die al op de rotonde rijden.
  • Er zijn in Zweden ook kruisingen met een cirkel in het midden die eruitzien als een rotonde, maar waar geen borden bij staan die aangeven dat het om een rotonde gaat. Op dergelijke kruisingen hebben bestuurders van rechts voorrang.

Inhalen

  • Je mag een tram aan de rechterkant inhalen, tenzij daar geen ruimte is en links inhalen zonder gevaar kan. Op eenrichtingswegen mag je een tram ook links inhalen.
  • Als een tram stopt bij een halte zonder vluchtheuvel voor passagiers, moet je achter de tram blijven wachten.
  • Als een bus bij een bushalte stopt en er achter op die bus een knipperend bord met 30 wordt weergegeven, mag de bus slechts met een snelheid van 30 km/h worden ingehaald.

Stilstaan

  • Het is verboden stil te staan (of te parkeren) op plaatsen waar je voertuig niet goed zichtbaar is (zoals na een scherpe bocht of boven aan een heuvel) of een obstakel vormt voor het overige verkeer.
  • Het is bovendien verboden stil te staan op onder andere de volgende plaatsen:
    • Binnen 10 m voor een voetgangers- of een fietsoversteekplaats.
    • Binnen 10 m van een kruising.
    • Op auto(snel)wegen.
    • Op voet- en fietspaden en bus- en trambanen.

Parkeren

  • Het is verboden te parkeren aan de linkerkant van de weg (tegen de rijrichting in), ook in parkeervakken aan de linkerkant. In een straat met aan de rechterzijde een tram en in straten met eenrichtingsverkeer mag je wel aan de linkerkant parkeren.
  • Parkeren is onder andere verboden op de volgende plaatsen:
    • Langs voorrangswegen.
    • Binnen 30 meter voor of na een kruising.
    • Binnen 20 m voor en 5 m na een tram- of bushalte.
    • Binnen 30 m van een spoorwegovergang.

Geluidssignalen

  • Claxonneren is alleen toegestaan als waarschuwingssignaal om een ongeval te voorkomen.

Bijzonderheden

Invoegstroken

  • Invoegstroken op snelwegen kunnen zeer kort zijn. Houd er rekening mee dat bestuurders van invoegende voertuigen ervan uitgaan dat ze van andere bestuurders de ruimte krijgen.

Langzaam verkeer op vluchtstrook

  • Veel wegen in Zweden hebben brede vluchtstroken. Langzamere voertuigen mogen op hoofdwegen (geen snelwegen) buiten de bebouwde kom tijdelijk uitwijken naar de vluchtstrook om achteropkomend verkeer te laten passeren. Dit is echter niet verplicht.

Dieren op de weg

  • De kans op aanrijdingen met wilde dieren, zoals dassen, vossen, wilde zwijnen, rendieren en elanden, is groot in Zweden. Let daarom goed op de gele waarschuwingsborden en wees extra waakzaam in de ochtend- of avondschemer, langs bosranden, bij het oversteken van water en in de lente (jonge elanden) en de herfst (jachtseizoen). 

Verkeersregels auto

Verlichting

  • Het voeren van dimlicht of dagrijlicht (ook led) overdag is verplicht.
  • Let op: In tunnels, bij weinig licht en bij slecht zicht is dagrijlicht niet voldoende en moet dimlicht worden gevoerd.

Kinderen

  • Kinderen met een lengte van minder dan 1,35 m mogen alleen in een goedgekeurd en passend kinderzitje of op een goedgekeurde en passende zittingverhoger met normale veiligheidsgordels worden vervoerd.
  • De bestuurder moet ervoor zorgen dat kinderen die jonger zijn dan 15 jaar maar langer dan 1,35 m, een veiligheidsgordel dragen.
  • In Zweden wordt geadviseerd om kinderen tot 4 jaar met de rug naar voren in een goedgekeurd en passend kinderzitje te vervoeren. Kinderen jonger dan 4 jaar die met het gezicht naar voren worden vervoerd, moeten op de achterbank worden geplaatst.
  • Als een kind met de rug naar voren, voor in de auto, in een kinderzitje wordt vervoerd, moet de airbag uitgeschakeld zijn. Ook kinderen die kleiner zijn dan 1,40 m, mogen alleen op de voorstoel worden vervoerd als de airbag voor die stoel is uitgeschakeld.
  • Kinderen onder de 3 jaar mogen niet reizen in een voertuig zonder kinderzitje (behalve in een taxi).

Lading

  • Lading mag in de breedte aan beide kanten maximaal 20 cm uitsteken tot een maximumbreedte van 2,60 m.
  • Lading die naar voren of naar achteren meer dan 1 m uitsteekt, moet worden gemarkeerd met een gekleurde vlag of doek en in het donker of bij slecht zicht met reflectoren en verlichting (achter rood, voor wit).

Dashcam

Maximumsnelheid in Zweden

  Binnen bebouwde kom Buiten bebouwde kom Auto(snel)snelwegen
Bromfietsen klasse 1 30-45 45 verboden
Bromfietsen klasse 2 (snorfiets) 25 25 verboden
Personenauto's, campers, toegestane maximummassa < 3500 kg en motoren 30-70 60-100 (A) 90-120
Personenauto's, campers, toegestane maximummassa < 3500 kg en motoren, met aanhangwagen/caravan 30-70 60-80 (A/B) 80
  • A: De toegestane snelheid is afhankelijk van de kwaliteit van de weg en wordt aangegeven met verkeersborden. Staan er geen borden, dan geldt een maximumsnelheid van 70 km/h.
  • B: Met aanhanger is 80 km/h het maximum, ook al geven verkeersborden een hogere snelheid aan.

Flitspaalsignalering

  • Het meenemen en gebruiken van radardetectieapparatuur is verboden.
  • Voor zover bekend is het gebruik van apparatuur met signalering voor vaste flitspalen of trajectcontroles (zoals navigatieapparatuur en telefoons) toegestaan.

Verkeersregels fiets

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht voor kinderen jonger dan 15 jaar. Alle fietsers worden geadviseerd een helm te dragen.
  • Als een kind tot 15 jaar geen helm draagt, kunnen de ouders of begeleiders (van 15 jaar of ouder) hiervoor een boete krijgen.

Verlichting en overige vereisten

  • Fietsen moeten in het donker en bij slecht zicht zijn voorzien van vaste lampen. Voor op de fiets moet het licht de kleur wit hebben en achter op de fiets de kleur rood. Het achterlicht mag ook knipperend rood zijn.
  • De fiets moet voor een witte reflector hebben, achter een rode reflector en op de wielen gele of oranje reflectoren.
  • Ook moet een fiets zijn voorzien van een bel en goed werkende remmen.

Passagiers

  • Het meenemen van een passagier is toegestaan.
  • Op een fiets mag een kind jonger dan 10 jaar alleen worden meegenomen als de bestuurder minstens 15 jaar is.
  • Er mogen twee kinderen jonger dan 6 jaar worden meegenomen als de bestuurder minstens 18 jaar is.

Aanhanger

  • Het is toegestaan om te rijden met een fiets waaraan een aanhanger is gekoppeld.

Fietsen onder invloed

  • Als een fietser zichtbaar onder invloed is en de fiets niet meer goed kan besturen, kan een boete worden gegeven.

Mobiele telefoon

  • Hoewel mobiel bellen op de fiets niet wettelijk verboden is, kan er een boete worden gegeven wanneer het bellen een negatieve invloed heeft op het rijgedrag of als daarmee het overige verkeer in gevaar wordt gebracht.

Plaats op de weg

  • Waar fietspaden ontbreken, moeten fietsers zoveel mogelijk aan de rechterkant van de weg rijden. Sinds 1 augustus 2018 mogen fietsers in Zweden op een weg met een fietspad ernaast desgewenst ook op de weg fietsen, mits ze 15 jaar of ouder zijn en extra voorzichtigheid betrachten. 
  • Fietsers mogen van voetgangerszones gebruikmaken, mits voetgangers daar geen hinder van ondervinden en zij nagenoeg met loopsnelheid rijden.
  • Het is fietsers toegestaan gebruik te maken van een aan de rechterzijde van de weg gelegen busstrook.

Naast elkaar rijden

  • Waar dit veilig kan, zonder overlast voor ander wegverkeer, mag naast elkaar worden gereden.

Afslaan

  • Fietsers mogen bij het naar links afslaan niet voorsorteren. Zij moeten rechts blijven rijden tot de overzijde van de kruisende weg en daar linksaf gaan als dit zonder gevaar kan.

Elektrische fiets

  • Voor een elektrische fiets (elcykel) met trapondersteuning tot 25 km/h die een vermogen heeft van maximaal 250 watt, gelden dezelfde regels als voor een gewone fiets.
  • Het dragen van een helm is verplicht voor kinderen jonger dan 15 jaar. Het dragen van een fietshelm wordt geadviseerd voor iedere bestuurder van een elektrische fiets.
  • Met een elektrische fiets moet waar mogelijk op het fietspad worden gereden.

Gemotoriseerde fiets

  • Sinds 2016 is in Zweden een nieuw type fiets met trappers en een hulpmotor toegestaan. Deze gemotoriseerde fiets biedt trapondersteuning tot 25 km/h en heeft een vermogen tussen de 250 en 1000 watt. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor een Zweedse moped klass II, die globaal overeenkomen met de regels voor een gewone fiets.
  • De bestuurder is verplicht een fietshelm te dragen.
  • Met een gemotoriseerde fiets mag je op het fietspad rijden, tenzij met een verkeersbord (ej moped, niet voor bromfietsen) anders wordt aangegeven.

Speedpedelec

  • Voor een elektrische fiets met trapondersteuning tot 45 km/h (snabb-elcyklar) gelden dezelfde regels als voor een bromfiets (de Zweedse moped klass I)
  • De minimumleeftijd om op een speedpedelec te rijden is 16 jaar en de bestuurder moet in het bezit zijn van het bromfietsrijbewijs.
  • De bestuurder is verplicht een goedgekeurde bromfietshelm (norm ECE 22.05) te dragen. Voor zover bekend is het dragen van een speciale speedpedelec-helm (norm NTA 8776:2016) niet toegestaan.
  • Speedpedelecs mogen niet op het fietspad rijden.

Verkeersregels motors

Helm

  • Het dragen van een helm is verplicht voor bestuurder en passagier.
  • Passagiers die jonger zijn dan 7 jaar, mogen in plaats van een motorhelm een alternatieve passende hoofdbescherming dragen, zoals een fiets- of skihelm.

Verlichting

  • Het voeren van dimlicht overdag is verplicht.

Passagiers

  • Het is toegestaan om een passagier op de motor te vervoeren.

Aanhanger

  • Met een motor mag een aanhanger worden getrokken van maximaal 1,25 m breed die in beladen toestand niet zwaarder is dan de helft van het gewicht van de motor.

Verkeersregels brom- en snorfietsen

  • In Zweden wordt een bromfiets een moped klass I genoemd en een snorfiets een moped klass II.
  • Bromfietsen klasse I mogen niet sneller kunnen dan 45 km/h en hebben hun eigen verkeersregels.
  • Bromfietsen klasse II mogen niet sneller kunnen dan 25 km/h en hiervoor gelden de verkeersregels voor fietsen, tenzij uit verkeersborden anders blijkt. Voor de Nederlandse snorfiets gelden de regels voor bromfietsen klasse II.
  • Oudere bromfietsen die zijn gebouwd voor 17 juni 2003 en die een constructiesnelheid hebben van 30 km/h, worden als bromfiets klasse II beschouwd.

Helm

  • Het dragen van een goedgekeurde bromfietshelm is verplicht voor bestuurders van bromfietsen klasse I en II en hun passagiers. 

Verlichting

  • Bromfietsen van klasse I en II moeten ook overdag dimlicht voeren. 

Passagiers

  • Op een bromfiets klasse I mag je 1 passagier meenemen, op voorwaarde dat daarvoor een geschikte zitplaats aanwezig is en die zitplaats op het kentekenbewijs is geregistreerd.
  • Op een bromfiets klasse II mag je een passagier meenemen op voorwaarde dat er een geschikte zitplaats aanwezig is.
  • Een kind jonger dan 10 jaar mag alleen worden meegenomen als de bestuurder minstens 15 jaar is. Er mogen twee kinderen jonger dan 6 jaar worden meegenomen als de bestuurder minstens 18 jaar is.
  • Passagiers die jonger zijn dan 7 jaar, mogen in plaats van een bromfietshelm een alternatieve passende hoofdbescherming dragen, zoals een fiets- of skihelm.

Plaats op de weg

  • Bromfietsen klasse I mogen niet op het fietspad rijden, tenzij met een verkeersbord anders wordt aangegeven.
  • Bromfietsen klasse II moeten op het fietspad rijden, tenzij met een verkeersbord (ej moped, niet voor bromfietsen) anders wordt aangegeven.
  • Bromfietsen klasse II mogen gebruikmaken van een busbaan als die zich aan de rechterkant van de weg bevindt.
  • Bromfietsen klasse II mogen bij het naar links afslaan niet voorsorteren. Zij moeten rechts blijven rijden tot de overzijde van de kruisende weg en daar linksaf gaan als dit zonder gevaar kan.

Aanhanger

  • Het is toegestaan een aanhanger te koppelen aan een bromfiets klasse I.

Verkeersregels caravan en aanhangwagen

Afmetingen, maxima

  Nederland Zweden opm.
Breedte combinatie (excl. spiegels) 2,55 m 2,60 m  
Hoogte combinatie 4 m 4,50 m  
Lengte aanhanger (incl. dissel) 12 m Niet bekend   (A)
Lengte combinatie 18 m 24 m (A)
  • A: Een eventuele fietsendrager achterop wordt meegerekend in de lengte.

Extra brede aanhanger

  • Voor het vervoeren van een aanhanger met een ondeelbare lading van maximaal 3,10 m breed (of een boot van maximaal 3,50 m breed) hoeft mogelijk geen speciale vergunning te worden aangevraagd. Ga voor meer informatie naar trafikverket.se (zoek op indivisible load) of naar de website van het Zweedse transportagentschap transportstyrelsen.se.

Winterbanden

Winterbanden

  • Verplicht in winterperiode - Het gebruik van winterbanden is verplicht van 1 december t/m 31 maart bij winterse omstandigheden. Dit voorschrift geldt ook voor Nederlandse auto's.
  • Met winterse omstandigheden wordt bedoeld: sneeuw of ijs op de weg of een nat wegdek in combinatie met temperaturen rond of onder nul graden. 
  • De politie heeft de bevoegdheid om te bepalen wanneer er sprake is van winterse omstandigheden op bepaalde wegen of wegdelen.
  • Als er geen sprake is van winterse omstandigheden, is het gebruik van zomerbanden toegestaan, zelfs in de periode van 1 december t/m 31 maart.
  • Winterbanden zijn banden die speciaal zijn bedoeld voor winterse omstandigheden en in elk geval de aanduiding M+S hebben (vierseizoenenbanden met de aanduiding M+S worden niet gezien als winterbanden). De ANWB adviseert je banden te gebruiken waarop zowel de aanduiding M+S als een sneeuwvloksymbool wordt aangegeven. Meer informatie: anwb.nl/winterbanden.
  • De voorgeschreven minimale profieldiepte voor winterbanden is 3 mm.
  • Winterbanden moeten bij winterse omstandigheden ook op de wielen van een eventuele aanhanger zijn gemonteerd.
  • Als je op zomerbanden rijdt tijdens winterse omstandigheden en betrokken raakt bij een ongeval, bestaat de kans dat je (mede)aansprakelijk wordt gesteld voor het ongeval omdat je het verkeer onnodig in gevaar hebt gebracht.

Sneeuwkettingen

  • Toegestaan - Het gebruik van sneeuwkettingen is toegestaan tijdens winterse weersomstandigheden of als de weg is bedekt met sneeuw of ijs.
  • Sneeuwkettingen zijn in Zweden niet te huur maar wel te koop.

Spijkerbanden

  • Toegestaan in winterperiode - Het gebruik van spijkerbanden is toegestaan van 1 oktober t/m 15 april. Als de weersomstandigheden en de toestand van de weg dat vereisen, mogen spijkerbanden ook buiten deze periode worden gebruikt. Dit is vaak het geval in het noordelijk deel van het land.
  • Als spijkerbanden worden gebruikt, is het verplicht om deze op alle wielen van het voertuig te monteren.
  • Als een voertuig met spijkerbanden een aanhanger trekt, is het alleen verplicht om ook de wielen van de aanhanger te voorzien van spijkerbanden als de weg is bedekt met sneeuw of ijs.
  • Er gelden enige lokale regels voor het gebruik van spijkerbanden. Zo mag in de volgende straten niet worden gereden met spijkerbanden: de Hornsgatan in Stockholm, de Friggagatan en Odinsgatan in Gotenburg en de Kungsgatan en delen van de Vaksalagatan in Uppsala. Voertuigen met spijkerbanden mogen deze straten alleen kruisen op daartoe aangewezen kruispunten. 
  • Een verbod om met spijkerbanden te rijden wordt aangegeven door een rond geel bord met een rode rand en een rode diagonale balk en daaronder in zwart de afbeelding van een deel van een spijkerband.
  • Spijkerbanden zijn in Zweden niet te huur maar wel te koop.

Bijzonderheden

Antivries

  • Bij winterse omstandigheden is het verplicht ruitenwisservloeistof met antivries te gebruiken.

Sneeuwschep

  • Bij winterse omstandigheden is het verplicht een sneeuwschep in de auto te hebben.

Voertuigen vanaf 3500 kg

  • Voor motorvoertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg is de voorgeschreven minimale profieldiepte voor winterbanden 5 mm.

Aangeraden winteruitrusting

  • Het wordt aangeraden in de winter een touw, startkabels, een reflecterend veiligheidshesje en warme kleren in de auto te hebben.

Meer praktische info onderweg in Zweden

Tanken
Tol
Verkeer
Verkeersboetes
Verkeersborden
Verplicht mee in de auto