Kerspelpaad

Nederland, Friesland, Buitenpost

98
02
01
99
07
96
06
11
23
92
14
10
09
13
12
73
72
71
70
69
75
74
73
79
80
96
97
98

De route voert voornamelijk door Achtkarspelen. In de tijd dat deze gemeente nog een grietenij (rechtsdistrict) was, is zij gegroeid uit acht kerspelen of kerkdorpen (Fries: karspelen) die deel uitmaakten van het bisdom Münster. Het landschap is typerend voor de Wouden, het besloten deel van Friesland; het is rijk aan bomen en struikgewas. Uitgezonderd de omgeving van Veenklooster gaat het niet om echte bossen maar om beplantingen langs wegen, paden en landerijen. Afhankelijk van de hoogteligging verschillen deze van aard en samenstelling. Waar de hoogte van het land 0 tot 1 m + NAP bedraagt en de sloten water bevatten, bestaan deze singelbeplantingen meest uit els. In het westelijke deel van de route liggen de landerijen hoger dan 1 m. Het is daar droger en de perceelscheidingen bestaan uit houtwallen (Fries: dykswâlen). Deze door de mens opgeworpen langgestrekte aarden wallen zijn meestal met eik beplant.

In Buitenpost (Fries: Bûtenpost) geeft de Botanische Tuin De Kruidhof een beeld welke geneeskruiden hier werden en nog wel worden gebruikt. De tuin werd in de jaren dertig gesticht om er geneeskrachtige planten te telen. Later werd het onder de naam ‘Kruidenproeftuin Buitenpost’ een centrum voor wetenschappelijk onderzoek op dit gebied. Toen dit onderzoek was afgerond werd De Kruidhof langzamerhand tot een complex van 17 prachtige tuinen en collecties (Schoolstraat 29B, www.dekruidhof.nl, open di-za 10-17, zo 12-17 uur).

Langs de Stroobossertrekvaart, die de stad Dokkum midden 17e eeuw liet graven, gaat het naar Gerkesklooster/Stroobos. Het brouwhuis van het voormalige cisterciënzer klooster (gesticht rond 1240) dient in Gerkesklooster als kerk. Door een grenscorrectie behoort Stroobos sinds 1994 bij de provincie Friesland.

Surhuisterveen – het veen bij Surhuizum (Fries: Surhuzum) – is omstreeks 1600 als veenkolonie ontstaan. Door het dempen van vaarten heeft het kort na 1900 zijn veenkoloniale karakter verloren. Het is nu een welvarende industrieplaats.

Bij de hoge brug over het Prinses Margrietkanaal of Kolonelsdiep ligt het industriedorp Kootstertille (Fries: Koatstertille; tille betekent brug).

De route van Twijzelerheide en Zandbulten naar Veenklooster (Fries: Twizelerheide, Sânbulten en Feankleaster) loopt door een karakteristiek houtwallenlandschap.Vooral op het laatste deel van dit tracé, rond de spoorlijn, liggen in de landerijen tussen de wallen talrijke dobben, kleine ronde plassen die geologen als pingoruïnes aanmerken (afgesmolten ijsheuvels uit de voorlaatste ijstijd).

Het beeld van Veenklooster wordt meer dan door zijn brink bepaald door het landgoed Fogelsangh State. Dit ontleent zijn naam aan Theodorus Fogelsangh die hier kort na 1644, op de plaats waar in de 12e eeuw het premonstratenzer klooster Mons Olivetti (Olijfberg) stond, een state liet bouwen. De state is nog steeds eigendom van baronesse van Harinxma thoe Slooten, die het huis voor publiek heeft opengesteld (Kleasterwei 3, www. fogelsangh-state.nl, open mei-okt. di-zo 13-17 uur).