De Internationale Reis- en Kredietbrief

Oprichting Alarmcentrale in 1957

In 1956 introduceerde de ANWB de Internationale Reis- en Kredietbrief. Het document was een verzekering tegen medische pech of motorpech in het buitenland. 

De Internationale Reis- en Kredietbrief (IRK) volgde op de totstandkoming van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) in 1957. De EEG zou het reizen over de grens aanzienlijk gemakkelijker maken en stimuleerde het maken van buitenlandse vakanties. De Internationale Reis- en Kredietbrief kostte vijf gulden. Het document werd in grote aantallen verkocht, veel meer dan de initiatiefnemers hadden verwacht. In 1958 verkocht de ANWB er al bijna 100.000 van, dit was bijna een kwart van de leden. Begin jaren tachtig kocht de helft van de leden zo’n kaart. In totaal verkocht de ANWB destijds twee miljoen Internationale Reis- en Kredietbrieven. 

 

Uitbreiding service

Bij de start van de IRK bood de kaart een verzekering tegen medische pech of motorpech in het buitenland. Stap voor stap breidde de ANWB het servicepakket van de kaart uit. Zo kwamen er in 1957 repatriëringsbonnen bij, die gaven recht op het laten terughalen van de auto in geval van schade. Later breidde de ANWB de repatriëringsservice uit. Wanneer artsen oordeelden dat de bestuurder het voertuig niet binnen zeven dagen kon besturen en geen van de passagiers een rijbewijs had, dan zorgde de ANWB voor repatriëring van de reizigers en de auto. 
Een andere uitbreiding waren coupons voor technische en juridische bijstand. De technische bijstand werd later uitgebreid in de vorm van het nasturen van onderdelen. Geleidelijk nam ook het bereik van de juridische hulpcoupons toe. In 1959 bereikte de ANWB overeenstemming met Franse, Oostenrijkse en Portugese zusterbonden om te bemiddelen in geschillen met garagehouders. In datzelfde jaar werden er coupons voor een reisbagage- en reisongevallenverzekering aan de IRK toegevoegd. 

Alarmcentrale

Een andere, nog veel invloedrijker uitbreiding van de Internationale Reis- en Kredietbrief was de oprichting van de Alarmcentrale in 1957. In dat jaar stelde de ANWB twee medewerkers van de afdeling Reisdocumenten aan voor repatriëring. Zij haalden auto’s terug en zorgden voor vervangend vervoer. Ook regelden ze het transport naar huis voor ANWB-leden die ziek of gewond waren. Aanvankelijk werden patiënten vooral ter plekke behandeld. Omdat een ziekenhuisverblijf in een vreemd land dubbel onaangenaam is, besloot de ANWB later patiënten terug te halen naar Nederland. Daarvoor schakelde de bond ook artsen en verpleegkundigen in.
Om het werk van de Alarmcentrale te vergemakkelijken, richtte de ANWB vanaf 1965 steunpunten op, de eerste in Zwitserland. Bij de hulpverlening in het buitenland werkte de ANWB nauw samen met haar zusterclubs. 

Noodoproepen

Op 1 juli 1959 startte de ANWB met het verspreiden van noodoproepen voor rondreizende toeristen via de radio. Artsen en toeristen hadden de ANWB gevraagd dit te doen. Er was wel een probleem: de ANWB kon geen gebruikmaken van de Nederlandse radio. Het bereik was namelijk te klein en de Nederlandse omroepen werkten in de praktijk niet van harte mee. Daarom kocht de ANWB zendtijd in bij Radio Luxemburg, een commerciële zender die opereerde op de lange golf en een groot bereik had. De oproepen waren bedoeld om familieberichten door te geven aan houders van een IRK. Elke dag, om 13.58 uur, werden ze omgeroepen. De ANWB-oproepen zouden een begrip worden. De samenwerking met Radio Luxemburg duurde tot 1970. Vanaf dat moment zond de ANWB noodoproepen uit via Nederlandse zenders en een aantal buitenlandse radiostations.

Wereldwijd

De internationale hulpverlening van de ANWB is in de loop der jaren enorm uitgebreid. De Wegenwacht verleent sinds jaar en dag ook pechhulp over de grenzen en de Alarmcentrale bedient reizigers over de hele wereld. Het toerisme is internationaler dan ooit tevoren, de ANWB is dat ook. 

Meer weten over de ANWB Alarmcentrale