Verblinding: Help! Ik zie niks meer

Waarom onze ogen niet tegen licht kunnen

Het is een van de meest gehoorde irritaties in het verkeer, en klacht nummer één van ANWB-leden: verblinding door tegenliggers of door de laagstaande zon. Hoe werkt verblinding, waarom hebben onze ogen daar moeite mee?

Verblinding

De lampen van een tegenligger kunnen je ogen een paar seconde (aanhoudend tot enkele minuten) helemaal verblinden. Die auto’s van tegenwoordig hebben veel te felle lampen! - zegt men. Verblinding door koplampen blijkt vaak te worden veroorzaakt door verkeerde afstelling van de koplampen, het gebruik van verkeerde lampen of verkeerde montage van de koplamp. Des te belangrijker is het dus om hierop te letten samen met je garage, of bij de APK. Overigens: vooral in de herfst, als de zon laag aan de hemel staat, is de zon ook een verblindende factor. 

Iris open, iris dicht    

Niet iedereen wordt op dezelfde manier verblind bij een fel tegenlicht. Maar hoe dat precies werkt in onze ogen, weten wetenschappers eigenlijk niet. Wellicht reageren de staafjes en kegeltjes niet bij iedereen hetzelfde. Er wordt ook gezegd dat de iris, die in het donker open staat, bij tegenlicht bij de één verder dichtknijpt dan bij de ander, stelde de Volkskrant in een onderzoek naar nachtbrillen. Oogarts Tjeerd de Faber van Het Oogziekenhuis Rotterdam stelt dat ‘verblinding’ een fenomeen is waar je weinig aan kunt doen. Tenminste: je kunt je eigen ogen niet veranderen. Maar je kunt wel allerlei trucjes toepassen in de auto.

  1. Allereerst helpt het om je zij- en binnenspiegels op anti-verblindstand te zetten. Lichten in het dashboard en de lichten van je navigatie op nachtstand zetten, is ook verstandig. 
  2. Een vieze voorruit werkt tegen: dan strooit het felle licht van de tegenligger als het ware alle kanten op. Houd als bestuurder de blik op de eigen weghelft, in plaats van op de weghelft van de tegenliggers, dat scheelt allicht iets.
  3. Oogarts De Faber heeft nog een tip: ‘Soms helpt het om een klein beetje binnenverlichting te hebben, bijvoorbeeld door het dashboardkastje een stukje open te zetten. Een klein lampje. Niet het lampje boven je hoofd, natuurlijk, dat is te fel.’ Dit, zodat de pupillen niet helemaal wijd openstaan. 

Om andere weggebruikers niet tot last te zijn, kun je zorgen dat je eigen koplampen niet te fel of verkeerd afgesteld staan. Je kunt dat zelf een beetje controleren door op een meter of twintig van een ruit te parkeren en naar de reflectie van je autolampen te kijken.