Maas en Waalroute

Nederland, Gelderland, Druten

12
25
16
92
41
53
57
29
10
55
89
49
28
25
26
46
45
21
24
80
81
86
87
59
13
12

Het Land van Maas en Waal, een 670 jaar oud polderdistrict, is één van de boeiendste stukjes Nederland. Landschappelijk zit het betrekkelijk eenvoudig in elkaar. Langs de Maas en de Waal liggen buitendijks de uiterwaarden en binnendijks de oeverwallen met eeuwenoude plaatsjes. Het midden is een komgebied bestaande uit ondoorlatende zware klei. De kom wordt doorsneden met weteringen die het overtollige water via diverse sluizen lozen op de Maas. In de kom bij Dreumel zijn nog restanten van de oorspronkelijke griendcultuur. Bij Bergharen steekt een rug van rivierduintjes boven de omringende rivierklei uit.

De bewoningsgeschiedenis van Druten voert terug tot de Romeinse tijd. Vanaf de middeleeuwen bestier­den de Heren van Druten en daarna het adellijk geslacht Van Delen het ge­bied vanuit hun kasteel, dat in 1830 werd gesloopt.

Het welvarende kerkdorp trok in de ja­ren 1875-1877 de bekende architect Pierre Cuypers aan voor de bouw van de grote H.H.-Ewaldenkerk. Begin 20e eeuw deden de uit Frankrijk gevluchte Filles de la Sagesse een beroep op neef Eduard Cuypers voor de bouw van een gesticht Huize Boldershof (nu ’s Heeren Loo). Tegenover de toegangs­poort ligt het gerestaureerde 16e-eeuwse Ambtshuis, waar recht werd gesproken en de polderdistricten van Maas en Waal zetelden.

Ter hoogte van Afferden liggen de Afferdense en Deestse Waarden, een natuurgebied compleet met meestro­mende nevengeul (niet aan de route). Het particuliere Landgoed Heerlijkheid Horssen houdt het verleden en de natuurwaarden van het landgoed le­vend. Het huidige huis is zo’n 250 jaar oud, maar ondergronds liggen nog steeds de gewelven van zijn voorgan­ger, het afgebroken kasteel. De luister­rijke renaissancezaal is door de ge­meente aangewezen als trouwlocatie. Even verderop voert in het dorpje Hors­sen het Kerkepad langs maar liefst drie kerken.

Appeltern heeft niet alleen zijn overbekende Tuinen van Appeltern en de Heerlijkheid Appeltern, nu een park­achtig landgoed waar nog enkele 18e-eeuwse bijgebouwen staan. Het oor­spronkelijke kasteel werd in 1818 afgebroken. Aan het eind van de Nieu­we Wetering staat net onder de dijk het Stoomgemaal De Tuut uit 1918. Ternauwernood van de slopershamer gered, is dit het enige overgebleven stoomgemaal van de 34 die het Gel­ders Rivierengebied ooit droog hielden. Het is nu op bepaalde data als muse­um te bezichtigen (www.de-tuut.nl).

Na grootschalige winning van zand en klei is de uiterwaard langs de Maas tussen Appeltern en Maasbommel omgezet in een watersportparadijs. De Gouden Ham trekt ’s zomers tal van recreanten, van zeilers tot waterskiërs. Let ook op de bijzondere deels drijven­de vakantiewoningen die dicht bij de jachthaven langs de dijk liggen.

Bij Nieuwe Schans kwamen ooit drie afwateringskanalen – de Leeu­wense, Rijkse en Maasbommelse We­tering – bij elkaar. Iedere wetering had zijn eigen sluis en later zijn eigen stoomgemaal. De Rijkse Sluis heeft geen afwateringsfunctie maar fungeert alleen nog maar als waterinlaat bij droge tijden.

Tussen Nieuwe Schans en Oude Maasdijk liggen vier van de acht een­denkooien die een eeuw geleden in de westelijke Maas en Waal in bedrijf waren. De overblijfselen van de oude kooi in natuurgebied De Meren (Staatsbosbeheer) zijn te bezoeken, de andere kooien zijn nog geheel of ge­deeltelijk in bedrijf en niet toeganke­lijk. Wel zijn ze vanaf de weg herken­baar aan de hoge bomen die de kooiplas karakteristiek omringen. Ver­derop doet de Griendweg zijn naam eer aan: langs de weg verwijzen nog enke­le overgebleven wilgenbossen naar de griendcultuur van weleer. Wilgen­tenen en eenden waren toen het eni­ge dat deze drassige komgronden opleverden.

Bij Wamel voert de route over de Waalbandijk. Waar deze omlaag overgaat in de Dorpstraat, gaat links de dijk verder als een grasdijk. Dit ‘Groene Dijkje’ is bij de dijkverzwaring aangelegd omdat de oude dijk onvoldoende ruimte bood voor versteviging. Aan de dijk bij Beneden-Leeuwen staat een monument ter ere van koning Willem III voor diens hulp tijdens de watersnood van 1861. Bij deze ramp verloren 37 mensen het leven.