Stroomdalroute

Nederland, Drenthe, Zeegse

39
67
68
69
23
09
10
16
11
45
17
82
85
58
56
81
87
57
54
55
64
66
62
89
39

Het stroomgebied van de Drentsche Aa bezit nog veel kenmerken van het oude esdorpenlandschap: brinkdorpen, essen, zandverstuivingen en vooral ook groenlanden in de beekdalen. Ten zuiden van Oudemolen stromen het Gastersche Diep en Taarlosche Diep samen verder als Drentsche Aa. Staatsbosbeheer beheert ca. 3800 ha van dit 30.000 ha grote stroomgebied als landschapsreservaat Stroomdallandschap Drentsche Aa. Op zo'n 40 km2 groeien wel 650 soorten hogere planten; dit botanische paradijs geeft een indruk van het rijke, gevarieerde beekdallandschap van rond 1900.

In Oudemolen bevindt zich de boerderij van Staatsbosbeheer, dat ca. 3800 ha van de Drentsche Aa be­heert. Dankzij zorgvuldig beleid groeien in het gebied zo’n 650 soor­ten hogere planten; dit botanische paradijs geeft een indruk van het rijke, gevarieerde beekdallandschap van rond 1900.

Taarlo ligt in het overgangsge­bied tussen de hoge es aan de ene en het beekdal aan de andere zijde. Hoewel het niet rijk is aan nog gave Saksische boerderijen, is de situering van de hoeven fraai. De brinkdobbe is een van de weinige overgebleven en een van de mooiste dobben van Drenthe. Dergelijke reservoirs bevat­ten zoet drinkwater voor het vee en om branden mee te blussen.

Ten noorden van Balloo ligt het Balloërveld, een heidegebied met veel menselijke sporen uit de (pre)historie, zoals grafheuvels, middel­eeuwse karrensporen en celtic fields. Balloo is een esdorp uit de vroege middeleeuwen, gelegen op een bre­de zandrug die van noordwest naar zuidoost loopt en waarop ook het nabijgelegen hoofddorp Rolde ligt. Het heidegebied wordt begraasd door en kudde van vierhonderd Drentse heideschapen. De schaapskooi met informatiecentrum en wolatelier liggen aan de route.

Toen de Drentse hoofdstad As­sen nog slechts een kruising van een paar zandweggetjes was, be­stond het boerendorp Loon allang. De oude kern oogt karakteristiek met zijn brink en Saksische boerde­rijen. Zoals de meeste Drentse es­dorpen ligt Loon op een lichte hel­ling van een hogere zandkop – de zogenaamde es, die als akker in ge­bruik is – en lagere beekdalen, die uit grasland bestaan; de langs de beek gelegen madenlanden.

Tussen Zeegse en Glimmen loopt de route langs de westzijde van de Hondsrug. De Drentsche Aa heeft weliswaar zijn meanderend karakter behouden, maar de loop wordt begrensd door kaden om overstromingen tegen te gaan. Door ontwatering van de groenlan­den is de van nature slappe veen­grond zover ingeklonken, dat het maaiveld tot onder het gemiddelde waterpeil van de Drentsche Aa is gedaald. Het beekje kronkelt hier door de madenlanden. Oorspronke­lijk waren dit hooilanden: made of maat is verwant aan maaien. De vegetatie was gevarieerd en krui­denrijk. Het decor vormt hier het Noordlaarderbos dat met zijn 113 ha het grootste aaneengesloten bos van de provincie Groningen is. Tot 1880 bestond dit gebied uit heide.

Het sfeervolle Noordlaren was al vroeg in de geschiedenis een rede­lijk welvarend kerkdorp. De Bartho­lomeuskerk getuigt daarvan. Het kerkhof biedt een prachtig uitzicht over de zogenaamde Hunzelaag­vlakte en het Zuidlaardermeer. De molen (1849) werd gebouwd als pel- en roggemolen.

Zuidlaren heeft zeven brinken. Op de derde dinsdag in oktober struinen duizenden bezoekers over de Zuidlaardermarkt. Het psychia­trisch ziekenhuis Dennenoord om­vat het fraaie hoofdgebouw (1895), een kerk, een watertoren, pavil­joens, een hertenkamp, een boerde­rij en een eigen trefcentrum met schouwburgzaal.