De ranken zijn niet te missen. Je bent nog amper de Elzas binnengereden – zes uur tuffen vanaf Utrecht – of de druiven hangen al te glimmen langs de weg.
In de Middeleeuwen had de streek in het noordoosten van Frankrijk al een reputatie onder wijnliefhebbers. Niet verrassend met zo’n decor. De Elzas wordt in de lengte doorkliefd door de Vogezen, een smalle bergrug met toppen van hoogstens zo’n 1400 meter (die Tim Knol al eerder voor ons beklom).
Dit rafelrandje zegent de regio met een gevarieerde bodem en de nodige hoogteverschillen. Maar ook regenbuien worden door dit middelgebergte doorgaans buiten de deur gehouden. De Elzas gaat daarom prat op ideaal wijnbouwweer: stabiel, droog en zonnig.
Wie met de Franse slag naar het zuiden rijdt kan zich overal laven aan frisfruitige witte wijnen. Riesling, sylvaner, pinot blanc en – de lokale favoriet – de net wat zwoelere gewürztraminer. Maar voor wat houvast volg je gewoon de Route des Vins d’Alsace. Deze rijgt de mooiste plekken van de streek in 170 kilometer aan elkaar.
Deze stops wil je zien.