Rare straatnamenroute Enkhuizen

Nederland, Noord-Holland, Enkhuizen

‘Hoerejacht’ of ‘Tussen Hel en Vagevuur’. Je zult er maar wonen! In Enkhuizen zijn deze straat- en steegnamen heel gewoon. Ontdek de oorsprong van de rare straatnamen en geniet van de typische Zuiderzee-schoonheid. Fijn stadje!

Hond mee: Tijdens deze hele route zijn honden aangelijnd toegestaan.

Toegankelijkheid: de route is geschikt voor mindervaliden. Aandachtspunt: er is hier en daar een steile brug of helling waar een extra duwtje noodzakelijk is.

  1. Wandel linksom langs de haven over het dijkje richting de Drommedaris (grote toren). Steek de Drommedarisbrug over en loop 50 meter RD tot de oudste haven van Enkhuizen: de Zuiderhavendijk. Sla hier LA met het water aan je rechterhand. Na 50 meter zie je aan je linkerhand de steeg ‘Tussen Hel en Vagevuur’. Loop hier doorheen. Aan het einde van de steeg RA, steek de H.J. Schimmelstraat over en wandel voorbij het visrestaurant naar beneden en neem RA de Korte Baansteeg. Sla na 75 meter weer RA het Vrijdom op. Links ligt parkeerterrein ‘het Bosplein”. Aan het eind van deze straat bevindt zich aan de rechterhand de straat Drie Groene Eikels.
  2. Wandel vanaf het Vrijdom RD door Het Kreupeltje. Steek de Zuiderhavendijk over via de brug en wandel RD, door de Boekbindersstraat naar Het Hennegat. Sla, voordat je het Hennegat inloopt LA. Na 50 meter zie je de Hanepootsteiger aan je rechterhand. De gevelsteen van deze brouwerij is in deze steeg te vinden. Wandel RD door de Breedstraat tot voorbij het Stadhuis met aan de linkerkant van het Stadhuis de nauwe steeg met de naam Het Glop. Wandel nog 100 meter RD, sla LA de Westerstraat in en wandel RD de winkelstraat in met even na de Peperstraat aan je rechterhand de steeg Hoerejacht.
  3. Steek na ongeveer 200 meter de van Bleiswijkstraat over en sla na 200 meter RA de Vijzelstraat in. Ga na 200 meter LA, over de brug de Staalleversgracht op. Links van deze gracht bevindt zicht de Driebanen. Aan het eind van de Staalleversgracht steken we het Spaans Leger over via de brug. Sla na ongeveer 50 meter LA. Houd daarbij het water van het Exterpad aan je linkerhand. Aan het eind steken we de brug over en direct LA weer een brug. Sta even stil op deze brug en je ziet je aan je linkerhand de Drie Zalmen en aan je rechterhand Het Hemeltje. Wandel RD de Oude Gracht op met het water aan je linkerhand. Bij de Noorder Boerenvaart sla je RA (water aan je linkerhand). Steek de Molenweg over en na 150 meter vind je aan je rechterhand de Ossemannetjes.
  4. Wandel RD tot aan de vestingwal. Sla bovenop de vestingwal LA en wandel richting de Koepoort, een onderdeel van de vestingwerken van de stad. Bij de Koepoort LA de Westerse straat in. Steek na 150 meter de stenen brug over de Burgwal over en ga RA de Kort Burgwal op. Via de Zuider Boerenvaart vind je na ongeveer 200 meter aan je linkerhand de Olifantsteiger. Blijf RD wandelen en steek de Klopperstraat over. Aan het eind van de Zuider Boerenvaart buigt de weg naar links en wordt het Hoornse Veer. Aan het eind van deze straat RA, brug over, en direct weer RA de Prinsengracht op. Na 75 meter LA het steegje in met de naam Vierbeentjes. Aan het eind van deze smalle steeg met de bocht LA en direct weer RA de Prinsenstraat in. Na 50 meter RA, het Waaigat op, steek de Vette Knol over. Na 150 meter LA  het Snouck van Loosenpark in. Wandel door richting het station (Volg de borden ‘Centrum’) tot het startpunt.

 

Enkhuizen kreeg al in 1356 stadsrechten. Aan het eind van de middeleeuwen werden er havens gegraven en legde men vestingwerken aan. Dat leidde tot een bloeitijd in de 17de eeuw: Enkhuizen had toen een eigen kamer van de VOC en de grootste haringvloot van de Nederlanden. Veel straatnamen ontstonden in deze tijd in de volksmond; straten werden genoemd naar een opvallend kenmerk zoals een groot gebouw, de handel die er werd gedreven of een afbeelding op een uithangbord of gevelsteen. De Breedstraat was gewoon een opvallend 'brede' straat. De Vissteeg was de steeg die naar de vismarkt liep. En de Bierkade was de plek waar schepen aanlegden om hun vaten met bier te lossen. Dat begreep iedereen. 

Het bekendste gebouw van Enkhuizen is de Drommedaris, de meest zuidelijke toegangspoort tot de stad bij de Oude Haven. De kloeke toren werd gebouwd als onderdeel van de verdedigingswerken. De oude naam van het gebouw is Zuiderpoort of Ketenpoort, verwijzend naar de tijd waarin er om de hoek zeewater werd verdampt om zout te krijgen voor het pekelen van de haring. Vanaf de 19e eeuw wordt de naam Drommedaris gebruikt. Waarom? Misschien vond de bevolking het gebouw iets weg hebben van een dromedaris, maar misschien ook werd het gebouw vernoemd naar het VOC-schip waarmee Jan van Riebeeck Kaap de Goede Hoop ontdekte.

De verdedigingstoren had nogal wat functies in de loop der eeuwen. Het werd gebruikt als opslagplek voor buskruit, gevangenis, wachtkazerne, accijnskantoor, spinnerij, telegraafkantoor, tentoonstellingsruimte, studentencentrum en bar. Later kwam er op de eerste verdieping een café-restaurant en kwam beneden een zaal voor concerten, toneelvoorstellingen en exposities. Tegenwoordig is het gebouw in gebruik als cultureel centrum en bioscoop.

Een wonderlijke plek om te wonen: tussen de hel en het vagevuur. Ooit stonden er in deze steeg twee herbergen: de eerste heette 'Hel', de tweede 'Vagevuur'. De steeg lag dus letterlijk tussen de Hel en het Vagevuur. Aan het eind van de 16de eeuw werden beide herbergen gesloopt, maar toen had de straatnaam zijn plek al verdiend. De keuze tussen hel en vagevuur lijkt misschien een keuze tussen twee kwaden, maar een belangrijk verschil is dat je via het vagevuur uiteindelijk toch fijn in de hemel terecht kunt komen. Elders in het centrum van Enkhuizen ligt een straat dat Hemeltje heet; genoemd naar een huis met op het uithangbord met een voorstelling van de hemel. Nabij de Hel en het Vagevuur lag trouwens nóg een herberg: het Paradijs.

De naam Vrijdom houdt verband met de aanwezigheid van kloosters in dit deel van de stad. Een groot deel ten zuiden van de Zuiderkerk behoorde in de middeleeuwen bij een Augustijner klooster. Aan de kloosters was het recht van vrijdom verbonden, wat wil zeggen dat op dit terrein vervolgde misdadigers niet mochten worden gearresteerd!

Ook deze straat is genoemd naar een huis met een uithangbord of gevelsteen, deze keer eentje met drie groene eikels erop.

Dit was de oude weg naar een opvanghuis voor zieken en kreupelen. Ooit werd het ook de Sint Antoniusstraat genoemd naar de patroonheilige tot wie je je richt in geval van ziekte. Beide straatnamen hebben lang naast elkaar bestaan. Iets wat vroeger wel vaker voorkwam.

Een hennegat is een driehoekige opening in een achterschip waardoor de helmstok van het roer steekt. Eigenlijk had deze straat de Hanepootsteiger moeten heten, want hier was brouwerij “de Hanepoot” gevestigd.

'Glop' is een oude naam voor een nauwe steeg, net als 'slop'. Een sloppenwijk is dus eigenlijk hetzelfde als een gloppenwijk. Ooit lagen her en der in Enkhuizen steegjes die Glop of Slop werden genoemd. De naam komt ook wel buiten Enkhuizen voor, bijvoorbeeld op de Waddeneilanden. Weetje: 'glop'  is etymologisch verwant met 'gluip' en 'gluiperd'. Een gluip is een oud woord voor een kier of spleet (of 'gleuf'). En een gluiperd was oorspronkelijk iemand die je met gluipende, toegeknepen ogen aankeek.

Voor zover bekend is dit de enige straat in Nederland die Hoerejacht heet. De steeg heeft deze geuzennaam wellicht te danken aan een gevelsteen met daarop een afbeelding van een drijfjacht, waarbij gebruik gemaakt werd van jachthoorns. Het kan ook zijn dat in de steeg een dranklokaal of herberg heeft gestaan met de naam ‘Hoornjacht’. En het is ook nog denkbaar dat de steeg bij de plaatselijke bevolking een zekere reputatie had en dat de naam schertsend werd verbasterd tot ‘Hoerejacht’. Gezien de klandizie, de zogenaamde hoerenjagers, geen onaardige woordspeling. Helaas bestaat er geen vergeten gevelsteen ‘De Hoornjacht’ die het bewijs zou kunnen leveren.

Deze naam verwijst naar drie lijnbanen van een touwslager. Al in 1546 werden hier namelijk touwen gemaakt, waarschijnlijk voor de vissersschepen. Honderd jaar later was het touwslagerijen gegroeid naar zestien, verspreid over de hele stad.

Deze naam hoort bij de geschiedenis van Enkhuizen als vestingstad. De aanduiding Spaans leger werd tijdens de Tachtigjarige Oorlog al gebruikt voor de weg langs de vestingmuur.

Deze straat is genoemd naar een huis met een uithangbord met een voorstelling van de hemel.

Naar de oorsprong van deze naam kun je raden: hier stond ooit een huis met een gevelsteen met drie zalmen erop. Maar of dat echt zalmen waren? Enkhuizen wordt ook wel 'haringstad' genoemd en heeft al sinds de veertiende eeuw een wapen met drie haringen erop. Dus misschien waren de zalmen in werkelijkheid haringen.

 

Op deze plek werd in vroeger tijden een ‘ossenmarkt’ gevestigd. De ossen werden aangevoerd vanuit Noord Duitsland en Denemarken om hier te worden vetgemest en later geslacht en opgegeten. Ooit liep er een pad vanuit het havengebied in deze richting die het Bullenpad genoemd werd. De Denen die deze handel begeleidden stichtten in Enkhuizen ook hun Lutherse kerk.

Deze straat is - wederom - genoemd naar een huis (mogelijk een koekenbakkerij) met een uithangbord of gevelsteen met een olifant erop. En het is ook geen steiger waar schepen konden aanleggen, maar een steeg. Het achtervoegsel -steiger kwam bij de Enkhuizer stegen vaker voor.

Een opmerkelijke straatnaam waarachter een eenvoudig verhaal schuilgaat: ooit kwamen hier vier steegjes bij elkaar.

Deze straat dankt zijn naam aan het water op deze plek dat Vette Knol genoemd werd. Vermoedelijk verwijst deze naam naar de eeuwenoude opslagplek voor bagger en drek. Overigens betekent het woord ‘Knol’ in het West-Fries: Aardakker.

Het Snouck van Loosenpark Is een van de eerste sociale woningbouwprojecten van Nederland. Het werd in 1897 geopend en bestaat uit 50 'arbeiderswoningen' en 1 opzichterswoning. De aanleg en bouw van het park werd betaald uit de erfenis van Margaretha Maria Snouck van Loosen, een telg uit een rijk VOC-geslacht die in haar testament opnam arbeiderswoningen te willen bouwen: "Elke woning van behoorlijke grootte en ruimte met drie slaapplaatsen en voldoende regenwaterbak en voor lage prijzen te verhuren aan gezinnen, die door duurzame arbeidzaamheid en goed gedrag boven anderen uitmunten". En zo geschiedde. De architecten Christiaan Posthumus Meyjes en Hendik Copijn zorgden voor het ontwerp van bebouwing en park. En dat was wat! De woningen waren veel ruimer en vooruitstrevender gebouwd dan welke sociale woningbouw uit die tijd ook. Met een inhoud van 410-450 m³, een vrije voor- en achtertuin, riolering, afwatering en mét kelder en binnen-toilet. Het toilet was voorzien van een ton om de behoefte in te doen. Via een luik in de muur kon deze worden afgevoerd, zodat het in huis niet ging stinken. Douches of badkamers waren er niet, daarvoor waren bewoners aangewezen op de waterput bij de woning. Tot aan de dertiger jaren was er in het park ook een speeltuin die later vervangen werd door een volière waarin vogels en apen werden gehouden. Nog steeds vallen de huizen in het Snouck van Loosenpark (nu in beziyt van een woningbouwvereniging) onder de sociale woningbouw.