Mergellandroute (totale route)

Nederland, Limburg, Valkenburg

60
59
56
90
62
63
20
19
18
77
16
15
14
13
09
104
64
65
66
71
72
106
73
74
75
76
78
100
80
81
82
83
84
92
01
91
93
90
86
87
89
88
57
58
69
68
60

De Mergellandroute slingert dwars door het Zuid-Limburgse heuvelland. Het is een uitdagende fietsroute van 155 km lang met af en toe een pittige helling. Dit is een landschap waar de e-bike goed tot zijn recht komt. De uitzichten zijn ongeëvenaard, maar er is meer: je passeert sprookjesachtige kastelen, vakwerkhuizen, mergelgroeven en wegkapelletjes. Neem een pauze in het groen of in een van de idyllische dorpen. Dit is Zuid-Limburg op zijn mooist.

Let op! Als gevolg van de overstromingen in Limburg kunnen delen van deze route (door Valkenburg en langs de Geul) niet toegankelijk zijn. Check van tevoren de actuele situatie op de site van Visit Zuid-Limburg

Tip: Fiets deze route via de gratis ANWB Eropuit app. Zoek de route in de app via de filters. Onderweg zie je op het kaartje waar je bent, zo kun je niet verdwalen.

De Mergellandfietsroute behoort tot de oudste ANWB-fietsroutes, aangelegd in 1963 tegelijk met de gelijknamige autoroute (de eerste toeristische routes van de ANWB werden aangelegd in 1962 op de Veluwe). De route werd bewegwijzerd voor ‘de fietser, de bromfietser en andere gemotoriseerden tussen twee en vier wielen’ en was bedoeld om Nederlanders mooie, onbekende streken te laten ontdekken. Ook wilde de ANWB met deze routes het zakelijke van het toeristische verkeer scheiden. De Mergellandroutes werden destijds geopend door de heer A.H.M/H. Hendricks, lid van Gedeputeerde Staten van Limburg.

De destijds 125 kilometer lange Mergellandfietsroute was met groene achtkantige borden bewegwijzerd (de autoroute is dat nog steeds met bruin-witte borden) en volgde deels dezelfde wegen als de autoroute. Bovendien waren er deelfietsroutes gekoppeld aan de hoofdroute. Routekaarten waren destijds bij de VVV’s verkrijgbaar voor 25 cent (guldentijdperk)!

De bewegwijzering van de Mergellandfietsroute werd door ANWB en Zuid-Limburg onderhouden maar in 2015 verwijderd. Redenen hiervoor waren: de komst van het fietsknooppuntensysteem die andere bewegwijzering overbodig maakte, de roep om minder ‘landschapsvervuilende’ bordjes langs de wegen én de hoge kosten die gemoeid waren met het onderhoud van de bewegwijzering.

Valkenburg is uitgegroeid tot hét toeristische hart van Zuid-Limburg. Dwaal in elk geval door de middeleeuwse stadskern met zijn vele terrassen en winkeltjes. De poorten zijn restanten uit de tijd dat Valkenburg een vestingstad was. Bordjes wijzen de weg naar talrijke andere attracties, zoals de kasteelruïne, grotten, een pretpark en een sprookjesbos. 

Een Frans jachtslot aan de Loire? Dat is inderdaad waar je aan denkt als Kasteel Schaloen in beeld komt. In de basis is het een 12e-eeuws kasteel, opgetrokken uit mergelstenen die in de omgeving zijn gewonnen. Daarna is het kasteel verschillende keren verwoest, herbouwd en uitgebreid. In 1894 werd architect Pierre Cuypers (bekend van het Centraal Station en het Rijksmuseum in Amsterdam) ingeschakeld voor een restauratie. Hij voegde onder meer enkele torentjes toe, waardoor het nog meer op een sprookjeskasteel ging lijken.

Al van verre domineert de massieve watertoren van Schimmert de horizon. De bijnaam De Reusch spreekt dan ook voor zich. De toren werd in 1927 gebouwd in de sierlijke stijl van de Amsterdamse School. Tot aan de Tweede Wereldoorlog zat er een restaurant boven in de toren. Nu worden hier onder meer streekproducten verkocht onder het motto ‘eten en drinken voor zover je kunt kijken’.

Het waren de Romeinen die aan het begin van onze jaartelling voor het eerst wijn naar deze streken brachten. Het oudste document over wijnbouw dateert van 986 en gaat over de Wijngaardsberg. Destijds waren het vooral kloosters die wijn produceerden. In 1800 verdween de wijngaard van de berg, om in 2002 weer terug te keren. De mergel in de ondergrond zorgt voor frisse zuren en een fijne tinteling in de wijn van Domein De Wijngaardsberg.

Kasteel Meerssenhoven werd in de 18e eeuw gebouwd op de plek van een middeleeuwse burcht. De beruchte Spaanse veldheer Alva gebruikte het kasteel tijdens de Tachtigjarige Oorlog als hoofdkwartier. Achter het poortgebouw zie je een hoofdgebouw en twee vleugels, waarin vroeger het koetshuis en de stallen waren ondergebracht. Ook de dubbele pachthoeve aan de andere kant van de weg hoort bij het landgoed.

Vaeshartelt begon ooit als een versterkte hoeve met een kasteel. Nu is het een buitenplaats die langzaam in oude glorie wordt hersteld. De bekendste eigenaar was de Maastrichtse industrieel Petrus Regout, die Vaeshartelt in 1851 kocht en uitbouwde tot zijn pronkdomein. Zet de fiets even neer voor een wandeling door de fraaie landschapstuin!

In de steile helling rechts van de weg is de laag geel-grijze mergel – of eigenlijk kalksteen – goed zichtbaar. Al voor het jaar 1500 gingen ‘blokbrekers’ hier aan het werk om steenblokken uit te hakken en te zagen. Die werden vervolgens gebruikt voor de bouw van huizen en kastelen. In de groeven ontstond in de loop van de eeuwen een labyrint van gangen. Kort na knooppunt 64 passeer je een woning die in zo’n groeve is gebouwd. Tot 1931 werd dit huis bewoond.

Naast de kerk van Cadier en Keer zie je twee typisch Zuid-Limburgse fenomenen. De Meussenhof is een carréboerderij of vierkantshoeve, zoals die vooral in de 18e eeuw zijn gebouwd. Soms staat de poort open en krijg je zicht op de binnenhof. Het gebouwtje ernaast is een zwingelput. Zulke putten werden aangelegd in dorpen waar geen beek in de directe nabijheid was. De dorpsbewoners haalden het water omhoog door aan de ‘zwingel’ te draaien.

Bij Eijsden (Eèsjde zeggen ze hier) komt de Maas Nederland binnen. De sfeer rond het centrale plein doet bijna Frans aan: kinderkopjes, witte gevels, granieten kozijnen, geverfde luiken … Het standbeeld op het plein is een eerbetoon aan de cramignon, een dans die is overgewaaid uit Wallonië. 

Vanaf de top van de 9 meter hoge toren kun je eindeloos ver kijken – tot aan Luik zelfs! Informatieborden vertellen over het huidige gebruik van het landschap en over de prehistorie, toen rendierjagers deze plek als uitzichtpunt gebruikten. Rond de toren zijn veel waardevolle archeologische vondsten uit deze periode gedaan.

Achter de kerk van Mheer pronkt een van de meest romantische kastelen Van Zuid-Limburg: torens, tuinen, trapgevels – alles is even fotogeniek. Al sinds 1668 wordt het kasteel door dezelfde familie bewoond. Op de begraafplaats naast de kerk staat hun grafkapel met crypte. Dit is ook een van de weinige plekken waar je een blik kunt werpen op het kasteel, want een hoge muur rond het terrein doet vermoeden dat de bewoners erg op hun privacy zijn gesteld.

Zuid-Limburgers zijn van oudsher vrome katholieken. Ook in het landschap is dat goed te zien. De talrijke wegkruisen herdenken een overledene of zijn bedoeld om onheil af te wenden. De kapelletjes zijn geplaatst ter ere van een heilige. Een bijzondere variant zijn de Lourdesgrotten, kopieën in miniformaat van de grot in Lourdes waar Maria aan Bernadette Soubirous zou zijn verschenen. Een mooi voorbeeld staat achter de kerk van Banholt.

Voorbij Epen passeer je enkele prachtige vakwerkhuizen. Doorgaans waren het de boeren zelf die huizen en boerderijen in deze stijl bouwden. Veel geld was er niet, dus gebruikten ze bouwmaterialen die ter plekke beschikbaar waren. Eerst plaatsten ze een skelet van houten balken. Daarna vulden ze de ‘vakken’ op met een vlechtwerk van takken, dat ze vervolgens afdekten met een mengsel van stro en leem. Bij sommige huizen zie je ook bakstenen tussen de balken.

Het is een flinke klim naar de top van de 322,4 meter hoge Vaalserberg, maar je bent dan ook op het hoogste punt van Nederland. Een steen markeert de plek waar Nederland, België en Duitsland aan elkaar grenzen. Maar er is meer te doen rond dit Drielandenpunt: dwaal door het labyrint, beklim een van de uitzichttorens en leer alles over het vergeten vierde land Neutraal Moresnet.

Het was textielfabrikant Von Clermont die in 1761 Kasteel Vaalsbroek kocht en liet verbouwen tot wat je nu ziet: een wit landhuis met twee zijvleugels. Het kasteel is bestemd voor hotelgasten, de kasteeltuin is voor iedereen toegankelijk. Je ontdekt hier onder meer een watermolen, met daarnaast een vijver die het water leverde om het rad te laten draaien.

Vijlen is het enige echte bergdorp van Nederland. Tijd voor een pauze met uitzicht? Vraag dan bijvoorbeeld naar een glas wijn van de plaatselijke wijngaard St. Martinus, die al verschillende keren is uitgeroepen tot ‘Beste wijngaard van Nederland en België’. Of misschien verstandiger: neem een fles in de fietstas mee naar huis.

Bij station Simpelveld kun je opstappen voor een ritje met een nostalgische stoomtrein door de Zuid-Limburgse heuvels (kijk op miljoenenlijn.nl voor de dienstregeling). Of wandel over het stationsterrein waar het materieel staat opgesteld. De aanleg van de lijn kostte destijds maar liefst één miljoen gulden per kilometer – dat verklaart de bijnaam Miljoenenlijn. Aanvankelijk vervoerde de trein voornamelijk steenkool uit de mijnen. Nu maak je hier een treinrit terug in de tijd.

Kunst, natuur en architectuur komen samen rond Kasteel Wijlre. Wandel door de schitterende kasteeltuinen, bekijk de permanente kunstwerken in het park en bezoek de tentoonstellingen van hedendaagse kunst in het paviljoen.