In het voetspoor van schelpenvissers

Nederland, Noord-Holland, Castricum

Het duingebied van Castricum is vol afwisseling. Na een schaduwrijk dennenbos volgen een gemengd bos en een lus door het buitengebied langs een bloemenakker voor bijen en een verweerd stuk tankmuur. Verderop duik je het bos weer in. Oude eiken flankeren een eeuwenoud pad waarover schelpenvissers van en naar het strand reden. Via een duinvlakte bespikkelt met duindoorn wandel je terug naar het startpunt.

TIP Dit is één van de 30 favoriete wandelingen van gezondheid- en fitnessdeskundige Arie Boomsma uit het 10.000 Stappenboek van de ANWB. De routes zijn 7 tot 8 kilometer lang en voeren door de mooiste steden en natuurgebieden.

Tip: Wandel deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

Hond mee: honden zijn toegestaan langs deze route, mist aangelijnd (er lopen grote grazers vrij rond).

Toegankelijkheid: deze route is niet geschikt voor mindervaliden door de zandpaden waarover een groot deel van de route voert.

Paden: zandpaden en klinkers.

Je kunt gratis parkeren op het Parkeerterrein aan Johanna’s weg 2 Castricum.

Let op: Voor het duingebied moet je een kaartje kopen (€ 1,80 p.p.)

  1. Wandel vanaf kp01 bij infopaneel Startpunt Johanna’s Hof het bos in richting kp10. <Voor de mijnen> Waar de klinkerweg afbuigt LA, Limietlaan, en via klaphek het begrazingsgebied in.
  2.  Einde na klaphek fietspad oversteken en LA. Dit pad alsmaar RD blijven volgen, afslagen negeren.
  3.  Einde bij kp10 RA, de klinkerweg volgen (Geversweg). Afslagen negeren en na 200 m met de bocht mee naar links.
  4.  Eerste weg RA (Oude Schulpweg). <Bunkers>
  5.  Bij kp13 RD, via klinkerpad het bos in.
  6.  Komend vanaf de Oude Schulpweg voor Kijk-Uit RA en meteen LA het bos in bij het paneel Tijdpad. <duineikenbos> Na 140 m op Y-splitsing bij kp12 LA.
  7.  Afslagen negeren en het bospad alsmaar RD blijven volgen. Verderop het klinkerfietspad (Johanna’s weg) RD oversteken. Na klaprek bij veerooster RD en aan het einde van de Oude Schulpweg RA, klinkerfietspad (Bredeweg).
  8.  Na 60 m bij ANWB-paddestoel 22594 RA. Afslagen negeren en dit pad alsmaar RD blijven volgen. Op kruising na klaphek RD. Verderop voor klinkerfietspad (Johanna’s weg) LA.
  9.  Waar het klinkerpad na ruim 1 km afbuigt naar rechts, LA via zandpad het duin in (oranje route). Verderop de afslag naar rechts negeren. Daarna op de viersprong RA, Groeneweg. Deze alsmaar RD blijven volgen tot kp01 en P.

Je loopt door een dennenbos dat werd aangelegd voor de productie van stutbalken voor de Limburgse mijnen. Waarom daarvoor dennenstammen werden gebruikt? Als die te zwaar belast worden, beginnen ze te kraken. Dit ingebakken waarschuwingssignaal kan levens redden als het dak van een mijntunnel verzakt en dreigt in te storten. Toen het bos nog werd geëxploiteerd, werden de bomen regelmatig gekapt. Sinds de mijnen in de jaren zeventig zijn gesloten, groeien ze onbekommerd door. Vandaar dat ze zo mooi hoog zijn geworden.

Namen als Geversduin en Geversweg herinneren aan de tijd dat het duingebied bij Castricum eigendom was van de familie Gevers. Toen de familie dit bezit in 1933 aan de provincie verkocht, werd bedongen dat jonkheer Frits voor de rest van zijn leven in jachthuis Kijk-Uit mocht blijven wonen en over een bosgebied van 5 ha daaromheen zou kunnen beschikken tegen een huur van één gulden per jaar. Vijftig jaar heeft de jonkheer, die tot zijn dood in 1983 in het jachthuis bleef wonen, van deze regeling geprofiteerd.

Zo actief als Hugo Gevers, de vader van jonkheer Frits, zich voor de gemeenschap inzette – hij was burgemeester van Heemskerk, president-kerkvoogd van de Hervormde Kerk en voorzitter van het Burgerlijk Armbestuur – zo teruggetrokken leefde jonkheer Frits. Hij heeft nooit gewerkt, was een gepassioneerd jager, reisde graag, was dol op mooie auto’s en deinsde er niet voor terug kwajongens uit zijn tuin te verjagen door zijn jachtgeweer af te schieten.

De Tweede Wereldoorlog heeft Castricum zwaar getroffen. De muur links langs de Oude Schulpweg is er een stille getuige van. Nadat hij de Slag om Engeland had verloren, besloot Hitler langs de westelijke grens van zijn rijk, van de Noordkaap tot aan de Spaanse grens, een kustverdedigingslinie te bouwen. Castricum lag op een strategisch punt en was bovendien goed bereikbaar via de weg en het spoor. Het dorp werd daarom in 1943 aangewezen als locatie voor een Stützpunkt. Dat had nogal wat om het lijf. Iedereen die niet in de land- en tuinbouw werkzaam was, moest het gebied verlaten en om vrije schootsvelden te creëren, werden direct achter het duin zo’n 350 woningen en bedrijfspanden afgebroken. In de duinen zelf werd ondertussen een complex van meer dan honderd bunkers aangelegd en verrezen op hoge duintoppen de Kleine en Große Elefant, radartorens die het luchtruim afspeurden naar vijandelijke vliegtuigen.

Rond het bunkercomplex werden mijnenvelden, antitankmuren en antitankgrachten aangelegd. De muur hier langs de Oude Schulpweg is er een restant van. Verderop, bij kp13, kun je het profiel van de muur bekijken. Je ziet dat hij schuin naar het dorp is gericht. Hij was dus bedoeld om aanvallen vanaf de landzijde op te vangen.

Niet direct aan de route maar circa 400 m ten zuiden van voormalig jachthuis Kijk-Uit ligt een van de kustbunkers waar in de Tweede Wereldoorlog kunstvoorwerpen uit het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum Amsterdam waren opgeslagen. Het Geversduin bij Castricum was een geschikte locatie, meenden de directies, omdat de plek zowel over de weg als via het spoor goed bereikbaar was en niet in de directe omgeving van belangrijke militaire locaties lag. Zo kon het dat hier in het duin tussen november 1939 en april 1940 aan een smal bospad een bunker werd gebouwd. Zoals we al zagen wilde de ironie dat de bezetter juist Castricum uitkoos om een groot ‘Wiederstandsnest’ te bouwen. Zo gebeurde het dat de Nederlandse staat eind 1941 alweer bevel kreeg de kunstbunker te ontruimen. De opgeslagen kunstschatten verhuisden naar een bunker in de bossen bij het Overijsselse Paasloo.

Je wandelt door een uitgestrekt, twee eeuwen oud duineikenbos. Toen de familie Gevers het bos nog exploiteerde, werden de bomen na twintig tot dertig jaar geveld. Daarna werd de bast, die veel looizuur bevat, van het hout geklopt, fijngemalen en met water vermengd. Deze ‘run’ werd door leerlooierijen gebruikt om huiden te looien. De rechte eikenstammen werden gebruikt om planken en balken te zagen, bochtige stammen en takken werden verkocht als brandhout.

De Oude Schulpweg is honderden jaren oud. Via dit pad reden schelpenvissers met hun door een paard getrokken schelpenwagen naar het strand om daar met een schepnet langs de vloedlijn schelpen te verzamelen. Met hun oogst op de wagen reden ze vervolgens naar de ‘schulpstet’, waar de schelpen werden overgeladen op schepen die ze naar een kalkbranderij vervoerden, bijvoorbeeld in het dicht bij Castricum gelegen Akersloot. Daar werd de kalk geschikt gemaakt om tot metselspecie te worden verwerkt.

De herinnering aan de schelpenindustrie leeft niet alleen voort in de naam Schulpweg maar ook in die van het Castricumse buurtschap Schulpstet. De kalkovens bij Akersloot zijn in gebruik gebleven tot 1976. Twee jaar later zijn ze afgebroken en steen voor steen weer opgebouwd in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.