Stelling van Willemstad

Nederland, Noord-Brabant, Willemstad

23
30
41
34
36
14
13
12
11
27
26
24
29
23

Het was Willem van Oranje zelf die opdracht gaf om van twee polderdorpen een onneembare vestingstad te maken: Willemstad en Klundert. Kwam de vijand toch te dichtbij? Dan werd het omliggende gebied onder water gezet. Later zorgde een ring van forten voor extra bescherming. En het mooie is: veel van deze vestingwerken liggen er nog altijd ongeschonden bij.

Fietsen langs de Zuiderwaterlinie

In 1568 kwamen de Nederlandse gewesten in opstand tegen de landsheer, de Spaanse koning Filips II. Al snel werd duidelijk dat stadsmuren niet genoeg waren om de Spanjaarden tegen te houden. Dus werd er een nieuw verdedigingsmiddel ingezet: water! Door het inunderen - onder water zetten - van een strook land kon een leger niet verder oprukken. In 1648 vertrokken de Spanjaarden, maar de dreiging uit het zuiden bleef. Daarom ontwierp Menno van Coehoorn in de 17e eeuw een ingenieuze keten van waterlinies. Het Brabantse deel noemen we nu de Zuiderwaterlinie. Kijk voor nog veel meer informatie over de Zuiderwaterlinie op Zuiderwaterlinie.nl.

Start bij de rotonde aan het einde van de Lantaarndijk aan de noordkant van Willemstad. Ga hier rechtsaf de vestingstad in richting knooppunt 23. Fiets vervolgens naar de knooppunten 30-41-34-36-14-13-12-11-27-26-24 en 29.

*Een extra uitstapje brengt je naar Fort Sabina: fiets na knooppunt 29 op de doorgaande weg linksaf onder het viaduct door. Volg de Maltaweg 1,2 km en ga rechts naar het fort.

Fiets via dezelfde route terug naar knooppunt 29 en dan richting 23 om weer in Willemstad uit te komen.

Het is 1583. Spaanse troepen hebben een groot deel van West-Brabant ingenomen en rukken op naar het noorden. Holland wordt bedreigd! Dus besluit Willem van Oranje in te grijpen. Hij laat het jonge, strategisch gelegen polderdorp Ruigenhil uitbouwen tot een vestingstad. Doel: het beschermen van de zuidflank van Holland en de belangrijke vaarwegen tussen Zeeland, Brabant en Holland. Zo ontstaat Willemstad, stervormige vestingstad met grachten, wallen en zeven bastions. De twee poorten zijn er niet meer, maar verder ligt de vesting er nog prachtig bij. Een arsenaal uit 1792 markeert nu de toegang tot de stad. Even verderop gaat rechts een straat naar de vestingwallen. Hier blijkt dat er tot in de Tweede Wereldoorlog is gesleuteld aan de vestingwerken: de bunkers en munitieopslagplaatsen in de bastions zijn van Duitse makelij. Ook start hier een wandelpad over de vestingwallen. Bij het achterste bastion passeert dit pad het kruithuis, met zijmuren van maar liefst 2,85 m breed. Het werd gebouwd in opdracht van keizer Napoleon, die de vesting in 1811 bezocht.

Bij het voormalige raadhuis van Willemstad, herkenbaar aan het torentje, begint de Voorstraat. Het is een restant van het oorspronkelijke dorpje Ruigenhil. Ga aan het einde van de straat rechtsaf en je komt bij het Mauritshuis. Toen Willem van Oranje in 1584 werd vermoord, nam zijn zoon Maurits de leiding van de vestingstad over en gaf het de naam van zijn vader: Willemstad. In 1623 liet Maurits hier een buitenverblijf bouwen, het Princehof. Veel plezier heeft hij er echter niet van gehad: hij overleed in 1625. Daarna fungeerde het gebouw als militair hospitaal, marechaussee­kazerne, Rijkspostduivenstation en stadhuis. Nu vind je hier een bezoekerscentrum met een Canonskamer waar het verhaal van Willemstad en de vestingwerken wordt verteld, een tentoonstelling van de Heemkundekring op zolder en een toeristisch informatiepunt (Hofstraat 1, www.moerdijk.nl/mauritshuis.html, wo.-vr. 11-17, za/zo 12/13-17, april-okt. ook di. 12-13-17 uur, ma gesloten).

Bij een dreigende aanval kon de hele polder ten zuidoosten van Willemstad onder water worden gezet. De Bovensluis speelde daarbij een cruciale rol: via deze en andere sluizen stroomde bij vloed water uit het Hollandsch Diep de polder binnen. Bij de belegering van Franse troepen in 1793 wisten drie timmermansknechten de sluis te vernielen en zo Willemstad te redden. Je passeert de Bovensluis ter hoogte van de afrit naar de gelijknamige camping. Op het terrein van de camping werd in 1861-1862 Fort Bovensluis aangelegd, dat in 1888 nog eens werd versterkt. Waarschijnlijk nam het fort de plaats in van het vervallen Fort Haaren uit 1673. Fort Bovensluis hoorde bij de Stelling van Willemstad, een verdedigingslinie die als doel had Holland te beschermen tegen een aanval uit het zuiden en vanuit zee. Het fort werd omringd door een natte gracht en had een kazerne met ruimte voor 188 manschappen. In 1952 kocht de heer Boertjes het verlaten fortterrein op. Hij zag in het gebouw met de dikke muren een perfect koelhuis voor zijn aardappelen. In 1965 startte hij hier een camping. In de kazerne is nu een restaurant gevestigd.

Het plaatsnaambord laat er geen twijfel over bestaan: ooit lag hier de Noordschans, ook wel Fort Hollandia genoemd. Oude kaarten tonen een aarden schans met vier bastions, een gracht en een voorwal. De schans lag in de dijk en beschermde de sluis in de Aalskreek. Tijdens een overstroming in 1682 verdween de schans grotendeels in de golven. In 1747-1748 werd aan beide zijden van de haven een nieuwe retranchement aangelegd, een aarden verschansing met bastions. De plek van het fort herken je nu alleen nog aan een bocht in de dijk net voorbij het haventje.

De geschiedenis van Klundert loopt parallel met die van Willemstad. Ook hier gaf Willem van Oranje in 1583 de opdracht een polderdorp te voorzien van wallen en grachten. Tot aan de Franse aanval van 1793 werden de vestingwerken verschillende keren versterkt en gemoderniseerd. In 1809 bleek de vesting niet meer nodig, waarna een deel van de omwalling werd ontmanteld. Alleen aan de noord- en zuidkant wordt Klundert nog altijd door wallen en grachten beschermd. Het noordelijk deel zie je vanaf de Schansweg rechts tussen de huizen door. Daarna draait de route naar links, om verderop uit te komen in het centrum. Tip: sla bij de kerk rechtsaf en maak een extra rondje rond de voormalige haven van Klundert. Aan de kop van de haven staat links het opmerkelijk grote stadhuis. Het toont de nauwe band met Willemstad, want het was prins Maurits die het stadhuis in 1621 liet bouwen. De trapgevels en de luiken doen sterk denken aan het Mauritshuis in Willemstad.

Tijdens de Opstand is Klundert nooit door Spaanse troepen belegerd. Minder goed ging het in 1793, toen de vesting na een acht uur durende beschieting door de Fransen werd ingenomen. Ook in 1944 raakte Klundert zwaar beschadigd toen terugtrekkende Duitse troepen de stad in brand staken. Nog maar nauwelijks hersteld van deze klap overstroomde in 1953 bijna het hele grondgebied van Klundert. Daarna startten grootschalige restauratiewerkzaamheden. Ook de vestingwerken aan de zuidzijde van Klundert werden daarbij hersteld. Net buiten de bebouwde kom ligt links van de weg het kroonwerk De Suikerbergh. Daarachter zie je een gemetselde dam met daarop de Stenen Poppen. De dam dateert van 1583 en was bedoeld om het zoute water van het zoete water te scheiden. Natuurlijk moest wel worden voorkomen dat vijanden via de dam de gracht zouden oversteken. Daarom kreeg de dam een scherpe rand en werden bovenop twee stenen ‘monniken’ of ‘poppen’ geplaatst.

Fietsend over de dijken lijkt het alsof er eeuwenlang niets is veranderd: rechts uitgestrekte polders met boerderijen, links het riviertje de Dintel, dat verderop uitmondt in het Volkerak. Wel verdwenen zijn de batterijen en forten die vroeger aan de zuidkant van de polder stonden. Een bocht in de dijk ter hoogte van de buurtschap Barlaque markeert de plek van het verdwenen Fort Barlake. Het fort moet voor 1604 zijn aangelegd en werd in 1754 gesloopt. Toen de opstand tegen de Spanjaarden begon, was dit polderland nog jong: het was tijdens de Sint-Elisabethsvloed van 1421 verloren gegaan en pas in de loop van de 16e eeuw stukje bij beetje weer omdijkt. De eerste boeren hadden het zwaar. Hun land werd bij oorlogsdreiging onder water gezet en bovendien hielden de geuzen en de Spanjaarden regelmatig strooptochten door de omgeving. Daarom werden langs de dijken versterkte wachthuizen ingericht, waar arbeiders en boerenknechten ’s nachts de wacht hielden. Soms met rampzalige gevolgen, want bij een aanval op een wachthuis vermoordden de Spanjaarden eens negentien mensen uit Fijnaart. Ook staken ze het dorp in brand.

Terug in de buurt van Willemstad maakt het fietspad een bocht rond Fort De Hel. Het werd gebouwd in 1811, toen de Fransen het in Nederland voor het zeggen hadden. In de loop van de 18e eeuw hadden Franse troepen al verschillende keren geprobeerd via Brabant naar Holland op te rukken, maar telkens wisten de waterlinies stand te houden. Tot het in 1794 misging: de Fransen veroverden de Brabantse vestingsteden en konden in de winter dankzij een dikke laag ijs de waterbarrières oversteken. Bovendien zag een deel van de bevolking de Fransen graag komen. Zij wilden af van de almachtige stadhouder Willem V en zagen meer in de verlichte ideeën van de Franse ­Revolutie. Uiteindelijk zouden de Fransen tot 1813 blijven. Uit angst voor een Engelse invasie liet keizer Napoleon in 1811 rond Willemstad een kring van forten bouwen. Een daarvan was Fort l’Enfer, dat na het vertrek van de Fransen Fort De Hel zou gaan heten. Het fort was van het type ‘tour modèle’: een bakstenen toren van twee verdiepingen met bovenop een borstwering. Binnen was ruimte voor 9500 kilo buskruit en 14 manschappen. Door het steeds beter wordende geschut raakte het Franse torenfort echter al snel verouderd. Vooral de uitvinding van de brisantgranaat was funest: geen kanonskogels meer, maar explosieve granaten die veel schade konden aanrichten. Daarom kreeg het fort in 1884 aarden wallen en werd ruimte gemaakt voor 188 soldaten, kanonnen en mortieren. Nu vormt het fort het sfeervolle decor voor allerlei activiteiten en culturele evenementen.

Fort Sabina is een aangename verrassing! Je kunt heerlijk ronddwalen door het grootste en best bewaarde fort van de Zuiderwaterlinie (www.fortsabina.nl, april-okt. wo.-zo. 11-17 uur, vanaf half ook za.-zo.). Bovendien is er een lunchroom met terras. Ook Sabina maakte deel uit van de fortenlinie van Napoleon. Het terrein is vijfhoekig en wordt omringd door een gracht. In het hart staat een vierkante bakstenen toren, waarin 21 ton buskruit kon worden opgeslagen. De bomvrije kazerne ernaast dateert van de jaren 1880-1883, toen het fort grondig werd gemoderniseerd. Ook de kazematten en bomvrije schuilplaatsen zijn toen aangelegd. Na het aannemen van de Vestingwet in 1874 was de belangrijkste taak van het fort het bewaken van het Volkerak. Vijandelijke schepen die vanuit het zuiden naar het Hollandsch Diep voeren, konden vanaf het fort met kanonnen worden beschoten.

Die taak deelde het met Fort Prins Frederik aan de andere kant van het Volkerak. Je kunt het fort (met wat moeite) zien als je vanaf de parkeerplaats naar de oever van het Volkerak wandelt. Fort Prins Frederik had zeven kanonnen: vijf waren er gericht op de rivierfronten, twee op het zuiden. Bij oorlogsdreiging werd bovendien de vaargeul afgesloten met een torpedoversperring. Die bestond uit een serie mijnen die via een elektrische kabel met de wal waren verbonden. De torpedo’s werden vanaf een haventje bij Fort Sabina in de vaargeul gelegd.