Leer in het verkeer!

Zorg dat kinderen veilig naar school leren gaan

De scholen zijn weer begonnen. Na weken van zalig niks doen stappen veel kinderen weer elke dag op de fiets of gaan lopend naar school. Dat is even wennen. Voor de kinderen, én voor alle  mensen die zij onderweg tegen komen. Geeft je dat een onveilig gevoel? Maak er een kans van: leer kinderen in het verkeer óver het verkeer!  

Als volwassene zou je bijna vergeten wat je allemaal hebt geleerd in je lange leven. Fietsen natuurlijk, maar ook veilig deelnemen aan het verkeer. Daarom: geef kinderen de tijd. Niet alleen om de verkeersregels te leren. Geef ze ook de kans om te leren in de praktijk, de beste leerschool van allemaal. En wees zelf altijd het goede voorbeeld.

Wat gaat die auto doen? Kan die automobilist mij zien? Hoe snel gaat die fiets, of is het een e-bike? Kan ik nog voor die bus langs?

Als je je kinderen op de achterbank in de auto zet, missen ze al deze belangrijke verkeerslessen die niet in een boekje staan. Laat ze dus lekker fietsen of lopen! Daardoor leren ze verkeerssituaties beter inschatten. En door te fietsen en te lopen ontwikkelt hun motoriek beter. Zo kunnen ze makkelijker een drempel en een bochtje nemen, en beter reageren op een onverwachte situatie.

Wat een kind “kan” in het verkeer is erg afhankelijk van zijn leeftijd.

Peuters en kleuters

Heel kleine kinderen kunnen situaties nog niet goed inschatten. Bovendien kunnen ze onvoorspelbaar reageren omdat hun gedachten alle kanten op  gaan. En dan zie je ze zó ineens de straat oversteken.

Net op de basisschool

Oversteken, groen licht, hand uitsteken. Dankzij veel herhalen begrijpen kinderen van 4 tot 8 jaar oud wat er van hen verwacht wordt. Zelfstandig op pad gaan en beslissingen nemen is nog erg moeilijk. Daar hebben ze begeleiding bij nodig.

Doen:

De speelsheid van kinderen kun je inzetten om hun verkeersinzicht te vergroten: stel zo nu en dan een quizvraag over wat je ziet onderweg. Die vrachtwagen piept: wat gaat hij doen? Een zebrapad: hoe weet je zeker dat die meneer in de auto je gezien heeft?
En heel belangrijk: Waarom moet je niet naast die vrachtwagen gaan fietsen? Leg uit wat ‘de dode hoek’ is en blijf dit herhalen en oefenen.

De middengroepers

Stoeien met vriendjes, een lief hondje aan de andere kant van de straat: Kinderen van 8 - 9 jaar kunnen de wereld om hen heen zomaar vergeten. Gevaar zien ze niet van tevoren aankomen. Een negenjarige kijkt meestal recht voor zich uit, als door een tunnel. Daardoor hebben ze op belangrijke momenten geen goed beeld van het verkeer om hen heen.

Doen:

Help je kind zichzelf aan te leren om altijd goed om zich heen te kijken. Ook achterom, als het wil afslaan. Blijf herhalen en oefenen: eerst denken, dan pas doen. Zodat dit een tweede natuur wordt.

Tienplussers

Ze kunnen wel alleen naar school fietsen of lopen, maar echt gerust ben je er nog niet op. Verkeersinzicht, motoriek, een kind vanaf een jaar of tien is nog lang niet volledig ontwikkeld. Complexe situaties met meerdere verkeersdeelnemers zijn voor kinderen tot 12 jaar moeilijk of helemaal niet te overzien. Hoe help je je kind zelfstandig én veilig op weg in het drukke verkeer?

Doen:

  • Kies samen met je kind een veilige vaste route.
  • Oefen de route samen een paar keer. Eerst op een rustige dag. Gaat dat goed? Kies dan een rustig moment voor de eerste rit alleen naar huis. ’s Middags is het meestal rustiger dan ’s ochtends.
  • Zorg ervoor dat schoolspullen veilig mee kunnen, in een rugzak of in een fietstas achterop. Beter niet in een mand aan het stuur, daar wordt de fiets instabiel van.
  • Leg je kind uit waarom je nooit met z’n drieën naast elkaar moet fietsen. Auto’s kunnen dan moeilijk inhalen.
  • Laat ze een fietshelm dragen voor extra veiligheid.

Naar de middelbare school

Wat worden ze groot! Maar nog lang niet volwassen, al denken ze dat zelf soms wel. Tussen hun 12e en 14e gaan kinderen hun grenzen verkennen, ook in het verkeer. Ze nemen meer risico’s en overschatten vaak hun eigen vaardigheden. Met name jongens tussen de 10 en 14 jaar blijken de snelheid van naderende motorvoertuigen te laag in te schatten. Kinderen van 14 jaar en ouder zijn over het algemeen “fietsvaardig”

Doen:

  • Zorg dat ze al op jonge leeftijd zoveel mogelijk zelf doen, terwijl je erbij staat om te kijken of het goed gaat. Fietsen, kilometers maken. Zelf inschatten hoe het verkeer werkt.
  • Houd de fiets in de gaten, is die veilig? Doet de verlichting het? Zijn de banden hard? Zo hip als een fiets met grote mand voorop ook is, erg veilig zijn ze niet. Ze zijn erg breed. En vooral: wiebelig als er een zware schooltas in vervoerd wordt.
  • Blijf regelmatig herhalen dat ze goed moeten uitkijken, en dat het verkeer een gevaarlijke plek is. Het is misschien niet leuk om dat knagende stemmetje in het achterhoofd van je kind te zijn. Maar je wordt echt wel gehoord, ook al laten ze dat niet zo merken!

Tips voor brugpiepers (de ouders en kinderen zelf)

Wat kun je zelf doen?

  • Geef altijd het goede voorbeeld. Stoppen voor rood licht, hand uitsteken en verlichting aan zodra het donker wordt.
  • Appen of muziek aan onderweg: nee, de smartphone blijft onderweg in jas of tas.

Zie ook:

ANWB Streetwise: verkeerslessen voor leerlingen van 4 tot 15 jaar