Dubbeltest Dacia Duster 4x4 vs. Suzuki Jimny

De Suzuki komt overal, maar in de Dacia kun je tenminste nog mensen meenemen

Voor een volbloed terreinwagen is de Suzuki Jimny erg voordelig. Dertig mille blijft echter een hoop geld; kun je dan niet beter voor een surrogaat-jeep kiezen? Wij brengen voor dit vergelijk een vierwielaangedreven Dacia Duster in stelling.

Ruimte

Op het oog moet je zelfs voor een boodschappentas de rugleuning van de Suzuki al neerklappen, maar de importeur rept zelf over minimaal 377- en maximaal 830 liter bagageruimte. Hoe het ook zij: het bagageruim van de Duster is – zeker met de achterbank neer – dubbel zo groot: daarin kun je 478- tot 1.623 liter aan spullen kwijt. Ook je passagiers zijn beter af achterin de Dacia. De hoofdruimte op de achterbank van de Jimny is niet eens verkeerd; het is alleen jammer dat de meeste passagiers ook nog knieën en vooral voeten hebben. Daarvoor is simpelweg geen ruimte. Schrale troost: de Suzuki beschikt als enige van de twee over een vlakke laadvloer, waaronder zelfs nog een opbergvak schuilgaat.

Rijgedrag

De besturing van de Dacia had weliswaar iets meer gevoel mogen bieden en de stoelen bieden weinig zijdelingse steun, maar het rijcomfort is dik in orde. Bij deze vierwielaangedreven versie hoor je iets meer bijgeluiden uit de aandrijflijn. Da’s jammer, want zijn 125 pk sterke viercilinder benzinemotor is verder juist mooi stil. Het is een levendig blok, met zelfs in de ‘spaarstand’ nog voldoende trekkracht. In een bocht gaat de Duster wat overhangen, maar dat neemt gelukkig nooit dramatische vormen aan.

De Suzuki schudt daarentegen al heen en weer wanneer je alleen maar instapt. Dat is het gevolg van zijn soepele veren, in combinatie met een ladderchassis: daarbij staat de carrosserie óp het onderstel in plaats van dat het er deel van uitmaakt. Onmisbaar in ruw terrein, maar op de openbare weg dicteert het hoe je de Jimny rijdt. Er zit veel beweging in de koets, zowel in de bocht als bij het tot stilstand komen, waardoor je vanzelf je snelheid aanpast. Het 102 pk sterke viercilinder motortje is vlug zat, maar de Jimny draait al 3.500 toeren bij 100 kilometer per uur: een zesde versnelling ontbreekt. Langere stukken rijden is om meerdere redenen vermoeiend; de zittingen van de voorstoelen zijn te kort en de besturing is weinig koersvast. Alles valt op zijn plek wanneer je met de beide testkandidaten het terrein in gaat. De hellingshoeken van de Suzuki zijn tot 15 procent groter dan die van de Dacia waardoor je met name aan de achterzijde veel meer grondspeling hebt. De Jimny beschikt ook als enige over een lage gearing: een aparte versnellingsbak voor het betere off road werk. Op de openbare weg kun je tot snelheden van 100 kilometer per uur kiezen voor achter- of vierwielaandrijving. Beide jeeps beschikken over een automatisch afdaalsysteem, waarmee ze zelfstandig een steile helling af kunnen klauteren. Dat kenden we tot voor kort alleen van veel duurdere terreinwagens. De gereden Dacia is bovendien voorzien van camera’s, waarmee je bovenaan de heuvel kunt zien hoe het pad naar beneden er uit ziet. Handig!

Verbruik

Suzuki levert de Jimny in Nederland met maar één motor. Daarvan is de CO2-uitstoot op het moment van schrijven nog niet bekend, maar met een schonere krachtbron had de Nederlandse overheid ongetwijfeld minder belasting over het jeepje geheven. Wil je een versie met automaat, dan bedraagt de meerprijs daarvan maar liefst 8 mille (!). Wij reden een uitvoering met handbak en realiseerden daarmee een praktijkverbruik van 1 op 12,1.

Voor de Dacia geldt een soortgelijk verhaal. Ook die auto wordt maar met één krachtbron verkocht; een automatische transmissie behoort niet eens tot de mogelijkheden. De vierwielaandrijving eist zijn tol; behaalden we met een voorwielaangedreven exemplaar nog een verbruiksscore van 1 op 13,7, de testauto met 4WD komt niet verder dan 1 op 10,1. Dacia heeft het zelf over 1 op 15,6.

Gebruiksgemak

De voorruit van de Suzuki staat dusdanig recht overeind, dat je slecht het verkeerslicht kunt zien. Verder missen we opbergmogelijkheden in het interieur: de deurvakken zijn te smal en de enige twee bekerhouders moet je delen met álle inzittenden. Een aantal zaken zijn ook gewoon niet zo handig. Het feit dat er geen geheugen zit op de voorstoelen bijvoorbeeld, zodat je iedere keer opnieuw je ideale zit moet vinden wanneer je iemand achterin laat plaatsnemen. Of neem de achterklep, die niet omhoog- maar naar opzij scharniert. Daardoor moet je de nodige ruimte achter de auto vrij houden.

Aan boord van de Dacia is er aan opbergruimte geen gebrek – er bevindt zich zelfs een speciaal vak onder de passagiersstoel – maar ook die auto heeft zijn onhebbelijkheden. Zo zit de bediening van de cruise-control ónder de handrem verstopt en zijn we ook niet tevreden over de lage positie van de kachelbediening.

Veiligheid

De Dacia en Suzuki hebben een matige botsproef gemeen: zowel de Duster als de Jimny scoorden drie van de vijf sterren in de gezaghebbende Euro NCAP test. In beide gevallen viel dat te wijten aan de aanvullende veiligheidsuitrusting, die in de ogen van de botsproefinstantie niet uitgebreid genoeg is. In het geval van de Duster kunnen we ons daar iets bij voorstellen: de Dacia beschikt alleen over dode hoek signalering en dat hulpsysteem is voorbehouden aan het duurste uitrustingsniveau. De Suzuki kan echter worden uitgerust met meerdere hulpsystemen, van rijstrookassistentie tot een automatische noodreminstallatie. Het probleem is alleen dat de meeste van die systemen niet actief ingrijpen en daar worden de Japanners dan alsnog stevig op afgerekend. Het zicht rondom is in de Jimny echter dik voor mekaar. Vooral ook omdat de auto is gemaakt om terrein mee te rijden: zo loopt de ruit van het voorportier bij de spiegel iets naar beneden, waardoor je goed kunt zien welk mogelijk obstakel zich in de buurt van je wiel bevindt. Maar da’s natuurlijk ook makkelijk tijdens het fileparkeren!

De Dacia heeft juist behoorlijke raamstijlen, waardoor je tijdens dergelijke manoeuvres op een parkeercamera zult moeten vertrouwen.

Prijs

De vanafprijs van de Duster bedraagt € 18.780 en voor dat geld heb je een gezinsauto met vijf deuren, digitale radio en een fatsoenlijke bagageruimte. In het geval van de Suzuki Jimny ben je minimaal € 26.999 kwijt voor een driedeurs jeepje van bijna een meter korter met een kofferbak waarin je evenveel kwijt kunt als een fietstas. Daar staat tegenover dat de Jimny standaard is voorzien van vierwielaandrijving. De meerprijs daarvan bedraagt bij de Fransen weliswaar 4 mille, maar daarmee kom je uit op een catalogusprijs van € 22.280. En da’s nog altijd viereneenhalfduizend euro goedkoper dan de Suzuki! Dat prijsverschil slinkt overigens wanneer je de auto’s aan gaat kleden. Zoals ze hier staan, kost de Jimny € 29.999 en de Duster € 27.540.

Winnaar

Eén blik op deze testkandidaten is voldoende om te zien welke van de twee het meest praktisch is. Op bijna alle testonderdelen maakt de Dacia dan ook gehakt van de Jimny, die niet alleen erg kostbaar is maar bij dagelijks gebruik ook de nodige aanpassingen van je vraagt. Het gekke is alleen, dat je nog bereid bent hem zulke onhebbelijkheden te vergeven ook! De Suzuki raakt je in het hart, waar de keuze voor de Dacia eerder een verstandige is. Totdat je het terrein in gaat althans. Je moet het alleen wel bont maken, wil je met de Jimny zo’n vierwielaangedreven Duster weten af te schudden. En dat is misschien nog wel de grootste verrassing van dit vergelijk.

Lees ook onze afzonderlijke rijtests van deze testkandidaten:
Dacia Duster
Suzuki Jimny