9 tips tegen slingeren met de caravan

Rijden met een caravan kan best spannend zijn, ook voor de geoefende rijder. Zo kan een caravan die niet juist bepakt is, gaan slingeren. Maar er is meer nodig voor een stabiele wegligging. Deze tips laten zien wat je wel én niet moet doen. Zo ga je goed op weg!

Bekijk onze handige video:

 

1. Leg de zware spullen in de auto

Voor een veilige en stabiele combinatie van caravan en auto is een goede gewichtsverhouding erg belangrijk. In principe zorgt een zwaardere auto voor meer stabiliteit. Als je alle bagage in de caravan legt, heb je een relatief zware caravan en lichte auto. Als de caravan dan onverhoopt gaat slingeren, heb je ook geen controle meer over de lichtere auto. Leg daarom de zwaardere spullen in de auto en hou daarbij rekening met het maximale laadvermogen van auto en caravan.

De ANWB adviseert de 75%-regel voor de gewichtsverhouding:

Belaad de caravan tot maximaal 75% van het gewicht van de beladen auto (=gewicht auto + 300 à 325 kg voor twee volwassenen, twee kinderen en bagage). De wettelijk toegestane maximale gewichten vind je op de kentekenbewijzen van caravan en auto.

2. Verdeel de bagage goed over de caravan

Caravans hebben veel opbergruimte in bankkasten en kastjes bovenin. Daar kun je lekker veel bagage in doen, maar dat zorgt al snel voor een verkeerde gewichtsverdeling. Zo wordt de caravan instabiel. Hou je daarom aan deze regels voor beladen:

  • Plaats zware bagage in de caravan zo laag en zo dicht mogelijk bij de as en gelijk verdeeld over de linker- en rechterkant van de caravan.
  • Lichte spullen (zoals kleding) kunnen in de bovenkastjes of voor- en achterin de caravan.
  • In deze video laten we zien hoe je al je spullen goed meeneemt met de caravan

3. Zorg voor de juiste kogeldruk

Zorg voor een juiste kogeldruk van zowel de auto als de caravan. De juiste kogeldruk op de trekhaak staat voorgeschreven in het instructieboekje van de fabrikant van je auto, trekhaak en caravan (of in de bijgeleverde documenten). Volg de opgegeven kogeldruk van de caravan, maar houdt maximaal de toegestane kogeldruk van de auto aan. Een paar tips:

  • Is de kogeldruk te hoog? Zorg dan voor een andere belading. Maak de disselkast leeg of leger. Neem minder of lichtere gasflessen mee. Hang het reservewiel onder de caravan, of leg die in de auto. Laat de watertank leeg.
  • Compenseer geen gewicht. Als de caravan te veel kogeldruk heeft, compenseer je dat niet door achterin meer gewicht te plaatsen. Andersom ook niet. Zorg daarentegen voor meer gewicht in het midden.
  • Lees ook ons artikel over hoe je kogeldruk kunt meten en aanpassen.

4. Meet de bandenspanningen na bepakking

Meet de bandenspanning van de caravan en de auto voordat je wegrijdt, dus als de koffers en alle spullen erin liggen. Te weinig lucht vermindert het draagvermogen, te veel gaat ten koste van het comfort. De ANWB hanteert 3 bar als vuistregel voor doorsnee caravanbanden. Bij reinforced- en c-banden is dat 3,5 tot 5 bar. De bandenindustrie adviseert vanaf 4,5 bar versterkte (stalen) ventielen te gebruiken.

5. Rij maximaal 90 km/u

In Nederland mag je met een auto met caravan of aanhanger maximaal 90 km/u rijden. In sommige landen mag je harder. De ANWB adviseert om de Nederlandse maximumsnelheid van 90 km/h aan te houden. Rij alleen hooguit 100 km/u als de combinatie daar geschikt voor is. Je kunt dit controleren met de rekentool 'Caravantrekker': als de ANWB het rijden met jouw combinatie een veilig keuze vindt én als de prestaties van de combinatie bij 80 of 90 km/h voldoende zijn (minstens 4 sterren), kun je overwegen 100 km/u te rijden waar dat is toegestaan.

6. Fietsen liever niet achterop

Fietsen achterop de caravan maakt de wegligging instabiel. Het gewicht achterop maakt de caravan slingergevoelig. Toch fietsen achterop? Houd dan de snelheid laag.

Tip: Zet de fietsen in de caravan: ideaal voor de balans en het weggedrag van de caravan, wel lastig als je tijdens de reis in de caravan moet zijn. Zet de fiets(en) bij voorkeur vast boven de as, dat zorgt voor een betere wegligging. Ook het meenemen van één fiets in de caravan levert voordeel op voor het weggedrag.  

7. Gebruik een stabilisatorkoppeling

Een stabilisatorkoppeling houdt het slingeren van de caravan zoveel mogelijk tegen en maakt het rijgedrag wat comfortabeler. Ook heb je hierdoor minder last van de luchtverplaatsing door vrachtwagens en plotselinge windstoten. Let wel: een stabilisator zorgt er niet voor dat je harder kunt rijden! Het kritische punt (de snelheid waarbij de caravan kan gaan slingeren) ligt weliswaar iets hoger, maar tegelijkertijd verkort de waarschuwingsfase. Een verkeerd beladen caravan wordt door de stabilisator langer in bedwang gehouden, maar op een bepaald moment gaat hij toch (heftig) slingeren. Dan helpt nog maar één ding: afremmen!

Tip: Schakel pas na een proefrit de stabilisatorkoppeling in en gebruik hem alleen op de snelweg.

Veiliger rijden met trailercontrole

Moderne auto's zijn tegenwoordig uitgerust met trailercontrole (Electronisch Stabilisatie Programma). Dat helpt de bestuurder met duidelijke signalen en automatisch remmen bij slingeren. Zodra de sensoren in de trekauto merken dat er tractieverlies dreigt door slingeren van de aanhanger, grijpt de trailercontrole in. Dit systeem is ook achteraf in te bouwen.

8. Toch slingeren? Remmen!

Er is maar één juiste methode om een slingerende caravan weer stabiel te krijgen: gas loslaten en remmen. Flink remmen, maar voorkom blokkeren. Dan zal het slingeren vanzelf ophouden. Stop met remmen zodra de caravan weer mooi volgt. Controleer bij de eerstvolgende parkeerplaats de bandenspanning, belading, kogeldruk en pas alles zo nodig aan.

9. Wees kritisch op wat je meeneemt

Kijk na afloop van de vakantie wat je niet hebt gebruikt en laat dat het jaar erop thuis. Dat scheelt weer een flink aantal kilo’s. Check onze handige paklijst kamperen voor wat je wél nodig hebt.

Misschien vind je dit ook interessant

Speciaal voor jou geselecteerd