De ANWB en de introductie van de auto

In 1900 reden er zo’n tweehonderd personenauto’s rond in Nederland. Het waren luxe voertuigen voor mensen die het konden betalen. Auto’s waren duur. De goedkoopste auto’s op de markt, zoals die van De Dion-Bouton en Darracq, kostten meer dan tweeduizend gulden.

De meeste autobezitters woonden in de stad of in forensenplaatsen direct daarbuiten. Ze gebruikten hun auto vooral voor uitstapjes buiten de stad. Een van de grote voordelen was de snelheid: automobilisten vonden het prettig om zestig kilometer per uur te kunnen rijden. Maar die snelheid stond de acceptatie van het vervoermiddel wel in de weg. Omwonenden en andere weggebruikers ergerden zich groen en geel aan snel rijdende voertuigen. Veel gemeenten stelden daarom maximumsnelheden in van tien of twintig kilometer per uur. Daar waren de autobezitters uiteraard niet blij mee: ze voelden zich beperkt. Ook de gebrekkige techniek van de eerste auto’s vormde een handicap voor ze. Daarom lieten automobilisten vaak een bediende of een monteur meerijden, om te helpen bij reparaties.

 

 

Langzaam langs scholen

Aangezien auto’s vooral voor toeristische uitstapjes werden gebruikt, sloot het voertuig goed aan bij het karakter van de ANWB als toeristenbond. De bond was een groot voorstander van de auto, maar realiseerde zich ook dat de auto weerstand opriep. In De Kampioen stonden geregeld berichten over agressie tegen automobilisten. De ANWB benadrukte dat automobilisten rekening moesten houden met andere weggebruikers. De bond wilde dat bestuurders langzaam reden bij scholen en bij kerken waar kerkgangers uitgingen. Een ander dringend advies van de ANWB was om op het platteland niet in te rijden op fietsers of wandelaars, ook niet als ze de weg versperden. Andersom had de bond kritiek op omstanders die stenen of eieren naar passerende auto’s gooiden. Mensen op straat moesten meer begrip hebben voor elkaar en er moesten betere verkeersregels komen, zo vond de ANWB.

ANWB-benzine

Daarnaast kwam de bond met voorzieningen voor automobilisten. Stallingsruimtes bijvoorbeeld, voor mensen die een meerdaagse tour maakten. Zulke parkeerplekken waren belangrijk: de open auto’s uit die tijd kon je niet onbeheerd langs de weg laten staan. Nog belangrijker was dat de ANWB olie en benzine ging verkopen. De kwaliteit van veel aangeboden benzine en olie was op dat moment namelijk problematisch. In 1904 richtte de ANWB een netwerk op van bondsbenzinedepots. Drogisterijen deden dienst als verkooppunten. Een logische keuze, aangezien deze middenstanders al chemicaliën verkochten.

Technisch Bijblad

De Kampioen besteedde veel aandacht aan de technische specificaties en constructies van auto’s en motorfietsen. Het blad stond vol met technische tekeningen die de lezer gedetailleerd uit de doeken deden hoe motoren in elkaar staken. Maar al die aandacht voor de motortechniek leidde tot kritiek van niet-gemotoriseerde leden. Daarom zette de redactie in 1905 een Technisch Bijblad op. Zo was er én meer ruimte voor technische artikelen én bleven de pagina’s van De Kampioen vrij van technisch auto- en motornieuws.

Voorlichting

Ook tegenwoordig geeft de ANWB voorlichting over de technische kant en het gebruiksgemak van auto’s. Naast de Kampioen maakt de bond hiervoor vooral gebruik van de website met de Autoportal, het Expert-platform en de social-kanalen.