Saeffelerbeekroute

Nederland, Limburg, Nieuwstadt

18
42
43
53
54
55
56
44
46
41
18

De streek Selfkant heeft al eeuwen­lang nauwe banden met Nederland. De stad Tüddern werd in 1949 als schadeloosstelling voor de Duitse oorlogsschade in de Tweede Wereld­oorlog onder Nederlands bewind ge­steld. De stad kreeg de Nederlandse naam Tudderen en vormde een drostambt (bijzondere gemeente). In 1963 werd deze grenscorrectie weer ongedaan gemaakt. De route volgt in het begin de loop van de Saeffelerbeek ofwel Saeffelerbach en doorkruist de huidige gemeente Selfkant.

Let op: de Duitste knooppuntbewegwijzering ziet er iets anders uit dan wij gewend zijn. De nummers zijn rood en hangen vaak als losse bordjes onderaan een wegwijzer of ander bord.

Volg vanaf de Markt in Nieuwstadt de bordjes naar knooppunt 18 en vervolgens de Duitse bordjes (rood) naar 42 - 43 - 53 - 54 - 55 - 56.

Fiets vanaf knooppunt 56 eerst een stuk richting 57. Na ca. 2 km staan knooppunt 57 en 44 samen op een bordje aangegeven. Volg vanaf hier de bordjes naar knooppunt 44. Rijd vervolgens verder naar 46 - 41 - 18.

Fiets aan het eind van de route bij knooppunt 18 een stukje verder richting 23 om weer op de Markt in Nieuwstadt uit te komen.

Nieuwstadt ligt aan de Geleenbeek vlak bij de Duitse grens. Het kreeg rond 1250 stadsrechten. Straatnamen als St.Janswal, en Susterderpoort verwij­zen nog naar de oude stadswallen. Net buiten de wallen lag in de 15e eeuw Huize Witham, dat in 1583 samen met de stadswallen werd verwoest. Op de restanten van het oude kasteel verrees in 1700 de huidige stadsresidentie. Rijd voor een kijkje even door de Gasthuis-straat tegenover de kerk. De L-vormige bijgebouwen naast het witgeschilder­de herenhuis zijn in 1995 verbouwd tot comfortabele boerderijappartemen­ten, evenals de tiendschuur.

De Saeffeler Bach ontspringt ten noordoosten van Gangelt en stroomt als Saeffelerbeek in de Roode Beek. Het stelsel van beken maakt deel uit van het stroomgebied van de Maas. Een aantal delen van het oeverge­bied van de beek zijn nu bestemd tot Naturschutzgebiet. De vochtige elzenbroekbossen zijn een waardevolle biotoop voor vogels en amfibiën.

De Museumswindmühle van Breberen is een van de vijf molens die de Selfkant rijk is (www.muehlenverein-selfkant.de). De zelfkruier stamt uit 1846 en vormt als een van de weinige maalvaardige ‘ouderwetse’ korenmolen een groot contrast
met alle moderne windmolens die overal in het gebied staan. Op het sierschild van de kap staat “In Sturm und Wetter ist Gott mein Retter”.

Even voorbij Schierwaldenrath trekt een ouderwets stationnetje de aandacht. De Selfkantbahn verzorgde zeventig jaar lang een verbinding tussen de Selfkant met Geilenkirchen. Toen in 1972 werd het doek viel voor het normale treinverkeer, stond
een groep enthousiastelingen al klaar om het traject in gebruik te nemen als een museumspoor voor stroomtreinen. Op de agenda staan ‘gewone’ ritten, maar ook speciale ar­rangementen, zoals een ontbijtrit. Er is ook een treinmuseum en de origine­le stationsrestauratie uit 1899: Gast­stätte Zur Selfkantbahn (www.selfkantbahn.de).

In het natuurgebied Tudderner Fenn lag tot 1990 een safaripark. Nu is het leeuwengebrul verstomd en klinkt alleen nog het gemurmel van de Roode Beek. In het moerassige ge­bied liggen verschillende vennen. In de omgeving van de Roode Beek zijn verschillende grafheuvels gevonden, bewijs dat er al vroeg mensen in de buurt van de beek woonden.

In april 1949 werd Selfkant als een drostambt onder Nederlands bestuur gesteld. De stad Tüddern droeg tot 1963 de Nederlandse naam Tudderen. In Tüddern is ook het Bauernmuseum gevestigd met traktoren.

De watermolens van het Kasteel het glaskunstatelier van Sabine Lintzen Millen liggen elk aan een zijde van de Roode Beek, die hier de grens vormt. Aan de Nederlandse zijde ligt het nieuwe Huis Millen en resten van de oude motte en donjon (1365). In het huis zit het glaskunstatelier van Sabine Lintzen (op afspraak, www.sabinelintzen.nl).