Grenzen in het Overijsselse landschap

Nederland, Overijssel, De Lutte

61
62
68
76
70
18
13
14
72
67
60
22
57
52
53
18
20
55
58
62
61

In de grensstreek tussen Denekamp en Losser kom je op het spoor van de fascinerende geschiedenis van grenzen. Landweren, grenspalen en -stenen vertellen elk hun eigen verhaal van begrenzen en bewaken. Als je er een ommetje voor over hebt, kom je zelfs langs de oudste grenssteen van Nederland. Fietsend over de Vrijdijk volg je het pad waarlangs vroeger patrouillerende grenswachters speurden naar smokkelaars.

Fietsen langs landschapselementen
Deze route is onderdeel van een serie fiets- en wandelroutes langs verschillende landschapselementen. Het Nederlandse landschap is een echt cultuurlandschap. Door de eeuwen heen veranderde de mens de natuur, bedoeld en onbedoeld. Die ingrepen in het landschap vertellen veel over het verleden. Op deze website kun je meer lezen over deze leestekens en over waar je ze kunt zien.

Start op parkeerplaats bij toeristisch infopunt Lutterzand, bij knooppunt 61. Fiets naar 62 en dan richting 68. Ga voor de oudste grenssteen van Nederland vlak vóór de A1 la, De Poppe. Fiets daarna terug naar en ga la, Zandhuizerweg, verder naar 68.

Fiets naar 76-70-18-13-14. Ga na 14 na het kruisen van de smalspoorrails op kruising ra (Smuddeweg-Honingloweg). Op volgende kruising la (Honingloweg-Lutterstraat). Volg de Lutterstraat. In de S-bocht ligt rechts de markesteen. Volgende zijweg la, Veldmatenweg.

Fiets naar 72-67-60-22-57. Ga bij 57 richting 52. Ga voor de landweer rd op kruising (Nijenhaerweg-Achtermaatsweg), je verlaat nu even de knooppuntenroute. Ga einde Nijenhaerweg la, Beuningerstraat. Eerste zandweg ra, Beuningerveldweg. Volg het fietspad rechtdoor. Ga aan het einde van het fietspad (bij het informatiebord over de Landweer) la en volg de Beuningerveldweg. Kruising rd, Pandersdijk. Na 500 m ben je weer op de knooppuntenroute naar 52.

Fiets 53-18-20-55-58-62-61.

Rechts van het fietspad krijg je een prachtige indruk van de rivier de Dinkel die hier door het landschap slingert. Als je geluk hebt kan je hier zo maar een ijsvogel tegenkomen. De steile zanderige oevers zijn ideaal als broedplaats. Bovendien is zijn voedsel – vis – binnen ‘handbereik’.

De oudste grenssteen van Nederland, daar kun je niet zomaar aan voorbijfietsen. Maak daarom even een kleine omweg. Daar waar je de grens van Nederland met Duitsland passeert kun je hem aan de rechterkant van de weg vinden. De steen dateert uit 1477 en bevat aan beide zijden het wapen van Bentheim. In later tijd zijn het nummer ‘20’ en de letters ‘N’ (van Nederland) en ‘H’ (van Hannover) in de steen.

De Dorpsbleek en het Bleekwachtershuisje in het centrum van Losser vormen een uniek monument. Het bleekveld werd in 1774 aangelegd en het Bleekwachtershuisje werd kort daarna gebouwd. Het bleekveld was vroeger een open ruimte in het dorp waarop het textiel werd gelegd om te bleken. De velden lagen altijd aan het water zodat het linnengoed constant natgehouden kon worden. De zon deed de rest. Na een paar weken was het textiel helder wit. Vaak stond er bij de bleek een huisje waarin de bleekwachter woonde. Hij was belast met het bewaken van het linnengoed. De laatste bleekwachter van Losser woonde tot 1955 in het Bleekwachtershuisje.

De steen die je in de bocht rechts van de weg aantreft is een markesteen. Markestenen dienden vroeger om het grondgebied van boerengemeenschappen (de marken) te markeren en af te bakenen. De stenen verloren hun functie als grenssteen toen in 1826 de gemeenten(grenzen) werden ingevoerd. Hierdoor raakten de markestenen in onbruik en vele verdwenen.

Grenzen waren er niet alleen om gemarkeerd te worden, maar ook om bewaakt te worden. Hier aan het einde van het fietspad vind je rechts van de weg de zeldzame restanten van een middeleeuwse landweer. Landweren zijn aarden wallen die werden aangelegd als versperring voor mogelijke vijanden. De landweer die je hier ziet bestaat uit twee wallen van vijf meter breed en anderhalve meter hoog. Tussen de wallen ligt een greppel.

De commiezenhut aan de Vrijdijk was vroeger de hut van de commies: degene die belast was met de grensbewaking. Vanuit de hut kon de commies via kijkgaten de grens in de gaten houden en eventuele smokkelaars op heterdaad betrappen. Om minder op te vallen werden de hutten gedeeltelijk ondergronds gebouwd. Het beroep van commies werd in 1814 ingevoerd om de toenemende smokkelarij langs de grenzen tegen te gaan. Het waren voornamelijk gepensioneerde militairen die zich hiermee bezighielden.

Rechts van de commiezenhut staat een grenspaal. Vóór de paal staand ben je in Nederland, achter de paal bevind je je in Duitsland. Ook hier zie je, evenals bij de oudste grenssteen die we eerder op de route tegenkwamen, de letters ‘N’ en ‘H’ ingehakt. Dit gebeurde naar aanleiding van een grenstraktaat uit dat jaar. Verderop langs de Vrijdijk vind je links van de weg nog een grenspaal.

De Vrijdijk volgt het commiezenpad waarlangs de grenswachters hun patrouilles liepen. Een vetpot was het beroep van commies niet. Geld voor de aanschaf van het officiële blauwgrijze uniform hadden de meeste niet. Daarom liepen veel commiezen maar gewoon in hun dagelijkse plunje, zonder insignes en dergelijke. Veel animo om ‘grensjager’ te worden was er dan ook niet. Tijdens de Eerste Wereldoorlog waren er zo weinig commiezen dat de overheid besloot tot het inzetten van soldaten. In 1950 verviel het ambt van commies en namen douaneambtenaren hun plek in.