Landgoed De Utrecht-route

Nederland, Noord-Brabant, Esbeek

98
99
47
45
95
96
77
76
97
70
29
28
69
98

Deze afwisselende route heet naar Landgoed De Utrecht in de Brabantse Kempen. Toen verze­keringsmaatschappij De Utrecht het landgoed in 1898 kocht, was de grond woest en begroeid met heide. Nu vindt u er bos, bouwland, wat heide en enkele vennen. De route gaat ook door een stukje België, met dezelfde zandgronden als in Noord-Brabant. De inrichting van het landschap verschilt echter. Boerderijen, wegen en de minder rechtlijnige kavels maken een on-Nederlandse indruk. Zonder op de kaart te kijken weet u dat u in het buitenland bent.

Als je bij In den Bockenreyder start, kom je al snel langs de brandtoren (1905; niet te bezichtigen) bij de ingang van Landgoed De Utrecht, aan de weg Hilvarenbeek– Reusel. Sinds 1990 staan de toren en belendende gebouwen op de monumentenlijst. Van Landgoed De Utrecht (2500 ha) is in de loop der tijd zestig procent omgezet in bos en dertig procent in cultuurland. De rest bleef zoals het was. Boerderijen en bosarbeiderswoningen kregen één bouwstijl.

De verzekeringsmaatschappij had primair commerciële bedoelingen met de grond: cultuurland werd verpacht aan boeren en bossen leverden stuthout voor de mijnschachten in Zuid-Limburg. Het complex werd met gevoel voor natuurwaarden ingericht, zodat een kleinschalig Kempisch landschap is ontstaan. Recent ging de eigenaar van het landgoed in zee met een projectontwikkelaar. Er werden een golfbaan, een hotel en vier appartementengebouwen aangelegd.

Op je tocht door de bossen, waar tot 1900 heide groeide en waar nog langer geleden (voor 1500) ook bossen waren, passeer je vier vennen. Achtereenvolgens De Broekeling, Het Panneven, Het Goor en De Flaes. Vennen liggen in natuurlijke laagten met bodems van ondoorlatende leemlagen of ijzerbanken die het water beletten weg te zakken. Het eerste ven, De Broekeling, dat langzaam verlandt, is niet toegankelijk.

Het Panneven staat ’s zomers droog. Na de zomer kleuren de randen van het ven lichtpaars door de bloeiende dopheide.

De Reusel en de Beerze speelden een belangrijke rol in de vorming van het beekdalenlandschap. Tussen Hooge Mierde en Hulsel ligt het dal van de Reusel. De Reusel is hier niet meer dan een sloot, de bron bevindt zich op geringe afstand. Noordelijker bij Diessen is hij veel breder.

Van Netersel tot P 22530 fiets je in het dal van de Beerze. Aan uw linkerhand ligt de Neterselse Heide met naaldbos, gemengd bos, hakhout en cultuurgrond: een Kempisch landschap ten voeten uit. De Kempen in Nederland en België vormen fysisch één geheel. Historisch zijn er ook banden. De naam van Café-Restaurant In den Bockenreyder verwijst naar een oud Kempisch volksgeloof dat geesten op een bok door de lucht vlogen.

Tussen de Neterselse en de Mispeleindse Heide ligt Het Goor, een groot ven omringd door berken. Er bivakkeren en/of broeden kieviten, kokmeeuwen, wulpen en witte sterns.

Het laatste ven op deze route is De Flaes. Net als Het Goor een groot ven. De bomen eromheen zijn dennen. Net na (69) ligt de Flaestoren, die vanaf 20 m hoogte uitzicht biedt over het Flaes- en Het Goorven (toegang €1,- via de automaat)

De Hertgang was tot het eind van de 19e eeuw een heerlijkheid. De boerderijen van deze heerlijkheid lagen te midden van onmetelijke heidevelden in het vruchtbare dal van de Reusel. Bij Café-Restaurant In den Bockenreyder ben je op de oude landbouwgronden van de Hertgang.