Het woonerf is populair, binnen én buiten Nederland

In 1977 bracht de ANWB een brochure uit over het woonerf. Geen overbodige luxe, want het woonerf is een bijzonder fenomeen, uniek in de wereld. Alle soorten verkeer delen op een woonerf de ruimte, maar de voetganger heeft voorrang.

Het concept woonerf werd in 1968 ontwikkeld door stedenbouwkundige Niek de Boer in Emmen. Hij ontwierp in de uitbreidingswijk Emmerhout straten en pleinen waar de auto ondergeschikt was aan de voetganger en fietser. 
Kort daarna werd het ook in Delft toegepast. Stedenbouwkundige Joost Váhl, een leerling van Niek de Boer, vormde vanaf 1969 daar juist bestáánde straten in 19e- en 20ste-eeuwse wijken om tot woonerven. Váhl streefde naar een vermenging van autoverkeer, fietsers, voetgangers en spelende kinderen. Door rijbaanversmallingen, drempels, bloembakken, bankjes en speeltoestellen wilde hij het verkeer afremmen en straten omvormen tot verblijfsruimte. In 1970 legde gemeente Delft de eerste verkeersdrempel in de binnenstad aan.

 

Grote bijdrage

Overal in de Nederland werden in de jaren zeventig woonerven aangelegd, in nieuwbouwwijken en in bestaande buurten. Dankzij bielzen, plantenbakjes en verkeersdrempels werden straten omgevormd van pure verkeersruimten tot gemengde verblijfsruimten. 
De ANWB leverde een grote bijdrage aan de uitwerking van het woonerf. De bond sprak met gebruikers, leverde commentaar op ontwerpen en zorgde voor discussies tussen de verkeersdeskundigen in het tijdschrift Verkeerskunde en de voorloper daarvan, het Tijdschrift voor Verkeerstechniek

Regels

In 1976 was het nieuwe straattype zo ingeburgerd, dat de overheid er een wettelijke regeling voor opstelde. Het rijk bepaalde dat voetgangers op een woonerf overal mochten lopen, kinderen mochten overal spelen en bestuurders mochten niet harder rijden dan stapvoets. Ook kwamen er minimumeisen voor de rijbaan, de begroeiing en de parkeervakken. Doorgaand verkeer was niet welkom. Er kwam een speciaal verkeersbord, zodat weggebruikers wisten dat ze een woonerf naderden. 

Belangstelling uit heel Europa

Woonerven werden een kenmerk van de wijken die in de jaren zeventig en tachtig in Nederlandse steden werden gebouwd. De verkeersafdeling van de ANWB organiseerde diverse excursies naar aangelegde woonerven. De ANWB roemde de verbeterde verkeersveiligheid en toegenomen leefbaarheid. Het concept bleek zelfs een exportproduct. De ANWB publiceerde brochures over woonerven in verschillende talen en bracht het idee in heel Europa aan de man, waar het in veel steden werd toegepast. Het in Nederland ontworpen woonerfbord is tegenwoordig op veel plekken in Europa te vinden, van Scandinavië tot aan Spanje en Portugal.

Invloed op inrichting wijken

De ontwikkeling van het woonerf beïnvloedde de ontwikkeling van stratenpatronen en inrichting van wijken in heel Nederland, ook nadat in 1983 de urgentie ervan verminderde door het instellen van 30 km-zones in woonwijken. Enkele jaren geleden bepaalde de overheid dat autoverkeer maximaal 15 km per uur op een woonerf mag rijden.

Zie ook

Alles over verkeersveiligheid