Wild spotten op de Veluwe

Nederland, Gelderland, Kootwijk

36
37
24
41
42
43
6
7
12
2
13
14
15
44
19
71
81
36

In Afrika hebben ze hun Big Five, maar ook in Nederland kun je wild spotten. Onze eigen 'Grote Vijf' bestaat uit ree, edelhert, wild zwijn, bever en zeehond. Drie daarvan zijn op de Veluwe te vinden. Plus nog veel meer grote en kleine dieren. Maar wat zijn de beste plekken? En wanneer heb je de beste kans om wild te spotten? Stap op de fiets en ga mee op safari op de Veluwe!

Routeverkorting

De route is eenvoudig op te delen in twee korte routes van 21 en 24 km (zie de kaart). Voor de verkorte route rond het Kootwijkerzand fiets je van 41 rechtstreeks naar 44. Voor de verkorte route door de bossen bij Hoenderloo fiets je van 44 naar 41. Deze route starten kan bij parkeerplaats Het Leesten, Hoenderloseweg 191, 7339 GG Ugchelen (vlak bij fietsknooppunt 43).

  • Ga in de vroege ochtend of later op de dag op pad: dan gaat het wild op zoek naar voedsel.
  • Wild zit overal, maar de grootste kans heb je bij de wildschermen en observatieposten.
  • Gebruik geen parfum of andere geurtjes.
  • Draag donkere, onopvallende kleding die niet ritselt.
  • Wees zo stil mogelijk, ook op de fietspaden.
  • Neem een verrekijker mee!

Assel telt niet meer dan twaalf huizen, maar toch was hier ooit een treinstation. Koning Willem III en later prins Hendrik reisden vanaf hier per koets naar Kroondomein Het Loo, dat ten noorden van Assel begint. Vooral prins Hendrik, de opa van prinses Beatrix, was een fervent jager. Wild zit hier dan ook volop. Op de verstilde Asselsche Heide direct achter het dorp heb je ook overdag kans op reeën en edelherten.
Om er te komen: fiets van 24 naar 38 en dan richting 10. Links van het fietspad zijn verschillende uitzichtpunten.

Het kijkscherm links van de Alverschotenseweg is een van de populairste spotplekken van de Veluwe. Terecht, want vooral rond de schemering laat de Big Three zich regelmatig zien. Wilde zwijnen leven altijd in groepen en ploegen de grond helemaal om als ze naar voedsel zoeken. Reeën staan vaak rustig te eten aan de rand van het bos. Het mannetje herken je aan een klein, eenvoudig gewei. Edelherten zijn een stuk schuwer en zul je dan ook minder vaak zien. Het mannetje is even groot als een paard en pronkt met een indrukwekkend gewei. Dat verliest hij in het voorjaar, waarna er een nieuw gewei begint te groeien. 

Bij knooppunt 41 gaat de hoofdroute naar links, maar wacht daar nog even mee: fiets eerst rechtdoor naar Hoog Buurlo, een eeuwenoud buurtschap waar de moderne tijd aan voorbij is gegaan. Twee boerderijen en twee schaapskooien, meer is het niet. Al sinds de 9e eeuw brengt een kudde Veluwse heideschapen hier de nacht door. Rondom liggen wildwallen, begroeide aarden wallen die het wild buiten moesten houden. De wolf was tot diep in de 18e eeuw een van de vijanden van de schaapsherders. Ook nu zwerft er weer een wolf door dit deel van de Veluwe, maar die laat zich zelden zien.

In de nazomer legt de heide een paarse gloed over natuurgebied Het Leesten, dat links van de Otterloseweg opdoemt. Er zijn veel wandelpaden, dus de kans op grofwild is beperkt. Toch valt er van alles te ontdekken, van vlinders tot vossen, konijnen en marterachtigen. ’s Morgens zoekt de zandhagedis een plekje in de zon om op te warmen. Datzelfde doet de adder, een gifslang die je herkent aan de zigzagstreep op zijn rug. Schrik niet als je een adder ziet! Gewoon rustig een stapje opzij doen. En vooral genieten van de bijzondere ontmoeting.

Een kleine omweg leidt naar het wildscherm met de naam Ringakker. Daarachter ligt een weide waar de dieren in alle rust hun kostje bij elkaar kunnen scharrelen. De mooiste periode? De bronst, als de mannetjes en vrouwtjes elkaar opzoeken om te paren. Bij de reeën is dat van juli tot half augustus. De edelherten volgen later: van half september tot begin oktober. Vooral het mannetjesedelhert verandert dan in een echte macho. Hij imponeert zijn concurrenten met een machtig gebrul, dat burlen wordt genoemd. Soms resulteert dat in een gevecht, waarbij ze met de geweien op elkaar inbeuken.

Om bij het wildscherm te komen: tussen knooppunt 7 en 12 passeer je een blauw straatnaambord van de Koudebergweg. Fiets nog 350 m verder en neem het eerste brede pad links. Volg dit pad 650 m rechtdoor. Het kijkscherm is rechts.

Vakantiedorp Hoenderloo maakt nu een welvarende indruk, maar begin 19e eeuw was dit niet meer dan een verzameling illegaal gebouwde plaggenhutten. Toen de Betuwse dominee Heldring het dorpje in 1839 tijdens een wandeling ontdekte, schrok hij van de bittere armoede. Hij zamelde geld in voor een waterput en liet later ook een school en een kerk bouwen. De Heldringkerk staat er nog altijd en ook de waterput is bewaard gebleven: het is het rietgedekte huisje links voor knooppunt 13, vlak bij de ingang van Nationaal Park De Hooge Veluwe.

De betonnen kathedraal midden op de heide is vanaf 1920 gebouwd als radiozendstation. Hiervandaan werd contact onderhouden met Nederlands-Indië. ‘Hallo Bandoeng, hier Radio Kootwijk’ werd een gevleugelde uitdrukking. Rondom stonden zes zendmasten van meer dan 200 m hoog. Ook verrees er een klein dorp voor de medewerkers. Sinds 2005 is het majestueuze hoofdgebouw eigendom van Staatsbosbeheer en worden er evenementen georganiseerd.

Eigenlijk klopt de benaming Big Three niet meer, want sinds 2016 lopen er ook wisenten op de Veluwe. Een informatiebord links van het pad illustreert hoe deze Europese bizon eruitziet: ruig, harig en met forse hoorns. Een handvol wisenten dwaalt door het omheinde gebied achter het informatiebord. Heel misschien vang je een glimp op, maar om ze echt te zien ga je mee met een excursie (wisentopdeveluwe.nl). 

Rechts van het fietspad verwijst een bordje naar een uitkijktoren aan de rand van het Kootwijkerzand. Het uitzicht vanaf de top: stuivend zand tot aan de horizon. Vroeger had je overal op de Veluwe van zulke zandverstuivingen. Ze waren het gevolg van massale houtkap en overbeweiding in de middeleeuwen. Een voorloper van het dorp Kootwijk verdween zelfs compleet onder een dikke laag zand. Eind 19e eeuw werd begonnen met grootschalige herbebossing – Staatsbosbeheer is er in 1899 voor opgericht. Kans op wild heb je vooral aan de bosrand. Let ook op de wroetsporen van wilde zwijnen en afgeknabbelde bomen en struiken, het werk van herten en reeën.