Adellijke kleurenpracht

Nederland, Friesland, Beetsterzwaag

Beetsterzwaag is een dorp met grandeur. Daarvan getuigen de kapitale landhuizen langs de Hoofdstraat. Maar ook de statige eiken- en beukenlanen die het bos doorkruisen. De Friese landadel heeft het aanzien van het dorp en de omgeving bepaald. Zij lieten op de heide en woeste gronden bos aanleggen, dat diende voor houtproductie. Dat is inmiddels verleden tijd. Maar de erfenis die zij achterlieten mag er zijn. In de herfst zijn de bossen een lust om doorheen te wandelen, niet in de laatste plaats vanwege de kleurenpracht. Zelfs de ooievaar denkt er niet aan om weg te trekken.

1. Volg vanaf de parkeerplaats aan de Freulesingel het onverharde pad in zuidelijke richting. Loop rd via de wandelknooppunten 14, 35, 38.

2. Ga bij knooppunt 32 la naar 31. Bij knooppunt 31 la naar 39 . Hier ra naar 36, vervolgens bij 36 ra naar 37.

3. Bij knooppunt 37 la naar 15. Hier la naar 14. Sla bij knooppunt 14 ra richting knooppunt 10 aan de Hoofdstraat.

4. Sla bij knooppunt 10 la. Na 400 m, bij knooppunt 12, gaat u la voor een rondje door de ‘Overtuin van Lyndenstein’.

5. Nadat u de tuin bent rondgelopen vervolgt u de Hoofdstraat, die overgaat in Beetsterweg.  Volg het fietspad en ga over het bruggetje ra (knooppunt 13). Volg de Helomareed  tot u 25 m na knooppunt 92 ra kunt op de Bou. Volg de route via de Lyndensteinlaan en Achter de Hiemen (knooppunt 18) naar knooppunt 91.

6. Volg het Kerkepad Oost door het bos tot knooppunt 74. Hier ra naar knooppunt 16. Hier ra, Van Harinxmaweg. Volg de Van Harinxmaweg, die overgaat in de Hoofdstraat, tot aan het eindpunt  aan de Freulesingel, achter de Hoofdstraat 84.

De wandeling begint aan de Freulesingel. En daar valt u al meteen met uw neus in de boter. Aan uw rechterhand ligt, over het bruggetje, de ‘Tuin van Lycklama’. U hoeft geen groot bomenkenner te zijn om hier de tulpenboom te ontdekken. Zijn stralend gele herfsttooi is een lust voor het oog. De boom dankt zijn naam aan de bloei in juni met talrijke tulpvormige bloemen, die een subtiele schoonheid bezitten met hun oranje en geelgroene kroonbladeren. In de herfst wordt die schoonheid ten top gevierd. Na een bezoek aan de tuin loopt u terug naar de Freulesingel, om voorbij de speeltuin de witte markering op te pikken.

De Van Teijens Fundatie is eigenaar van het bos ten zuiden van Beetsterzwaag. In het verleden zijn hier voor de houtproductie grote percelen met naaldbomen aangeplant. Dit gebeurde netjes in rijen met bomen van dezelfde soort en leeftijd. Door groepen van deze naaldbomen te kappen, wordt ruimte gemaakt voor bomen die hier van nature thuishoren zoals eik en beuk. Deze twee boomsoorten waren overigens ook al geliefd bij de deftige heren van Beetsterzwaag, die hier in het verleden de bossen lieten aanleggen. Daarvan getuigen de oude statige eiken- en beukenlanen die het bos doorkruisen. Eiken en beuken staan bekend om hun fraaie herfstkleuren en in dit jaargetijde wandelt u hier dan ook onder een ‘goudkleurig baldakijn’.

Zo op het eerste gezicht is het wel een rommeltje in het bos. Overal liggen omgevallen of omgezaagde bomen, in diverse stadia van verrotting. Maar het dode hout is een bron van leven voor zowel flora als fauna. Voor paddenstoelen is dood hout een waar eldorado. Hoe verder het hout verteerd is, hoe meer paddenstoelen er bezit van nemen. Maar ook allerlei insecten vinden hier hun onderkomen. Op hun beurt dienen deze weer als voedsel voor grotere dieren. Vogels en andere gewervelde dieren kunnen in dood hout hun nesten en bouwwerken aanleggen. Het wordt als het ware een huis waar het welig tiert van leven, wonen, jagen, eten en gegeten worden. Wist u trouwens dat in een natuurlijk bos het aandeel dood hout zo’n 40% bedraagt? De helft van alle bosplanten en dieren leeft van of op dood hout. Kortom, dood hout is van levensbelang voor een bos.

Op het zuidelijkste deel van de route loopt u op de rand van bos en weiland. En dat biedt prachtige doorkijkjes over het stroomgebied van het Koningsdiep. Kijk niet verrast op als u opeens een statig stappende ooievaarin het vizier krijgt. Altijd gedacht dat een ooievaar in de herfst naar de warme streken van Afrika trekt? Klopt, maar de ooievaars van Beetsterzwaag doen dat niet. Niet voor niets worden deze vogels door de lokale bevolking dan ook een beetje neerbuigend ‘projectooievaars’ genoemd. Ze zijn in zogenaamde ooievaarsdorpen gefokt en daardoor erfelijk afwijkend van de trekkers. Aan wegtrekken denken deze exemplaren niet.

Op het laatste deel van de witte route steekt u via een lange vlonder een ven over. Dit water is het thuishonk van kikkers. Omdat kikkers van insecten leven, vinden ze in de winter geen voedsel. Ze houden een winterslaap. Als in de herfst de temperatuur geleidelijk daalt en het aantal insecten afneemt, zoekt de kikker zijn winterkwartier op. In een ven of sloot brengt hij verstijfd de winter door, terend op zijn vet. Als de lentezon het slootwater warmer maakt, komt hij weer tevoorschijn. Maar het moddervette diertje is dan inmiddels wel broodmager geworden.

Aangekomen op de Freulesingel verlaat u de wittepaaltjesroute. Het veelkleurige herfstbos zet zich voort in de ‘Overtuin van Lyndenstein’ en zelfs in de nieuwbouwwijk even verder op de route, waar de tuinen kleine herfstparels zijn.

De kunst van spinnen
Bij een herfstwandeling in het bos dient u de spinnenwebben, die af en toe als kleverige draden op het gezicht vastplakken, op de koop toe te nemen. Wie de moeite neemt zo’n web van dichtbij te bekijken, staat oog in oog met een waar kunstwerkje. De webben zijn meestal afkomstig van de huisspin. Dat is ook te zien aan het witte kruis met witte vlekjes in het web. Vangt de spin een prooi, dan omwikkelt ze die met enige spindraden, zodat deze weerloos wordt. Hierna geeft ze de buit een beet met haar kaken waar gifklauwen aan bevestigd zijn. Zo brengt de spin verterende sappen in haar maal, waardoor deze van binnen geheel vloeibaar wordt en daarmee ‘klaargestoomd’ als lekkernij.

Op het ooievaarsnest dat u aan het einde van de route tegenkomt is het snavelgeklepper voor even verstomd. Als twee ooievaars op hun nest zitten, verklaren ze elkaar de liefde met spectaculair snavelgeklepper. Het liefdesspel zal in het voorjaar weer te zien en te horen zijn. Een kleine kanttekening bij deze liefdesverklaring: ooievaars zijn niet trouw aan elkaar, maar ‘nesttrouw’. Dat verklaart waarom sommige ooievaarspaartjes lang bij elkaar blijven.