Stad van nonnen en broeders

Nederland, Noord-Brabant, Megen

Aan een van de noordelijkste meanders van de Maas ligt het plaatsje Megen. Een piepklein stadje met een grote historie, want zelfs de Romeinen hebben hier een tijdje gewoond. Maar het bijzonderste is toch wel de aanwezigheid van twee kloosters, die nog steeds bewoond worden. Een met nonnen, een met broeders. De kloosters vormen een levende herinnering aan de tijd dat het graafschap Megen een toevluchtsoord was voor religieuze vluchtelingen. Tijdens deze wandeling verkent u het middeleeuwse stratenpatroon van Megen, struint u door de Maasuiterwaarden en wandelt u langs de Maas.

Ga vanaf het Graaf C. De Brimeuplein, in het oude hart van Megen, rechtsaf richting Gevangentoren. Direct na de toren linksaf, Maasdijk.

1. Sla de eerste straat rechts af (benedendijks), Rulstraat. Rechts liggen de Maasuiterwaarden. Einde rechtsaf, Maasakkerstraat. Einde rechtsaf, onderdijks gaan lopen. Tweede straat linksaf, Herstraat.

2. Provinciale weg oversteken. Bij de kapel linksaf en meteen rechtsaf, Hoogduinsestraat. Eerste pad rechtsaf, fietspad over de dijk volgen.

3. Einde fietspad het voetpad over dijk volgen langs de Maas. Einde voetpad weg oversteken en voetpad vervolgen. Steeds rechtdoor over dijk. Eerste straat rechtsaf.

4. Op de Koolmarkt links aanhouden (wordt Kloosterstraat). Na het franciscanenklooster rechtsaf, Wilhelminastraat. Einde linksaf, Dr. Baptiststraat. Op kruising rechtdoor, Schoolstraat. Naar het clarissenklooster en weer terug naar de kruising. Ga daar rechtsaf, terug naar het beginpunt van de route.

Deze wandeling start op ‘De Keien’, zoals het oude hart van Megen ook wel wordt genoemd. De straatjes volgen er nog steeds een middeleeuws stratenplan. Elke straat loopt in een bepaalde kromming, zodat de voorgevels van de huizen vrijwel nergens in een rechte lijn staan. Waarschijnlijk werd dit gebied aan de Maas al rond 2000 jaar v. Chr. bewoond. Ook de Romeinen hebben een tijd in Megen en omgeving geleefd en voor hen de Kelten. Daar komt waarschijnlijk ook de plaatsnaam vandaan, want het Keltische ‘Magus’ betekent veld, plaats of stad.

De Gevangentoren is het laatste restant van de vier toegangspoorten die Megen ooit had. Megen kreeg in 1357 stadsrechten. De stad werd vervolgens beveiligd met muren en poorten. Maar tijdens oorlogshandelingen in 1581 brandden de stad en het nabijgelegen kasteel vrijwel geheel af. De huizen binnen de veste werden weer opgebouwd, zodat het middeleeuwse stratenpatroon behouden bleef. Van de toegangspoorten is alleen de Gevangentoren weer opgebouwd. In de loop der eeuwen hebben daar heel wat gevangenen gezeten in afwachting van hun verhoor, veroordeling of zelfs executie.

Via een dijk verlaat de route het stadje Megen. In de jaren ’30 van de vorige eeuw liep hier een spoorbaantje. Het werd gebruikt door kiepwagens, die het zand afvoerden dat bij de Maaskanalisatie vrijkwam. Veel Megenaren waren blij met die kanalisatie, want de Maas zorgde er regelmatig voor dat de stad onbereikbaar was. Een paneel op de dijk bij de Rulstraat laat zien hoe de omgeving van Megen zich in de loop der eeuwen ontwikkeld heeft. Op het paneel staat een panoramatekening van Megen uit 1674, gemaakt door de tekenaar Valentijn Klotz. De Maas stroomde in die tijd langs de wal van het stadje. Tegenwoordig liggen daar de graslanden van de Maasuiterwaarden. De gebouwen van de Megense skyline van toen zijn nog steeds te herkennen, kijk maar eens naar de Gevangentoren en de kloosterkerk.

U wandelt langs boerderijen, maïsvelden en knotwilgen en snuift de mestgeur op. Na het kapelletje (zie hieronder) gaat het verder de dijk op en over een fietspad. Het is een rustig stukje Brabant met in de nabije omgeving alleen ruisende bomen en maïs. Strijk neer op een van de bankjes op de dijk om ervan te genieten. Wie verder wandelt, komt bij de Maas uit. Het voetpad voert hoog over de dijk, zodat een mooi uitzicht gegarandeerd is: links de voorbijvarende schepen en rechts de groene weilanden met paarden en schapen.
 

Zeven weeën
De kapel op de kruising Kapelstraat/Herstraat luistert naar de bijzondere naam Onze Lieve Vrouwe van de Zeven Weeën en stamt uit 1733. Die zeven weeën verwijzen naar de lijdensmomenten van Maria. Ze zijn terug te vinden in de kapel. Zo staat op de glas-in-loodramen het verhaal afgebeeld van de ontmoeting onder het kruis. Het beeld boven de ingang van een met zwaard doorboorde Maria vertelt het verhaal van de voorspelling van Simeon, die de veertig dagen oude baby Jezus zag en zei: ‘Hij zal een omstreden teken zijn. Ook door uw ziel zal een zwaard gaan en zo zal onthuld worden wat er in vele harten omgaat.’ De deur van de kapel is vrijwel altijd open en iedere dag branden er nieuwe kaarsjes.

Via de intieme Koolmarkt komt de route Megen weer in. Links passeert u het franciscanenklooster, een van de twee kloosters die nog steeds in het stadje te vinden zijn. Dat lijkt veel. De reden daarvoor voert terug naar de Vrede van Munster in 1648. Toen werd Brabant Staats grondgebied en het katholieke geloof ging in de ban. Maar het graafschap Megen wist zijn soevereiniteit te bewaren. Daardoor had Megen een grote aantrekkingskracht op katholieken die er hun zondagsplicht kwamen vervullen. Ook enkele kloosterordes vonden in Megen een veilig toevluchtsoord. Tussen 1648 en 1653 bouwden de minderbroeders franciscanen in Megen een klooster, nadat ze uit Den Bosch waren verdreven. In 1689 was de kerk af. Nog steeds wonen, bidden en werken er broeders in deze gebouwen.

Ook de zusters clarissen uit Boxtel zochten hun toevlucht in Megen. Zij vonden een mooie plek om hun klooster te bouwen: op de plek waar ooit het kasteel had gestaan dat door de brand van 1581 in een ruïne was veranderd. De zusters pachtten het stuk grond in 1720. Een jaar later was het clarissenklooster klaar. Nog steeds wonen de nonnen in dit klooster. Aan de grachten rond het gebouw is te zien dat het klooster op de vroegere plek van een kasteel staat.