Scharrelen op de Heuvelrug

Nederland, Utrecht, Hollandsche Rading

Tussen Hollandsche Rading en Soest ligt een zeer geliefd wandelbos. Veel naaldbos, waar de dennenappels voor herfststukjes voor het oprapen liggen, maar het mooist zijn de loofbossen en de lanen met eiken en beuken. Hun kruinen verkleuren fraai in oktober en november en later leggen ze een dikke laag blad op de bodem die uitnodigt om erdoorheen te rennen. In het semikoninklijke dorpje Lage Vuursche, waar prinses Beatrix woont op Kasteel Drakensteyn, is in elk restaurant wel een stevige pannenkoek te scoren waarmee u weer een eind vooruit kunt.

N.B. Reist u met de auto en wilt u van het einde van de wandeling terug naar het beginpunt met het OV, houdt dan rekening met enige reistijd (ca. 50 min.).

 

1. Vanaf station onder snelweg door, Vuursche Dreef. Na 150 m la over parkeerplaats. Rd langs bord ‘Goois Natuurreservaat’. Na klimmetje, op splitsing links aanhouden. 1e pad ra, rood-witte markering. Na 350 m, op kruising van paden, rd (blauwe pijlen volgen), dan la op brede zandweg (blauwe pijl). Na ca. 80 m schuin rechts, pad langs dal. 1e pad ra, langs dal. Pad langs dalrand blijven volgen (bijna helemaal rond), dan rd bos in. Na 35 m la, bospad (blauwe pijl). Rd langs greppel (rechts). Einde pad la (blauwe pijl). Voor bord fietsknooppt 82 ra, langs fietspad. Einde pad, bij P-20015, op asfaltweg la. Bij splitsing Vuursche Dreef en Karnemelksweg (bij P-21356 en fietsknooppt 98) la, hier de blauwe pijltjes verlaten. Volg Vuursche Dreef met bocht naar rechts.

2. Kruising met Aanlegsteeg rd, halfverhard pad (huisnr 121, P-21780). Langs slagboom hekje. Zijpaden negeren. Einde pad la (fietspad). Kruising, bij P-20024, ra, fietspad.

3. Einde pad langs parkeerterrein in Lage Vuursche, ra, Dorpsstraat. Einde dorp, neem fietspad (linkerzijde). Na 25 m la, smal pad.

4. In beukenbos rd, pad. Pad buigt ra, groot hek aan linkerhand. Op zandweg naast fietspad la. Einde ra langs sluitboom, Landgoed Pijnenburg. Rechtdoor lopen tot provinciale weg.

5. Provinciale weg oversteken, Pijnenburgerlaan. Bocht naar links en rechts. De weg vervolgen, deze buigt naar rechts af, daarna door het hekje van Pijnenburg en dan direct links. Na 1,4 km betonweg kruisen, langs sluitboom van Landgoed Op Hees (beukenlaan). Rood-witte markering volgen. Na 700 m brede laan kruisen. Na 500 m kruising bij bankje rd. Einde brede laan, vóór smal bospad, la. Na 300 m, kruising ra (roodwitte markering). Einde la. Einde pad la, asfaltweg langs spoorweg. In Soest bij P-21676 ra, spoorweg kruisen. Na 50 m in het bos 1e pad la. Hier verlaat u de rood-witte markering. Na 150 m, kruising ra en na 10 m op splitsing rechts aanhouden. U passeert twee palen met een blauwe kop.

6. Ga rd. Bij zandvlakte (Lange Duinen) la. Volg bosrand (links). Uw route buigt iets naar rechts en weer naar links. Bij bankje la bos in. Kruising ra, bospad (blauwe paaltjes). Na 100 m op driesprong links aanhouden (blauwe paaltjes).

7. Fietspad ra volgen. Einde fietspad, in Soest, schuin la, klinkerweg. Eerste straat la, Larixlaan. Op kruising rd, Plasweg. Voor de kerk, tegenover huisnr 39B, la, Plasweg. Steeds rd. Einde weg ra, langs spoorweg. Einde weg, achter de Ossendamweg, station Soest-Zuid.

Het laatste deel van de plaatsnaam Hollandsche Rading is een deftige weergave van raaiing ofwel grens. Hier ligt de grens tussen de eeuwige rivalen Holland en Utrecht. Eeuwenlang maakten ze ruzie en voerden ze zelfs oorlogen over de precieze plaats van de grens, tot ze in 1719 met stenen palen tussen Eemnes en Loosdrecht de zaak voorgoed vastlegden. Iets westelijk van de route zijn enkele van deze palen te zien. Hollandsche Rading ligt ook op een landschappelijke grens tussen het Hollandse veenweidegebied en de Utrechtse Heuvelrug. De rand van de heuvelrug is hier en daar aan de vochtige kant, waardoor er vochtminnende heidesoorten kunnen groeien, zoals dopen struikheide. Vroeg in de herfst valt er nog volop van de paarse hei te genieten.

Na de Tweede Wereldoorlog zijn er in het Maartensdijkse Bos veel
douglassparren aangeplant. De douglasspar is vooral door de vorm van de kegels, die in het najaar in groten getale vallen, te onderscheiden van andere sparren: de kegels zijn rond en langwerpig en elk schubje heeft drie tanden. Het bos verandert de laatste jaren langzaam in een gemengd en gevarieerd bos van naald- en loofbomen, dus het kleurenpalet in de herfst wordt steeds fraaier.

Op een zonnige najaarsdag trekken mensen uit de wijde omgeving eropuit om te genieten van de herfstkleuren in de bossen rond Lage Vuursche en daarna ergens neer te strijken voor een pannenkoek en warme chocolademelk. Opvallend is hoeveel restaurants gespecialiseerd zijn in pannenkoeken of de pannenkoek in ieder geval op de kaart hebben staan. Het lijkt alsof iedereen hier trek krijgt in een pannenkoek. De pannenkoekentraditie begon al in 1865, toen de vrouw van Willem van Oosterom pannenkoeken tot specialiteit maakte van de eerste herberg van Lage Vuursche, het huidige Café-Restaurant De Lage Vuursche.

Voorbij Lage Vuursche loopt u door een beukenbos. Door de geel-, oranje-, groen- en bruingekleurde bladeren aan de bomen en op de bodem, een van de mooiste plekken om in het najaar zijn, vooral als de bladeren vochtig glanzen. Veel bekende paddenstoelen zoals de vliegenzwam (rood met witte stippen) en verschillende soorten boleten komen hier voor. De beukenrussula met een okergele tot strokleurige hoed is een soort die zich speciaal tussen de beukenbladeren thuis voelt. Niet van proeven, want de smaak is scherp en brandend!
 

Hamsteren
Op koude, heldere herfstdagen kunt u er maar beter op bedacht zijn: er kunnen dan massaal eikels uit de bomen vallen en een tussenlanding op uw hoofd maken. De beukennootjes zitten tijdens hun val nog in hun schil en komen dus minder hard aan. De beuken en eikenlanen op deze wandeling leveren een flink deel van het winterdieet van onder andere eekhoorns, muizen en reeën. Eekhoorns en muizen begraven de eikels en beukennootjes en eten ervan tot de natuur in het voorjaar weer verse en lekkerdere waar verschaft. Net als mensen vergeten ze wel eens waar ze iets bewaren. Daar profiteren de eiken en beuken dan weer van. Hun vruchten vallen nooit ver van de boom, maar dankzij de muizen en eekhoorns verspreiden ze zich. U kunt ook zelf het binnenste van de beukennootjes eten: rauw uit het vuistje of gebakken in een klontje boter.

Op Hees is een bijzonder stukje op deze wandeling, omdat het een halfopen natuurgebied is dat voor een deel agrarisch wordt gebruikt. Vanaf de met dikke eiken en beuken omzoomde lanen ziet u de weiden en akkers die door houtwallen van elkaar gescheiden worden. Het moet, tot het te koud wordt, een heerlijk leventje zijn om hier dag in dag uit als koe te mogen grazen. Boven de akkers ziet u misschien een buizerd of havik rondcirkelen, op zoek naar een te verschalken vogeltje, konijn of ander zoogdier. Een bijzondere bewoner, terug van weggeweest, is de das. Deze leeft in burchten die bestaan uit langzaam uitdijende ondergrondse gangenstelsels. De kans dat u een das te zien krijgt is klein. Ze vertonen zich vooral ’s nachts en zijn bovendien schuw. Dassen zijn alleseters, maar de wintervoorraad die ze in de late herfst verzamelen bestaat vooral uit wortels en herfstvruchten. Pas als de grond hard bevroren is, trekt de das zich met een volle buik terug in zijn burcht. Hij ligt daar dan opgerold tussen bladeren en mos.

De Lange Duinen zijn een spectaculair toetje vlak voordat u Soest bereikt. Vooral in het najaar bij een lage zon tekenen de zandkammen zich mooi af. Sommige stukken zijn begroeid met gras, mos, korstmossen en vliegdennen, maar grote delen bestaan uit ‘levend’ stuifzand: na een flinke herfststorm ziet het landschap er weer iets anders uit dan ervoor of zijn de wortels van een vliegden deels bloot komen te liggen. Leven is hier moeilijk: het kan ’s nachts ijskoud en overdag snikheet zijn en veel voedsel zit er niet in de bodem. Wie op een warme herfstdag goed speurt, ontdekt toch allerlei leven, zoals de groene zandhagedis en de zandloopkever. De hagedis houdt van warm weer en profiteert  van de laatste warme dagen door nog even wat insecten te verschalken voordat hij op een vorstvrije plek in winterslaap gaat.