Rondje Kinderdijk

Nederland, Zuid-Holland, Kinderdijk

Een heerlijke wandeling door het beroemde molenlandschap van Kinderdijk. Neem een kijkje in een van de museummolens of maak een ommetje via het Natuurpad. Let wel even op je schoeisel (graspaden)! Via bruggen hop je vervolgens van de ene naar de andere kade richting de knotwilgen langs de Tiendweg. Nadat de Boezemkade je heeft ondergedompeld in de landelijke sfeer van grasland en moestuin, biedt de Lekdijk ineens uitzicht over een imposante waterweg.

Tips: 

Dit is één van de 30 favoriete wandelingen van gezondheid- en fitnessdeskundige Arie Boomsma uit het 10.000 Stappenboek van de ANWB. De routes zijn 7 tot 8 kilometer lang en voeren door de mooiste steden en natuurgebieden.

Wandel deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

Wil je een kijkje nemen in de drie museummolens? Bestel dan voorafgaand aan je bezoek tickets met ledenvoordeel.

Hond mee: honden zijn niet toegestaan op deze route.

Toegankelijkheid: deze route is niet geschikt voor mindervaliden vanwege de smalle bruggetjes zonder reling en de smalle graspaden.

Paden: deels verhard, veel smalle gras- en zandpaden.

Parkeren (7,50) kan op het parkeerterrein aan de Marineweg in Alblasserdam indien je in bezit bent van een entreeticket voor UNESCO Werelderfgoed Kinderdijk. Vanaf daar rijden 7 dagen per week shuttlebusjes naar Kinderdijk. Let op: van 15 maart – 1 november is parkeren in het dorp verboden!

  1. Ga voor vertrek even het dak op van het bezoekerscentrum <dijk> en geniet van een panoramisch uitzicht over de omgeving.
  2.  Loop langs het bezoekerscentrum de polder in via het wandelpad naast het fietspad.
  3.  Even voorbij de zichtmolen heb je twee mogelijkheden: volg het fietspad naar kp37 of ga via het hek LA en volg het Natuurpad. Sla in dat geval aan het einde na bruggetje en hek RA naar kp37.
  4.  Bij kp37 de brug over richting kp72. Na brug LA richting kp76. Bij infopaneel museummolen De Blokker rechts aanhouden, klinkerpad.
  5.  Bij kantoortje LA en op kade RA, graspad. Na hek bij kp76 LA, brug over. Bij kp42 RA, Middelkade. <Kortlandse Molen>
  6.  Op driesprong bij kp41 RD richting kp96. Daar LA richting kp95. Na brug LA richting kp 38, fietspad blijven volgen. Bij kp38, vlak voor plaatsnaambord Nieuw-Lekkerkand, LA richting kp39 (Tiendweg). <Grondzeilers>
  7.  Einde RA via klaphek. Na houtsnipperpad en tweede klaphek het graspad over de dijk volgen. Na molen bij klaphek LA, Boezemkade.
  8.  Einde autoweg oversteken en bij kp39 LA richting kp70. <Waardhuis van Kinderdijk>
  9.  Bij kp70 LA richting kp71 naar P.

De dijk waarop het bezoekerscentrum staat, vormt de grens tussen twee watersystemen. Rechts staan, keurig in het gelid, de ronde bakstenen molens van de Nederwaard. Links staan de houten, rietgedekte achtkanters van de Overwaard. Achter je wordt het omhoog gemalen water in de Lek geloosd. Vroeger door twee dubbele sluizen, die bij laagtij werden opengezet, zodat het water de rivier in kon stro­men. In de 18e eeuw kwamen twee stoomgemalen het complex versterken. De 19e eeuw verving ze door de huidige vijzelgemalen op diesel en elektri­citeit.

Hoe leefde het gezin van een molenaar? Na een kleine 500 m kun je dat ervaren in Museummolen Nederwaard. Terwijl de wieken draaien, het molen¬gebint kreunt en het scheprad gestaag rondwentelt, ervaar je even hoe het geweest moet zijn om in een molen te leven. Foto’s van het gezin Hoek laten zien hoe het er hier vroeger aan toe ging.

De polder Blokweer werd vroeger werd drooggemalen door De Blokweer, het buitenbeentje van de Kinderdijkse molens en nu een museummolen. Niet alleen omdat hij in de gemeente Alblasserdam staat of omdat hij rond 1630 werd gebouwd en dus ruim honderd jaar ouder is dan de andere molens, maar vooral omdat het een wipmolen is. De Blokse Wip, zoals hij ook wel wordt genoemd, verving een molen die hier al sinds de Middeleeuwen stond. Als die molen tijdens de Tachtigjarige Oorlog niet in de as was gelegd door Spaanse soldaten, zou het leeftijdsverschil nog groter zijn.

De Middeleeuwse molen was ongetwijfeld ook een wipmolen. De eerste molens van dit type werden rond 1410 gebouwd. Ze stonden aan de wieg van ons huidige polderlandschap. Aan De Blokker kun je goed zien hoe zo’n wipmolen is opgebouwd. Het onderstel, dat het woonhuis van de molenaar bevat, bestaat uit een bakstenen ondermuur en een taps toelopende ondertoren. Het bovenhuis, dat bereikbaar is via een externe trap, kan met staart en al naar de wind worden gedraaid. Daar is aardig wat kracht voor nodig. Vandaar de ‘kruilier’, die als het stuurwiel van een driemaster onder aan de staart is bevestigd. Dat kon door middel van de ‘vang’ (rem), die bediend werd door middel van de ‘buitenwip­stok’.

Het erf rond De Blokweer is ingericht zoals het er uitzag in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Gei­tjes zorgden voor melk, een kleine boomgaard voor fruit en de moestuin voor de nodige groenten. Het ziet er idyllisch uit, maar het leven van de molenaar was zwaar. Hij moest dag en nacht beschikbaar zijn en bij weer en ontij zorgen dat het overtollige water uit de polder werd weggemalen.

Ter hoogte van Middelkade 3,0 km zie je vanaf de brug rechts de Kortlandse Molen, die de polder Kort­land bemaalt. Merk je hoeveel polders hier vlak bij elkaar liggen? Elk bedient een polder met een eigen waterhuishouding. Samen vormen ze de Alblasser­waard. Dat ‘waard’ staat voor ‘een geheel door ri­vieren ingesloten landstreek’. In dit geval de Lek in het noorden, de Noord in het westen, de Merwede in het zuiden, en in het oosten verschillende water­wegen tussen Tienhoven en Gorinchem.

Een ring­dijk beschermt de waard tegen overstroming. Het waterpeil van de sloten in de verschillende polders is lager dan dat van de rivieren. Wanneer de sloten bij regen vollopen, kan het water dus niet weg. Nu komt de poldermolen in actie: hij maalt het water uit de sloten naar een boezem, een afvoerkanaal waarin het waterpeil ongeveer een meter hoger is. Als het waterpeil in de rivieren nóg hoger is, wordt het water naar een volgende boezem gemalen, net zo lang tot het over de ringdijk in een van de rivie­ren kan worden geloosd.

Molens heb je in allerlei uitvoeringen. Hier langs de Boezemkade staan ‘grondzeilers’, dat wil zeggen ‘molens die alleen vanaf de grond kunnen worden opgezeild’ (molenaarstaal om te zeggen dat je al­leen vanaf de grond een zeil over de wieken kunt spannen). Ze staan op plaatsen waar de wind onbe­lemmerd kan waaien. In de polder zijn ze daarom uitstekend op hun plek.

Een ingewikkeld poldergebied als de Alblasserwaard is, met al zijn sloten, dijken, molens en vaarten, bijzonder kwetsbaar. Goed onderhoud van het hele systeem is van wezenlijk belang voor het behoud van mens, dier en have. Wie met dit werk belast is, moet niet door allerlei andere bestuurlijke aangelegenheden worden afgeleid. Voor het beheer van de waterhuishouding werd daarom een zelfstandig bestuursorgaan ingesteld: het waterschap.

Vlak voor kp70 ligt links van de weg het Waardhuis van Kinderdijk. In dit gebouw waakten de bestuurders van de waterschappen Overwaard en Nederwaard over het gebied waar je zojuist doorheen bent gekomen. Het huidige pand, dat dateert uit 1644 – kijk maar boven de deur – en ontworpen werd door Peter Post, de architect die ook het Mauritshuis in Den Haag op zijn palmares heeft staan, vervangt een pand dat hier al sinds de Middeleeuwen stond. De wapens boven het jaartal zijn van de bestuursleden van het college van 1775. Voor hun vergaderingen werden de heren per koets naar het Waardhuis gereden. Omdat de vergaderingen geregeld uitliepen, konden ze in het pand de maaltijd gebruiken. Verder bevinden zich op de bovenverdieping acht kleine logeerkamers waar de leden van het college konden overnachten. Vooral ‘de fabriek’, het hoofd van de technische dienst, heeft hier sinds er stoom-, diesel- en elektrische gemalen in gebruik werden genomen, menig nacht doorgebracht.