Zandhagedissen bij Schoorl

Nederland, Noord-Holland, Schoorl

Het valt niet mee om een zandhagedis te spotten. Zelfs niet in het voorjaar als ze uit hun winterslaap komen (eind maart, begin april). Of in de paartijd (mei), als het mannetje pronkt met een smaragdgroen trouwpak. De beste manier is  heel langzaam lopen en aandachtig naar de grond kijken. Let daarbij vooral op de open plekjes, waar ze graag liggen op te warmen in de ochtendzon. Maar vergeet niet rond te kijken, er valt nog veel meer te ontdekken in dit ruige duingebied, zoals bossen, heidevelden en klimduinen.

Volg achter het bezoekerscentrum de paarse pijl rechtdoor, richting de trap. Onderweg passeer je de wandelknooppunten 32 – 31 – 33 – 27 – 26 – 23 – 22 – 08 – 09 – 19 – 17 – 16 – 15 – 14 – 65 – 77 – 30.

Bijzonderheden: dit is een pittige route vanwege
het rulle zand en de soms steile klimmetjes.

Tip: onderweg is geen horeca, neem dus voldoende proviand mee.

Een pittige, uit twee delen bestaande trap met in totaal 249 treden brengt je op het hoogste duin van Nederland. De dennen rondom zijn in de jaren dertig van de vorige eeuw aangeplant om het stuivende zand vast te leggen. Het gaat om exoten als Corsicaanse en Oostenrijke den, maar ook de inheemse grove den komt hier veelvuldig voor. Je herkent hem aan de grove naalden die twee aan twee aan de takjes zitten. De boom is op zijn mooist in mei, als de uiteinden van de jonge takken worden opgefleurd door geel tot oranje gekleurde bloemkegels.

Het Vogelmeer is genoemd naar de vele meeuwen die hier vroeger broedden, maar vossen hebben de vogels inmiddels verdreven. Nu is het een verstild meer vol paddenvisjes. Vanaf de oever kun je de ontwikkeling van de padden goed volgen. Die begint in het vroege voorjaar als de vrouwtjespad, met op haar rug het veel kleinere mannetje, het water in gaat om eitjes te leggen. Dat doet ze in lange snoeren die vast komen te zitten tussen de waterplanten (kikkerdril bestaat uit grote klodders). In april veranderen de eitjes in zwarte paddenvisjes met een stompe staart. Dan duurt het nog twee tot drie maanden voordat ze zijn uitgegroeid tot volwassen padden. Kun je ze niet vinden? Kijk dan aan het einde van de route in de paddenpoel naast het bezoekerscentrum.

Na het Vogelmeer gaat de route door open terrein dat in 2011 deels is afgebrand (zie tekst hieronder). Dat heeft helaas veel zandhagedissen het leven gekost. Gelukkig bleef de omgeving van het uitzichtduin gespaard, zodat je hier nog volop kans hebt op een ontmoeting met een hagedis. Ze zijn actief vanaf maart of begin april, als ze uit hun winterslaap komen. Een paar weken later breekt de paartijd aan en gaat het mannetje op zoek naar een vrouwtje. Dan volgt een ruwe stoeipartij, waarbij het mannetje zich zelfs kan vastbijten in de nek van het vrouwtje. Omdat de staart bij het liefdesspel flink in de weg zit, beschikt het mannetje over twee penissen, zodat hij er linksom of rechtsom altijd bij kan.

Brand
Sinds 2009 is er tientallen keren brand gesticht in de Schoorlse Duinen. Het stuk aan weerszijden van de Schoorlse Zeeweg viel in de lente van 2011 ten prooi aan de vlammen. Daarna restte slechts zwartgeblakerde grond. Maar de natuur herstelde zich snel, want al na een paar dagen staken de eerste grassen de kop op. Toch schuilt daarin ook een probleem: de grond is zó vruchtbaar dat grassen de plek innemen van de zo kenmerkende heidevelden. In sommige aangetaste gebieden worden runderen ingezet om het gras weg te vreten, maar dat is niet genoeg. Het afplaggen van de vruchtbare grond zou een betere oplossing zijn, maar helaas is dat voor zulke grote oppervlakken nauwelijks haalbaar.

Een verrassing bij wandelknooppunt 19: twee boompjes die bijna bezwijken onder een lading bloesems. Bloemen, takken en vruchtjes vertellen dat het appelbomen moeten zijn. Maar wat doen die in de Schoorlse Duinen? Misschien staat de verklaring ernaast in de vorm van een bank. Appel kluiven, klokhuis weggooien en voilà, een appelboom.

Alweer een klim leidt naar een nieuw uitzichtpunt. Voor je ligt een diep dal, achter u zorgen rozen voor kleur tussen het groen. Bij de ontginning van de duinen zijn veel rozenstruiken aangeplant, vooral langs de wegen. In de loop van de tijd hebben ze zich verspreid over de rest van het duingebied. Er zijn verschillende soorten ‘duinrozen’, die ook nog eens veel op elkaar lijken. Maar de rimpelroos is goed te herkennen: de rozerode bloemblaadjes ogen erg kwetsbaar en lijken wel wat op crêpepapier.

Tijdens de laatste afdaling naar het bezoekerscentrum is de uitbundig bloeiende brem niet te missen. Goudgele bloemen, met soms een toefje oranje. Blijf hier even staan als er hommels in de buurt zijn. Ze gaan op een bloemblad zitten, waardoor de bloem openspringt en het stuifmeel letterlijk naar buiten schiet. De hommel zit dan helemaal onder het stuifmeel. Brem meldt zich ook als een van de eerste struiken op afgebrande gedeelten van de duinen. De gele kleur steekt dan scherp af tegen het zwart van de ondergrond.