Kaapverdie: op welk eiland kun je wat doen?

De Kaapverdische archipel bevat 9 bewoonde eilanden. De Noordelijke, bovenwindse eilandengroep (Barlovento) bevat Sal, Boavista, São Vicente, Santo Antão en São Nicolao. En tot de Zuidelijke eilandengroep (Sotavento) horen: Maio, Santiago, Fogo en Brava. Lees hier wat je er kunt doen.

Sal

Sal is een vrij vlak, kaal, bijna woestijnachtig eiland van rots, zand en zout, maar mét talrijke witte zandstranden. Sal is om uit te rusten, te zonnen en (vooral) om van de zee te genieten. Je kunt hier geweldig wind- en kitesurfen, maar ook duiken, snorkelen, zwemmen, zeilen, diepzeevissen (met lokale vissers) of zeeschildpadden en walvissen spotten. Zeilboten en jachten zijn te huur, met of zonder bemanning. En er zijn fietsen te huur. De hotels (en resorts) zijn er overwegend (relatief) luxe en duur, maar er zijn ook goedkopere pensions online te vinden.

In het stadje Santa Maria zijn terrassen en een vrij grote keuze aan restaurants, vaak met live muziek. In dit stadje tref je wel meer buitenlanders dan Kaapverdianen. Landschappelijk gezien is dit Kaapverdiaanse eiland niet aantrekkelijk voor wandelaars, maar wel geschikt voor zogenaamde woestijnsafari’s per jeep of quadbike, en je kunt de oude zoutpannen bezoeken. Neem wel voldoende water en een hoed tegen de zon mee.

Boavista

Boavista is een heuvelachtig eiland: droge woestijn afgewisseld met oases, duinen en (lege) stranden. Het luxe strandtoerisme begint te komen maar er zijn nog dorpen en delen die niet toeristisch zijn. Op dit Kaapverdiaanse eiland vind je een combi van rust, strand en zee met korte, mooie wandeltochten en/of kite- en windsurfen (www.boavistawindclub.com) is goed mogelijk. Ook kun je vissen en walvissen, zeeschildpadden, koraal en vogels spotten.

São Vicente

Mindelo, de hoofdstad van São Vicente, is een havenstad met kroegen, restaurant(je)s en enkele pleinen waarop zich een groot deel van het sociale leven afspeelt. Het nachtleven van Cabo Verde speelt zich hier af. Vooral ’s zomers is er ook live muziek op straat, swingend of melancholiek (de morna) met Afrikaanse en Portugese invloeden. Ieder jaar wordt hier carnaval massaal gevierd en in augustus een groot, enkele dagen durend, festival gehouden.

Om dit bij te kunnen wonen, zul je tijdig een vlucht naar Kaapverdië moeten reserveren. Het eiland heeft een droog klimaat en lijkt, buiten de stad, op een maanlandschap in de azuurblauwe oceaan. Je kunt kleine dorpen bezoeken, een bijzondere kustwandeling maken of genieten van de zee aan een kleine baai.

Santo Antão

Santo Antão is een van de grootste, groenste en, eerlijk is eerlijk, mooiste eilanden van de achipel. Zeer afwisselend en met enkele waanzinnige wegen en paden langs de kust en tussen de scherpgekartelde bergen. Je ziet banaan-, sinaasappel- en papajabomen, suikerriet en koffieplanten, maar ook kale, droge bergflanken, het zonlicht weerkaatsend, en met uitzicht op de oceaan. Kortom: een paradijs voor avontuurlijke wandelaars.

Niet wandelen? Met een busje kun je ook tochten maken, genietend van het uitzicht en af en toe stoppen in de kleurrijke dorpen om iets te eten of te drinken, of een grogue-stokerij te bekijken. Duiken of snorkelen kan ook (in Ponto do Sol is een duikschooltje), net als vissen (Vila das Pompas), paardrijden, klimmen, canyoning en mountainbiken. Het eiland is alleen per ferry bereikbaar, vanuit Mindelo, São Vicente.

São Nicolau

Minder hoog dan Santo Antão, maar erg afwisselend, met zowel droge maanlandschappen als groenoverwoekerde bergen. Er is weinig toerisme; São Nicolau is misschien het meest authentieke eiland, met de allervriendelijkste mensen. En met wegen kronkelend door vergezichten, te verkennen per aluguer (verzameltaxi). In Ribeira Grande, de kleine hoofdstad, loop je door smalle straten naar het centrale plein en nabij Tarrafal, de havenstad, vind je zwarte lavastranden aan zee. Ook kun je hier paardrijden. Of de zee op, met lokale vissers, op jacht naar tonijn, makreel en inktvis.

Santiago

Op Santiago ligt Praia, de hoofdstad van Kaapverdië, rijk aan Unesco werelderfgoed: de 500 jaar oude Cidade Velha (oude stad). In de hoofdstad vind je ook twee musea en restaurants met (soms) live muziek. Verder heeft Santiago van alles wat maar niet zo extreem. Er zijn bergen, niet hoog, meestal bruin en kaal, met af en toe een groene helling. Van alle eilanden ‘voelt’ Santiago het meest als Afrika, vooral door de door de bewoners zelf, zoals vrouwen met kleurige doeken om hun middel geknoopt, waarin ze boodschappen en/of een baby dragen.

In het noorden ligt Tarrafal, een stadje met enkele pensions, een klein strand, kokospalmen, eenvoudige bungalows aan zee plus, sinds kort, luxe appartementen aan de oceaan. In het binnenland is het dromerige Rui Vaz (met hotel) een goede uitvalbasis voor wandelingen. Ook kun je per (huur)auto in 2 dagen het eiland ronden. Verder kun je luieren, zwemmen, snorkelen, duiken en vissen.

Fogo

Fogo is één grote vulkaan die 2829 meter uit de oceaan omhoog rijst, voor door wolken heen, zeer indrukwekkend. En met één steile en één meer glooiende flank. . Naar de voet van de krater, Chã das Caldeiras, kun je zowel te voet als per busje. Na de laatste uitbarsting, in 1995, is naast de grote krater een kleinere, nu nog smeulende, krater ontstaan. Beide zijn te wandelend te bereiken. 

Wat ook op Fogo kan: grotten bezoeken, Fogowijn drinken (gemaakt van de druiven die hier groeien) het stadje São Filipe bezoeken (qua sfeer en bouwstijl anders dan de steden op de overige eilanden, je kunt hier een nacht blijven, gaan vissen met een boot, een waterproject bezoeken, opgezet door de Nederlandse stichting Water voor Leven. En witte stranden, die zijn er niet.

Maio

Het vergeten eiland. Klein en alleen bereikbaar vanaf Praia (Santiago) per vliegtuig, met een mooi strand, een fijne kustlijn, weinig wegen en enkele heuvels. Maar meer ook niet. Eigenlijk is het een oude vulkaan, opgelost in de wind. Toeristen komen hier niet of nauwelijks, maar er zijn al wel plannen voor een luxe-resort. In het dorp Vila de Maio zijn twee pensions en aan het strand, tien kilometer verder, ligt nog een groter hotel, ver van de bewoonde wereld.Kortom: wie echt een plek zoekt waar niets te doen is, kan daar nu mee ophouden. Vlieg naar Maio en ga daar op een bankje zitten.

Brava

Klein vulkanisch eilandje met kraters, bizarre rotsen, en zwarte strandjes. Alleen per boot bereikbaar, maar de bootverbinding met Fogo valt vaak uit, soms zelfs voor enkele maanden. Kortom, erg rustig. Lezers die naar Brava gaan, kunnen maar beter een goede band hebben met degene die thuis voor de planten gaat zorgen.

Bekijk ook:

Praktische informatie Kaapverdië