Triotest BMW X2 vs. Jaguar E-Pace vs. Volvo XC40

De BMW en Jaguar zijn zo kostbaar, dat de Volvo ze alleen op prijs al naar de kroon steekt

De Volvo XC40, kersverse Auto van het Jaar, neemt het op tegen twee nieuwe premium crossovers: de Jaguar E-Pace en BMW X2.

Ruimte

De Jaguar lijkt maar een kleine auto. Maar vergis je niet, want van binnen is de E-Pace verbazend ruim. Niet alleen kunnen lange inzittenden probleemloos op de achterbank plaatsnemen, de kofferbak is ook nog eens het grootst: minimaal 577 liter met de achterbank overeind. De Volvo komt in dat geval tot 460 liter, de kofferbak van de BMW meet 470 liter. Maar gaan de rugleuningen neer, dan zijn de rollen omgedraaid. In dat geval is het juist de XC40 die de meeste spullen kan verstouwen: 1.366 liter tegenover 1.355 stuks voor de X2 en 1.234 liter voor de Jaguar. Ook op de achterbank biedt de Zweed de meeste binnenruimte; vanwege de lagere daklijn past het achterin de BMW allemaal maar nét. Voor alle drie de testkandidaten geldt dat de middelste inzittenden er bekaaid vanaf komen: in het geval van de XC40 en de E-Pace komt dat door de hoge middentunnel, bij de X2 is de koets gewoon te smal.

Rijgedrag

De X2 belichaamt het woordje ‘Sport’ in ‘Sport Utility Vehicle’, al werkt de besturing wel erg zwaar. De dieselmotor onder de kap is de nieuwste die ze in München hebben ontwikkeld: een 190 pk sterke viercilinder, voorzien van twee turbo’s om aan de steeds strengere Europese milieuregels te voldoen. Hoewel de testkandidaten alle drie zijn uitgerust met vierwielaandrijving, gedraagt de BMW zich als enige als een voorwielaandrijver: in een snel genomen bocht glijdt de Duitser over zijn voorwielen weg.

Veilig, maar opmerkelijk, omdat de fabrikant juist een naam heeft opgebouwd met achterwielaangedreven modellen. De X2 deelt onderhuids echter de nodige techniek met de 2 Serie Active Tourer en dat is een voorwielaandrijver. De E-Pace doet qua rijdynamiek niet onder voor de traditionele sedans van Jaguar. Hoewel de compacte crossover voorwielaangedreven is, gedraagt hij zich als een achterwielaandrijver: je voelt nauwelijks aandrijfkrachten in het stuur. De Brit stuurt ook mooi precies, maar ondanks het gebruik van aluminium bouwmaterialen is het met bijna 1.900 kilogram geen vedergewicht: de E-Pace is gebouwd op het onderstel van de Range Rover Evoque en die auto draait alweer de nodige jaartjes mee. De 180 pk sterke dieselmotor uit onze testauto is voldoende krachtig, maar ook erg lawaaiig. Alleen op de snelweg hoor je de krachtbron niet, omdat het motorgeluid dan wordt overstemd door wind- en bandengeruis. Op dat gebied gaan de BMW en Volvo overigens ook niet vrijuit, maar de Jaguar is van de drie wel veruit het stugst: je voelt iedere oneffenheid in het wegdek.

De Volvo bevindt zich aan de andere kant van het spectrum: het is in de eerste plaats een comfortabele reiswagen. Wil je voor of achteruit, dan zal je de keuzehendel van de automaat steeds langs neutraal moeten halen: omslachtig, maar al snel duw je gewoon twee keer tegen de hendel aan, in de gewenste richting. De viercilinder zelfontbrander uit onze testauto is met 190 pk de krachtigste diesel die je bij de Zweden kunt krijgen.

Verbruik

Jaguar levert de E-Pace in Nederland met drie diesel- en twee benzinemotoren, maar die krachtbronnen hebben allemaal vier cilinders en twee liter inhoud. Het vermogen loopt uiteen van 150- tot 300 pk. Voor de door ons gereden, vierwielaangedreven dieselversie mét automaat geven de Britten een fabrieksverbruik op van 1 op 17,9.

In de praktijk scoort de E-Pace het minst gunstigst van de drie: hij laat een stand noteren van 1 op 11,1. Het motorenpallet van de BMW beslaat twee benzine- en twee dieselmotoren. Het vermogen loopt uiteen van 140- tot 231 pk. De Duitsers claimen voor de door ons gereden xDrive20d (met automaat en vierwielaandrijving) een gemiddeld verbruik op van 1 op 21,7. Bij dagelijks gebruik blijft daar 1 op 15,3 van over. Daarmee is de Duitser overigens zuiniger dan de Zweed. Volvo biedt de XC40 aan met drie benzine- en twee dieselmotoren. De goedkoopste krachtbron heeft drie cilinders, voor de rest zijn het vierpitters. Het vermogen loopt uiteen van 156- tot 247 pk. Volvo beweert dat de door ons gereden zelfontbrander met vierwielaandrijving en een automaat een gemiddeld verbruik kent van 1 op 20. Dat blijkt in de praktijk 1 op 14,5 te zijn.

Gebruiksgemak

Hoewel de Volvo oogt als het meest ‘no nonsense’ van het stel, heeft ook de XC40 een geprononceerde wielkuip waar je overheen moet klauteren wanneer je in- en uitstapt. Dat maakt de Zweed goed met zijn gebruiksvriendelijke infotainmentsysteem, waarbij alle belangrijke functies onder elkaar staan: je hoeft dus geen menu’s in te duiken tijdens het rijden. Andere handigheidjes zijn de grote deurvakken waar je desnoods een laptop in kwijt kunt of het tassenhaakje aan het dashboardkastje. Bovendien kun je vanuit de kofferbak de achterbank neerklappen. De laadvloer heeft een dubbele bodem, die je op kunt klappen om bagage klem te zetten. En ook hier kun je desgewenst een stel tasjes ophangen.

Aan boord van de BMW zoek je vergeefs naar zulke slimmigheden, al heeft de X2 wel een achterbank met een verstelbare rugleuning. Wat verder opvalt, is de relatieve onbekendheid van de Duitsers met USB-kabels; het interieur van hun crossover is voornamelijk voorzien van 12V-aansluitingen. Nee, dan de Jaguar: die heeft een USB-poort voor elk van de drie achterpassagiers. Bij de E-Pace laat helaas de interieurafwerking te wensen over. Op verschillende plekken kom je materialen tegen die er nu al uitzien alsof ze er een heel autoleven op hebben zitten, terwijl de testauto nog geen 6.000 kilometer achter de rug had. Wie de testkandidaten als werkpaard wil inzetten, kan met alle drie uit de voeten: de Jaguar heeft een trekgewicht van 1.800 kilogram, de BMW weet raad met 2.000 kilogram en aan de Volvo kun je zelfs een aanhanger van 2.100 kilogram koppelen.

Veiligheid

De omvangrijke veiligheidsuitrusting is een van de hoofdredenen waarom de Volvo tot Auto van het Jaar 2018 is gekroond. Standaard heeft de XC40 City Safety aan boord: een soort co-piloot, die andere voertuigen, fietsers, voetgangers en zelfs dieren herkent. Rem jij niet voor ze, dan doet de Volvo dat. Maar dat is nog niet alles: in navolging van de XC60 beschikt ook zijn kleine broer over Run-off Road en Oncoming Lane Mitigation. Raak je onbedoeld van de weg of kom je op de verkeerde weghelft terecht, dan brengt de XC40 je in veiligheid.

Ook zaken als actieve rijstrookassistentie, vermoeidheids- en verkeersbordherkenning zitten bij de prijs van de goedkoopste uitvoering inbegrepen. Op de optielijst staan verder nog adaptieve cruise control, dode hoek signalering en een waarschuwing bij kruisend verkeer. De beschikbaarheid van die aanvullende rijhulpsystemen ten spijt, is het zicht rondom niet optimaal: achter het stuur heb je over jouw rechterschouder van doen met een aanzienlijke dode hoek. Het zicht rondom is in de BMW en Jaguar zelfs nog bedenkelijker, vanwege het kleine glasoppervlak en de dikke raamstijlen. Qua aanvullende rijhulpsystemen komt de Jaguar een eind mee, al moet een hoop uitrusting die op de Volvo standaard is, in een pakket worden bijbesteld. Dat geldt hoe dan ook voor de BMW, en daarvan is het aantal systemen ook nog eens beperkt. Zo is de X2 bijvoorbeeld niet leverbaar met actieve rijstrookassistentie of een waarschuwing voor kruisend verkeer. Maar je betaalt wel het meest: minimaal € 1.200 ten opzichte van net geen 1.000 euro bij Jaguar en Volvo.

Prijs

De Volvo XC40 is de voordeligste van het stel, met een vanafprijs van € 39.975. Voor dat geld krijg je een riante veiligheidsuitrusting, airconditioning en cruise control, maar ook een driecilinder benzinemotor. Dat dit niet ongewoon is, blijkt wel uit de BMW prijslijst. Ook de eenvoudigste X2 is met een driepitter uitgerust. Voor minimaal € 44.895 moet je het dan wel zonder cruise control stellen. De Jaguar heeft met een prijskaartje van € 48.800 weliswaar de hoogste vanafprijs, maar ook de rijkste standaarduitrusting met naast de nodige hulpsystemen ook een achteruitrijcamera en climate control.

Zoals wij met de auto’s hebben gereden - allen voorzien van een dikke dieselmotor en de nodige aangevinkte extra’s - blijft de volgorde gelijk: de XC40 is met € 63.965 het voordeligst, de E-Pace het duurst met een prijskaartje van wel € 82.440. De catalogusprijs van de X2 blijft net onder de 80 mille steken. We weten niet of dit nu de definitie van premium is, maar in alle gevallen kun je voor dergelijke bedragen ook een hele mooi grotere broer uitzoeken. Daarbij maakt het niet uit of het nu om een XC60, X3 of F-Pace gaat.

Winnaar

Hoe prestigieus de onderscheiding ook mag zijn, de titel ‘Auto van het Jaar’ blijft een momentopname. De Volvo XC40 is echter ook deze nieuwe aanwinsten de baas. Weliswaar stuurt de Jaguar sportief, maar de rumoerige krachtbron doet de rijbeleving geen goed. Daarnaast heeft het forse gewicht van de auto niet alleen effect op je maandlasten, maar ook op het rijcomfort. De BMW heeft een aangenamer aandrijflijn en wij vinden het een stoer ding om te zien, maar de veiligheidsuitrusting is mondjesmaat, terwijl je ondertussen wel de hoofdprijs voor de crossover betaalt.

Weliswaar is de Volvo niet zo leuk om te rijden, maar dat maakt de XC40 meer dan goed met zijn praktische gebruiksmogelijkheden en de riante veiligheidsuitrusting. Dit is nou een gedroomde gezinsauto, die vanwege zijn gunstige prijskaartje niet onbereikbaar hoeft te blijven.

Bekijk ook onze afzonderlijke rijtests van deze testkandidaten:
BMW X2 xDrive20d
Jaguar E-Pace D180
Volvo XC40 D4 AWD