Fietsen en zwemmen: langs Veluwezoom en IJssel

Nederland, Gelderland, Rheden

53
69
66
65
73
74
61
2
23
90
52
1
35
36
37
38
4
24
96
97
98
26
80
85
12
53

Nederland vlak? Niet bij Nationaal Park De Veluwezoom. Een pittige klim wordt beloond met een magnifiek uitzicht over golvende heidevelden en bossen. Terug beneden volg je de rivier de IJssel, die zich in wijde bochten door het landschap slingert. Net voorbij de historische stad Doesburg zijn twee van die bochten afgesneden. Daarna is veel zand afgegraven, resulterend in een hele serie zwemplassen – ideaal om al dat klimzweet af te spoelen!

Let op! De route gaat via twee veerponten die varen van 1 april t/m 30 september. Buiten deze periode is de route geen 38, maar 46 kilometer lang!

Deze route hoort bij het ANWB-boek Zwemmen in de natuur. Daarin staat 52 plekken beschreven waar je in open water kunt zwemmen, van de Noordzee tot rivieren, meren en vennen.

Tip: Fiets deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

In National Park De Veluwezoom liggen enkele korte maar steile klimmetjes. Zorg dat de accu voldoende is opgeladen!

Stap niet meteen op de fiets, maar wandel eerst een rondje om de parkeerplaats van Nationaal Park De Veluwezoom. Veel gebouwen hoorden oorspronkelijk bij Landgoed Heuven. Een boerderij uit 1866 doet nu dienst als bezoekerscentrum, een boerenschuur aan de andere kant van de parkeerplaats huisvest een restaurant met een uitnodigend terras. Bordjes wijzen bovendien de weg naar een koetshuis. Eenmaal op de fiets passeer je de schaapskooi van het landgoed. Hier overnacht de schaapskudde die overdag op de heidevelden graast.  

Eindeloos glooiende heidevelden, stuivend zand, kleine plukjes bos – is dit het mooiste uitzicht van Nederland? Oordeel zelf, maar de top vijf moet zeker lukken. Bij twee uitzichtpunten kun je omhoog voor een nog weidser panorama. De heuvels en dalen bleven in het landschap achter toen na de voorlaatste ijstijd de gletsjers langzaam smolten. Bij de steilste klimmetjes komen alleen e-bikers en sportieve fietsers zonder problemen boven, maar schaam je vooral niet als je toch moet afstappen. Blijf steeds goed opletten, want op stille plekjes maak je kans op edelherten, damherten, reeën en wilde zwijnen.

What goes up, must come down. Een heerlijk lange afdaling brengt je terug naar het dal van de IJssel.  Ruim een kilometer voorbij knooppunt 61 leiden links verschillende zijpaden naar een eenzame boom met een bank eromheen. Hiervandaan zie je dertien (vroeger zelfs veertien) liniaalrechte paden alle kanten op waaieren. Deze speelse Carolinaberg is aangelegd door stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau (1711-1751), die destijds het Hof te Dieren in bezit had. De naam leende hij van zijn dochter Wilhelmina Carolina. Ook zoon Willem kreeg een naar hem genoemde berg; daar kom je als je aan de rechterkant van het fietspad de laan schuin naar achteren volgt.

De muren van de moestuin staan er nog, maar verder is er weinig over van het ooit zo trotse Hof te Dieren. Rond 1680 liet koning-stadhouder Willem III van Oranje hier een groot jachtslot bouwen, omringd door uitgestrekte tuinen met grotten en fonteinen. Het slot brandde in 1795 af toen Franse troepen hier waren ingekwartierd. Een volgend landhuis verrees omstreeks 1822, maar in 1944 herhaalde de geschiedenis zich: Duitse soldaten stookten – bij gebrek aan kachels - een vuurtje in een kamer en dat leidde tot een verwoestende brand. Wel bewaard gebleven is een deel van de tuinen, waar je vrij mag wandelen. Achter de muren wordt inmiddels wijn gemaakt. De winkel is meestal geopend van 13 tot 17 uur.

Bij de pont krijg je voor het eerst zich op de IJssel, die met grote slingers noordwaarts stroomt. Sommige bochten zijn inmiddels afgesneden, zodat de scheepvaart sneller kan doorvaren. Dat gebeurde ook bij de rivierarm die je vanaf de pont volgt. In 1951-1954 werd ter hoogte van Doesburg een nieuwe, kortere rivierbedding gegraven. Daarna werd de oude bocht met een dam afgesloten.

Het traject over de dijk eindigt bij de eerdergenoemde dam. Links daarvan zigzaggen wallen en grachten door het lege polderland. Ze horen bij vestingwerken die vanaf de 17de eeuw rond Doesburg werden aangelegd ter vervanging van een middeleeuwse stadsmuur. Er viel dan ook veel te halen in Doesburg: vooral in de 14de en 15de floreerde de stad dankzij de handel over de IJssel en de Oude IJssel. Uit die tijd dateren ook de oudste monumenten, zoals de Martinikerk, de Waag en het stadhuis. Maar er valt nog veel meer te ontdekken in deze historische stad. Dwaal door de bonkige klinkerstraten en bezoek in elk geval het Mosterdmuseum – Doesburg staat niet voor niets bekend als dé mosterdstad van Nederland.

Net buiten Doesburg steek je de Oude IJssel over, die op deze plek uitmondt in de IJssel. Een sluis zorgt ervoor dat schepen het hoogteverschil tussen beide rivieren – gemiddeld vijf meter! – kunnen overbruggen. Vissen lukt dat niet zonder hulp. Daarom is naast de sluis een vistrap aangelegd: via de schotten zwoegen de vissen zich trede voor trede omhoog. Eenmaal in de Oude IJssel zwemmen ze door naar Duitsland, om zich daar voort te planten.

Ook ter hoogte van Giesbeek zijn eind jaren zestig twee bochten van de IJssel afgesneden. Daarna is er op grote schaal zand afgegraven, resulterend in een hele serie plassen. Die zijn daarna, onder de verzamelnaam Rhederlaag, ingericht voor de recreatie. Bij Giesbeek en Lathum liggen heerlijke stranden, waar je kunt pootjebaden of een stevige zwemtocht kunt starten. Doe je een compleet rondje, ben je zelfs 10 kilometer onderweg. Goed om te weten: fietsers mogen gratis naar binnen, met de auto betaal je parkeergeld.