Rondje Doesburg

Nederland, Gelderland, Doesburg

In Doesburg stap je zo het verleden in: straten vol met prachtig gerestaureerde monumenten herinneren aan de welvaart die de handel in de middeleeuwen bracht. En dat allemaal dankzij de ligging aan twee rivieren, de IJssel en de Oude IJssel. Eenmaal buiten de stad volg je de Oude IJssel door het boerenland van de Achterhoek. Soms kun je ver uitkijken over de weilanden en de akkers, soms dwaal je door dichte landgoedbossen.

De hoofdroute is 19 km lang, maar je kunt ook kiezen voor een kortere versie van 12 km (zie routebeschrijving).

Tip: Wandel deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

Hond mee: honden aangelijnd toegestaan.

Toegankelijkheid: deze route is niet geschikt voor mindervaliden want voert deels over ongelijke zandpaden.

Paden: overwegend verhard (tegels, asfalt), gedeeltelijk zand- en graspaden.

1. Wandel vanaf parkeerplaats aan de Turfhaven naar de doorgaande weg met daarachter vestingwerken (Barend Ubbinkweg). Sla ra. Na 500 m over sluis met vistrap. Voorbij sluis en brug la via fiets- en wandelpad. Na 1,2 km onder N338 door. Na 500 m komt het pad bij Oude IJssel. Na 1,2 km bocht ra. Aan het einde la (Beemsterweg). Na 550 m bij bomenrij la over smal pad door Landgoed ’t Mulra. Het pad slingert 1,3 km door het landgoed. Aan het einde op asfaltweg la (IJsselweg). Bij wandelknooppunten Q80 en Q30 rd, bij brug rd (Jonker Emilweg).

2. Na 500 m Rijksweg/N317 oversteken en ra (Hessenweg). Na ruim 600 m op kruising schuin rechts, dan bij ANWB-paddenstoel 62991 schuin links richting Hummelo (Hessenweg, fiets- en wandelpad). Na 400 m ra het bos in. Volg vanaf nu gele pijlen: na 100 m la, na 350 m bij het huis la en even verder ra. Het bospad eindigt bij een T-splitsing (voor horeca: ga ra naar de Rijksweg/N317, links zie je restaurant D’Olde Schole).

3. Einde bospad bij T-splitsing la. Na 100 m fietspad rd oversteken, even verder schuin la (Oude Zutphenseweg). Weg 1,5 km rd volgen, langs wandelknooppunten P12 en W43. Bij kruising met Prinsenweg/Kipstraat rd (Tolstraat). Na 150 m bij routepaal la het bos in. Na ruim 250 m bij wandelknooppunt P64 ra door landgoed He(e)kenbroek. Na ruim 200 m la: volg vanaf nu blauw-gele palen. Aan het einde bij bankje ra, dan bocht naar links. Aan het einde la (blauw-geel), volg hoofdpad steeds rd. Na 600 m bij wandelknooppunt W42 la (Tellingstraat, einde blauw-geel). Na 300 m bij zijpad rd. Bij wandelknooppunt W11 links aanhouden (Tellingstraat). Na 200 m bij wandelknooppunt W10 ra (Veenweg).

4. Aan het einde ra (Zomerweg) en eerste weg la (Pastoor Blaisseweg). Aan het einde ra (Eekstraat). Na 175 m la (Grietstraat). Aan het einde de dijk op en la. De dijk 1,3 km volgen. Circa 50 m voor het bedrijventerrein het pad naar links volgen (vanaf nu geel-rode markeringen). Bocht naar links, even verder ra onder de weg door. Na het viaduct rd (Van Middachtenweg). Aan het einde ra (Van Brakellaan). Steeds rd, bij het laatste huis rd over de brug, dan ra en la. Voorbij de school rd de oude stad in (Kleine Wal, later Gasthuisstraat).

5. In het centrum steeds rd (Roggestraat, later Veerpoortstraat). Aan de rand van het oude centrum asfaltweg (Veerpoortwal) rd oversteken. Bruggen oversteken en rd tot aan de rivier. Op de kade la. Na het laatste appartementenblok la en ra, terug naar de parkeerplaats.  

Wil je de wandelroute inkorten tot 12 km? Wandel dan van de parkeerplaats naar de doorgaande weg. Ga la en direct ra via voetpad over de stadswallen: volg vanaf nu geel-rode markeringen. Na 500 m weg rd oversteken. Na 600 m weg rd oversteken. Voetpad eindigt bij een fietspad en een drukke weg (Kraakselaan). Ga hier ra. Bij grote rotonde rd via fietspad langs Rijksweg/N317. Na 600 m bij volgende rotonde rd. In Drempt voorbij kerk la, oversteken en rechts aanhouden (Kerkstraat). Na 300 m bij kruising met Veldweg rd. Na 250 m ra (Braambergseweg, geel-rood). Na 225 m op kruising Gildeweg oversteken, in Dreef geel-rode markeringen via het voetpad rechts volgen. Voetpad slingert door parkje en komt uit vlak bij de Rijksweg: volg het smalle pad links van de weg.

Na 500 m bij een breed pad la. Na 250 m bij wandelknooppunt W12 rd (einde geel-rood). Aan het einde la (Dubbeltjesweg). Na 200 m links aanhouden, aan het einde ra (Kerkstraat). Bij wandelknooppunt W10 la (Veenweg), lees in de hoofdroute verder bij punt 4.

Vroeger was Doesburg een machtige vestingstad. Direct na de start van de route kijk je uit over wallen en grachten die vanaf 1701 door de beroemde vestingbouwer Menno van Coehoorn werden aangelegd. Aan de zuidkant van de stad lag een ontoegankelijk moerasgebied, dus hoefden deze wallen niet zo hoog te zijn. Dat verklaart meteen de naam: Lage Linie. De aanval werd verwacht aan de noordkant van de stad, waar de sterkere Hoge Linie verrees. Deze vestingwerken passeer je later op de route.

Bij Doesburg mondt de Oude IJssel uit in de hoofdstroom van de IJssel. De sluis is nodig omdat het verschil in waterpeil tussen beide rivieren tot vijf meter kan oplopen! Voor vissen is dat een onmogelijk te nemen horde. Daarom werd in 2019 de grootste vispassage van Nederland geopend. Ga voorbij de sluis rechts naar beneden en je ziet hoe de vissen langs de schotten naar boven zwemmen. Hun instinct vertelt ze dat ze stroomopwaarts moeten. Daarna kunnen ze via de Oude IJssel verder naar Duitsland om zich voort te planten.

Nu oogt de Oude IJssel als een breed en recht kanaal, maar tot aan de Tweede Wereldoorlog slingerde de rivier vrijelijk door het landschap. Het rechttrekken was nodig voor de scheepvaart en omdat de rivier regelmatig overstroomde. In Landgoed ’t Mulra liggen nog enkele afgesneden bochten en rivierduinen. De rest van het landgoed bestaat uit bos, landbouwgronden en natuur – zelfs de das en de otter hebben hier een plekje gevonden.

De straatnaam Hessenweg kom je in Oost-Nederland vaker tegen. In vroegere eeuwen werden deze gebruikt door handelaren die vanuit Duitsland goederen naar Utrecht of Amersfoort brachten, waar alles in schepen werd overgeladen. De Duitse karren waren te zwaar en te breed voor de bestaande wegen en werden daarom verplicht een andere route te zoeken. Dat waren de Hessenwegen, die vaak buiten de dorpen om liepen. Omdat ze juist daar kwetsbaar waren voor roversbenden, reden de handelaren vaak in konvooi.

Natuurmonumenten noemt dit bos Hekenbroek, maar op landkaarten staat het nog altijd vermeld als Heekenbroek, dus met een extra ‘e’. Dat lijkt logischer, want het verwijst naar de familie Van Heeckeren, die een groot stempel op dit gebied heeft gedrukt. Dit bos werd in de 19de eeuw aangelegd voor de houtproductie. Inmiddels worden de productiebomen geleidelijk vervangen door soorten als es en lindeboom, waardoor een gevarieerder en gezonder loofbos ontstaat.

Achter knooppunt W10 kun je in de bosrand nog net landhuis De Ulenpas zien liggen. Na een verwoestende brand in 1965 was er geen geld voor volledige herbouw, dus werd gekozen voor een soberder ontwerp. De geschiedenis van het huis gaat terug tot de middeleeuwen, toen hier een versterkte woontoren stond. Dat werd in 1660 uitgebreid tot een landhuis, waarna in de 18de eeuw alles nog een stukje chiquer werd gemaakt. Bijzonder: toen tijdens het rampjaar 1672 Nederland van alle kanten werd aangevallen, had de Franse zonnekoning Lodewijk XIV hier zijn hoofdkwartier ingericht.

Rechts van de dijk ligt een oude, afgedamde bocht van de rivier de IJssel. Aanvankelijk slingerde de rivier met grote bochten langs de voet van de Veluwe, maar voor de scheepvaart leverde dat veel tijdverlies op. Daarom werd deze bocht tussen 1951 en 1954 ter hoogte van Doesburg afgedamd. Nu kijk je uit over een ongebruikt, verstild stukje IJssel met de wat merkwaardige naam Zwarte Schaar: het is een verwijzing naar de tijd dat hier steenkool werd gelost en het schaar (een klein weidegebied) daardoor zwart kleurde.

 

Het historische hart van Doesburg ligt er prachtig bij: meer dan 150 monumenten sieren de straten rond de Martinikerk. Pronkstukken zijn de Waag uit 1478 en het stadhuis er direct tegenover, dat mogelijk uit de 14de eeuw stamt. De trapgevels zijn karakteristiek voor deze regio. Vanaf dit centrale punt wijzen bordjes de weg naar de belangrijkste bezienswaardigheden. Zoals het Mosterdmuseum, dat illustreert waarom Doesburg ook wel de Mosterdstad wordt genoemd. Liefhebbers van juwelen en glas maken een uitstapje naar het Lalique Museum.