De stad van het noorden

Nederland, Groningen, Groningen

De vele fietsen en cafés laten er geen twijfel over bestaan: Groningen is een typische studentenstad. Maar het is ook een stad met een nog altijd uniek museum, een statige kerktoren en straten vol monumenten en verrassende winkels. Neem dan ook ruim de tijd voor de grootste en misschien wel enige ‘echte’ stad in het noorden van het land.

Vanaf Station Groningen rechtdoor de brug over, langs museum. Overkant linksaf, Ubbo Emmiussingel. Bij rotonde rechtdoor, Praediniussingel. Einde bij brug rechtsaf, daarna rechts aanhouden, Ganzevoortsingel. Eerste linksaf, Zuiderkuipen. Einde linksaf, voet- en fietspad Reitemakersrijge. Langs gracht, wordt Kleine der A. Bij brug rechtsaf, Brugstraat, later A-Kerkhof. Langs kerk en Korenbeurs, dan la, Stoeldraaierstraat, later Oude Kijk in ’t Jatstraat. Na 200 m rechtsaf, Broerstraat. Einde linksaf, Oude Boteringstraat. Einde brug over en rechtsaf, Spilsluizen. Eerste brug rechtsaf en rechtdoor, Oude Ebbingestraat. Tweede linksaf, Jacobijnerstraat. Einde linksaf, St.-Walburgstraat. Einde voor gracht rechtsaf, Turfsingel (rechts Prinsentuin). Eerste rechtsaf, Turfstraat. Voor poortje linksaf, Singelstraat. Eerste rechtsaf via zeer smal steegje, Kleine Snor. Einde linksaf, Martinikerkhof, dan links langs kerk en rechtsaf, Martinikerkhof. Op Grote Markt rechts langs stadhuis en rechtdoor. Kruising linksaf, Guldenstraat. Bij vijfsprong linksaf. Tussen Beide Markten. Eerste rechtsaf, Herestraat. Bij de Hema rechtsaf, Kleine Pelsterstraat. Einde linksaf, Pelsterstraat. Bij drukke weg linksaf, Gedempte Zuiderdiep. Voorbij de bushaltes rechtsaf, Rademarkt. Rechtdoor en na de kerk rechtsaf, Heresingel. Op Hereplein linksaf, brug over en rechtsaf, Stationsweg, terug naar het station.

In 1874 werd besloten de knellende vestingwerken rond Groningen te slechten. Daarna kon de stad eindelijk verder uitbreiden en nadenken over de  bouw van een nieuw, representatief stationsgebouw. Het monumentale bouwwerk van architect Isaac Gosschalk was klaar in 1896. Kom je met de trein naar de stad, kijk dan vooral in de stationshal omhoog naar het schitterende plafond.

Op het museumeiland voor het station liggen de kleurrijke gebouwen van het Groninger Museum. Hoofdingenieur Alessandro Mendini koos voor  een museum dat bestaat uit verschillende paviljoens die elk een afdeling huisvesten. Elk paviljoen is door een andere architect ontworpen en heeft  een eigen vorm en kleur, afhankelijk van de functie. De collectie is zeer breed en loopt van archeologische vondsten tot Aziatisch keramiek en expressionistische schilderkunst van de kunstenaarsvereniging De Ploeg.

Enkele middeleeuwse koopmanshuizen in de Brugstraat bieden onderdak aan het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Naast de vaste collectie, die loopt  van de middeleeuwen tot nu, zijn er elk jaar verschillende wisseltenstoonstellingen. 

De Der Aa-Kerk, genoemd naar het riviertje de Aa, is vooral te herkennen aan de geel en blauw geverfde houten torenspits. De kerk wordt gebruikt  voor tentoonstellingen en evenementen. Binnen ontdek je een hoog, licht gebouw met plafondschilderingen die vermoedelijk in 1494 zijn aangebracht.

De korenbeurs achter de kerk is nu het domein van een bekende supermarktketen. Klanten worden verrast met een imposant interieur van steen,  gietijzer en vooral veel glas. De beurs werd tussen 1862 en 1865 gebouwd voor de handel in graan. Het glas was nodig om de keurmeesters voldoende  daglicht te geven bij hun werk.

Al vanaf de stichting van de universiteit in 1614 zat de hoofdvestiging aan de noordkant van de Broerstraat. Eerst was dat in een kloostergebouw en  vanaf 1907 in het huidige Academiegebouw. De vrouwenfiguren op de gevels stellen de personificaties voor van de Dichtkunst, Wetenschap, Wijsheid,   Wiskunde en Geschiedenis.

Aan de Turfsingel biedt een poortje toegang tot de Prinsentuin, een stadsoase met onder meer een rozentuin, een kruidentuin en een fascinerende  zonnewijzer uit 1731. Het gebouw achter de tuin is de Prinsenhof, de voormalige residentie van de stadhouders. Het complex biedt nu onderdak aan  een hotel en een grand café.

De architect van het Academiegebouw tekende ook de plannen voor het provinciehuis aan het Martinikerkhof. Het oudste gedeelte stamt uit de 16e  eeuw, de neorenaissanceaanbouw is van 1918. Op het bijbehorende kerkhof, nu een aangenaam wandelparkje, werden tot 1828 mensen begraven.

 

Een beklimming van de bijna 97 m hoge Martinitoren behoort nog altijd tot de hoogtepunten van een bezoek aan de stad. Alleen de eerste en tweede  trans zijn toegankelijk, maar dat is hoog genoeg om Groningen vanuit een ander perspectief te bekijken. Ook de Martinikerk is te bezoeken.

Het neoclassicistische stadhuis uit 1793 ligt aan de Grote Markt die samen met het Martinikerkhof het oudste gedeelte van de stad vormt. De  grandeur van vroeger kreeg helaas een grote klap in de Tweede Wereldoorlog (zie hieronder), waardoor verschillende wanden van het plein sober ogen.

Een nieuw stadshart
De Grote Markt is van oudsher het levendige stadshart van Groningen. Maar van het ooit zo majestueuze plein bleef weinig over toen tijdens de bevrijding in 1945 veel gebouwen beschadigd raakten. De herbouw gebeurde in sobere wederopbouwstijl, die vele decennia de gemoederen bezighield. Mooi of lelijk? Na een tweetal referenda en eindeloos vergaderen werd in 2012 gestart met een reconstructie van de oostwand van het plein. De rooilijn komt terug op de vooroorlogse plek en daarachter moet door sloop ruimte ontstaan voor de Nieuwe Markt, een nieuw stadsplein met daaronder een parkeergarage. Blikvanger wordt het Groninger Forum, een multifunctioneel gebouw met filmzalen, een bibliotheek, een museum, een restaurant en een café.

Het oudste hofje van Groningen is het Heilige Geest- of Pelstergasthuis in de Pelsterstraat, dat in 1267 werd opgericht voor arme reizigers en zieken.

Via de poort aan de Rade- markt bereik je de binnenhof van het St.-Anthonygasthuis met huisjes uit de 18e en 19e eeuw.