Bandenspanning, profieldiepte en bandenslijtage controleren

Waar moet je op letten?

Bandenspanning, profieldiepte en bandenslijtage kun je eenvoudig zelf controleren. Bekijk onze instructievideo's en lees de aanvullende tips.

Waarom bandspanning controleren?

Uit elke band ontsnapt continu een beetje lucht. Daarom is het belangrijk om maandelijks de bandenspanning te controleren. Een te lage bandenspanning is slecht voor het brandstofverbruik, maar ook voor de wegligging. Bovendien wordt een zachte band snel heet, waardoor er meer kans is op een klapband. Een te hoge bandenspanning is ook niet goed: dit zorgt ook voor een slechter contact met de weg en een hogere bandenslijtage.

Koop hier een bandenspanningsmeter

TPMS

Sinds november 2014 moeten alle nieuwe auto's zijn voorzien van een zogenaamd 'Tyre Pressure Monitoring System'. Dit systeem houdt in de gaten of je banden op spanning zijn en waarschuwt wanneer één of meerdere exemplaren meer dan 20 procent onder de vereiste spanning komt. Met ingang van 2015 geldt een defect TPMS-systeem als APK-afkeurpunt.

Zelf je banden op spanning brengen? Dat kan in 5 eenvoudige stappen.

Stap 1

Zoek in het instructieboekje van je auto naar de juiste bandenspanning. Soms vind je die ook aan de binnenzijde van je deur, achter het tankklepje of op de bandenpomp zelf.

Stap 2

Stel de bandenpomp in op de gewenste spanning. Controleer je bandenspanning bij voorkeur wanneer je die dag nog niet met de auto hebt gereden of maximaal 5 kilometer hebt afgelegd. De fabrikant kan een afwijkende spanning opgeven voor rijden met volle bepakking; houd daar rekening mee als je bijvoorbeeld op vakantie gaat.

Stap 3

Draai het ventieldopje los.

Stap 4

Sluit de bandenpomp op het ventiel aan. Houdt het mondstuk recht en houdt deze net zo lang aangedrukt tot de band op de juiste spanning is. Je hoort dan een piepje vanaf de pomp. Vergeet na afloop niet het ventieldopje weer op de band te draaien!

Stap 5

Wanneer je toch de bandenspanning aan het controleren bent, neem dan ook meteen het reservewiel in de kofferbak mee. Bij sommige auto’s is het reservewiel kleiner dan de rest van de banden. Zo’n zogenaamde ‘thuiskomer’ heeft een veel hogere bandenspanning; kijk voor de juiste spanning in het instructieboekje van je auto.

Profieldiepte en banden controleren op slijtage

Elke band slijt en verliest dus profieldiepte. Minder profiel betekent een slechtere afvoer van water. Dat kan uiteindelijk leiden tot aquaplaning. Je heeft dan geen contact meer met de weg maar rijdt op een film van water, wat tot een slippartij kan leiden. Als banden teveel zijn afgesleten, moeten ze dus vervangen worden.

TIP: Vervang banden als ze minder dan 2 mm profiel hebben.

Zelf het profiel van je autobanden controleren? Dat kan in 3 eenvoudige stappen:

Stap 1

Parkeer je auto op een egale ondergrond.

Stap 2

Draai de banden van je auto in, zodat je goed zicht hebt op het loopvlak van de band.

Stap 3

Plaats de profieldieptemeter op verschillende plekken in een groef op de band en lees de profieldiepte af op de profieldieptemeter. Jouw banden moeten minimaal een profieldiepte hebben van 1,6 millimeter: dat is wettelijk verplicht.

Wanneer nieuwe banden?

Wettelijk zijn banden aan vervanging toe bij een profieldiepte van minder dan 1,6 millimeter. Maar dat is uit hoofde van de verkeersveiligheid eigenlijk al te weinig. De ANWB adviseert banden te vervangen als er twee millimeter profiel of minder op zit. En vervang winterbanden als er minder dan vier millimeter profiel op zit.

Let er op dat banden scheef kunnen afslijten. De buitenzijde van het loopvlak (het deel dat contact heeft met het wegdek) is dan nog relatief goed, maar aan de binnenzijde kan het profiel al bijna zijn weggesleten. Dan staat de band niet recht onder de auto. Laat de garage dat controleren. En de band moet natuurlijk vervangen worden.

Hier vind je tests van zomer- en winterbanden