Veiligheid rondom de tent

Kamperen met een tent geeft een enorm gevoel van vrijheid, je kunt je tent immers altijd afbreken als de plek je niet bevalt en ergens anders weer opbouwen. Maar er zijn ook risico’s waar je rekening mee moet houden. Bijvoorbeeld slecht weer en de veiligheid van je uitrusting.  

In en om de tent kun je je lelijk bezeren aan uitstekende haringen en scheerlijnen. Sla daarom haringen zo ver mogelijk in de grond. Je kunt ook gekleurde exemplaren en speciale beschermdoppen aanschaffen. Span scheerlijnen niet te ver uit. Er zijn ook gekleurde scheerlijnen en led-verlichting in de handel die de belijning in het donker beter zichtbaar maken.

Brandpreventie

Tenten zijn gemaakt van brandbaar materiaal en hoewel sommige exemplaren een vlamvertragende laag hebben, sluit dat brand niet uit. Daarom wat veiligheidstips:
  • Zet het kooktoestel stabiel neer en liefst zo ver mogelijk bij het tentdoek vandaan.
  • Gebruik tijdens het koken een spatscherm tussen kooktoestel en tentdoek.
  • Blijf tijdens het koken in de buurt van het kooktoestel.
  • Kook nooit in de binnentent of de slaapcabine.
  • Gebruik in een tent geen kaarsen.
  • Hang gas-, petroleum- of benzinelampen niet te dicht bij het tentdoek. Zet ze ook niet op een losstaand tafeltje in de tent.
  • Laat spuitbussen met drijfgassen niet in een afgesloten tent liggen. Als de zon op het doek staat, kan de temperatuur binnen gemakkelijk oplopen tot boven 50 ºC.

Elektriciteit bij de tent

De meeste tentkampeerders gebruiken een omvormer (230 volt naar 12 volt) om elektrische apparaten op aan te sluiten. Maar je kunt in de tent behalve ook gebruikmaken van 230 volt. Ook is het mogelijk om de auto-accu te gebruiken. Dat kan via de aansteker, of rechtstreeks met ‘krokodillenklemmen’ op de accu zelf. Er zijn ook speciale haspels die op de 12-polige stekker naast de trekhaak van de auto passen.

Veiligheidstips:






  • Koop als je 230 volt wilt gebruiken een speciale tent- of vouwwagenunit mét aardlekschakelaar (vanaf € 80). Deze controleert of er stroom weglekt en zo ja dan schakelt hij de stroomtoevoer uit.
  • Zorg bij gebruik van elektriciteit (230 en 12 volt) voor goede bedrading, aansluitingen en zekeringen. Dat voorkomt kortsluiting.
  • Een auto-accu is niet onuitputtelijk. Als je er behalve verlichting en een koffiezetapparaat ook een 12 volt-koelkast op aansluit is de accu na maximaal vier uur leeg en kun je de auto niet meer starten.
  • Gas bij de tent Tentkampeerders maken vaak gebruik van omruiltankjes (de blauwe flessen van Coleman/Campingaz) of wegwerpblikjes. De omruiltankjes zijn navulbaar. Na aanschaf blijft het tankje je eigendom. Bij navullen ruil je de lege om voor een volle. Een gastankje is geschikt voor grotere kooktoestellen en barbecues in combinatie met een gasslang en een gasdrukregelaar. Wegwerpblikjes (gascartouches) zijn geschikt voor lichtgewicht kamperen en kleine kooktoestellen (1 of 2-pitters en gaslampen), soms ook voor gasbarbecues. Er zijn twee soorten: blikjes mét en zonder veiligheidsventiel. Bij wegwerpblikjes met een veiligheidsventiel sluit het ventiel de gastoevoer af. Verwisselen van gasblikje kan altijd. Bij een doorprikblikje moet het gasblikje helemaal leeg zijn. Zorg er wel voor dat er geen gas meer in zit. Je kunt dat horen door het blikje te schudden. Gebruik geen butaangas bij temperaturen beneden de 4 ºC. Het gas verdampt dan niet meer en blijft vloeibaar in de fles. Veiligheidstips:
    • Zet het gastoestel niet te dicht bij het tentdoek en gebruik bij het koken een metalen spatscherm.
    • Gebruik geen wegwerptankjes die ouder zijn dan drie jaar.
    • Sluit de gaskraan van de gasfles indien het gastoestel niet wordt gebruikt.
    • Verwissel brandstofflessen altijd buiten de tent.
    • Laat apparaten die direct op de fles zijn aangesloten, altijd eerst afkoelen voor het wisselen.
    • Het ANWB-advies is om oranje propaanslangen elke vier à vijf jaar te vervangen en de zwarte butaanslangen elke twee jaar. Tussentijds moet je wel regelmatig controleren op beschadigingen en scheurtjes.
    • Een gasdrukregelaar is na circa tien jaar aan vervanging toe. Een kapotte drukregelaar geeft kans op een steekvlam.

Slecht weer tijdens kamperen

Elke tent is in zekere mate gevoelig voor wind. Tref daarom altijd extra maatregelen:
  • Leg spullen die kunnen wegwaaien in de tent en controleer alle afspanpunten als je de tent achterlaat.
  • Veranker de tent vanaf circa windkracht 7 (harde wind), afhankelijk van het model.
  • Verwijder de delen waar de wind onder kan slaan (luifels en aangebouwde delen), rol ze op of sla ze neer.
  • Zet de slikranden met haringen of stenen vast. Let er vooral op dat het tentdoek goed strak staat, anders kan het scheuren.
  • Zijn de vooruitzichten slecht, zorg dan dat een hamer, stormlijnen en evenals laarzen, regenkleding en een zaklantaarn.

Stormlijnen

Gebruik bij harde wind de stormafspanpunten die bij boogstok- en tunneltenten zitten. Bevestig de extra scheerlijnen daaraan en breng de tent op spanning. Bevestig bij noktenten extra scheerlijnen op de stokken en span die diagonaal af. Is de voorspelling windkracht 10 of hoger, dan kun je de tent beter afbreken. Gebruik de kleinste tent, de auto of de kantine dan als noodonderkomen.

Bliksem en tenten

De kans dat de bliksem inslaat is maar klein, maar een tent biedt geen enkele bescherming tegen een blikseminslag. De kans op een directe inslag is het grootst als je tent in het open veld, aan het water of vlak bij een boom staat. Er bestaat echter ook gevaar voor een indirecte inslag. Zet de tent daarom liever niet in de buurt van metalen afrasteringen, alleenstaande bomen, laaghangende takken of aan de rand van een bos.

Tijdens een onweersbui ben je in een auto of caravan betrekkelijk veilig. Zoek daarom daar een schuilplaats. Gaat dat niet, hurk dan in het midden van de tent op een droge mat en blijf zo ver mogelijk bij de tentstokken vandaan. Metaal is een goede geleider en kan zorgen voor een indirecte inslag.

Ook interessant

Maatregelen bij slecht weer
Tententesten