Brandeveenroute

Nederland, Drenthe, Diever

69
76
93
86
84
99
02
51
52
03
77
75
37
59
80
69

Het Brandeveen is de naam van een van de vennen in natuurge­bied Ooster- en Westerzand. Ze zijn ontstaan door het afgraven en uitbaggeren van veen. Op de hogere en drogere delen rond de vennen liggen bossen en ruige heideterreinen. Verder gaat deze route door het brinkdorp Dwinge­loo, door een boerenlandschap met fraaie boerderijen en houtwallen en door de uitgestrekte bossen van de nationale parken Drents-Friese Wold en Dwingelderveld.

Bezoekerscentrum Drents-Friese Wold (gesl. zo, www.np-drentsfriesewold. nl) is een goede plek om een tocht door Nationaal Park Drents-Friese Wold te beginnen. Het geeft inzicht in het ontstaan van het landschap en de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog rond Diever. Aan het begin en het einde van de route doorkruist u dit nationale park. 

Dwingeloo kondigt zich al van verre aan met zijn uivormige torenspits. Het beeldje voor de kerk toont de ‘Juffer van Bantinghe’ die volgens de sage verantwoordelijk zou zijn voor de merkwaardige bekroning van de kerk. Een plaquette op de sokkel vertelt het complete verhaal. Op de grote brink bevindt zich nog een dobbe, een gegraven poel waar het vee dronk en dat bluswater gaf. Ooit had Dwingeloo elf dobbes. Bij mooi weer nodigen terrasjes rond de brink uit tot een koffiepauze. 

Aan de rand van Nationaal Park Dwingelderveld nam het Planetron Cinedome bezoekers mee de ruimte in met een enorme telescoop,veel informatie over ruimtevaart en films op een koepelvormig projectiescherm. De sterrenwacht is tegenwoordig alleen nog geopend voor enkele sterrenkijkavonden (www. planetron.nl). De route vervolgt door de bossen van het Dwingelderveld met vooral eiken en grove dennen. 

Het natuurgebied Ooster- en Westerzand ligt er ruig en verlaten bij. Ook dit zandige gebied was door overbeweiding en het uitsteken van heideplaggen gaan stuiven. Na 1900 werden bossen aangeplant, maar in het midden is een heideveld daarvan gespaard gebleven. Het fietspad gaat er dwars doorheen. Op lagere, natte delen groeide veen. De plassen verderop, waaronder het grote Brandeveen rechts van het pad (maar net niet te zien), zijn ontstaan door winning van dit veen. Het werd gedroogd en met schuiten naar de kachels en fabrieken in het westen van Nederland vervoerd. De vennen zijn nu waardevolle natuurgebiedjes met zeldzame planten en talrijke amfibieën. Schotse Hooglanders grazen in de omliggende bossen. 

Hier, maar ook op veel andere plaatsen in Drenthe, begrenzen houtwallen de oude perceelgrenzen. Ze dienden om het wild buiten en het vee binnen te houden. Ook haalden de boeren hier hun brand- en gebruikshout vandaan. Vaak stonden er doornige struiken in de wallen, zoals meidoorn en bramen. Met de komst van het prikkeldraad verloren de houtwallen hun functie en zijn er veel verdwenen.

Uitgestrekte grove dennenbossen bepalen grotendeels het karakter van het landgoed Berkenheuvel. Gaat u bij 59 rechtdoor, dan ligt rechts van het pad een onderduikershol. Hier werden onderduikers opgevangen en verzetsdaden beraamd. Maar de ‘Dieverder knokploeg’ werd verraden. Op 22 november 1944 werd het hol door vijftig Duitse militairen omsingeld. De verzetsstrijders keerden – op één na – niet terug uit het concentratiekamp.