Fruit en vlinders

Nederland, Limburg, Eijsden

Vlakke routes in Zuid-Limburg? Ze bestaan! Probeer deze wandeling maar. Uitvalsbasis is Eijsden met zijn beschermde dorpsgezicht. Eijsden is au naturel. Het trakteert op een dosis nostalgie, zonder dat een toeristische poetsdoek het al te glimmend heeft opgewreven. Geef uw ogen de kost in de met kasseien geplaveide straten, waarvan de Diepstraat met zijn lindenrijen en monumentale panden ontegenzeggelijk de mooiste is. De graslanden, wilgenbossen en poelen van de Eijsder Beemden zijn puur natuur. U wandelt door een waar bloemen- en vlinderparadijs en treft regelmatig hoog- en laagstamfruit. In het najaar doen appels en peren de takken buigen.

• Vanaf de Sint Christinakerk loopt u schuin rechts over het Vroenhof, langs de beeldengroep en la, Raadhuisstraat. Vervolgens ra, Breusterstraat, naar het voormalig Ursulinenklooster. Teruglopend gaat u bij het Vroenhof rd door de Kerkstraat, later Graaf de Geloeslaan. Volg nu de rode paaltjes. Bij Kasteel Eijsden la, halfverhard pad. Bij kruispunt met kapel rd (schuin rechts), volg rode paal. Einde Kruisstraat ra Kapelkesstraat. Voorbij het riviertje de Voer en de bebouwing ra langs de akkers, de witte paaltjes volgen (richting knooppunt 4).

• Bij de weg ra (wit paaltje), De la Margellelaan, later Graaf de Geloeslaan en naar Eijsden. Aan de rand ligt de graanmolen van Eijsden, die vanaf de weg te bereiken is. Voorbij het kasteel la door de Diepstaat naar de Maas. Bij grenspaal rechtsaf en vervolgens via blauwe paaltjes door de Eijsder Beemden.

• Bij het Meetstation Maas-Eijsden (links in het water) schuin rechtdoor, blauwe paaltjes volgen. Volg via de blauwe paaltjes het wandelpad langs de Maas. Sla rechtsaf na een grote waterplas rechts en het bord met cijfer '9' langs het water aan de linkerhand. Volg hier dus niet het blauwe paaltje rechtdoor! Het onverharde pad rechts voert naar een parkeerplaats. Sla na de parkeerplaats rechtsaf, Trichterweg, en loop terug naar Eijsden. In Eijsden la, Spriemenstraat, en naar het Vroenhof.

Aan het Vroenhof, het centrale plein van Eijsden en een van de filmlocaties voor de televisieserie ‘Dagboek van een herdershond’, ligt de Sint Christinakerk. Het huidige kerkgebouw stamt uit 1508. Al hebben er in de 18e en 19e eeuw ingrijpende verbouwingen plaatsgevonden, toch is de naar het oosten gerichte kerk in aanleg middeleeuws. Meer dan drie eeuwen (1508-1853) fungeerde de kerk als simultaankerk. Zowel protestanten als katholieken hielden er hun eredienst. Eind 18e eeuw kwamen daar de lutheranen en volgelingen van een Waalse gemeente bij, zodat in die periode het gebouw onderdak bood aan zelfs vier geloofsgemeenschappen.

In de 18e eeuw was Eijsden een bedrijvig havenplaatsje met een veer over de Maas. Voorname panden bepalen ook nu nog de sfeer, zoals Museum Het Ursulinenconvent, dat schuilgaat achter de gevel in neorenaissancestijl van het voormalige Ursulinenklooster. Voorheen werden hier meisjes door de zusters Ursulinen consciëntieus opgeleid in de kunst van het huishouden. Na sluiting van het klooster kreeg het pand in de jaren tachtig een bestemming als gemeentehuis. Nu vindt u er Museum Het Ursulinenconvent, het internationale museum voor familiegeschiedenis. In het park vindt u ook nog een Lourdesgrot.

In de kasteellaan van kasteel Eijsden bloeien met name in het voorjaar, als het bladerdak van de rode beuken nog niet te dicht is, legio bloemen in de berm, waaronder het maarts viooltje. Een poortgebouw geeft toegang tot de binnenplaats van het 17e-eeuwse kasteel. Het is opgetrokken in Maaslandse renaissancestijl, te herkennen aan de rode bakstenen gevels met versieringen en horizontale banden in natuursteen. Samen met de aanwezige dakkapelletjes zorgt dit voor een levendige uitstraling. In tegenstelling tot het kasteel zijn de kasteeltuinen vrij toegankelijk. In de gazons en de barokvijver met fontein komt u elementen tegen van de Franse barokstijl. Het gebied ten westen en noordwesten van het kasteel is aangelegd in Engelse landschapsstijl.

Buiten het centrum staan karakteristieke oude hoogstamboomgaarden uit de tijd dat Eijsden een belangrijke fruitproducerende plaats was. Eind 19e, begin 20e eeuw was al het Nederlandse fruit afkomstig van hoogstamfruitbomen. Maar elk jaar gebeurden er tijdens de oogst tientallen ongelukken, soms met dodelijke afloop. Laagstamfruitbomen boden uitkomst. Tussen 1968 en 1973 rukten deze amper 2 meter hoge bomen op in heel Nederland, behalve in Limburg. Daar liggen nog steeds de meeste hoogstamboomgaarden van ons land. Momenteel rijst het besef dat we met de hoogstamfruitbomen een stuk eigen cultuur hebben geveld. Nog bestaande hoge boomgaarden worden nu beschermd en soms op beperkte schaal opnieuw aangeplant. Natuurmonumenten en de IKL zijn pleitbezorgers van hoogstamfruitbomen.

Langs het riviertje de Voer staan enkele historische watermolens. De graanmolen van Eijsden is er één van. Het bouwjaar is 1788. Hij hoorde bij de bezittingen van het kasteel en deed dienst als banmolen.

In de opvallend brede Diepstraat heeft vrijwel elk pand details die de moeite van het bekijken waard zijn, zoals het 17e-eeuwse vakwerkhuis met zijn rood-witte luiken op nummer 34 en de kanunnikenhuizen op nummer 30 en 31. De ruimte achter de uitbouw op de eerste verdieping van het huis op nummer 53 deed tussen 1785 en 1935 dienst als huissynagoge. In het muurkastje lagen onder andere de Thorarollen. Alle historische panden staan in de schaduw van kunstig gesnoeide linden van minstens 130 jaar oud.

Struinend door de Eijsder Beemden ziet u een enorme diversiteit aan flora en fauna. Dit heeft alles te maken met de langszij stromende Maas, die zorgt voor een grote variatie in droog en nat. In de af en toe flink drassige graslanden groeien planten als de echte kruisdistel, de dubbelkelk en wilde peen, de voorouder van onze worteltjes. Rupsen van de zeldzame koninginnepage zijn dol op wilde peen, zodat u deze grootste dagvlinder van Nederland hier kunt spotten. Op de natste plaatsen staat wilgenbos, terwijl bomen als de gladde iep, zoete kers en zomereik de voorkeur geven aan droger terrein. De poelen trekken amfibieën aan, in de lente zetten rugstreeppadden er hun eieren af. Opvallend is het aantal patrijzen en ook een ontmoeting met de kwak, een kleine gedrongen reiger, is niet denkbeeldig.