logo ANWB - ga naar homepageANWB Homepage

Auto Review Alpine A110 II

Pijn is fijn

Alpine A110 Légende

Pluspunten
  • Rijplezier
  • Design
Minpunten
  • Gebruiksgemak
  • Prijs

De hedendaagse Alpine A110 heeft op volwassenen dezelfde uitwerking als een speelgoedauto op een kind, zodat je de kleine Franse sportwagen veel, zo niet álles vergeeft.

Conclusie

De Alpine A110 is een zeldzaam leuke auto. We kunnen mopperen op het beperkte gebruiksgemak en na een lange rit met spierpijn naar buiten klauteren, maar de volgende ochtend staan we toch weer te popelen om achter het stuur te stappen. Het enige dat we écht onverteerbaar vinden, is zijn stevige aanschafprijs. Want zoveel plezier gun je iedereen!

Type auto en prijs

Alpine is een Franse sportwagenfabrikant, die vaak in één adem wordt genoemd met Renault. Niet verwonderlijk, want dat bedrijf nam Alpine in 1973 over. Het grootste succesnummer van het merk, de A110, verkeerde toen al in zijn nadagen. De sportwagen werd in 1961 gelanceerd en boekte grote successen in de rallysport. Midden jaren ’90 werd het stil rond Alpine. In de fabriek in Dieppe werden lange tijd alleen sportieve Renaults gebouwd, maar sinds de zomer van 2018 rollen er opnieuw Alpines van de band. Het merk staat weliswaar op eigen benen, maar Renault blijft nauw bij de fabrikant betrokken: de Fransen fungeren als moederbedrijf, zoals ze dat ook voor Dacia doen. Het eerste wapenfeit is een eerbetoon aan de A110. De hedendaagse Alpine lijkt niet alleen op zijn voorvader, hij draagt ook dezelfde typenaam. Prijzen beginnen bij € 64.300. Onze testauto is een Légende-uitvoering, de meest luxueuze uitvoering van het modellengamma met zaken als een dure stereo en stoelverwarming. Die versie komt op € 68.100. Da’s natuurlijk een boel geld, maar niet voor een sportauto met middenmotor. De Alfa Romeo 4C Spider (vanaf € 90.250) en Porsche 718 Cayman (minimaal € 83.200) kosten een stuk meer. De Lotus Elise blijft met € 43.528 het koopje uit dit deel van de markt. Het is ook nog eens een cabriolet, net als de Alfa Romeo. Bij Porsche kun je ook voor een open variant terecht, maar bij Alpine is dit (nog) niet het geval.

Hoe rijdt de A110

Bij deze Alpine bevindt de krachtbron zich niet voor- of achterin, maar in het midden van de auto. Zo’n zogenaamde middenmotor brengt allerlei voordelen met zich mee. Omdat het grootste gewicht in het midden ligt, raakt de sportwagen minder snel over- of onderstuurd en hebben de banden meer grip, wat de veiligheid ten goede komt. Gelukkig maar, want behalve ABS en ESP moet de A110 het zonder aanvullende rijhulpsystemen stellen. Bij de bouw van de oorspronkelijke Alpine stond gewichtsreductie centraal en die geschiedenis herhaalt zich bij deze reïncarnatie. De koets is vrijwel volledig opgetrokken uit aluminium en wat er niet persé op hoeft, ontbreekt. Zulke maatregelen vertalen zich in een leeggewicht van net geen 1.100 kilogram. Een kleine crossover als de Citroën C3 Aircross is ongeveer even zwaar, maar die heeft geen door Renault Sport ontwikkelde krachtbron aan boord. In het geval van de A110 is dat een 1.8-liter viercilinder benzinemotor met turbo, goed voor 252 pk en 320 Nm koppel. Vanwege zijn geringe gewicht sprint de Alpine in 4,5 seconden van 0- naar 100 kilometer per uur. Er zijn elektrische auto’s die daar langer over doen! Rekenen we de circuitmodus niet mee – daarbij wordt de veiligheidsuitrusting die wél op de sportwagen aanwezig is, alsnog uitgeschakeld – dan beschikt de A110 over twee rijstanden. De sportmodus is daarvan de vermakelijkste. Bepaal je met behulp van de schakelflippers achter het stuur zelf wanneer de zeventraps automaat van verzet wisselt, dan kun je de Alpine naar hartenlust laten knallen en pruttelen. Daarvoor ben je overigens wel aangewezen op het optionele sportuitlaatsysteem onder onze testauto, maar dat is zijn € 1.500 meerprijs absoluut waard. De krachtbron ligt ter hoogte van je rechteroor, dus je hoort goed wat er achter je gebeurt. De A110 is sowieso een communicatieve sportwagen, want via je billen en vingertoppen voel je precies wat de auto doet. Op langere afstanden kan dat best vermoeiend zijn, net als de zithouding. Hoewel de stoelen goed te verstellen vielen, is er aan boord geen ruimte om te verzitten. Je handen moet je ten allen tijde op het stuur laten rusten, want vanwege de hoge raamlijn en het ontbreken van een armsteun kun je jouw armen nergens anders kwijt. En dat terwijl ze bij Alpine juist zo hun best hebben gedaan om de A110 geschikt te maken voor dagelijks gebruik! Daarom zit er weliswaar een geavanceerde wielophanging onder de auto, maar is de vering bewust zacht gehouden. Daar pluk je onderweg de vruchten van, mits je rit dus niet te lang duurt. Een ander kritiekpunt is het matige zicht rondom. Bij het verkeerslicht moet je overeind komen om te zien of het van kleur verschiet en de achteruitkijkspiegel biedt hetzelfde blikveld als de brievenbus thuis.

De A110 van binnen

Sportwagens worden niet gemaakt om praktisch te zijn, maar in hun strijd tegen de kilo’s is Alpine zelfs aan de meest basale gebruiksmogelijkheden voorbij gegaan. Je zoekt aan boord vergeefs naar bekerhouders of een dashboardkastje; het instructieboekje heeft een plekje gevonden in de kofferbak. Daar neemt het kostbare ruimte in, want met 100 liter bergruimte voor- en 100 stuks achterin kun je sowieso weinig bagage kwijt. Een reservewiel bijbestellen behoort weliswaar tot de mogelijkheden, maar daarmee maak je van de Alpine onbedoeld een ‘single seater’. Het wiel wordt door de Fransen namelijk óp de bijrijdersstoel gemonteerd. Optioneel kun je een veredeld pennenetui bestellen, dat tussen de voorstoelen wordt bevestigd. Het is ruim genoeg voor een flesje water, jouw portemonnee, twee brillenkokers en een telefoon, maar vanwege de geprononceerde wangen van de sportstoelen kun je onderweg niet bij die spullen komen. De fabrikant had beter kunnen bezuinigen op het van Suzuki afkomstige infotainmentsysteem, dat zich halsstarrig laat bedienen. Zelfs na herhaaldelijk op het aanraakscherm drukken, werden onze commando’s niet opgevolgd! Als doekje voor het bloeden is het interieur van de Alpine een lust voor het oog, met diens mix van plaatstaal, leder en koolstofvezel. De Franse driekleur die aan de buitenzijde op de B-stijl prijkt, keert ook op het dashboard terug. Bovendien is het instrumentarium digitaal: selecteer je een andere rijstand, dan verandert de complete klokkenwinkel. De indeling van de sportstand is niet persé het mooist, maar wel het beste afleesbaar. Een middenmotor mag dan wonderen doen voor de wegligging, de toegankelijkheid van de motorruimte laat te wensen over. Om olie te peilen, moet je eerst de achterruit en daarna een afdekkap demonteren. In- en uitstappen is ook geen onverdeeld genoegen. Dat is bij wel meer sportwagens het geval, maar bij de A110 moet je extra goed opletten. Omdat de deuren van aluminium zijn gemaakt, wegen ze nagenoeg niks. Zet ze goed open, anders krijg je het portier tijdens het uitstappen terug in je gezicht!

De A110 en het milieu

Welke Alpine je ook kiest, vooralsnog is de krachtbron bij alle versies gelijk. De fabrikant geeft zelf een verbruikscijfer op van 1 op 16,1, maar over een dergelijke bovenmenselijke beheersing beschikten wij niet. Wij kwamen in de praktijk tot 1 op 9,5.

Bekijk andere tests van vergelijkbare auto's

We hebben nog veel meer getest…

Naast nieuwe auto’s en occasions testen we ook allerlei producten. Van autobanden tot autostoeltjes en van dakkoffers tot dashcams.