Rondje Radio Kootwijk

Nederland, Gelderland, Hoog Buurlo

Dit is een stevige wandeling met een paar cultuurhistorische toppers. De route voert geruime tijd over de golvende Hoog Buurlose Heide met prachtige vergezichten. In de beschutting van oude beukenbossen wacht Nederlands rustiekste gehucht, Hoog Buurlo. En weer een paar kilometer verder komt de ‘kathedraal‘ van Radio Kootwijk in beeld, eerst van afstand en dan van nabij – een prachtig en vooral memorabel gebouw in een weidse omgeving. De wandeling begint op 80 meter boven NAP, daalt aan het eind van de hei naar 57 en komt in Hoog Buurlo weer op ruim 80 meter. Behalve klimmende zijn er ook mulle paden. Horeca is schaars.

Bij het startpunt wordt de route op de handwijzer als Heideroute 12,5 km. aangegeven. De route is gemarkeerd met vierkante rode schildjes (10 x 10 cm) met daarop een wit wandelfiguurtje en een pijltje. Bij elke richtingsverandering zijn de aanwijzingen duidelijk zichtbaar tot aan het einde/vertrekpunt. Ook de routewijziging tijdens het broedseizoen (15 mrt – 1 juli) is op deze wijze duidelijk aangegeven.

Vanaf omstreeks 1200 was Hoog Buurlo in bezit van geestelijken in Utrecht die het verpachtten voor een tiende van de opbrengst van het land. Van 1700 tot de Franse tijd namen de Oranjes het over. En vanaf medio 19e eeuw was Hoog Buurlo van de adellijke familie die de nu monumentale beukenlanen liet poten.

Bij de schaapskooi van Hoog Buurlo begint in zuidelijke richting een eeuwenoude schapendrift, die langs de drie eeuwen oude akkers slingert richting de Hoog Buurlose Heide. Ondanks dat de schapendrift nu deels is geplaveid met betonnen platen voor de vele fietsers, loont het de moeite om dit historische pad even af te lopen tot de heide (500 meter extra).

Net voor het (betaalde) parkeerterrein bij radio Kootwijk buigt de route naar rechts. Dit ommetje is de moeite waard, omdat je nu op de mooiste manier de voormalige zendgebouw van Radio Kootwijk in beeld krijgt. Het laatste stuk van de route naar de ‘kathedraal’ voert deels langs het fietspad dat het tracé markeert van de spoorlijn die hier tot 1948 lag en aansloot op de lijn Apeldoorn-Amersfoort. Het gerucht gaat dat koningin Wilhelmina hier ‘Hallo Bandoeng, hallo Bandoeng, hoort u mij?’ in een microfoon riep en daarmee het radiocontact tussen Nederland en Nederlandsch-Indië inaugureerde. In werkelijkheid was het Emma, de koningin-moeder. En ze was niet hier, maar in Den Haag. Een kabel voerde het signaal hierheen voor verder transport door de ether. Dat was op 7 januari 1929, zes jaar na de ingebruikname van het radiostation. De architect van ‘gebouw A’, zoals de kathedraal eigenlijk heette, was Julius Luthmann; de ornamenten aan de gevels en bij de entree zijn van Hendrik van den Eijnde, bouwbeeldhouwer bij de Rijksgebouwendienst. De locatie lijkt vreemd maar hier was weinig verstoring door andere zenders. In 1998 nam de PTT, inmiddels KPN geheten, afscheid van Radio Kootwijk. Er begon een turbulente periode. Wat moest ermee gebeuren? Een operagebouw? Alle ruiten ingooien en het overlaten aan klimpanten, uilen en vleermuizen? Architectonisch is het gebouw zo bijzonder dat dit laatste plan, hoe spannend ook voor de natuur, onhaalbaar was. Sinds 2008 is Radio Kootwijk van Staatsbosbeheer en is de multifunctionele bestemming van het hoofdgebouw in ontwikkeling, maar er wordt ook al van alles georganiseerd. Er zijn regelmatig rondleidingen met een gids door het hoofdgebouw (www.hierradiokootwijk.nl).

Onderaan de Turfberg, waar een paneel informeert over sterrenkundig onderzoek dat hier rond 1950 met een radiotelescoop werd gedaan, passeer je het Koeflesch. Dit kleine ven is behalve drinkpoel ook het leefgebied van amfibieën en reptielen, zoals de kleine watersalamander, heidekikker en de hazelworm.

Even verderop aan het routetraject, na een haakse bocht naar rechts in zuidelijke richting, liggen op de hei op zo'n honderd meter van elkaar drie dienstgebouwen van de voormalige zendinrichting. Ze zijn te herkennen aan de mosterdgele accenten in het schilderwerk en hebben een herbestemming gevonden. De uit 1928-1929 daterende gebouwen werden oorspronkelijk gebruikt voor zenden via de korte golf, de vijvers dienden daarbij als koelwater voor de zenders.

“Pas op! Levensgevaarlijk!” De borden langs het fietspad liegen er niet om. De route gaat hier een stukje langs de afrastering van het Infanterieschietkamp Harskamp, waar met scherp wordt geschoten. Zonde, slecht voor de natuur, zou je denken, maar het tegendeel blijkt waar. Zodra ’s avonds het geweervuur verstomt, komt het wild uit hun schuilplaatsen tevoorschijn – ze kunnen de klok er bijna op gelijk zetten. De dieren genieten op het terrein een zekere rust, want behalve de militairen waagt niemand zich hier binnen de afrastering.

De Hoog Buurlose Heide is schitterend, maar erg rijk aan bochtige smele, het lange gele gras dat overal groeit. Herten eten het bij gebrek aan beter. Soms dwaalt hier een schaapskudde. De terreinoneffenheden op de hei zijn voornamelijk dekzandruggen uit de vierde ijstijd (80.000 tot 11.000 jaar geleden) toen hier maar weinig groeide. In het toendraklimaat van toen leefden wolharige neushoorns en mammoeten. Nu is er één soort die hier al duizenden jaren geleden verdween teruggebracht: de wisent. Het zijn er slechts een paar, maar het eerste kalfje is al geboren. Voor de laatste stand, zie www.wisentopdeveluwe.nl.

Het pad gaat dwars door een groepje jeneverbesstruiken. Deze boom heeft lang op de rode lijst gestaan, maar geniet sinds 2017 geen beschermde status meer. Voor een optimale bestuiving is het echter wel belangrijk dat er genoeg mannelijke en vrouwelijke struiken bij elkaar staan. Het stuifmeel van de jeneverbes wordt niet door insecten, maar door de wind verspreid. Het duurt vervolgens twee jaar voor de bessen rijp zijn.

Aan de rand van de hei, bij een bankje met opschrift ter herinnering aan een houtvester, voert een brede laan met beuken aan weerszijden het oude Staatswildreservaat in (geen onderdeel van de route). Even verderop slaat de route een volgende beukenlaan in. Deze rond 1880 aangelegde lanen zijn er niet voor de sier, maar om bosbranden tegen te houden. Ze dienen mede als brandgangen – door hun breedte en doordat de loofbomen aan weerszijden minder goed branden dan de dennen die tussen de wegen werden gepoot. Het Staatswildreservaat werd medio vorige eeuw gesticht. In die tijd was het niet best gesteld met de Veluwse edelherten op de vrije wildbaan. Het voedselaanbod was slecht, stroperij tierde welig en veel hekken frustreerden de drang tot rondtrekken. Daarom werd in 1956 door de Directie Faunabeheer van het Ministerie van Landbouw op 3200 hectare van Staatsbosbeheer aan weerszijden van de N304 het Staatswildreservaat gesticht. Genietroepen van de Koninklijke Landmacht hielpen bij het aanleggen van wildweiden. In 1966 werd het beheer weer overgedragen aan Staatsbosbeheer, maar het beleid ging door. Grote winst was het ruimen van het lange hek Hoenderloo-Hoog Buurlo in 1990. Dankzij de aanleg van wildviaducten over de A1 (1998 en 2011) en de A50 (1985) is het voormalige Staatswildreservaat nu bereikbaar voor wild van bijna de hele Veluwe.