Maassluis

Nederland, Zuid-Holland, Maassluis

Wie door Maassluis wandelt, kan zich goed voorstellen dat Maarten ’t Hart liefdevol over zijn geboorteplaats schrijft. ‘Wat mij betreft het mooiste plekje op aarde,’ zegt de ik-figuur in de roman De Vlieger (1998). Dat is misschien wat overdreven, maar Maassluis moet voor een jongen een mooie plek zijn geweest om op te groeien: smalle straatjes en steegjes, veel water, oude panden, een drukke haven en een rare hoge dijk midden in de stad.

De route is bewegwijzerd met bordjes met het opschrift ‘Historische Stadswandeling Maassluis’. Mocht er een bordje ontbreken, dan kunt u onderstaande routebeschrijving volgen.

A. Start bij het brugwachtershuisje op het Havenplein. Volg de Haven met het water links van u. Einde op dijk links de trap af en rechts over de Stadhuiskade. Verderop trap op en ra, Hoogstraat. Bij de  kruising rd, Zuiddijk.

B. Bij korenmolen links oversteken, trap af, onder langs dijk teruglopen, Van der Horststraat, later Jokweg en Nieuwstraat. Einde brug over en ra, Dr. Kuyperkade. Derde brug over, gracht aan andere kant vervolgen, Zuidvliet. Steek P.C. Hooftlaan over en rd tot aan schuurkerk. Terug naar P.C. Hooftlaan, oversteken en ra.

C. Na 100 m la, Noordvliet Zuidzijde. Einde la, rondje over Markt. Terug naar Noordvliet, groene ophaalbrug over en la gele ophaalbrug over. Wordt Veerstraat Noordzijde. Einde trap op, dijk over en rd. Brug over en ra, Geerkade Westzijde. Eerste la en rechts om kerk heen. Na de hoofdingang eerste la en rd, wordt Breugomslop. Einde la, Ankerstraat. Eerste weg ra, Marnixkade. Na de bocht wordt het de Haringkade en later Govert van Wijnkade. Volg de kade terug naar het startpunt.

Maassluis heeft altijd geleefd van de zee. Aan de haven stonden de haringpakhuizen, zeilmakerijen en rederskantoren. De meeste monumentale panden zijn grondig gerestaureerd, zoals Haven 31 waar vroeger een zeilmakerij zat. Een gevelsteen aan het pand op nr. 23 laat zien hoe hoog het water kwam tijdens de watersnood van 1953.

Het oude gemeentehuis doet nu dienst als Nationaal Sleepvaart Museum. Oud-zeelieden geven rondleidingen en vertellen over het leven aan boord. Zelf sturen kan in een ‘echte’ scheepssimulator.

Een stenen trap leidt naar de Stadshuiskade, ongetwijfeld het mooiste stadsgezicht van Maassluis. Hier ligt de S.S. Furie, de laatste stoomsleper van Nederland. Verderop ziet u de Hudson, een vooroorlogse zeesleper, en de Elbe uit 1959, die nog dienst heeft gedaan bij Greenpeace. In de brede havenkom konden schepen draaien of aanleggen.

Hollands Glorie voor anker
De Sluizers hebben eeuwenlang hun bescheiden welvaart te danken gehad aan de zee. Eerst was het vooral de haringvisserij. Na de aanleg van de Nieuwe Waterweg (1872) werd Maassluis het centrum van de stoomsleepvaart en het loodswezen. Als een zeilschip met vracht of passagiers de haven van Rotterdam naderde, voer vanuit Maassluis een stoomsleper uit om het de haven binnen te trekken. Ook zeilschepen in nood midden op zee werden door stoomslepers in veiligheid gebracht. In de haven van Maassluis ligt de enige overgebleven zeewaardige stoomsleper te pronken: de S.S. Furie.

Op de hooggelegen Hoogstraat krijgt u een inkijkje in de geschiedenis van Maassluis. Het begon in de 14e eeuw, toen twee sluizen werden aangelegd in de Maasdijk. De dijk hield de Maas in bedwang, maar het binnendijks gebied (het huidige Delfland en Westland) moest wel zijn overtollig water kwijt kunnen. Daarom werden twee lange vaarten gegraven die uitkwamen bij de sluizen. De Zuidvliet kwam helemaal van het dorp Wateringen en de Noordvliet van Monster. Meer over de geschiedenis leert u in het Gemeentemuseum Maassluis, dat wat verderop aan de Zuiddijk 16 onderdak heeft gevonden.

Aan de Zuiddijk 11 staat het huis van het gilde der zakkendragers. Zodra een schip de haven binnenliep, werd de klok aan de gevel geluid als teken dat er werk aan de winkel was. Als er te veel sjouwers kwamen opdagen, werd er gedobbeld in een ‘smakbak’ (te zien in het Gemeentemuseum). Winnaars konden een ‘smak’ verdienen. De gevelsteen toont het zware werk van de zakkendragers.

Een bordje bij de wieken vermeldt 1690 als bouwjaar van korenmolen De Hoop, maar de huidige molen is waarschijnlijk in 1792 gebouwd. Vrijwillige molenaars malen hier nog steeds graan.

Het wat merkwaardig ogende gebouwtje links onder aan de dijk is een rioolgemaal. Het werd gebouwd in 1915 als vervanging van de ‘schijtsloten’ die door een arbeiders wijkje rechts van u liepen. De huizen hadden plonstoiletten boven de sloot, die daardoor als open riool fungeerde. Hekwerken, ‘jukken’ of ‘jokken’ genoemd, waren als versteviging over de sloot gebouwd. Dat verklaart de naam Jokweg.

Via grachten met talrijke historische gevels komt u bij een schuurkerk uit 1787. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd het protestantisme de staatsgodsdienst en moesten rooms-katholieken hun godsdienst in het ‘geheim’ belijden. Het mocht, zolang het maar niet te veel opviel. Pas eind 18e eeuw kregen de rooms-katholieken toestemming om nieuwe kerken te bouwen, maar in het calvinistische Maasluis moest dat dan wel aan de rand van het bestaande dorp gebeuren. Het gebouw herbergt nu een theater.

Groot was het verschil met de zeer godvrezende hervormde Maassluizers, die ter kerke gingen in de majestueuze Groote Kerk. Het ontwerp van deze kerk, waarvan de bouw startte in 1629, was helemaal gericht op de protestante eredienst: het heeft de vorm van een Grieks kruis waarbij alle armen even lang zijn. Het interieur bevat allerlei objecten die verwijzen naar de visserij, zoals scheepsmodellen en gedenkborden van het vissersgilde. Het Garrel-orgel is vermaard om zijn prachtige klank. Maarten ’t Hart schreef: ‘Ik stel me de hemel voor als de Groote Kerk van Maassluis.’ De kerk staat op een eilandje dat aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog was aangelegd om de sluizen te verdedigen. Toen de Spanjaarden definitief waren verdreven, werd de schans ontmanteld (1624). De brede gracht bleef bestaan.