Kromme Rijn-route west

Nederland, Utrecht, Houten

01
36
35
98
39
40
41
44
43
42
78
76
60
57
58
53
54
52
51
18
16
03
14
64
66
67
01

Tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Lek ligt het Kromme Rijngebied. De Kromme Rijn - ooit een van de hoofdlopen van de Rijn - stroomt door een landschap van vochtige komgronden en zandige oeverwallen. Op die hogergelegen stroomruggen ontstonden de dorpen. Nadat de rivier in 1122 was afgedamd werd het gebied ontgonnen. Vanaf de Langbroekerwetering, die in een lange rechte lijn van Odijk naar Overlangbroek werd gegraven, werden langgerekte kavels, de 'copen', ontgonnen. In de jaren twintig van de 20e eeuw werd de fruitteelt in het gebied geïntroduceerd.

 

Routeomleiding

In verband met de werkzaamheden aan de Beatrixsluizen is voor de komende periode (tot medio 2019) het traject ten westen van de A27 afgesloten. De omleiding wordt goed aangegeven. In de praktijk komt knooppunt 16 op deze route te vervallen en wordt u net voor de snelweg via het Eikenpad, rechtstreeks naar knooppunt 03 geleid (=eind Eikenpad rechts).

In 1966 werd het landelijke Houten door de overheid aangewezen als groeikern. Hier hebben de fietsers voorrang gekregen, het verkeer cirkelt om de ringweg. Het oude dorp – Houten blijft ondanks zijn ruim 45.000 inwoners een dorp – heeft rond het Plein zijn oorspronkelijke karakter behouden.

Het fort bij Vechten aan de Marsdijk werd samen met het fort Rhijnauwen tussen 1867-1871 gebouwd als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het fort is vrij toegankelijk van dinsdag t/m zondag van 10 tot 17 uur. In het fort is het Waterliniemuseum gevestigd.

De landgoederen Oud en Nieuw Amelisweerd ontstonden in de 13e eeuw toen na de dood van ridder Amelis zijn waard – een hogergelegen oeverwal van de Kromme Rijn – werd gesplitst. Vanaf de weg is het statige landhuis Oud Amelisweerd te zien. Hier is Museum Oud Amelisweerd (MOA) gevestigd.

Het fort bij Rhijnauwen maakt deel uit van het Landgoed Rhijnauwen en is het grootste fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het is ook een waardevol natuurgebied waar reeën, bunzings, kikkers, ijsvogels, ringslangen en vleermuizen leven. Om de dieren en de zeldzame planten in het gebied zoveel mogelijk rust te gunnen, kun je dit fort alleen bezoeken onder leiding (www.staatsbosbeheer.nl. Van de ridderhofstad Rhijnauwen is alleen de oostelijke vleugel over, die in gebruik is als jeugdherberg. 

Het karakteristieke Werkhoven lag vroeger aan een lus van de Kromme Rijn, maar in de 15e eeuw werd de meander van de Achterrijn afgesneden. Aan de Brink met zijn lindebomen staan 18e- en 19eeeuwse huizen en de Sint-Stefanuskerk. De Hollende Wagenweg doorsnijdt het karakteristieke Kromme Rijnlandschap met zijn blokvormige kavels.

Ter hoogte van hectometerpaal 187 staat een oude dijkpaal met het wapen van het voormalige Hoogheemraadschap van de Lekdijk. Bij deze paal verzamelde zich het dijkleger als het water in de Lek gevaarlijk hoog stond. Tussen de Lekdijk en de rivier ligt een fraai uiterwaardenlandschap. De Steenwaard is een nieuw natuurgebied.

Even na de Werken aan de Groeneweg, de laatste versterking van de Waterlinie, lopen de akkers in een flauwe S-bocht. Deze kromakkers zijn in de middeleeuwen ontstaan toen de boeren hun ploegen met een grote bocht keerden. Ook Fort Honswijk maakt samen met Lunet, De Snel, de Werken aan de Korte Uitweg en aan de Waalse Wetering deel uit van de Waterlinie (zie informatiepanelen).

Het dorp ’t Waal dankt zijn naam aan de twee grote binnendijkse wielen of walen. De Schalkwijkse Wetering werd rond 1130 gegraven met de Achterdijk en Waalse Wetering als zuidelijke achterkade. De boerderijen werden op de kop van de kavels gebouwd waardoor het lintdorp ontstond.

Even verderop, tussen’t Waal en de Schalkwijkse Wetering, ligt het zogeheten Verdronken Bos. Het bos maakt deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en is onder water gezet als voorbeeld van een geïnundeerd terrein.